Wat hebben Anthony van Leeuwenhoek en Benedictus de Spinoza gemeen?

Cartoon van Berend Vonk met Anthony van Leeuwenhoek en Benedictus de SpinozaErgens trof ik deze cartoon aan van Berend Vonk (1962) waarop deze Nederlandse striptekenaar, cartoonist, illustrator, graficus en kunstschilder Anthony van Leeuwenhoek en Benedictus de Spinoza als schooljongens aan één tafeltje zet. Ik zag hem op een pagina van docent ‘Geschiedenis en Mens & Maatschappij’ op Lyceum Elst, C. Peters. Het ging daar over de 17e eeuw en de aanleiding was dat beiden hetzelfde geboortejaar delen– en het feit dat beiden lenzen slepen.
Dat opmerkelijke jaar 1632 is wel vaker gememoreerd.
Zo opende Prof.dr.ir. R.M. Tromp op vrijdag 22 juni 2007 zijn oratie “Onder de lens: de wetenschap van een scherper beeld," met de volgende vergelijkingen:

“1632 was een opmerkelijk jaar. Op 24 oktober, […] in Delft, werd Antony van Leeuwenhoek geboren. Een paar dagen later volgde Johan Vermeer. Op 24 november zag in Amsterdam Baruch de Spinoza voor de eerste keer het daglicht. In Florence publiceerde Galileo Galilei zijn Dialogo sopra i due massimi sistemi del mondo. Voor het einde van het jaar werd hij in Rome ter verantwoording geroepen, en zijn boek zou pas in 1835 van de Index van Verboden Boeken verwijderd worden. In Amsterdam produceerde de Blaeu familie een luxueuze atlas van de wereld, in navolging van Ortelius en Mercator. Niet alleen de wereld, maar ook de mens werd in kaart gebracht. Rembrandt schilderde de Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp. Newton werd in 1643 geboren, Leibniz in 1646, Johan Sebastiaan Bach in 1685.

[Hij had nog kunnen toevoegen: • John Locke werd geboren in Somerset; • Het Athenaeum Illustre werd in Amsterdam gesticht; • Frederik Hendrik veroverde Maastricht op de Spanjaarden.]

Antony van Leeuwenhoek was niet de uitvinder van de microscoop. De samengestelde microscoop, bestaande uit een oculair en een objectief, wordt aan Hans en Zacharias Janssen toegeschreven, rond 1590 in Middelburg. Er waren natuurlijk andere vroege gebruikers van dit revolutionaire instrument: Jan Swammerdam, geboren in Amsterdam en een student in Leiden met een levendige belangstelling voor insecten en anatomie, Pieter van Musschenbroek, alom bekend voor zijn uitvinding van de Leidsche Flesch, Robert Hooke (‘ut tensio sic vis’), Galileo, en vele anderen. Zelfs Spinoza, die ons inzicht in God, Mens, en Natuur zocht te verhelderen, was een lensslijper, en overleed aan een longziekte die waarschijnlijk het gevolg was van langdurige inhalatie van fijne glasdeeltjes.

Van Leeuwenhoek was een lakenkoopman, die een vergrootglas gebruikte om de kwaliteit van de stoffen, die hij verhandelde, beter te beoordelen. Het moet hem goed gegaan zijn, want in 1665 las hij de Micrographia van Hooke, een kostbaar boek geïllustreerd met prachtige gravures van de bijna onzichtbare wereld om ons heen: de haren op de pootjes van een vlo, de uit duizenden lenzen bestaande ogen van een vlieg. Het inspireerde Van Leeuwenhoek om zelf eens door een lens naar de wereld om hem heen te gaan kijken. Maar bestaande microscopen waren niet erg goed, en konden een vergroting geven van misschien een factor 10, niet veel beter. Voor meer vergroting waren kleinere lenzen vereist, met een kortere brandpuntsafstand, maar het was ook veel moeilijker om zulke kleine lenzen te slijpen met de precisie die nodig was voor een scherpe afbeelding. Van Leeuwenhoek liet iedereen geloven dat hij eindeloze uren besteedde aan het slijpen van zulke lenzen, en dat het allemaal erg hard werken was. Maar in werkelijkheid had hij een trucje gevonden. In een vlam kon hij uit een stukje glas een lange draad trekken. Als hij die draad afbrak en het einde voorzichtig weer bij de vlam hield, dan smolt het einde van de draad en maakte een klein, perfect bolletje. De diameter van dit glasbolletje kon hij goed in de hand houden door meer of minder van de glasdraad te laten smelten. En dit kleine glasbolletje, in een handomdraai vervaardigd, was een uitstekende lens voor een microscoop, die gemakkelijk een vergroting van 100x of meer kon leveren. Met dit geheime recept in de hand ging Van Leeuwenhoek de wereld van het onzichtbare binnen en werd hij de eerste beoefenaar van de microbiologie. Hij stuurde verslagen van zijn waarnemingen naar Robert Hooke van de Royal Society in Londen. Maar toen hij de Engelse geleerden op de hoogte stelde van zijn ontdekking van kleine diertjes die hij tussen zijn eigen tanden en die van zijn huisgenoten gevonden had, diertjes die in het speeksel levendig en met grote vaart heen en weer bewogen, toen werd het de heren in Londen te gortig. De ontdekking van eencellige organismen en bacteriën werd met groot scepticisme en ongeloof onthaald. Zozeer zelfs, dat de Royal Society een onderzoekscommissie naar Delft stuurde om daar eens te bezien waar meneer Van Leeuwenhoek nu eigenlijk mee bezig was. Ze reisden beleerd en bekeerd terug naar Londen."
[Voor het vervolg zie hier de PDF van die Oratie]

                                                * * *

Maar enig direct verband tussen Van Leeuwenhoek en Spinoza is niet te vinden. De Royal Society had contacten met Van Leeuwenhoek, maar Oldenburg memoreert daarover niets in zijn brieven aan Spinoza, althans wat daarvan openbaar is gemaakt.

Zou Spinoza het slijpen van lenzen misschien geleerd hebben van zijn doopsgezinde vriend Jan Hendriksz Glazemaker, die immers het ouderlijk beroep van glasmaker heeft uitgeoefend? Wie weet.

Spinoza deed trouwens méér dan lenzen slijpen; er wordt gerapporteerd dat hij goede microscopen maakte. Wim Klever schreef: "The German travellers Stolle and Hallmann, Pierre Bayle, Colerus, Jelles, Lucas, Christiaan Huygens, Theodor Kerckringh, and many others relate that Spinoza personally constructed microscopes and telescopes which were highly praised by the scientists of his day" (W.N.A. Klever, "Spinoza's life and works", in: D. Garrett, ed., The Cambridge Companion to Spinoza (1996), (p. 13-60) p. 33).

Zie ook het blog van 14 juli 2010: Theodor Kerckring (1638 - 1693) werkte met een 'voortreffelijke microscoop' van Spinoza

Morgen ga ik nog even verder met die getuigenis van Theodor Kerckringh.

_______________

Zie ook Tatiana D. Waterman, "Antoni van Leeuwenhoek and the Royal Society during the Dutch Golden Age [2007]
"Spinoza was very much interested in the experimental side of science; he was an expert lens maker, better than Huygens." [PDF]

Over de herkomst van de cartoon. Ik geef hier de link, maar vermeld erbij dat mijn beveiligingsprogramma de site als ‘gevaarlijk’ blokkeerde; hij is blijkbaar met malware besmet. Ik haalde het plaatje a.h.w. via een omweg.
Peters heeft overigens zelf niet de gewoonte om de herkomst van zijn illustraties aan te geven.