Willem G. van Maanen ( 1920-2012) - 'Een eilandje van pijn' – is niet meer

Willem G. van MaanenLange tijd was hij mijn lievelingsauteur, Willem G. van Maanen, maar liefdes gaan voorbij en nu is ook de schrijver, die 91 jaar werd, niet meer. Vanmorgen las ik in mijn dagblad zijn In Memoriam door Willem Jan Otten. Ik herkende er nauwelijks iets van mijn herinneringen in en daarom schrijf ik hier mijn eigen herdenking.

Van Maanen was bepaald geen best-seller-auteur. Hij stond vooral bekend als writer’s writer. Zijn taal was altijd uiterst verzorgd en z’n verhaalconstructie zat altijd vernuftig in elkaar – was soms wel een puzzel. Soms deed hij vele jaren over een volgend boek. Maar door zijn lange leven en doordat hij tot op hoge ouderdom bleef schrijven, schreef hij vanaf Droom is ’t leven (1953) een indrukwekkend oeuvre bij elkaar: grotere romans en kortere verhalen. Tot en met Vertelde tijd (1994) heb ik alles van hem gelezen: 16 boeken. Alle verhalen werden in 2003 nog eens gebundeld, maar in 2010 verscheen een bundel met de bescheiden titel Bagatellen – beide heb ik niet meer aangeschaft en al het werk dat ik van hem bezat heb ik samen met mijn bibliotheek zo’n tien jaar geleden afgestoten.

Wilde je Van Maanen lezen, dan moest je je aandacht er goed bij houden, wilde je de hints die hij in z’n vertellingen verstopte opmerken. Van Maanen lezen, was tegelijk ook enigszins Van Maanen bestuderen. Daarmee maak je je niet bij een groot publiek geliefd, maar bind je wel een kleine schare literatuurgenieters. De echt goede dingen bereiken geen massa en dat kennen we al van Spinoza.

Volgens mij is zijn hoofdwerk het boek dat in 1981 verscheen: Een eilandje van pijn. Dat merkwaardige boek heeft mij zeer gefascineerd, zowel vanwege zijn thema’s, als door de heel aparte constructie: op de rechter pagina’s een fictioneel verhaal met op de linker pagina’s dagboekfragmenten, aantekeningen, korte wederwaardigheden en wijsheden. Ik genoot ervan dat sommige recensenten niet wisten wat ze ermee aan moesten.  En alleen het rechterdeel als de roman beschouwden en het linkerdeel als een vreemd aanhangsel. Die hadden niet door dat het hele werk de roman was en dat er in het linkerdeel hints te vinden waren die het antwoord konden bieden op een kwestie die in het rechterdeel speelde en omgekeerd. Een puzzel was het, maar een intrigerende.

Het is lang, zo’n 25 jaar geleden, dat ik het boek meerdere malen las en bestudeerde. Ik kan het nu dus niet meer navertellen, alleen een paar dingen die me ervan bijgebleven zijn. Bijvoorbeeld hoe voor ieder geldt dat de eigen pijn (al was het maar die van een vingerprik) vele malen erger is dan de grootste ellende elders. We zijn allemaal eilandjes van pijn (in een zee van onverschilligheid, om het Freud-citaat af te maken). En dan wat ik als mijn grote ontdekking beschouwde: Van Maanen wilde niet alleen vertellen over waar je trots op kunt zijn, maar ook over de dingen waarover je je schaamt. Het eerste kun je eenvoudig en openlijk vertellen (hoewel ook niet té groots): over zijn deelname aan de verzetsgroep Westerweel, ontstaan vanuit de Werkplaats Kees Boeke, waar ook Van Maanen tot aan de bezettingstijd leerling was geweest. Hij was deelnemer van die groep die joden hielp via Frankrijk naar Spanje te ontsnappen. Dat wat het fraaie deel van zijn biografie betreft.

Maar er moet daarbinnen ook iets minder fraais geweest zijn: Van Maanen moet iemand binnen die groep ontzettend hebben bedrogen. Iets waarvan hij de waarheid als authentiek schrijver niet uit de weg wilde gaan, maar dat hij heel diep wegstopte en waarover hij, als een orakel van Delphi, slechts hints gaf en waardoor je als lezer nooit 100% zeker van je analyse kon zijn. Van Maanen bracht veel autobiografie, maar niet rechttoe rechtaan; en niet banaal. Aspecten die al zijn werk kenmerkten, maar die in dit meesterstuk wel buitengewoon geslaagd waren.

Van Maanen was zeker niet iemand voor wie het gedetermineerd zijn tot zaken die liepen zoals ze liepen (hij was diep doordrongen van de klassieke noodlotsgedachte) aan te grijpen om onder eigen verantwoordelijkheid uit te komen. Nee, de morele worsteling, het tegengaan van de neiging om alleen het positieve als het jouwe toe te eigen en het negatieve op anderen of het andere af te schuiven, was niet zijn houding. Hij was een diep moreel schrijver.

Het meeste werk, zoals gezegd alles tot 1994, heb ik van hem gelezen. Ik heb hem diepgaand bestudeerd. Ik heb uren in het Letterkundig Museum doorgebracht om ook de recensies over zijn werk te lezen. Een aantal jaren geleden heb ik al mijn verzameld materiaal overgedragen aan iemand die op Van Maanen aan het promoveren was. Of dat nog tot een proefschrift heeft geleid waarvan Van Maanen nog kennis heeft kunnen nemen, weet ik niet. Zijn overlijden was voor mij aanleiding me te herinneren wat voor een belangrijk schrijver hij lange tijd voor mij geweest is en daarvan in dit blog te getuigen.

Zojuist, nadat ik het voorgaande geschreven had, zag ik dat ik mijn analyse van Een eilandje van pijn die ik in 1985 als deelnemer aan een literaire gesprekskring schreef, nog op mijn harde schijf heb staan. Nu ik die teruglas begrijp ik heel goed dat degene die dit in 1985 schreef, inmiddels vijf jaar bezig is met Spinoza, zijn nieuwe liefde. Als hommage aan Willem G. van Maanen (en best wel een beetje trots op dat stuk) breng ik het vandaag naar internet [PDF].