Vasile Gherasim (1892 - 1933) Roemeens filosoof volgens wie Spinoza de mens als actief zag

Nog een schrijver die ik leerde kennen door zijn bijdrage aan Spinoza - Dreihundert Jahre Ewigkeit. Spinoza-Festschrift 1632 - 1932, is voor mij aanleiding iets over hem op te zoeken. Via hem ben ik er weer eens van doordrongen dat voor Spinoza de mens in de eerste plaats een handelend, agerend wezen is en niet vooral passioneel en/of alleen maar reagerend. Daarover zodadelijk.

De Roemeen Vasile Gherasim was de eerste van 11 kinderen en werd dichter, romanschrijver, essayist, literair criticus en historicus.

Behaalde een baccalaureaat in 1914, maar vanwege de oorlog kon hij zich niet inschrijven aan de universiteit en ging daarom naar Wenen waar hij als zeer goede student een beurs van de universiteit ontving. Hij begon aan filologie, maar stapte over op filosofie bij Adolf Stöhr (1855-1902) die diepe sporen bij hem naliet. Tegen het einde van de oorlog, in 1918, keerde hij als gevolg van ontbering naar huis terug terug, schreef zich in bij de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte aan de Universiteit van Czernowitz, waar hij in 1919 afstudeerde. In 1921, behaalde hij het doctoraat met zijn thesis over De ethische principes van Fr.  Jodl, op basis van zijn geschiedenis van ethiek [Principiile eticii lui Fr. Jodl, pe baza istoriei sale asupra eticii]. Daarna werd hij eerst assistent-bibliothecaris en vervolgens filosofieprofessor aan de Universiteit van Tsjernivtsi. In 1927 viel hij in bij de vakgroep geschiedenis van de filosofie en na het vertrek van prof. Carl Sigel, bekleedde hij de leerstoel van de geschiedenis van de filosofie en esthetica aan de Universiteit van Czernowitz.

In verhouding tot zijn tamelijk korte door hart-en vaatziekten gekwelde leven, heeft hij redelijk veel studies op het terrein van literatuur, filosofie en geschiedenis van de filosofie gepubliceerd. Hij liet geen eigen filosofisch systeem na, maar zou wel een persoonlijke signatuur hebben gehad waarin hij de filosofie van anderen goed wist door te geven, waaronder Spinoza en Schopenhauer. Hij was lid van het Kantgesellschaft en corresponderend lid van de Societas Spinozana. Behalve filosoof was hij zoals gezegd ook dichter.

Over Spinoza schreef hij:

Vasile Gherasim, Activismul lui Spinoza: Precedat de o expunere a genezei lui istorice [Spinoza's Activisme; voorafgegaan door een uiteenzetting over de ontstaansgeschiedenis ervan]. Glasul Bucovinei, Cernauti [=Czernowitz], 1928 - 150 pp [Over de Ethica van Spinoza] [Cf. - niet in de Spinoza-bibliografie]

Een uitgebreide recensie werd gegeven door I. Brucãr In: Revista de Filosofie. VOL. XIII (Seria Nouã) No. 4 OCTOMBRIE—DECEMBRIE 1928 [PDF]

En waarschijnlijk vanwege dit boek werd hij gevraagd door Siegfried Hessing voor het Spinoza-Festschrift. Zum 300. Geburtstage Benedict Spinozas (1632-1932), waaraan Vasile Gherasim het hoofdstuk bijdroeg:

"Die Bedeutung der Affectenlehre Spinozas." dat dus ook te vinden is in de uitgebreide editie Spinoza - Dreihundert Jahre Ewigkeit. Spinoza-Festschrift 1632 - 1932 [2. Vermehrte Auflage, Siegfried Hessing (hrsg.), Martinus Nijhoff, Den Haag, 1962]

Het frappante en mij nog eens tot nadenkende stemmende interessante aspect is hoe Vasile Gherasim het via blij makende affecten een sterkere conatus krijgen, op positieve wijze tot een groter handelingsvermogen komen (potentia agendi), als 'activisme' ziet ondanks dat het ook in die gevallen om passies gaat, waarin men door externe krachten wordt beïnvloed of aangestuurd.

Om van 'handelen' te kunnen spreken legt Spinoza de lat erg hoog: van werkelijk handelen is sprake als wat wij doen geheel uit onszelf voortkomt, onze natuur er de adequate oorzaak van is en uiteindelijk komt dat erop neer: wanneer wij dingen doen vanuit adequate kennis - wanneer wij handelen vanuit de 'voorschriften van de rede'. En in de praktijk komt dat weinig voor en daarom gaat Spinoza er in het ontwikkelen van zijn politieke theorie vanuit dat bij de staats- en beleidsvorming ervan wordt uitgegaan dat mensen passionele wezens zijn. Maar daaronder liggend en fundamenteler laat Spinoza zien dat we actief zijn, dat onze conatus, de drijfveer waarmee wij we in ons bestaan trachten te volharden onze potentia agendi, ons vermogen om te handelen uitmaakt. Eerst zijn we een actief wezen en vervolgens (pas) reagerend en in sterke mate passioneel. Zo staat het niet in dat hoofdstuk en het boek [Activismul lui Spinoza] is voor zover ik kan nagaan nooit vertaald. Maar het was wel dit hoofdstuk dat bij mij dit besef hernieuwde.

_____________

Bronnen 

Foto en eerste informatie van hier; verder uitgebreide artikelen over Vasile Gherasim hier en hier (alles in het Roemeens).