Vanmiddag emeriteerde prof. Herman de Dijn

De vraag is: ging vanmiddag behalve een internationaal vermaard Spinoza-geleerde ook een spinozist met emeritaat?

Toen ik op 22 juni 2008 het ‘Afscheidscolloquium bij gelegenheid van het emeritaat van Prof. Herman De Dijn’ meldde, was op zijn website het onderwerp ‘publicaties’ nog niet gevuld. Daar is inmiddels wat aan gedaan. In mijn blog over Edwin Curley meldde ik dat op diens simpele website een reeks artikelen werd aangeboden. Waarbij ik noteerde: “Dat zouden meer wetenschappers moeten doen. In Nederland heb ik  alleen nog zo’n aanbod  (zie hier op dit weblog) van Siebe Thissen ontdekt.” 

Welnu, ook op de website van Herman de Dijn, die zoals gezegd vanmiddag na het colloquium met emeritaat gaat, wordt een flink aantal teksten ter lezing op internet aangeboden. Dat is op zich een goede zaak. Maar uit dat overzicht kan ook een kenmerk naar de oppervlakte of aan het licht komen.

      Professor De Dijn... by Cookiemouse. 

[Van hier]

Er is een ingang: Publicaties Spinoza. Daarin treft men de volgende titels aan: 
Spinoza en de onttovering door de moderne wetenschap 
De blijvende aansprekingskracht van Spinoza 
De blijvende aansprekingskracht van Spinoza* 
Comfort without Hope 
Consolation sans espoir : l’actualité et l’importance de Spinoza 
ETHICA V P1-20 
Ethiek als geneeskunde van de geest 
Ethics IV: the ladder, not the top. 
Geluk is niet het loon voor de deugd, maar de deugd zelf 
Benedictus de SPINOZA 
Recht is macht. Ontmaskering van de autoriteit? 
Ethica III: Over de aard en de oorsprong van de affecten 
Ethiek van de actieve emoties van de nieuwe Adam 
Theory and practice and the practice of theory 
Troost zonder hoop 
De uitgelezen Spinoza 
Spinoza, wisdom and academic education

 

Maar dan vallen een aantal dingen op: van de 23 gepresenteerde boekbesprekingen betreft er slechts één een boek over Spinoza, n.l.: Theo Zweerman (m.m.v. Paul Juffermans): Spinoza’s Inleiding tot de filosofie. Ethiek als verhuiskunde.

In de 25 opiniestukken wordt niet één keer Spinoza genoemd! Nou, in eentje dan. Toen ik “Terugkeer van de religie op de publieke scène?” uit (de Belgische) De Tijd in februari 2005 zou gaan aanklikken dacht ik nog: “als ook hierin Spinoza niet wordt genoemd, dan is De Dijns spinozisme voor mij absoluut ongeloofwaardig.” En verdraaid: daar verscheen dan toch Spinoza tussen de coulissen. Helemaal aan het eind van het stuk, maar welbeschouwd alleen maar omdat iemand anders in die krant erover begonnen was. De Dijn schrijft:  Reacties als die van Jan Van Duppen recent in deze krant voorspellen in dit opzicht niet veel goeds. Stevaert staat nog heel wat te doen in zijn werkplaatsen. Ik ben overigens van mening dat Van Duppen zijn Spinoza niet goed gelezen heeft. Spinoza verdedigde het politieke primaat van de politiek op de religie(s). Hij wou niet de godsdienst uit het publieke debat bannen. Dat achtte hij niet alleen onmogelijk, maar ook tegen de vrijheid van denken en spreken. Spinoza is geen (Franse) Verlichtingsdenker, daarvoor is hij te zeer realist.

Dat was het. Het enige in al die opiniestukken. Van de 22 artikelen over ethiek, of eigenlijk 21 want van ‘Wetenschap en ethiek’ (2001) is ‘La science et l’éthique’ (2003) grotendeels een vertaling, behandelt alleen dit de Ethica van Spinoza. Daarnaast bevat het artikel ‘Kritische Studie: ‘De donkere transcendentie van Prometheus’ (2000) de volgende enigszins cryptische opmerking: “Bepaalde filosofen, zoals Spinoza of Hume, hadden evenzeer als doel de mens in contact te brengen met een vorm van transcendentie (de Natuur) die men als een donkere, immanente transcendentie zou kunnen omschrijven.”
Maar in al die andere stukken over ethiek komt Spinoza niet voor! Je zou toch anders verwachten.
Van de stukken in Tertio gaat het in ‘Hoe om te gaan met geloof en gelovigen?’ over Hume en daarbij zegt De Dijn ook iets over Spinoza. Enfin, zo kan ik doorgaan.


Mijn conclusie moet uiteindelijk zijn: hoewel De Dijn internationaal als Spinoza Scolar bekend staat, is het voor mij nog maar de vraag of hij een echte spinozist is. Een ware spinozist zou veel vaker uit eigen initiatief in plaats van louter op vraag, bijvoorbeeld in opiniërende artikelen, verwijzen naar het gedachtegoed van Spinoza en sterker z’n best doen en hebben gedaan om huidige maatschappelijke en ethische thema’s vanuit Spinoza te belichten.

Zie op Knack.be interview met en foto van De Dijn: 'Religie is als seks' - een citaat:

Of denk aan wat Hugo Claus weleens zei: 'De bazooka erop!' [op de religie, SV] Dat vind ik dus onzin. Spinoza, die men soms ten on­rechte beschouwt als een voorloper van de Franse verlichting, zou dat ook onzin ge­­vonden heb­­ben. Religie is een natuurlijk fenomeen dat zowel positief als negatief kan uit­pak­ken. Spi­no­za be­greep dat je religie niet kúnt uitroeien, dat het iets menselijks is dat nooit zal ver­dwij­nen.

Reacties

De Dijn tegen Spinoza

Al vrij snel begreep ik uit welke hoek de wind waait bij De Dijn; Spinoza in het religieuze kamp trekken. Hetzelfde zien we met de boeken van Jan Knol. Eerder noemde ik ze ‘reli-spinozisten’.
Maar De Dijn is in feite een ‘anti-spinozist’, hoewel dat natuurlijk een contradictio interminis is.
Veel reli-spinozisten dwepen met hem en onder bestuur en leden van de Vereniging Het Spinozahuis vind je er helaas velen!
Wat zij doen is de angel uit Spinoza halen en hem tandeloos maken, juist in een tijd dat wij hem hard nodig hebben om onze op de Verlichting gebaseerde vrije, seculier democratie te verdedigen tegen de aanvallen van religieuze zeloten.
De VSH wordt bestuurd door mensen die werken aan universiteiten en zij doen er alles aan om Spinoza in hun ivoren toren te houden als een speeltje voor en kleine elite, of om hem te ‘beschermen’ tegen de trivialisering, waar ze bang voor zijn.
Spinoza in de strijd werpen tegen religies, daar moeten ze dus helemaal niet aan denken. Daarom sluiten zij zich liever aan bij de vage, verraderlijke, reli-spinozisten dan bijvoorbeeld openlijk, in publicaties helemaal achter Jonathan Israel te gaan staan, die natuurlijk een totaal ander beeld schetst dan de halfzachte DD.

Eerder schreef ik hierover op dit blog n.a.v. het interview met De Dijn in de ‘Campuskrant’ van de Katholieke (!) Universiteit Leuven, 24 september, 2008. Zie; http://dagkrant.kuleuven.be/?q=node/5194

Hieronder de hoofdpunten en aanvullingen daarop;
Herman de Dijn is niet eens een reli-spinozist, maar zelfs een religieuze anti-spinozist, zo blijkt uit dit interview. ‘Toevallig’ kwam hij tijdens zijn studie bij Spinoza terecht en is maar blijven hangen. Dus niet uit enthousiasme voor zijn filosofie. Het was eigenlijk een gat in de filosofiemarkt destijds, en daar is hij ingesprongen.
In dit afscheidsinterview benadrukt hij niet de destructieve invloed van religies op mens en samenleving, die wij overal om ons zien, maar juist alleen de positieve invloeden.
Dawkins impliceert volgens hem dat “het nog slechts een kwestie van tijd is voor ze onder luid applaus afgevoerd zal worden (let op de tendentieuze overdrijving, die christenen vaak gebruiken om anderen belachelijk te maken, jd) ’ Maar, zo weet DD, ‘Die visie klopt niet’, en ‘zo zeggen tegenwoordig ook niet-gelovige menswetenschappers en filosofen, vooral omdat de politiek niet in staat blijkt uit zichzelf zin en waarden te creëren.’
Hij benadrukt dus de zwakheid van het verstand, dus dat waar het niet toe in staat is, ipv de kracht van het verstand en de mogelijkheid en natuurlijk vooral de noodzaak die te vergroten, en zoals Spinoza tot vervelens toe herhaald heeft. De verbetering van het verstand is zijn uitgangspunt en zijn doel. En hoe meer we ons verstand verbeteren, hoe meer juiste ideeën en hoe gelukkiger we worden.
En waar haalt DD het vandaan? hoe iemand die zichzelf filosoof noemt zonder blozen zeggen?, dat, ‘de politiek niet in staat blijkt uit zichzelf zin en waarden te creëren’. Het moet toch niet gekker worden. Onze vrije, seculiere democratie is gebaseerd op de waarden en basisprincipes van de Verlichting en die heeft de mens uit zichzelf ontwikkeld en daarmee is de directe invloed van religies op de politieke besluitvorming gelukkig flink teruggebracht.

In plaats van, zoals Spinoza op de kracht van het verstand te wijzen ziet DD het als zijn taak om, ‘erop te wijzen dat moderniteit en rationaliteit hun grenzen hebben.’
Voor Spinoza heeft echte rationaliteit juist geen grenzen.

DD zegt hetzelfde als veel theologen, die dit voortdurend benadrukken om hun religieuze fantasieën aan het zo onwetend gehouden goedgelovige volk te kunnen slijten.
DD vindt dat je met strikt rationele principes niet alle problemen kunt oplossen en bijvoorbeeld ‘eerbied’ voor een dood lichaam (wat een voorbeeld, jd) heb je alleen omdat dat ‘principe’ wortelt in het ‘hart’ en niet zozeer in de ratio.
Dezelfde soort beweringen lees je in eindeloze hoeveelheden bij gelovigen, om er hun religieuze speculaties mee goed te praten. En wat is het ‘hart’ nu eigenlijk. Nog nooit is het bestaan van het ‘hart’ angetoond, maar volgens DD wortelt hierin wel het principe van ‘eerbied voor een dood lichaam’. Alsof niet-gelovige rationalisten, dus mensen die proberen, zoals Spinoza propageert, zoveel mogelijk hun verstand goed te gebruiken en dus zich zo min mogelijk door verbeeldingen en onjuiste ideeën willen laten leiden, een dood lichaam bijvoorbeeld zo maar in de sloot zouden gooien, of het in stukken snijden, roosteren en opeten? Wat een ongelooflijke onzin.
Bovendien, wat is ‘eerbied’? Moeten wij knielen voor een dood lichaam? Iets dat niet meer is dan een stoffelijk overschot? En de onzin van DD komt geen einde.

Om het allemaal nog meer anti Spinoza te maken; “Ook de politiek moet de grenzen van de rationaliteit erkennen. Wie aan beleid doet, gaat er gewoonlijk van uit dat je de dingen moet beheersen, controleren, sturen, om vooruitgang mogelijk te maken.”
Ach, iedereen die iets politiek weet, begrijpt dat je te maken hebt met de irrationaliteit van religies en andere vormen van geloof, of verbeelding, of onjuiste ideeën. Dat is nu juist de irrationele realiteit waar je als politicus rationeel mee moet zien om te gaan, maar natuurlijk om het vervolgens richting meer rationaliteit bij zoveel mogelijk mensen te sturen en dus zoveel mogelijk mensen onder de leiding van de ratio te brengen.
DD trapt dus eerst een open deur in en zegt dan dat we de irrationaliteit, zoals van religies moeten accepteren, dat ze zelfs goed zijn, en dat we de grenzen van onze rationaliteit deemoedig moeten accepteren en verder op ons ‘hart’ vertrouwen.
Dat dit alles precies de andere kant uitwijst dan wat Spinoza beweert, zal voor iedereen duidelijk zijn, omdat hij zich natuurlijk helemaal niet neerlegt bij de irrationaliteit en nog minder bij de vermeende grenzen van de rationaliteit. Zijn hele filosofie staat immers in het teken van de bestrijding van de irrationaliteit, van verbeeldingen, van onjuiste ideeën en van macht van georganiseerde religies.

De Dijn; “Maar misschien veroorzaak je door die bijna blinde focus op vooruitgang juist àchteruitgang! We hebben daardoor immers geen oog meer voor de basis van alles, ‘de attitudes van het hart’.”

Tja, dan moet je eerst definiëren wat je met die begrippen bedoelt. Voor mij is in ieder geval ‘vooruitgang’ de toename van juiste ideeën in de hoofden van zoveel mogelijk mensen, de verbetering van het verstand, zelfontplooiing, de vergroting van het individuele geluk en daarmee het welzijn in de samenleving.

En wat zijn dan in godsnaam de attitudes van het hart? En weer, wat is ‘het hart’?
Natuurlijk bestaat er helemaal niet zoiets als ‘het hart’, want er is alleen lichaam en denken, met ideeën en emoties.
De woorden ‘Hart’, ‘ziel’ en ‘geest’ zijn dus alleen maar menselijke verbeeldingen die gebaseerd zijn op onjuiste ideeën.
Religies exploiteren deze onwetendheid en vullen het denken met nog meer verbeeldingen en praten mensen van jongs af aan hieruit afgeleide waarden en normen aan, die ze vervolgens geweten of ‘hart’ noemen. Het geweten of ‘hart’ van religieuzen is dus in feite een verzameling ingeprente, warrige verbeeldingen die vervolgens de religieuze schaapjes gemakkelijk manipuleerbaar maakt voor de religieuze herders, omdat die immers de inhoud van verbeeldingen bepalen.

Helemaal, totaal niet Spinozistisch is het natuurlijk om te zeggen dat, ‘de basis van alles, ‘de attitudes van het hart’’ zijn. Omdat ‘hart’ uit de verbeelding voortkomt kunnen die attitudes dus ook alleen maar verbeeldingen zijn.

Maar zegt De Dijn; “Dat zijn dingen die je niet zomaar kunt manipuleren of beheersen.”
Nee, helaas niet omdat mensen blijkbaar heel hardnekkig in onzin kunnen geloven.
Terwijl mensen met juiste ideeën natuurlijk veel moeilijker te manipuleren zijn, of helemaal niet. Hoe zou ik immers, als ik zeker weet dat ik een driehoek zie, mij laten manipuleren en vervolgens denken dat het een cirkel is? Onzinniger kun je het niet bedenken. Maar DD kan het!

Dan neuzelt De Dijn in het interview verder over goed nabuurschap, het ophalen van huisvuil, ruimte voor de kinderen, bomen en dat je moet vertrouwen op de menselijke relaties. “Dàt zorgt waarschijnlijk wel voor resultaat. Ik zeg ‘waarschijnlijk’, want er is geen garantie dat goed nabuurschap blijft. Sommige dingen kàn je niet controleren of beheersen.”

Tja, wat moeten we hier nu mee?; ‘Waarschijnlijk’, en ‘sommige dingen’, zo kan iedereen wel filosoof zijn.
En alsof verlichte, niet-gelovige rationalisten hun huisvuil niet laten ophalen, geen ruimte voor kinderen maken etc. Er komt geen einde aan de manipulatieve onzin die DD onder het mom van ‘Spinozakenner’ durft uit te kramen. Hij gebruikt zijn kennis van Spinoza juist om hem te in zijn religieuze kamp te krijgen, doet dat door hem te bestrijden. Want Spinoza was weliswaar heel realistisch over de mens en de politiek, maar hij vond natuurlijk helemaal niet dat we ons bij onze zwakheden, verbeeldingen, of emoties moeten neerleggen. Zijn hele filosofie stond immers in het teken van de verbetering van het verstand;
“Daarom besloot ik uiteindelijk te onderzoeken of er ook iets bestaat dat 'echt goed' is, dat je kunt leren kennen en waardoor je innerlijk helemaal in beslag genomen wordt, zonder iets anders nodig te hebben. Kortom, of er iets bestaat waardoor ik altijd gelukkig zou kunnen zijn.”
(Verhandeling over de verbetering van het verstand, p1)

Spinoza komt na dit onderzoek tot de volgende conclusie aan het eind van de Ethica;

“Stelling 42. Geluk is niet de beloning voor het ‘goed doen’, maar het goed doen zelf. We zijn niet blij met het goede, omdat we de emoties bedwingen, maar omgekeerd kunnen wij de emoties bedwingen omdat we blij zijn over de goede daden.
Geluk bestaat uit liefde voor God (= de natuur, jd) en deze liefde ontstaat uit de derde soort van kennis. Deze liefde heeft dus te maken met het verstand als het iets doet en is dus het ‘goed doen’ zelf.
Hoe meer het verstand blij is met deze liefde voor God, of met dit geluk, hoe meer begrijpt het, hoe groter is de macht die het over de emoties heeft en hoe minder het lijdt onder de slechte emoties.
Doordat het verstand blij is met deze liefde voor God, of met dit geluk, kan het sterke verlangens bedwingen. En omdat de macht van de mens om deze lusten te bedwingen alleen in het verstand ligt is niemand blij met geluk omdat hij de begeerten bedwongen heeft. Maar het is omgekeerd; de macht om de lusten te bedwingen komt voort uit het geluk zelf.
Hiermee heb ik alles wat ik wilde zeggen over de macht die het verstand heeft over de emoties, en over de vrijheid van het verstand, afgehandeld. Hieruit blijkt waar de wijze allemaal toe in staat is en hoeveel beter hij is dan de domme die zich alleen door de sterke verlangens laat leiden.
De onwetende wordt door uitwendige oorzaken en op vele verschillende manieren opgejaagd en kan nooit echte rust vinden. Bovendien leeft hij alsof hij zich niet bewust is van zich zelf, van God en van de dingen.
Zodra hij niet meer lijdt, houdt hij ook op te bestaan.
Maar de wijze wordt op zich nauwelijks geestelijk beïnvloed.
Hij is zich bewust van zichzelf, van de eeuwige noodzakelijkheid van God (= de natuur, jd) en de dingen. Hij blijft altijd bestaan, en hij kan altijd echte geestelijke rust vinden.
(Ethica, H 5, laatste pagina)

Duidelijker kan ik het niet zeggen en dit is de essentie van de filosofie van Spinoza; de verbering van het verstand om gelukkig te worden. Wat DD zegt, wijst zoals hierboven aangetoond, precies de andere kant op. Dus één ding is zeker, hij is geen spinozist en zelfs geen reli-spinozist. De Dijn is in feite een zeer conservatieve, religieuze ‘anti spinozist’!!!

Het doet mij genoegen dat ik niet meer de enige ben die zich publiekelijk verzet tegen De Dijn's propaganda voor een nep-spinoza die niets met de echte Spinoza gemeen heeft. De kritiek die de mij onbekende J. Duyker weergeeft, acht ik zakelijk en terecht. Zelf heb ik menigmaal in de clinch gelegen met De Dijn, ten eerste over de strekking van de TIE naar aanleiding van mijn vertaling /commentaar van dit werk (Baarn: Ambo 1986), ten tweede over mijn claim dat Van den Enden Spinoza's mastermind was, naar aanleiding van mijn ontdekking en presentatie van zijn uiterst belangrijke proto-spinozistische politieke geschriften (dit mocht van hem niet waar zijn!) en laastelijk over de strekking van de TTP naar aanleiding van zijn onoordeelkundige lofprijzing van Akkerman's vertaling en de nog meer misplaatste, want geheel foutieve interpretatie van de TTP zelf, zoals hij die weergaf in een groot artikel in Vrij Nederland (26 Juli 1997). Mijn repliek kon ik niet kwijt in Vrij Nederland zelf: De Dijn was ten slotte hoogleraar en Voorzitter van de Vereniging Het Spuinozahuis; dus die moet het wel bij het juiste eind hebben. Ten einde raad heb ik mijn repliek zelf gepubliceerd in een eerste (inleidend) hoofdstuk van mijn "Definitie van het Christendom. Spinoza's tractatus theologico-politicus opnieuw vertaald en toegelicht " (Delft: Eburon 1999) p. 14-19. Ik moge de lezer van dit blog verwijzen naar deze plek, waar ik korte metten heb gemaakt met De Dijn's volkomen uit de lucht gegrepen zogenaamde 'twee wegen theorie' volgens welk Spinoza ons zou hebben voorgehouden dat mensen langs twee wegen (die van de rede en die van het godsdienstig geloof) zalig zouden (kunnen) worden. In zijn VN-artikel beweert meneer De Dijn o.m. en ik citeer letterlijk "De politiek heeft dus de religie nodig"! Helaas voert het te ver om hier mijn weerlegging van die onzin opnieuw uiteen te zetten; het is ook niet nodig. Mijn boek is in verschillende bibliotheken aanwezig en is trouwens nog steeds te koop. (Jaarlijks worden er nog 50 exemplaren van verkocht). -
Maar ja, ik was een roepende in de woestijn en was toen fysiek verzwakt (moest een hartoperatie ondergaan). En aan de andere kant was de macht in handen van de Voorzitter van de Vereniging van het Spinozahuis, De Dijn zelf, die een brief aan de leden van de Vereniging deed uitgaan, waarin stond dat het bestuur mijn eigenzinnige publicatie afkeurde en zijn leden de aanschaf van het boek ontraadde. Dit was een zuiver voorbeeld van censuur, welk type censuur de Vereniging nog steeds toepast in haar beleid en bij selectie van sprekers voor speciale gelegenheden. Andere geluiden dan die van de De Dijn - kliek (bestuursleden) en CDA-ideologen in die club, over de betekenis van Spinoza's werken niet gefaciliteerd. Was het alleen maar dit. De onzinnige opvattingen van De Dijn werden verder uitgedragen door zijn opvolger Kees Schuyt, die onlangs in Trouw nog beweerde dat er 'een hoge ethiek' nodig is voor goed burgerschap, daarbij veronderstellende dat hij die bezit. En ze worden, helaas, nog steeds uitgedragen. Ga maar eens na welke sprekers elkaar dit jaar op het podium brachten: om samen vals te zingen ... over Spinoza.

Mooi geschreven; “… om samen vals te zingen ... over Spinoza.”

Dank voor uw reactie, die wat mij betreft, de conclusie helemaal onontkoombaar maakt: exit DD!

Maar de grote vraag is natuurlijk, hoe krijg je het voor elkaar dat dit valse gezang, of beeld van Spinoza gecorrigeerd wordt?
De meeste groepen en individuen in Nederland die het Spinoza beeld bepalen, zijn ‘De Dijn-isten’ en ze lijken de hegemonie te hebben.

Het is natuurlijk intriest en dieptragisch dat Spinoza in Nederland in handen is gevallen van een kongsi van ‘De Dijn-isten’, ‘ivoren toren wetenschappers’ en hun dweepzieke volgelingen.

Als je je goed realiseert wat er aan de hand is, begrijp je hoe absurd het eigenlijk is dat het beeld van Spinoza’s filosofie, op dit moment in Nederland, waartoe ik me voor het gemak beperk, dus bepaald wordt door mensen die in feite zijn tegenstanders zijn. Dat is wat men noemt, een gotspe, of ook wel ‘godgeklaagd’.

Maar als je bezig bent met hen te bestrijden, ben je dus bezig met het bestrijden van valse beelden en niet met het stimuleren dat zoveel mogelijk mensen gaan leven onder leiding van de ratio. Dat is een dilemma. Het beste is natuurlijk als die twee samenvallen.

In en poging in ieder geval iets te doen, heb ik ondertussen deze teksten onder de aandacht gebracht van de redactie van de Campuskrant van de KU Leuven.