Verlichting van het verstand - injecteren met het leven en z'n emoties

Carel Peeters, Gevoelige ideeën: over de andere Verlichting, Uitgeverij: De Harmonie, Amsterdam, 2008 [ISBN: 978-90-6169-853-1] 

 Essayist en literatuurcriticus van Vrij Nederland, Carel Peeters, schreef hiermee een aardig boekje, waarin hij een pleidooi doet voor een wat andere kijk op de Verlichting dan de gebruikelijke benadrukking van de rede, de rationaliteit en de vooruitgangsgedachte - van de bestrijding van godsdienst, bijgeloof en vooroordelen. Er waren, ook in de 17e en 18e eeuw, heel wat schrijvers, kunstenaars, wetenschappers en geleerden die de mens niet alleen en voornamelijk als een met rede begaafd wezen zagen, maar die ook aandacht hadden voor andere aspecten van het leven: de emoties, de lichamelijkheid, het irrationele. Er waren er die pleidooien voerden voor voelen met het verstand en denken met het hart. Vandaar: 'gevoelige ideeën'. 

In een aantal - ook los leesbare - essays over achttiende-eeuwse filosofen en schrijvers als Diderot, Voltaire, William Hazlitt, Belle van Zuylen, Thomas Paine en Montesquieu e.a. toont Peeters aan hoe zij zowel door gevoel als verstand in hun schrijven beïnvloed zijn.

Waarom ik er op dit weblog over schrijf, is vanwege het hoofdstuk "De macht der ideeën" waarin hij zeer waarderend en bewonderend schrijft over de boeken die Jonathan Israel publiceerde, Radical Enlinghtenment en Enlightenment Contested, waarbij in het eerste Spinoza en het tweede Bayle centraal staat. Maar hij vindt dat Israel zich te sterk vastklampt aan zijn criteria van 'Radicale Verlichting'  en aldus iets teveel de neiging heeft om de rede en de macht en het beslissende belang van ideeën centraal te stellen, en daarmee allerlei andere aspecten (economie, geografie, politiek en het leven van alledag) buiten haakjes zet. En zo naar zijn mening ook Voltaire teveel naar de marge verwijst.

Deze zienswijze past binnen het kader van zijn boek en zijn pleidooi om een niet zo sterke scheiding te zien tussen Verlichting en Romantiek, maar meer aandacht te hebben voor 'het filosofisch huwelijk' tussen rede en gevoel. "Romantiek staat voor wat nog niet in cultuur is gebracht: ideeën, impulsen, verlangens, suggesties, gevoelens, intuïties, emoties. De Verlichting staat voor de beoordeling, doordenking en vormgeving van dit ongerepte. Maar de Verlichting, het denken, brengt zelf ook van alles voort. Wanneer het denken te systematisch en te rationeel wordt, is daar de Romantiek met zijn gevoelige instrumentarum om de nodige correcties aan te brengen." (p. 226)


Zie hierna een aardige bondige blik van Peeters op Spinoza:
 
In zijn column in Vrij Nederland van 05-07-2008, “Spinoza’s deugden” schrijft Carel Peeters over de tentoonstelling over Spinoza in de Bibliotheca Philosophica Hermetica in Amsterdam [hier] Een stukje hieruit:

"Dat Spinoza steeds weer opduikt, komt omdat hij voor veel staat, ook al heeft hij niet eens zo veel geschreven: hij kan gezien worden als een modern psycholoog (eenheid van lichaam en geest), als een materialist (alles bestaat uit één substantie), als een politiek filosoof (republikein met democratische neigingen), als een positieve en deugdzame geest (hij bewees dat je zonder religie aan te hangen een moraal kon hebben). Hij was een vitalist die alles als bezield beschouwde. Hij was een rationalist die wonderen terugbracht tot natuurlijke oorzaken, en die de wereld het liefst in wiskundige termen wilde begrijpen. Hij is een moeilijk filosoof, maar ook eenvoudig, hij is duister en ook helder. Hij staat voor iets eenvoudigs en groots waar wonderlijk genoeg maar geen eenduidigheid over wil bestaan: is hij een goddeloze, seculiere geest, of is hij juist de redder van het goddelijke, want het goddelijke zit in alles, is alles?

In zijn eigen tijd en in de negentiende eeuw was Spinoza de personificatie van de goddeloze, atheïstische materialist. Was je 'spinozist' aan het einde van de zeventiende eeuw, of was je een kennis van hem, dan kon je (ondanks de vermaarde Hollandse tolerantie) rekenen op veroordeling tot tien jaar rasphuis, gevolgd door langdurige verbanning en een hoge boete plus proceskosten (zoals Adriaen Koerbagh overkwam; hij bezweek er aan).

Of hij nu een atheïst was of een pantheïst, een goddeloze of een redder van 'het goddelijke', in onze tijd wordt Spinoza bovenal gezien als het prototype van de vrijdenker. Welke richting hem ook annexeert, dat hij voor de vrijheid van denken opkwam, zal men volmondig moeten erkennen, met alle consequenties: dat er tegendraads, subversief en lastig gedacht kan worden. In die hoedanigheid staat Spinoza nu voor alles waar de orthodoxe islam niet voor staat. Dat hij als vrijdenker een van de vier iconen van Amsterdam Wereldboekenstad is, en dat die stad tegelijk een tolerant pluralisme voorstaat ten aanzien de religies in de stad, is een prikkelende combinatie. Voor ijzeren orthodoxe geesten moet Spinoza een frustrerende figuur zijn: een vrije onafhankelijke geest en toch een voorbeeld van deugdzaamheid."