Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana

De naturâ Rationis est res sub quâdam æternitatis specie percipere
Het is de rede eigen om het eeuwige der dingen te zien.                                 Spinoza, Ethica II, 44 c2

Spinoza’s meest
waarschijnlijke
beeltenis
 

 

Spinoza-beelden 

Spinoza’s zegel met 'caute'

Spinoza merchandising

Iconographia Spinozana

Spinoza-schilderijen, etsen, gravures & illustraties 

Spinoza-cartoons, comics & illustraties

Corpus Poeticum Spinozanum

Johannes Colerus, Korte, dog waaragtige levensbeschryving van Benedictus de Spinoza [tekst-PDF]   

Blogger en curator: Stan Verdult

Inutilis scientia Spinozana [27] even voor de geschiedenis

Het "ik" is weer helemaal in. Ook het Duitse PhilosophieMagazin had in het 4e nummer van dit jaar een special over het "ik". 

         http://1.bp.blogspot.com/-zTmn8HQjEt8/U8_2SCMyOHI/AAAAAAAAToQ/0wZB2rbNjaI/s1600/Philosophie_2014-05-15.jpg

Daarin was aandacht voor "Spinoza und die Lebenslust" van de Zwitserse filosoof Michael Hampe, terwijl  van André Comte-Sponville een inleiding is opgenomen van een bloemlezing of Sammelbeilage: Auszüge aus Spinozas Ethik. [Hier bladeren in het Magazin]

Lees verder...

Inutilis scientia Spinozana [26] Stoppen met kwartetspel "toeschrijven van De Jure Ecclesiasticorum aan..."

Aanleiding voor dit blog: ik las een jaar na uitkomen eindelijk Arthur Weststeijn's De radicale republiek. Johan en Pieter de la Court, dwarse denkers uit de Gouden eeuw [Bert Bakker, 2013].

Interessante studie over de De la Courts en aspecten van de 17e eeuw; nuttig als achtergrond bij de studie van Spinoza's context, vooral over de handel, de strijd tegen het monopolie van de VOC, ideeën en debatten over burgerschap en over de mercatores sapienstes, over politiek en veel meer. Een erg sympathiek beeld van Pieter de la Court kreeg ik niet vanwege de wel erg grote nadruk op het eigenbelang (hoe 'welbegrepen' ook). Het deed me eerder denken aan Ayn Rand dan aan Spinoza. Een erg goed hoodstuk vond ik het laatste: over tolerantie en de strijd om de verhouding tussen kerk en staat. Twee merkwaardigheden vielen me in dat hoofdstuk op. Weststeijn typeert de in 1670 uitgebachte TTP als “de meest vergaande bijdrage aan het Hollandse debat over het politieke gebed en volgens velen de Stunde Null van de radicale Verlichting.” Die velen zijn natuurlijk vooral Jonathan Irael – geen moeite mee. Maar dat Spinoza zich met zijn TTP mengde in het al in 1664 losgebarsten debat over of er van de kansels enkel voor de Staten van Holland en niet voor de Prins van Oranje gebeden moest worden – een debat dat lang aanhield – het is voor het eerst dat ik daarover hoor. Ik herinner mij niet over die kwestie iets in de TTP te hebben gelezen – wel uiteraard het pleidooi voor onderschikking van de kerken aan de overheid; maar over deze gebedskwestie sprak Spinoza zich bij mijn weten niet uit.

Lees verder...

Nog een positieve bespreking van "Spinoza in bedrijf"

Ik ontving de tip van een deelnemer van de Spinoza Kring Limburg dat er - naast die van een recent blog - nog een bespreking van Spinoza in bedrijf van Miriam van Reijen te vinden is, en wel op de website van het Vlaamse tijdschrift De Uil van Minerva, tijdschrift voor geschiedenis en wijsbegeerte van de cultuu. 

Op de website en (nog?) niet in de gedrukte versie staat een uitgebreide bespreking door Roland Leune. Ik neem daaruit de voorlaatste alinea over:

"Het is de verdienste van deze selectie dat ze de actualiteit van Spinoza in het licht stelt maar tegelijkertijd oog heeft voor de toch belangrijke verschillen tussen zijn zienswijze en de huidige westerse opvattingen. Ongetwijfeld vormt het boek van M. van Reijen een lezenswaardige gids in het denken van Spinoza. In die zin biedt het zeker een betrouwbare introductie ten behoeve van leidinggevenden in de privé- en publieke sector. Uiteraard, maar dat geldt voor alle filosofische werken, dient de lezer open te staan voor dit soort inzichten. Dat veronderstelt een ontvankelijkheid van geest, kenmerkend voor wie reeds leeft overeenkomstig de rede. Het blijft natuurlijk de vraag of degenen die zich voornamelijk door hun passies laten leiden oog zullen hebben voor dit soort teksten. De consument die zich allerlei behoeften laat aanpraten en boven zijn stand leeft; de consument die steeds meer welvaart eist en geen genoegen neemt met wat hij nodig heeft, laat dit soort boeken gewoonlijk links liggen terwijl juist hij er het meest nood aan heeft. Hetzelfde geldt voor de producent, tenminste als die uitsluitend uit is op meer winst en zich uitsluitend door rendementsoverwegingen laat leiden."

Harold Foster Hallett (1886 - 1966) idiosyncratisch Spinoza geleerde

Opmerkelijk te ontdekken – nu ik mij enige dagen bezig houd met H.F. Hallett's 1957-boek over Spinoza dat mij intrigeert waardoor ik meer over hem te weten wil komen – dat er geen enkele pagina over deze Engelse Spinoza-geleerde bestaat. Met veel moeite en door gericht te blijven zoeken kon ik enige gegevens bij elkaar sprokkelen, maar tot heden niet z'n geboortedatum en nauwelijks biografische gegevens. Maar ik vond toch iets. Ik had eerder al twee blogs over zijn tekeningen van Spinoza (hier en hier).

Correctie (binnen enkele uren). Hoe ik dit kon schrijven... zojuist ontdek ik dat er wél pagina's met gegevens zijn [gelukkig maar: hier op wiki, en hier en hier]. [M'n enige verklaring kan zijn: ik had dagenlang problemen met Explorer en Chrome waarop ik steeds werd "aangevallen"... en werk nu met Mozilla Firefox, ongestoord wat hopelijk zo blijft].
De data van Hallett zijn dus wél bekend. Ik had z'n geboortedatum benaderd tot op 'voor 1890' - het blijkt 1886 te zijn. "Harold Foster Hallet was born in 1886, and was an engineering pupil at the work and shipyard of Messrs Young and Co at Poplar from 1904 to 1908, during which time he gained a BSc in Engineering from the University of London. In 1912 he gained an MA in Mental Philosophy from the University of Edinburgh, and went on to become a Lecturer in Logic, and Assistant in Logic and Metaphysics (1912-1916) and an Assistant in Moral Philosophy, 1915-1916. In 1919 Hallett was appointed Assistant Lecturer, 1919-1922, and Lecturer, 1922-1931, in Philosophy at the University of Leeds. He became Professor of Philosophy at King's College London from 1931 to 1951. Hallett was also the British Secretary of the Societas Spinoza, 1929-1935, Chairman of the Board of Philosophical Studies at the University of London, 1935-1945, and the author of numerous books and articles on philosophy." [tot hier de inlas van hier] Hierna gaat het oorspronkelijke blog verder.

Opmerkelijk is ook dat je hem nauwelijks geciteerd ziet en nergens serieus behandeld. Ik kon, naast enige recensies, slechts één boek vinden dat zijn Spinoza-uitleg behandelt (daar kom ik later op). Kun je daar uit afleiden dat men hem té idiosyncratisch vond en hem daarom maar links liet liggen?

Hubbeling verwijst naar hem in zijn Spinoza's Methodology, waarin hij Spinoza's notie potentia heel mager in een korte paragraaf behandelt en dan verwijst naar Hallett: “We also find a dynamic interpretation of Spinoza in H.F. Hallett, Benedict de Spinoza, London, 1957. Substance as cause is thus absolute free action of creation: it is not a thing, but selfrealizing and selfmanifesting agency (o.c. p. 13). Essence is not mere concept, but potency (o.c., 26). [..]” Het is juist dit dynamische en dit zeer centraal stellen van het begrip potentia als de essentie van de Substantie, die mij zo boeiend lijkt. Maar op zijn Spinoza-toelichting kom ik nog, eerst wat ik vond aan biografische gegevens.

Bij Hathitrust vond ik hetvolgende:

A. Seth Pringle-Pattison (lid van de British Academy, emeritus professor logica en metafysica aan de universiteit van Edinburg) hield The Gifford Lectures, 1912 en 1913, “The Idea of God in the Light of recent philosophy.” In het voorwoord van de gedukte versie dankte hij o.a. Mr. H. F. Hallett, M.A., who read the whole in proof. [Cf.] En toen deze als emeritus hoogleraar in 1922 weer The Glifford Lectures aan de Universiteit van Edinburgh hield, nu over “The Idea of immortality," dankte hij “Mr. H. F. Hallett, my former Assistant, now Lecturer in the University of Leeds. [Cf.]

We leren hieruit dat Hallett in ieder geval in 1912 z'n MA filosofie had, assistent van A. Seth Pringle-Pattison in Edinburgh was en in 1922 lector was aan de Universiteit van Leeds. Ik schat dus in dat hij ergens vóór 1890 geboren moet zijn.

Lees verder...

Miriam van Reijen's "Spinoza in bedrijf" weer positief besproken

Willy Schuermans van de "Spinoza Kring Lier" heeft een positieve bespreking van het boek van Miriam van Reijen, Spinoza in bedrijf, van passie tot actie [Amsterdam, 2013, uitgeverij Klement/Pelckmans]. [Zie hier]
  
Hij schrijft onder meer: "Het boek is in feite een bloemlezing van Spinoza-teksten, voorzien van een ruime inleiding. Het bestaat daarom uit twee delen. In het eerste, inleidende deel (50 blz.), maakt de lezer kennis met de essentialia: de biografische feiten, ‘weinig feiten, veel fictie’ en met een röntgen van de hoofdlijnen van Spinoza’s filosofie aan de hand van diens werken, afgerond met ‘vier kenmerken’ van zijn leer. Na een beschouwing over Spinoza: een wijze koopman, komt de auteur tot de kern van haar betoog:  het belang van Spinoza’s leer in het huidig economisch denken en bestel. Meteen ook het meest originele deel van de inleiding."
   
En eindigt met: "Spinoza in bedrijf is een uitstekende introductie om op even boeiende als laagdrempelige wijze kennis te maken met de filosofie van Spinoza."

Het doet er uiteindelijk niet toe...

Regelmatig ontvang ik vanwege dit Spinoza-weblog emails waarin mij vragen worden voorgelegd. Vaak heel praktische vragen, soms ook vragen om uitleg. Zo ook ontving ik enige dagen terug de volgende vraag, die ik om twee redenen in een blog beantwoord: a) wellicht heeft nog iemand anders er iets aan; b) wellicht weet iemand een aanvulling te geven op mijn antwoord of misschien een veel beter antwoord te geven. Eerst de vraag:

Goedenavond,
Ik ben momenteel een boek over Spinoza aan het lezen genaamd ''Spinoza de doornen en de roos'' (Herman De Dijn).
Het boek is prettig en begrijpelijk geschreven.
Wat ik echter verwarrend blijf vinden is dat Spinoza in zekere zin een aanbeveling doet om op een verstandige manier te leven (volgens de rede) in plaats van volgens de verbeelding en de hartstochten).
Terwijl hij tegelijkertijd ook beschrijft dat de mens geen vrije wil heeft.
Hoe kan de mens zonder vrije wil kiezen op welke manier hij zal kiezen? (de verstandige of de onverstandige manier). Of kan de mens hier niet uit kiezen en is het grootste deel van de mensheid gedoemd om onverstandige keuzes te maken?

Ik hoop van u te horen,

J. 

Lees verder...

Inutilis scientia Spinozana [25] Spinozahuis in De Gids

Gôh, alweer een Inutilis scientia Spinozana..., maar ja, het is ook loomwarm.

Vandaag viel, mét De Groene Amsterdammer, tevens De Gids jg 177 [2014/5] in de bus, het Zomernummer dat als thema "Liefde als kunde" heeft. Erdoor bladerend en hier en daar wat lezend, zie ik als illustratie bij het verhaal "Smeltende vrouw" van Marte Kaan, een foto van een vrouw en een man bij het Spinozahuis. Aan de rand van de foto staat: Jungman Lee / Gerrit Rietveld Academie.
Dat de foto bij het Spinozahuis genomen is, staat er niet bij en ook in het verhaal zelf speelt dat huis geen rol.
Het is gewoon zomaar een illustratie. Of, nee, het is kunst!

Maar dat er een foto van mensen bij het Spinozahuis in Rijnsburg in De Gids van zomer 2014 staat, is gezien - is niet onopgemerkt gebleven.

Inutilis scientia Spinozana [24] "Opgetekend gesprek"

Regelmatig ging ik even kijken op de website van de VHS of het programma van de Zomercursus die maandag 28 juli begint, al helemaal rond was, maar tot en met vandaag is daar te lezen voor vrijdagochtend 1 augustus: "Spreker gevraagd; onderwerp wordt nog bekend." 
Maar zie, vandaag ontvangen de deelnemers het programma met een documentatiebundel. En nu blijkt dat die vrijdagmorgen zal worden ingevuld door Jan Knol, die het zal hebben over "Schleiermacher, vader van de moderne theologie en Spinoza." Uiteraard gaan we in gedachten achter theologie een komma zetten, anders wordt Schleiermacher de vader van Spinoza genoemd.

En laat nu net vanmorgen... 

Deze rubriek heeft als voorbeeld de rubriek op de achterpagina in Trouw "Nutteloze kennis", waaarvoor lezers weetjes die geen groot belang hebben, maar toch interessant kunnen zijn, mogen aandragen. De andere rubriek is "Opgetekend gesprek", waarvoor lezers een gesprekje dat ze meemaakten of hoorden, kunnen inzenden.
                                                 ... en laat nu net vanmorgen... 

               

Wie weet meer van deze Spinoza-penning?

Weer eens blijkt dat ik in mijn verzamelblog met beelden van Spinoza nog niet alle munten, penningen en medailles met Spinoza heb, want vandaag kreeg ik een vraag van iemand die onderstaande penning bezit, of ik wellicht weet wanneer precies en bij welke gelegenheid hij geslagen is. Wat die eigenaar wel weet is dat hij is geslagen door de Koninklijke Nederlandse Munt in de periode 1989-1999 (Mercuriusstaf met muntmeesterteken pijl en boog).

Verdere gegevens:
Diameter: 40 mm
Gewicht: 20 gram
Rand: glad zonder tekst
De penning is verguld 

              

                

 Dus als u iets meer weet: graag uw reactie of eventueel een e-mail (te vinden rechts bovenaan de 'links').

Spinoza-tattoo

De Pool Leszek Pietrzak maakte voor de (zijn?) Tattoo Studio Überink een aantal ontwerpen voor "self-made-up philosophical tattoos". Dat deed hij o.a. in het kader van een door hem geschreven thesis. [Cf.]

Misschien iets voor een bezoeker van dit Spinoza-blog? 

Maar kijk dan eerst ook hier naar de Spinoza-tattoo van Leon Kuunders. Of hier naar die van  Shannon Dea.

 

Spinoza's Platoonse kant

In Turkije werd in december 2012 aan de Yildiz Universiteit in Istanbul een conferentie gehouden over “Proclus Diadochus of Constantinople and his Abrahamic Interpreters.” Dat werd gedaan ter herinnering aan het 1600e geboortejaar van dit vierde laatste hoofd van de Platoonse Academie.

Over Proclus Diadochus lezen we in Piet Steenbakker's Ethica from Manuscript to Print

When speaking of the so-called 'Euclidean' model, it should be noted that this is the result of a long historical process of transmission, reception and interpretation, rather than the conscious creation of Euclid. The captions over the principles - 'definitions', 'postulates', 'axioms' - are interpolations of a later date. The clean-cut, systematic differentiation between them is mainly the work of Proclus Diadochus (fifth century CE). In a commentary on the first book, the latter construed the Elements as an axiomatic system, with the three types of principles on the one hand, and propositions (problems, theorems) deduced from them on the other. The commentary had its editio princeps together with the Greek text of Euclid's Elements in 1533 and played an important part in the debates on method in the sixteenth and seventeenth centuries. Its account of Euclid's method is in fact an attempt to fuse the practical application of the deductive system of the Elements with Aristotelian notions of scientific procedures as set forth in the Analytica posteriora. This is also reflected in Proclus' choice of terminology.” [blz. 140]

Lees verder...

Spinoza's geheime alchemistische leer (??)

Zelden las ik een merkwaardiger, ja vreemder artikel of hoofdstuk inzake Spinoza dan dat van María José Villaverde Rico, “Spinoza’s Paradoxes: An atheist who defended the Scriptures? A freethinking alchemist?”, in het boek dat zij samen met John Christian Laursen redigeerde, Paradoxes of Religious Toleration in Early Modern Political Thought [Lexington Books, 2012 - cf. Blog].

Het hoofdstuk is in z'n geheel op Academia.edu te vinden. Dat het stuk nogal warrig in elkaar steekt, want qua hoofdboodschap niet of nauwelijks past in een boek over religieuze tolerantie, zodat ze begint over de vraag of Spinoza als atheïst kan worden gezien, en hoe een atheïst dan met een verdediging van de Bijbel zou komen, uitmondend in de Zeven Dogma’s van het algemeen aan te hangen geloof, daarover wil ik het verder niet hebben.

Maar uit alles blijkt dat het ’t thema van het tweede deel van haar stuk is dat haar vooral interesseert: n.l. alchemie. Zij bespreekt, maar dat beperkt, de breed gedragen alchemistische interesse onder wetenschappers e.a. in de 17e eeuw, en gaat al snel over op het alchemistische van Spinoza en zijn bent.

Lees verder...

Viert de Delftse Spinozakring straks z'n eerste lustrum?

Op 31 juli 2012 had ik een blog over de Delftse Spinozakring die ik toen net op het spoor was gekomen, maar die al sinds 2009 bleek te bestaan. Vorig jaar september berichtte het Protestants Kerkblad Delft [nr. 16] dat een tweede Spinozakring een feit was.

"Al vier [inmiddels dus vijf] jaar lang studeert een enthousiaste groep (11 deelnemers) van een der grootste denkers in Nederland, Benedictus de Spinoza (1632-1677). In het komende jaar wordt de studie afgerond met het lezen van het Vertoog Over De Verbetering Van Het Verstand én het Politiek Tractaat. om 20:00 uur.

Ondertussen is de aandacht voor Spinoza niet onopgemerkt gebleven en hebben zich alweer 16 deelnemers aangemeld die zich het komende seizoen wagen aan de Ethica van Spinoza. Mocht iemand nog belangstelling hebben, bij 20 deelnemers stopt de teller.
Ds. Jurjen G. Fennema" [zie hier een interview met hem, waarin hij ook over z'n Spinozakring spreekt]

De Delftse Spinozakring komt bijeen in de Vierhovenkerk. "Wie aan Delft denkt, denkt aan Delfts blauw", is een motto dat op de website van de gemeente Delft veel gebruikt wordt. Het was ook merkbaar aan het blauwe logo van de Delftse Spinozakring. Maar dat logo met "Circulus Delphiae Spinozae" werd vorig jaar niet meer gebruikt. In plaats daarvan een logo met "Delft Denkt". Zou dat die sterke toename bevorderd hebben, terwijl het eerste misschien een drempel opwierp?

Begrijpen is hoog stijgen (soms te hoog)

Sinds een week is er een Russsiche Spinoza community op twitter, vk en facebook, maar ik heb niet de indruk dat het om Spinoza gaat (lijkt eerder iets weg te hebben van spinoza.it) - behalve dit plaatje dan:

Lees verder...

Nog een Spinoza-tekening van H. F. Hallett

Op 24 augustus 2008 bracht ik een blog over "De Spinoza van Harold Foster Hallett". Ik had namelijk ontdekt dat de afbeelding die ik soms op internet tegenkwam, van de hand was van prof. Harold Foster Hallett (1886-1966), die van 1931 - 1951 hoogleraar in filosofie was aan het King's College in London; tevens was hij een tijdlang Brits secretaris van de Societas Spinozana. Ik plaats die afbeelding nog eens aan het eind van dit blog. Onlangs merkte ik dat de titel van dat blog ("De Spinoza van Harold Foster Hallett") niet juist was, want voor zijn boek

H. F. Hallett, Benedict de Spinoza. The Elements of His Philosophy
[University of London, Athlone Press, 1957]
maakte hij nóg een tekening, n.l. deze:

Lees verder...

Lucas Schacht (1634-1689) behoorde ook hij wellicht tot de Kring van Spinoza?

Zijn naam in dit verband was ik nog niet eerder tegengekomen. Jonathan Israel en Wim Klever noemen hem niet. Ook bij K.O. Meinsma en Frank Mertens komt zijn naam niet voor. Maar ik stuitte op een tekst van Ferd Sassen uit 1962, Het wijsgerig onderwijs aan de Illustre School te Breda (1646-1669) [KNAW- PDF], die enige geïnformeerde vermoedens hierover formuleert. Er bevonden zich aardig wat artsen in het Collegium Spinozanum en misschien was deze Schacht er één van.

Lucas Schacht studeerde in Leiden waar hij op 19-jarige leeftijd in 1653 z'n kandidaats theologie haalde, niet beroepen werd en dan maar overstapte op natuur- en geneeskunde. Hij volgde wijsbegeerte, vooral de redeneer- en zedekunde bij Adrianus Heereboord. Op 6 februari 1668 verdedigde hij een Disputatio philosoph., continens Positiones ex universa philosophia desumtas (L.B. 1660. 4o.). Het jaar erop voltooide hij z'n medische studie met een Dissertatio, mulieris artuum contortione ac rigiditate laborantis historiam et curam describens (L.B. 1661. 4o.), waarna hij geneesheer te Leiden werd. Al in 1663 was hij door de Curatoren gemachtigd, om op dagen waarop geen openbare lessen werden gegeven, over de wijsbegeerte of de geneeskunde voorlezingen te houden. Op 29 januari 1670 werd hij tot gewoon hoogleraar in de geneeskunde aangesteld en op 8 mei van dat jaar sprak hij de oratio uit de medicinae ortu atque progressu. Twee jaar werkte hij samen met Sylvius. Boerhaave prees Schachts onderwijs en vond hem "een man van ongelooflijke vlijt en bekwaamheid, te regt beroemd om zijne geleerdheid en veeljarige geneeskundige praktijk. In die kunst had hij bijna het hoogste toppunt bereikt, en wat de medische wetenschap betreft, volgde hij een geheel anderen weg dan Theodorus Craanen. Hij toch was gewoon de studenten zelf naar het ziekehuis te geleiden, hen bij de lijders, die onderzocht moesten worden, te brengen, hun de ziekten uit de verschijnselen te leeren kennen, onderscheiden en behandelen, terwijl hij hun tevens bij het doen der lijkopeningen, de verborgenste ziekte-oorzaken aanwees. Daarom heeft Bernhard Albinas dikwijls met opgetogenheid gesproken over de groote en vele verpligtingen, die hij had aan de trouwe toespraken, vermaningen en opmerkingen van dezen bescheidenen en zachtmoedigen man en aan zijn voortreffelijk, door de uitkomst gedurig bevestigd, voorbeeld." [Cf.]

Lees verder...

Werken van Dr. Louise Thijssen-Schoute staan online

C. Louise Thijssen-SchouteTerwijl ik mij aan het voorbereiden ben op een blog waarmee ik binnenkort wil komen, ontdekte ik vandaag dat de Thijssen-Schoute Stichting die door een legaat van haar ontstond, op enig moment de werken van Dr. Louise Thijssen-Schoute op haar website online heeft gezet.

Ik had twee blogs over haar, op 29 dec 2009 en op 12 maart 2010. In het tweede blog  concludeerde ik: "Misschien is het maar goed dat het van een Nederlands spinozisme van haar hand niet meer gekomen is." Terwijl dat wel haar bedoeling was. In vele passages die ik in haar boek Nederlands Cartesianisme toen las, proefde ik nergens echte en oprechte affiniteit met Spinoza. Nu hebben we, 60 jaar na haar Nederlands Cartesianisme het boek over de Spinoza-receptie van Henri Krop - toch een Nederlands spinozisme.

Maar door haar documentaire opzet is haar Nederlands Cartesianisme nog altijd wel een rijke goudmijn - ook op het vlak van het spinozisme. Goed dus dat dit en haar andere werk als PDF wordt aangeboden. Ik neem hier de links erheen over:

Lees verder...

Het vinden van de Opera Posthuma op internet

Als iemand in een bibliotheek een boek op een verkeerde plaats zet, kan het of 'voor altijd' zoek blijven, of teruggevonden worden door toeval of door systematisch alles afstruinen.

Datzelfde kan ook bij Google gebeuren. Af en toe kom je een boek tegen dat de verkeerde cover en het verkeerde "identiteitskaartje' bijgevoegd kreeg.

Vandaag overkwam mij dat met een exemplaar van de Opera Posthuma dat ik toevallig met die verkeerde cover en aanduiding langs zag komen. Ik ging meteen kijken of books.google het doorgaf als ik om de Opera Posthuma vroeg, maar dat gebeurde dus niet.

Tweemaal is een exemplaar van de Universiteit van Gent ingescand.

Op 31 aug. 2009 en met minstens twee url's of code's weggezet: deze en deze [dit had ik al eens doorge-geven in een blog van 6 nov. 2010]

Op 15 okt. 2012 met deze url

Die krijgt u dus als u Spinoza Opera Posthuma ingeeft.

Het exemplaar van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag krijg je dan niet, maar ook dat is ingescand.* Het kreeg echter, zoals gezegd, een volkomen verkeerde cover en 'identiteitskaartje mee. Het is weggezet als

John Mason, Benjamin Choyce Sowden, Verhandeling van de zelfkennis: ten aanzien van ons weezen ....[Rotterdam] by Jakob Burgvliet, 1677 [books.google] Maar dat ís dus de OP!

Lees verder...

Spreken van "Mentis duratio" was inadequaat - een fout van Spinoza

Het lijkt moeilijk te begrijpen dat toch tamelijk veel uitleggers van Spinoza inzake het tweede deel van het Vijfde deel van de Ethica de term 'onsterfelijkheid van de ziel' in de mond namen, terwijl de term onsterfelijkheid daar helemaal niet voorkomt. Dat tweede deel vangt aan bij 5/21.

Spinoza heeft het over de 'eeuwigheid' van 'een deel van' de geest. Dat 'deel van' is al een enigszins oneigenlijke manier van spreken, maar daar betreft het dus die aspecten van de geest die te maken hebben met het lichamelijke dus tijdelijke bestaan: het bestaan in de tijd met een lichaam-geest-eenheid (met verbeelding, geheugen etc.). Het gaat Spinoza er daar om aan te geven dat de geest een eeuwig aspect heeft, namelijk het wezen zoals het begrepen moet worden vanuit en in het wezen van God - en die is eeuwig. En van daaraf begint hij te spreken over dingen beschouwen onder het aspect van de eeuwigheid, sub specie aeternitatis - de eeuwigheid der dingen inzien.

En daar, vanaf 5/22 zal hij beklemtonen dat eeuwig geen relatie heeft met de tijd en dat we bij eeuwige zaken niet van 'duur' moeten of kunnen spreken (o.a. in 5/23s, 5/29d etc.).

In definitie 8 van het Tweede deel had hij duur aldus gedefinieerd: "Duratio est indefinita existendi continuatio." ['Duur' is een onbepaalde voortzetting van bestaan, vert. Krop; Duur is onbegrensde voortzetting van bestaan, vert. Van Suchtelen]; en uit het hele verdere gebruik van de term en de behandeling ervan blijkt dat het gaat om het formele of actuele bestaan in de tijd - met een begin en een eind. Duur is 'durende tijd'. En tijd heeft niets met eeuwigheid van doen.

Lees verder...

Saul van Messel, In de Jodenhoek geboren. Spinozanum poëticum

Jaap Meijer, Heemstede 1980 - Foto: Bert NienhuisZojuist onderging ik een dubbele ontroering. De eerste overkwam mij toen ik (nu pas, maar toch eindelijk) ontdekte dat de joodse historicus Jaap Meijer (1912-1993) onder zijn pseudoniem Saul van Messel in 1977, als een hommage aan de 300 jaar eerder overleden Spinoza, een kleine dichtbundel in een oplage van 77 stuks had uitgegeven. In het blog dat ik op 5 september 2011 over hem schreef, vermeldde ik wel zijn dichtersnaam, maar was mij van dit dichtbundeltje niets bekend:

Saul van Messel, In de Jodenhoek geboren. Spinozanum poëticum. Carlinapers, 1977

Mijn tweede ontroering was toen ik na ontdekking van het bestaan ervan naar dat bundeltje op zoek ging, terecht kwam op de onder auspiciën van Crescas uitgegeven website De joodse bibliotheek. En daarop was heel veel werk van Jaap Meijer/Saul van Messel handig gedigitaliseerd. Zie hier zijn pagina. Men kan er door de boeken bladeren, maar ze ook als PDF downloaden. Het was lang geleden dat ik er een 'bezoekje' aan had gebracht en er was intussen ontzettend veel meer werk op geplaatst. Chapeau!

Ik haal hier als illustratie de titelpagina en de laatste pagina met het kolofon naar binnen. "In de" dat aan "Jodenhoek geboren" voorafgaat, staat op de linkerpagina. Door op de afbeeldingen te klikken kunt u de eenvoudige, warme gedichtjes daar lezen.