Ernest Renan (1823 - 1892) bij herdenking 200e sterfdag van Spinoza

Ernest Renan werd geboren in Tréguier in Bretagne uit een vissersfamilie. Zijn vader was een vurig republikein, terwijl zijn moeder uit een royalistische familie stamde. Deze tweespalt heeft Renan zijn gehele leven gevoeld. In 1838 ging Renan na succesvolle schoolresultaten studeren aan het kerkelijk college van Saint-Nicolas du Chardonnet in Parijs. Met zijn achtergrond van een streng, Bretons katholicisme vond hij hier de stijl te spitsvondig. Hij hoopte meer degelijkheid te vinden op het seminarie van Issy-les-Moulineaux waar hij in 1840 begon. Door kennis te maken met de filosofie en de taalkunde werd zijn moeite om te geloven echter steeds groter; hij stopte met z’n priesteropleiding, ging als onderwijzer werken en Semitische talen studeren. In 1847 leverde dit hem een prijs op en een positie aan het lycée van Vendôme. In 1878 werd Renan verkozen tot lid van de Académie française.

Hij schreef diverse invloedrijke werken, zoals Het leven van Jezus ('La vie de Jésus', 1863). Het leven van Jezus moest op dezelfde wijze geschreven en onderzocht worden als elk ander en ook de bijbel zou aan hetzelfde kritische onderzoek onderworpen moeten worden als andere historische documenten. Deze opstelling wekte veel verzet bij de Kerk. Paus Pius IX noemde Renan 'De blasfemist van Europa'. Het kostte hem zijn leerstoel aan het Collège de France. Zijn essay “Wat is een natie(Qu'est-ce qu'une nation? 1882) is met zijn burgerlijk nationalisme een tegenhanger van het etnische nationalisme van Duitse schrijvers als Fichte en Herder.  

Het Leven van Jezus werd het eerste deel van een groter project Histoire de Origines du Christiansme (History of the Origins of Christianity; zeven delen 1863-1881), waarin hij het ontstaan en de vroege uitbreiding van het christendom in de Antieke wereld onder leiding van Paulus behandelde. Tegelijk werkte hij aan Histoire du Peuple d'Israel (History of the People of Israel; vijf delen 1887-1893). Hij vond: “het merendeel der mensen heeft aan wijsbegeerte alleen niet voldoende; zij verlangt een heilige.”

In Het leven van Jezus noemt hij op twee plaatsen heel kort Spinoza. In hoofdstuk 4: “The greatest men of a nation are those whom it puts to death. Socrates was the glory of the Athenians, who would not suffer him to live among them. Spinoza was the greatest Jew of modern times, and the synagogue expelled him with ignominy. Jesus was the glory of the people of Israel, who crucified him.” En in het 28e en laatste hoofdstuk: “There are virtues which, in some respects, are more conformable to our taste. The virtuous and gentle Marcus Aurelius, the humble and gentle Spinoza, not having believed in miracles, have been free from some errors that Jesus shared. Spinoza, in his profound obscurity, had an advantage which Jesus did not seek.” [Hier]

In het tweede deel van deze serie, De Apostelen, omschreef hij in Hfst 19 de oprichter van het Babisme in Perzië als “een soort bescheiden en vrome Spinoza.” [Hier]

Ernest-Renan.gifEn in het 5e deel, De Evangeliën, had hij geschreven: “The biography of a great man is a part of his work. St Louis would not be what he is in the conscience of humanity, without Joinville. The life of Spinoza, by Colerus, is the finest of Spinoza’s works. Epictetus owes almost as much to Arrian, Socrates to Plato and to Xenophon. Jesus in the same way is in part made by the Gospel.” [Hier] 

Het zijn wat verspreide opmerkingen. Veel aandacht had hij in zijn werk niet gegeven aan Spinoza. Toch werd Ernest Renan in 1877 door de initiatiefgroep voor een standbeeld in Den Haag o.l.v. Van Vloten gevraagd om als gastspreker de herdenkingstoespraak op de 200e sterfdag van Spinoza te houden tijdens de herdenking op 21 febr. 1877 in het gebouw van Kunsten & Wetenschappen in Den haag. Die dag werd tevens een hoeksteen gelegd op de Prinsengracht in de buurt van Spinoza's sterfhuis voor een Spinozamonument, waarvoor geijverd werd. [Zie het blog Het Haagse Spinoza-standbeeld kwam er, ondanks fel verzet]

Ernest Renan eindigde zijn toespraak met deze woorden – alsof het beeld er al stond: "Wee de voorbijganger die iets kwetsends zegt tegen deze vriendelijke en in gedachten verzonken figuur. Hij zal gestraft worden zoals alle vulgaire mensen gestraft worden door hun eigen vulgariteit en hun onmacht om goddelijke dingen te verstaan. Vanaf zijn granieten voetstuk leert hij ons over de manieren om het geluk te bereiken die hij vond; en in de komende eeuwen zullen cultureel gevormde mensen die voorbij komen langs de Paviljoengracht tot zichzelf zeggen: “hier was het wellicht dat God het meest van dichtbij is gezien."

De tekst van deze toespraak werd door Martinus Nijhoff uitgegeven: ERNEST RENAN: Spinoza. Discours prononcé, à la Haye le 21 février 1877 à l'occasion du 200e anniversaire de sa mort. En uiteraard in zijn Œuvres Complètes (1913).

Er zijn op internet twee verschillende vertalingen in het Engels van deze toespraak te vinden: hier Spinoza. Oration by M. Ernest Renan, delivered at the Hague, Feb. 21, 1877 by Translated by M. Stuart Phelps. In: New Englander and Yale Review Volume 0037 Issue 147 (November 1878)
en hier in William Angus Knight (Ed.):  Spinoza - four essays [Jan Pieter Nicolaas Land, Kuno Fischer, Johannes van Vloten, Ernest Renan]. Williams and Norgate, 1882. Deze vertaling als PDF opgenomen in benedictusdespinoza.nl 

De volgende uitspraak die hij gedaan zou hebben, lijkt mij zeer verwant aan de beroemde ‘gok van Pascal’:


“God, als er een God bestaat,
neem mijn ziel, als ik een ziel heb.”