Willem Meijer’s vertaling van het Staatkundig Vertoog in dit blog opgenomen

De oplettende bezoeker heeft het misschien al meteen gezien: sinds gisteren staat de vertaling van de Tractatus Politicus van dr. Willem Meijer uit 1901 als PDF in de kop op aanklikken.

Hoewel ik in de verslagen van mijn eerste leeservaringen met de vertaling van Karel D’huyvetters van Benedictus de Spinoza, Staatkundige verhandeling (2014) behoorlijk enthousiast was [cf. blog en blog en blog], kwamen er in de loop der tijd ook wat twijfels. Ik ben nog steeds content ermee dat we dit boek in handen hebben, maar met veel van het (erg vele) commentaar van Karel werd ik minder ingenomen: soms dringt hij iets teveel zijn eigen mening op. En daaraan stoor ik mij soms; en ik bleek niet de enige binnen de Spinoza Kring Limburg.

Sinds we in onze Spinoza Kring Limburg in het voorbije seizoen de TP aan de hand van zijn vertaling bespraken, groeide bij de nu intensievere lezing mijn kritiek. Ik had er inmiddels de Duitse vertaling van Wolfgang Bartuschat bijgenomen, daar die ook de Latijnse tekst geeft en ik ontdekte dat ik op een flink aantal plaatsen aanmerkingen op Karels vertaling moest hebben. Ik ga daarover hier geen uitgebreid verslag doen – geef alleen een paar voorbeelden.

Opvallend is dat Karel moeite heeft om ‘multitudo’ met ‘menigte’ te vertalen; dat werd meestal volk. Ernstiger is, dat had ik al vaker gesignaleerd, dat hij er groot bezwaar tegen heeft om het Latijnse ‘mens’ met ‘geest’ te vertalen. Hier doet hij dat soms met ‘verstand’, hoewel Spinoza duidelijk aangeeft dat ‘geest’ en ‘verstand’ bepaald niet hetzelfde zijn. Zo vertaalt Karel: “de ganse staat als één lichaam en één verstand” [TP 3/2] wat toch vreemd klinkt. Bij ‘una veluti mente’ dat een flink aantal malen voorkomt [TP 2/16, 2/21, 3/5, 3/7, 4/1, 6/1, 8/6], geeft dat soms vreemde tekst, zoals: “Wij hebben daarbij vastgesteld dat dit recht hoofdzakelijk hierin bestaat dat het zoals het verstand van de stadstaat fungeert” [4/1, p. 85].

Ik ga niet alle foutjes opsommen, maar ronduit fout is wat we te lezen krijgen in 8/46 [p. 223]: “Voor de kerken die aan de staatsgodsdienst gewijd zijn, is het integendeel van groot belang dat ze ruim en weelderig zijn en dat het enkel aan de patriciërs of de senatoren vergund is er deel te nemen aan de belangrijke vieringen, dat alleen de patriciërs daar terecht kunnen voor de doop, het huwelijk, de inzegeningen en in het algemeen dat alleen zij erkend worden als hogepriesters van de kerken en behoeders en verklaarders van de staatsgodsdienst.”
Wat krijgen we nu? Kunnen gewone gelovigen niet in die staatskerken gedoopt worden en er niet hun huwelijk laten inzegenen? Zie hoe dr. Willem Meijer vertaalde:

“Daarentegen is het van hoog belang alle kerken aan den landsgodsdienst gewijd grootsch en kostbaar te maken en alleen aan regenten en raadsheeren te vergunnen de voornaamste plechtigheden daarvan te leiden zoodat regenten alleen mogen doopen huwelijken inzegenen en handen opleggen en zij geheel en al als een soort hoogepriesters en handhavers en uitleggers van het landsvaderlijk geloof worden erkend.”

Dat is een heel ander verhaal en een juistere vertaling van: “At templa, quae patriae religioni dicantur, multum refert, ut magna et sumptuosa sint, et ut praecipuo ipsius cultui solis patriciis vel senatoribus manus admovere liceat, atque adeo ut solis patriciis liceat baptizare, matrimonium consecrare, manus imponere, et absolute ut templorum veluti sacerdotes patriaeque religionis vindices et interpretes agnoscantur.”

Enfin, daar ik steeds vaker naar diens vertaling greep, besloot ik de gedigitaliseerde tekst van de vertaling uit 1901 van dr. Willem Meijer in dit blog op te nemen om er gemakkelijker bij te kunnen. Het is tevens een service aan de bezoekers van dit Spinoza-blog [zie de link erheen in de kop].