Weblog over Spinoza, Spinozisme en Spinozana

De naturâ Rationis est res sub quâdam æternitatis specie percipere
Het is de rede eigen om het eeuwige der dingen te zien.                                 Spinoza, Ethica II, 44 c2

Spinoza’s meest
waarschijnlijke
beeltenis
 

Spinoza's beeldengalerij 

Spinoza’s zegel met 'caute'

Spinoza merchandising

      Iconographia Spinozana

               1632   -   1677 

Spinoza-schilderijen, etsen, gravures & illustraties 

Spinoza-cartoons, comics & illustraties

Corpus Poeticum Spinozanum

Johannes Colerus, Korte, dog waaragtige levens-beschryving van Benedictus de Spinoza [PDF] Ethica-vert. van Dionijs Burger [PDF] Tractatus Politicus vert. van dr. Willem Meijer [PDF]                            Blogger en curator: Stan Verdult

Studies over de scientia intuitiva kunnen er nooit genoeg zijn

Graag attendeer ik weer eens op een interessante master thesis:

Bernadette Reisinger, „Das Problem der scientia intuitiva als Erkenntnis der Essenz des Einzeldings. Eine kritische Relektüre der dritten Erkenntnisart in Spinozas Ethik“. Master of Arts-thesis, Universität Wien, 2016 – academia.edu

Om een idee te geven haal ik hier de inhoudsopgave en (liever dan het abstract) een deel van de inleiding naar binnen. Het geeft een duidelijk beeld van het onderwerp, maar ook van de heldere stijl. Opmerkelijk vind ik wel dat de dissertatie van Sanem Soyarslan, Reason and Intuitive Knowledge in Spinoza’s Ethics: Two Ways of Knowing, Two Ways of Living (2012) door haar niet is gezien. Zo ontzettend veel literatuur over de scientia intuitiva bestaat er nu ook weer niet. Daarentegen ontsluit zij weer wel andere minder gemakkelijk vindbare literatuur. Ik vind het dan ook wel een indrukwekkend en nuttig werkstuk. Mooi dat het ons zomaar in de schoot wordt geworpen.

Lees verder...

Modificatie van het Spinozahuisje in Rijnsburg

Deze oude foto van het huidige Spinozamuseum laat zien hoeveel er in de loop der tijd aan het huisje is veranderd. Wanneer de foto gemaakt is, wordt er niet bij vermeld, maar het zal ergens begin vorige eeuw geweest zijn.

Lees verder...

Spinoza over humor en lachen: je kunt niet tegelijk lachen en filosoferen

In Trouw lees ik dat het zomernummer van Filosofie als thema “humor en lachen” heeft. Onder de zes artikelen erover is er een van Miriam van Reijen. Het zou me niet verbazen als ze zichzelf heeft laten inspireren door haar paragraaf over “Humor: inzicht dat verlicht” in haar boek Spinoza. De geest is gewillig, maar het vlees is sterk [Kampen: Klement-Pelckmans, 2008].


Ik heb in diverse blogs aandacht gegeven aan Spinoza en de lach (zie onder). Hier citeer ik een passage uit zijn brief aan Oldenburg t.t.v. de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog:

Lees verder...

Jacob Ostens (±1630 - 1678) was vermoedelijk bevriend met Spinoza en adressant van brief 43

Dat Jacob Ostens vermoedelijk of voor mijn part waarschijnlijk, de adressant was van Spinoza’s brief nr. 43 is en blijft een toeschrijving, een aanname, hoezeer men ervan overtuigd mag zijn en zich er zeker over mag voelen. In de OP heeft deze brief slechts de aanduiding: I.O. Er is een tijd geweest dat men hierin Isaac Oriobo de Castro vermoedde [cf. blog]. Uit een briefje van G.H. Schuller aan Leibniz leidde Johannes van Vloten af dat het om een Rotterdamse chirurg Johannes Osten moest gaan en onverschrokken kwam – zonder enige toelichting in een voetnoot - in de uitgave die hij met Land verzorgde en waarin hij de brieven hernummerde, Benedicti de Spinoza: Opera Quotquot Reperta Sunt (1882) bij brief XLIII die naam te staan.

In zijn Spinoza en zijn Kring (1896) toonde K.O. Meinsma aan dat Johannes Osten niet voorkwam in de lijst van het Rotterdamse Chirurgynsgilde, maar wel Jacob Ostens, die tevens collegiant was en afkomstig uit Utrecht, waardoor hij de arts Van Velthuysen gekend kon hebben. Voor hem waren dit genoeg aanwijzingen om ervan uit te gaan dat het bij deze brief om deze Ostens moest gaan. En sindsdien wordt dit als feit geaccepteerd.

Wat mij hogelijk verbaasd is dat de Briefwisseling ons over zulke zaken geen mededelingen doet. Het lijkt een simpele feitelijke waarheid te zijn geworden.

Edwin Curley gaat zelfs zover in zijn The Collected Works of Spinoza, Volume II, waarin “Letters: January 1671-Late 1676,” te noteren: "This correspondence was conducted through Jacob Ostens, to whom Letters 42 and 41 are nominally (SIC!) addressed.” [note 3 p. 357] - books.google.

Lees verder...

Spinoza over hilaritas…

… opgewektheid (vertaalt Krop) - vrolijkheid (aldus Vermeulen).

Het is een nogal apart affect. Aan de ene kant noemt Spinoza het in 3/11s naast aangename prikkeling (titilatio - 'kitteling' vertaalt de NS) een blijdschap die zowel op het lichaam als de geest betrekking heeft, maar in de Definities van de affecten aan het eind van Deel III, schrijft hij in de uitleg bij de Aff.Def. 2 (blijdschap) en 3 (droefheid) dat hij de titilatio, hilaritas, melancholia et dolor niet verder behandelt, daar ze vooral op het lichaam betrekking hebben en louter soorten blijdschap of droefheid vormen. En in Deel IV, waarin hij allerlei affecten nader beoordeelt, lezen we in stelling 42 dat we opgewektheid niet in bovenmatige vorm (hilaritas excessum) kunnen hebben, daar zij steeds een goed is. In het bewijs lezen we dat dat komt daar het in geval van hilaritas gaat om blijdschap die gelijke aandoening van alle delen van het lichaam betreft, zodat het vermogen van het lichaam om te handelen daardoor vergroot of ondersteund wordt. In de volgende stelling lezen we dat dit in tegenstelling staat tot titilatio (aangename prikkeling) die een kwaad is, daar die slechts op een of meer delen betrekking heeft en daarom kan maken dat het lichaam niet in staat is op veel andere manieren aangedaan te worden.

Enfin, er is alle aanleiding om eens een diepgaand onderzoek te doen naar wat Spinoza hiermee zoal bedoelt. En zie, zo’n nadere studie is opgepakt door

Lees verder...

Het Bijzonder Hoogleraarschap Spinozastudies van Piet Steenbakkers komt ten einde

 

Vanaf begin juli was bekend dat er op 2 september een afscheidssymposium in Utrecht zou zijn bij gelegenheid van het met emeritaat gaan van Piet Steenbakkers, zoals blijkt uit deze tweet van 4 juli van Els van Swol en deze tweet van Chris Meyns de dag erna. [Cf. het bericht bij de Univ. Utrecht). Ik zag nog geen aanleiding er een blog aan te wijden. Wel raadpleegde ik regelmatig de website van de VHS en verbaasde mij zeer dat t/m gisteren in de agenda van de Ver. Het Spinozahuis niets vermeld stond over dit afscheidssymposium, terwijl Steenbakkers toch namens de VHS bijzonder hoogleraar Spinozastudies is aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Maar zie, gisteren of vandaag ontvingen de leden van de vereniging een uitnodiging voor die bijeenkomst en vandaag staat het programma dan toch in de agenda vermeld [cf.].

De lezingen (waarvan twee in het Frans zullen worden uitgesproken) zullen, net als Steenbakkers afscheidslezing 'Spinoza, de legenden voorbij', in het Engels worden vertaald en in een boekje door uitgeverij Het Spinozahuis diezelfde dag al verschijnen met dezelfde titel als het symposium: Spinoza Research: To Be Continued. Ik zal volstaan met het lezen van dat boekje.

Het is niet aan mij om een evaluatie van Piet Steenbakkers twaalfjarige bijzonder hoogleraarschap Spinozastudies te geven, maar ik wil er wel toe bijdragen en wil hier kwijt dat ik niet echt onder de indruk ben en vooral niet tevreden. De titel van symposium en boekje, “Spinoza Research: To Be Continued,” komt op mij enigszins over als een gotspe. Ik ben niet tevreden vanwege wat ik allemaal mis.

Lees verder...

Inutilis scientia Spinozana [218] Spinoza op wikikids

Er bestaat ook een wiki voor kinderen: wikikids.nl – en daarop staat (ik weet niet hoelang) ook een pagina over Spinoza. Ik vind het nogal een schande dat kinderen zo’n merkwaardig beeld van Spinoza wordt bijgebracht.

De logica: “Het opschrijven van ideeën en gedachten zorgde ervoor dat Spinoza boeken schreef.”

Vreemde foutjes als: “de reden volgen en zich niet laten afleiden van emotie.” (twee foutjes ineen)

En zie eens wat een invloed Spinoza had:
“Doordat Spinoza zijn gedachten en ideeën opschreef, ontstond er de vrijheid van meningsuiting.”

Aan de “Korte Verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand" wordt ten onrechte de titel toegevoegd: "Tractatus de Deo et homine etjusque felicitate" (alsof die titel van Spinoza was, i.p.v. van Johannes van Vloten).

Over de TTP: “God spreekt door de profeet en profetie ontleent haar gezag aan het gegeven dat zij door God is geïnspireerd.”

De "Stelkonstige reeckening van den regenboog" & "Reeckening van kanssen vraeg - Stucken" zouden ook van zijn hand zijn en eveneens in 1677 zijn gepubliceerd.  

En dan de externe links, zoals

Canonitem Spinoza Deze heeft kennelijk nog niemand van de makers aangeklikt (in de url zit ’n fout; en trouwens wie noemt een link nu ‘canonitem’?). En  

Lees verder...

Mihály Babits (1883 - 1941) schreef gedicht over Spinoza-beeld van Mark Antokolsky

In mijn blog van 23 september 2008, Mihaly Babits (1883-1941) - 'Op het Spinoza-beeld', had ik het fraai gedicht van de beroemde Hongaarse dichter overgenomen uit Wim Klevers artikel 'Spinoza in Poetry' [in Studia Spinozana Vol. 5 1989], zonder de veronderstelling mee te nemen dat “the statue probably a replica of the famous statue of Hexameter in The Hague” was. Had ik een vermoeden... ?

Nu kwam ik bij mijn speurtochten door het tijdschrift Studia Spinozana in het nummer van een jaar ervoor [Vol. 4, 1988] in het artikel van Gébor Boros over “Spinoza in Hongarije” dit gedicht tegen in het Hongaars en een Duitse vertaling door Láscló Márton, die de titel ‘A Spinoza-szobor elótt’ vertaalt als “Vor Spinozas Büste” – Boros zelf vertaalt ‘op het Spinoza-beeld’. Van hem stamt, zie ik, de veronderstelling dat de titel “wohl auf die berühmte Statue vor dem Haus in der Paviljoensgracht anspielt.”

Maar het ging over het Spinoza-standbeeld van Mark Antokolszky
Uit een
artikel van ene Egy Kapcsolat Eseménye over Babits Mihály en Kosztolányi Dezsõ, blijkt dat Babits Mihály in correspondentie met de laatste spreekt over zijn bestudering van de Ethica en later in hun correspondentie gaat het meermalen over het gedicht over het Spinoza-beeld. En dat bleek te gaan over een replica
van het standbeeld van Mark Antokolszky dat Babits Mihály op zijn bureau of op een plank boven zijn bureau had staan. In ieder geval had hij, als hij achter zijn bureau zat, tegenover zich het Spinoza-beeld. Daarover gaat dus dat gedicht. Ik neem het hierna via een scan uit Boros´ artikel eerst in het Hongaars dan het Duits:  

Lees verder...

Discussie over het 'Graat-Spinoza'-schilderij verplaatst naar de VS

Het is de eigenaar van het schilderij, Constant Vecht, gelukt om de aandacht voor het schilderij naar de VS van Amerika te verplaatsen. Gisteren had Menachem Wecker *) een artikel erover in het Smithsonian Magazine [cf.]

Aan het woord komen Eric Schliesser, Rebecca Newberger Goldstein, Steven Nadler en anderen. Was ik tot heden de enige die in het openbaar de mogelijkheid van een vervalsing opperde, in het laatste blog dat ik aan het schilderij wijdde, “Open brief aan de eigenaar van het 'Graat-Spinoza'-portret,” hier is het Eric Schliesser die deze mogelijkheid oppert: “My brain recognizes that it could easily be a forgery.” Ook Rebecca Newberger Goldstein en Steven Nadler geloven niet zo in de mogelijkheid dat Spinoza voor dit schilderij geposeerd zou hebben. De laatste voegt er nog aan toe dat het voor de kennis van het gedachtegoed van de filosoof niets uitmaakt.

 

________

*) Menachem Wecker covers art, religion, and education for Washington Post, Houston Chronicle, Deseret News, National Catholic Reporter, Jewish Daily Forward, and others. A former education reporter at U.S. News & World Report, he is co-author of the recent book Consider No Evil: Two Faith Traditions and the Problem of Academic Freedom in Religious Higher Education. He holds a master's in art history from George Washington University.

Hoe Wilhelm Dilthey Shaftesbury bij Goethe de plaats van Spinoza wilde laten innemen

“Goethe war niemals Spinozist” claimde Wilhelm Dilthey halverwege zijn artikel “Aus der Zeit der Spinoza-Studien Goethe’s” op pagina 333 [in: Archiv für Geschichte der Philosophie, VII. Band 3. Heft, 1894, S. 317 – 341]. In een eerder blog, “Wilhelm Dilthey {1833 - 1911) schreef "Aus der Zeit der Spinoza-Studien Goethe's", gaf ik enige algemene informatie over Dilthey en de vindplaatsen plaatsen naar deze studie van hem.

Diltey en tien jaar eerder Bernhard Suphan, zaaiden twijfel over het tamelijk algemeen ontstane beeld over Goethe als Spinozist. Een beeld dat ook wel eens overdreven kon worden zoals enige jaren na Dilthey’s Goethe-artikel door Max Grunwald, die berweerde: “Ohne Spinoza kein Goethe. Ohne Goethe kein Spinoza” [Spinoza in Deutschland [1897] cf. blog]. Daar werd dus twijfel over gezaaid.

Martin Bollacher begint er zijn Der junge Goethe und Spinoza: Studien zur Geschichte des Spinozismus in der Epoche des Sturms und Drangs [Walter de Gruyter, 1969 – books.google] mee:

Bernhard Suphan's en Wilhelm Dilthey's "kategorische Reduzierung des Goetheschen Spinozismus auf sekundäre, zeitlich eng begrenzte Rezeption und prinzipielle Abhängigkeit von Herder lieβ Goethes Spinozabekenntnis und den Spinozismus seiner Werke nur noch mehr zum Stein des Anstoβes werden. (p. 2)

Suphans These sei nun hier noch einmal wiederholt. In seiner Abhandlung “Goethe und Spinoza. 1783-86”, die in Berlin 1881 erschien, steht der für die Goetheforschung so folgenreiche Satz: „Vor dem Jahre 1784 kann von wirklicher Spinozakenntnis bei Goethe nicht die Rede sein". Und ein Dezennium später stützt Diltheys Autorität diese These: „Wir wissen, daß Goethe im Winter 1784/85 zuerst den Spinoza gelesen hat." (p. 14)

Maar waarom die twijfelzaaierij? Wat zat daar achter?

Lees verder...

Signalement: Spinoza-artikel in zomerdossier Sciences Humaines

Ariel Suhamy *) heeft in het Grands Dossiers N° 43 - juin - juillet - août 2016 met het thema "La philosophie, un art de vivre" van het Magazine Sciences Humaines, een artikel over "Spinoza (1632/1677) - Un art de la joie". Alleen de beginalinea's van het artikel staan op internet te lezen.  [Cf.]

*) Docteur en philosophie et directeur de la collection « Vie des idées » aux Puf, il est notamment l’auteur de Spinoza pas à pas, Ellipses, 2011 et, avec Alia Daval, Spinoza par les bêtes, Ollendorff et Desseins, 2008 [cf. blog].

Lees verder...

'De koning onder de instrumenten' (W.A. Mozart) voor 'de prins onder de filosofen' (Gilles Deleuze)

Heb dit momenteel nodig om alles weer enigszins op de rails te krijgen. Daarom deze fraaie CD die nog steeds te koop is en toch al enige jaren op Youtube staat; misschien bevordert dat verkoop? [Cf.]

Organist Jonathan Dimmock speelt J.S. Bach op 't 1738 Müller Orgel in de St. Bavokerk te Haarlem. Mijn lievelingsstuk, de Passacaglia, staat er ook op; niet zo spannend als in mijn lievelingsuitvoering [cf, blog], maar het blijft mooi.  

Lees verder...

'Is-ie het of is-ie het niet?'

U mag voor uzelf raden uit welk schilderij dit een detail is.
Morgen zal ik 't verklappen. 

Aanvulling 16 augustus 2016: Het is een detail uit

Lees verder...

Alsof de weg naar dit blog ineens vergeten is

Alsof niet meer geweten is welke grote verzameling Spinoza-afbeeldingen hier verzameld is, vraagt in een tweet

 

Ik vermeldde de naam van de kunstenares onlangs nog op dit blog. Het is de vraag of de vraag serieus gemeend is.

Lees verder...

Wilhelm Dilthey {1833 - 1911) schreef "Aus der Zeit der Spinoza-Studien Goethe's"

In het kader van enige blogs over Spinoza en interpretatie, passen heel goed een paar blogs over deze Duits historicus, psycholoog, socioloog en filosoof die vooral bekend is als degene die naast de natuurwetenschappen een eigen plaats opeiste voor, zoals hij ze noemde: geesteswetenschappen. Hij hield zich zeer bezig met het ontwikkelen van hermeneutiek als manier van verstaan. Als samenhang van beleving, de uitdrukking ervan en het vervolgens verstaan ervan. Verstaan,  verstehen, zag hij als het inleven in en nabeleven van een in een uitdrukking geuite beleving van een ervaring. Het uiten gaat van binnen naar buiten; verstaan beweegt zich in omgekeerde richting: van waarneembare uiting naar begrip van betekenis, van buiten naar binnen. Verstaan is een (poging tot) reconstructie van betekenis. We kunnen verstaan omdat we in een domein van gemeenschappelijkheid opgroeien.

Aan de geesteswetenschappen lag juist het ervaren, beleven, uitdrukking geven daaraan en het verstaan daarvan ten grondslag. Daarbij had zijn hermeneutiek oog voor historiciteit: ervaringen en belevingen gebeurden niet in een luchtledig, maar op een bepaalde tijd en in een bepaalde cultuur in een historische context. De werkelijkheid zoals we die ervaren is altijd een op een bepaalde wijze beleefde werkelijkheid, verbonden met praktische doeleinden en veelal ook met een esthetische waardering. Het subjectief ervarene is niet alleen iets persoonlijks, maar heeft culturele en historische dimensies. Hij zag de mogelijkheid voor, door geesteswetenschappen te ontdekken, objectieve waarheid op dit vlak. Daar het object van de geesteswetenschappen hemelsbreed verschilde van dat van de natuurwetenschappen, lag daarin hun bestaansrecht.

In eerdere blogs had ik het al eens over de volgende onderwerpen waarmee Dilthey zich bezig hield:

Lees verder...

Spinoza-illustratie van Inky Water

Inky Water maakte voor de reeks Vector Illustraties van ShutterStock dit beeld van Dutch philosopher - Baruch Spinoza. Het is "Verkrijgbaar in hoge resolutie en meerdere maten om aan de behoeften van uw project te kunnen voldoen." Ik kan me geen project voorstellen, waarbij deze illustratie in een behoefte voorziet, maar wie weet: zie aldaar.

Ik heb het beeldmerk er alvast uit verwijderd.
En, O ja, ik heb de afbeelding ontdaan van de betwistbare mededeling: "God exists and is abstract and impersonal." Dat laatste klopt, maar het eerste, abstract, is zeker niet zoals Spinoza erover dacht. Hij zag God juist als het meest werkelijke. Dus, weg met die slogan.

 

Met Spinoza via libertas de æternitas bereiken

Weer kan ik wijzen op een mogelijk interessante dissertatie die ik op internet tegenkwam

Michael Andrzej Misiewicz, Free for Eternity. Spinoza's Philosophical Eschatology. A PhD dissertation presented to The School of Arts & Humanities King's College London, 2014 [PDF]

Ik neem om een indruk te krijgen het begin van de inleiding over.

In the following dissertation, I defend the claim that Spinoza’s seemingly intractable notion of the ‘eternity of the mind’, as developed in the last pages of the Ethics, is greatly illuminated by considering it in the light of his views on human freedom.

Both freedom (libertas) and eternity (æternitas), as defined by Spinoza, concern the necessity (necessitas) with which the existence of an entity is determined by its own nature. While ‘[t]hat thing is called free which exists from the necessity of its nature alone’, ‘eternity is existence itself, insofar as it is conceived to follow necessarily from the definition alone of the eternal thing’.2 If this is correct, then the extent to which we human beings can partake in eternity, ‘the very essence of God insofar as this involves necessary existence’, depends on the extent to which we can achieve genuine freedom.3 But human freedom, for Spinoza, is attainable only in ‘this life’, not in the ‘hereafter’. So, although the title of this dissertation, ‘Free for Eternity’, may seem to imply an indefinite stretch of time, extending beyond a single lifetime, it is not intended to do so. It points instead to the conceptual relationship whereby freedom is for, or stands for, a kind of existence that Spinoza regards as eternal.

The passage in question draws a work of staggering philosophical scope and ambition to its climactic close, but continues to frustrate and enchant critics in equal measure, three and a half centuries after first appearing in print. The difficulty owes as much to the strict geometrical necessity with which it implicates the entire preceding work, as it does to the puzzle posed by the doctrine that it appears to convey. With the interpretation that I put forward in this dissertation, I hope to cast some light on the subject. Although previous attempts to decipher the passage are numerous - and many ingenious in execution - I am hopeful that the as-yet unexplored (or, at least, underexplored) angle from which I approach the question will serve to further our general understanding and appreciation of this aspect of Spinoza’s thought.

The originality of my contribution will lie in the use that I make of Spinoza’s philosophy of freedom as an interpretative key to his thought on the eternity of the mind. [etc. zie aldaar]

Antonin Artaud, Spinoza en « une affaire belge »

In het blog van 12-01-2009: “Antonin Artaud (1896 - 1948), Spinoza en lichamen zonder organen” had ik het gedicht opgenomen: “Chanson secrète enfantine des rose-croix”,niet beter wetend dan dat het om een gedicht van Artaud ging. Zo stond het namelijk in het artikel van Wim Klever 'Spinoza in Poetry', [in Studio Spinozana Vol. 5 1989] dat hij mij had toegezonden. Het staat zo toegeschreven dus al ruim zeven jaar op internet. Niemand die me er op wees dat die toeschrijving aan Artaud onjuist was.

Nu bezit ik sinds kort de 16 delen van Studia Spinozana en daarin kwam ik in deel 6 deze rectificatie tegen:

Lees verder...

De Spinozareceptie zit vol interpretatieconflicten – ook op dit webblog

Sinds de laatste botsing met en het vertrek van dit blog door Henk Keizer, houden de moeilijkheden en verschillen van interpretaties mij de laatste dagen zeer bezig (momenteel loopt er weer zo’n fundamenteel interpretatieverschil met Adèle Meijer op dit blog). Zo stuitte ik op

Christopher Norris, Spinoza and the Origins of Modern Critical Theory. Wiley-Blackwell, 1991 [november 1990] - 330 pagina's. Ik heb en ken het boek niet, maar zag enige reviews – en het volgende:

Alex Houen, begint zijn hoofdstuk “'Various Infinitudes': Narration, Embodiment and Ontlogogy in Beckett's How It Is and Spinoza's Ethics,” 1) aldus

In Spinoza and the Origins of Modern Critical Theory (1990), Christopher Norris declares Spinoza to be the thinker who 'more than anyone saw the need to maintain a clear-cut distinction between knowledge arrived at through experience, sensory acquaintance, and phenomenal intuition', and 'knowledge as established (or produced in thought) through a form of immanent structural critique'. All the most significant developments and debates within modern critical theory have their origin in Spinoza's writings accordingly, Norris argues - whether the critics know it or not - for only by making these distinctions can we conceive of critical thought as producing what Spinoza calls 'adequate knowledge', one which, à la Althusser, is unattainable from within the realm of 'ideology, lived experience or the discourses of socially legitimized truth' (p. 164). And this, he asserts, is the 'single most contentious issue in present-day literary critical debate' (ibid.).
These separations, as far as Norris is concerned, are manifest in Spinoza's ‘scientia intuitiva', the third and highest form of knowledge, which is defined in Part 5 of the Ethics as the thinking of the body 'under a form of eternity' (sub specie aeternitatis). Yet Spinoza denies any possibility of transcendence at many points in the text, declaring at the end that this third kind of knowledge means viewing eternity as determined and known only in particular things: 'the more we understand particular things the more we understand God'. For this reason, Deleuze and Guattari, in What is Philosophy? (1991), pose Spinoza as the 'Christ' of philosophers because he 'drew up the "best" plane of immanence" in thinking an incarnation of infinitude.”

Deze Christopher Norris schreef twintig jaar later het eerste hoofdstuk, “Spinoza and the Conflict of Interpretations,” in Dimitris Vardoulakis (Ed.) Spinoza Now [Univ Of Minnesota Press, 2011]. Daar op dit Spinoz-blog, de enige plek in Nederland waar over Spinoza gediscussieerd kan worden, ook voortdurend conflicterende interpretaties zichtbaar zijn, ben ik zo vrij hier enige pagina’s uit dit hoodstuk over te nemen (de verwijzingen naar de eindnoten laat ik staan, maar voor de inzage ervan verwijs ik naar het boek.

Lees verder...

Benedict Spinoza - A Philosopher for Our Time

Afgelopen zondag 7 augustus  was op de BBC World Service [Cf.] weer een audio-essay van Michael Goldfarb over Benedict Spinoza - A Philosopher for Our Time - een verkorte versie van 18 mei 2016 [cf. blog]. Vandaag werd het programma op Youtube geplaatst.

We live in fearful times. All over the world renewed wars of religion are being fought. Politicians exploit our fears of one another in order to win power. 350 years ago, the philosopher Benedict Spinoza put his very, big brain to work on the problem of religion in politics. His theories led to the Enlightenment and its ideas of democracy and the separation of Church and State in the role of government. To do this he had to argue that God was not the God of the Bible. Spinoza’s reward: excommunication. But no threat could stop him imagining a new kind of liberty.

Michael Goldfarb tells the story of Spinoza with the help of philosophers and musicians in a programme that will make listeners think and reflect on the big questions of life, the universe and our place in it.