Vitruvische mens met een Spinozistische geest

Voorbije donderdag was de Internationale Neuromarketing Conference 2012 (zie het blog “Neuromarketing is huge big business onder Spinoza’s vlag”). Vanmiddag wordt van 13.00-17.30 uur in het Theater van ’t Woord in de Openbare Bibliotheek Amsterdam een symposium gehouden over “De menselijke geest: illusie of werkelijkheid.” Georganiseerd door het Instituut voor Filosofie i.s.m. dagblad Trouw [hier]. Er is nog plaats; u mag binnen als u € 39,90 meebrengt. Als een kruidenier wekt men de illusie door 10 cent van de prijs te halen dat u niet door hebt dat het 40 euro kost. Ook hier wordt bij de inleiding van het debat geschreven: “neuromarketing is the next big thing.”

Wel mooi vind ik dat deze geometrische studie van het lichaam door Leonardo da Vinci als illustratie erbij is geplaatst. Vanouds, in de antieke wereld werd gemeend dat de mens met z’n verstand al tot bij het goddelijke reikte. In diezelfde tijd stond de cirkel symbool voor de hemelse en goddelijke sfeer en het aardse werd gesymboliseerd in het vierkant. De humanist Da Vinci liet in zijn geometrische tekening zien hoe het menselijk lichaam, het “grootste van alle kunstwerken”, al in beide symbolen en dus sferen paste. Hij deed dat beter dan de Romeinse architect Marcus Vitruvius Pollio, die eerder een poging deed. Daarom kreeg deze afbeelding de aanduiding: de vitruvische mens. Het lichaam was gegrond in het aardse, maar ook het lichaam reikte naar en paste in het hemelse, het geestelijke, het goddelijke!

Ook Spinoza begint zijn geometrische studie van de geest bij het lichaam. Zijn antwoord op het thema is duidelijk (maar zal dat ook aan de orde komen?): de menselijke geest is werkelijkheid – een niet illusoir aspect van de werkelijkheid. Maar dan moet je het wel in de juiste proporties zien. Elke poging om de geest als iets aparts, iets zelfstandigs, te zien gaat uit van een illusie en stoot op illusies.

En zo begint de eerste spreker, prof. dr. Gerben Meynen: ‘Neurowetenschap en het probleem van de vrije wil’, maar weer eens bij de vanuit een illusie opgezette experimenten van de neurowetenschapper Benjamin Libet in de jaren tachtig. ‘Wat betekent de neurowetenschap voor de filosofie?’ is één van de vraagstellingen die bij het debat aan de orde zullen komen, terwijl inmiddels uit de boeken van Victor Lamme en Dick Swaab duidelijk is geworden dat de vraag 'wat filosofie kan betekenen voor de neurowetenschap' minstens zo dringend gesteld dient te worden.

Dat Spinoza weer over het hoofd wordt gezien is af te lezen uit de toelichting op de lezing die gegeven zal worden door prof. dr. Marc Slors: ‘Afscheid van de vrije wil? Wat hersenwetenschap ons echt leert over onszelf’

"Volgens Marc Slors gaan wetenschappers die de vrije wil ontkennen uit van een achterhaald, zeventiende-eeuws begrip ervan. Vrij handelen is in die optiek handelen dat door ons bewuste zelf wordt aangestuurd. Dat begrip wordt vervolgens op empirische gronden verworpen maar zou op begripsmatige gronden allang uitgesloten moeten worden. Dat onze handelingen niet direct veroorzaakt worden door bewuste intenties, betekent niet dat wij het niet echt zelf zijn die handelen. Het zelf is namelijk geen entiteit—ons ‘bewustzijn’, wat dat ook moge zijn—maar moet veel meer gedacht worden als onze identiteit. Vrije wil vraagt niet zo zeer om de causale controle van ons handelen door bewuste intenties, maar om handelen in overeenstemming met onze keuzes, overtuigingen en waarden. Natuurlijk speelt bewustzijn daarbij een belangrijke rol. Die rol is echter niet die van directe veroorzaker van gedrag maar kan in twee metaforen gevat worden: zelf-programmeren en zelf-interpreteren. Juist deze rollen sluiten nauw aan bij hedendaagse neurowetenschappelijke ontdekkingen." [hier]

De Zeventiende-eeuw bestaat nog steeds alleen uit Descartes!