Zie: een tekst over 'Spinoza en tolerantie'

Zoals vaak, zoekend naar iets anders, stuitte ik op een artikel over Spinoza. Dit keer een aardig stuk over Spinoza over tolerantie, zoals te reconstrueren is uit de TTP. Het verscheen onlangs in Opticon1826.

Opticon1826 logo
Opticon1826 is een tweejaarlijks online tijdschrift, geredigeerd door postgraduate students van de UCL, het University College London. In het laatste nummer verscheen het volgende artikel van Thijs Bogers (M.A., Faculty of Social and Historical Sciences):

Thijs Bogers “SPINOZA AND TOLERATION” Opticon1826, Issue 11, Autumn 2011  [pdf]

In het redactioneel schrijft Susan Skelton, Editor-in-Chief: “Ethics relating to individual freedoms in relation to the state are explored by Thijs Bogers in his appraisal of Spinoza’s philosophy.”

Ik vind het een heel leesbaar en redelijk treffend stuk. Maar wat mij opvalt, het gebeurt tamelijk vaak, is dat iets over een aspect van Spinoza politieke theorie wordt ontleend aan de TTP, zonder dat er één woord valt over zijn uitgebreide Bijbel-onderzoek en debat over de relatie filosofie en theologie. Zo worden in dit stuk Spinoza’s gedachten over hoe de (uiterlijke) religie onderworpen dient te zijn aan de staat, weergegeven zonder enige verwijzing naar zijn onderzoek van het Oude Testament - ook in de laatste, zgn. politieke hoofdstukken. Het stuk wordt er niet minder interessant om, maar het blijft zo toch een beetje in de lucht zweven.

Tot slot nog één kanttekening. Thijs Bogers refereert naar een hoofdstuk van John Christian Laursen ['Spinoza on Toleration: Arming the State and Reining the Magistrate'. In: Difference & Dissent: Theories of Tolerance in Medieval and early modern Europe. 1996]. Het was naar aanleiding van een speurtocht naar Laursen dat ik het artikel van Bogers vond, die schrijft: “According to Laursen, Spinoza’s references to the United Provinces in the TTP imply that he wrote ‘largely descriptive, not prescriptive, and not meant to be of universal application.’ (Laursen 1996, 185). I cannot agree with Laursen. First, although Spinoza’s political theory is directed towards the specific circumstances in the United Provinces, his philosophical considerations follow from the laws of nature. As these laws are universal Spinoza’s political theory can only be meant to be universally applicable. The necessity for a tolerant sovereign power is not a necessity exclusive for the Dutch.”

Toch is het uiteraard zo dat hetgeen Spinoza over de Verenigde Provincies schrijft niet door hem is afgeleid uit de eeuwige natuurwetten. Hij wéét dat alles onder die wetten valt, maar hij kent uiteraard de omstandigheden en condities van die wet in de concrete realiteit ook niet. Wat hij zegt over de toenmalige Republiek stamt dan ook uit de (zijn) ervaring. En in de ironische ophemeling van de Hollandse Staten vertolkt hij niet de stem van de eeuwige natuurwetten (hoewel niets van wat wij doen daar buiten valt). Sowieso zijn Spinoza's politieke leeruitspraken niet  prescriptief.