Theodor Kerckring’s lof over Spinoza’s microscoop

Gisteren verwees ik al naar het blog van 14 juli 2010: “Theodor Kerckring (1638 - 1693) werkte met een 'voortreffelijke microscoop' van Spinoza.” Vandaag vul ik dat nog even aan, daar er op internet al weer zoveel meer te vinden is. Er zijn inmiddels namelijk twee fraaie gedigitaliseerde versies op internet gebracht van Theodori Kerekringii Spicilegium anatomicum, contiens observationum anatomicarum (Amstelodami, sumptibus Andreae Frisii 1670). In Caput XCIII “Per Microscopia incertum in Anatomia judicium”, geeft hij een kleine lofrede op de microscoop die Spinoza voor hem gemaakt had.

Wim Klever schreef (i.s.m. J. van Zuylen) Insignis opticus. Spinoza in de geschiedenis van de optica, waarin hij uitvoerig schrijft over Spinoza’s theoretische kennis en praktische toepassing van de optica. Het werd gepubliceerd in tijdschrift De zeventiende eeuw [6-2, 1990, p. 47 – 63 - DBNL] In een voetnoot schrijft hij het volgende:

“Na voltooiing van dit artikel trof ik nog een eervolle en interessante verwijzing naar een door Spinoza gemaakte microscoop aan in een geschrift van Spinoza's studiekameraad op de Latijnse School van Franciscus van den Enden, nl. Theodori Kerekringii Spicilegium anatomicum (Amstelodami, sumptibus Andreae Frisii 1670). Dit werk van de beroemde anatoom Kerckring bleek na Spinoza's dood ook in diens bibliotheek aanwezig te zijn. Waarschijnlijk zijn Spinoza en Kerckring na hun studietijd levenslang met elkaar bevriend gebleven. In 'Observatie XCIII’ gaat Kerckring uitvoerig in op de betekenis van de microscoop voor de anatomische waarneming. 'Allerwege verwerven wijze medici zich geschikte hulpmiddelen voor de beoefening van hun kunst en om de zieken te kunnen helpen. Deze eeuw vooral, waarin de anatomie buitengewoon vervolmaakt wordt - onder hemelse invloed, door voorbeelden aangestoken of gestuurd door een of ander lot waarvoor wij de goddelijke voorzienigheid in de plaats stellen - verwaarloost niet de hulp van microscope,. van welker volmaaktheid onze tijden meer profiteren dan alle vroegere eeuwen. Met behulp hiervan wanen sommigen zich zelf als Lynceus, zodat zij durven beweren, dat de gehele lever een klier is…' Nadat Kerckring vervolgens opgemerkt heeft dat men in de microscopische waarneming rekening moet houden met kleurverandering die het observeren van de subliminale vorm bemoeilijkt en gewaarschuwd heeft dat we derhalve niet zo snel moeten concluderen dat de lever een klier is, gaat hij voort: Est & mihi microscopium praestantissimum à Benedicto illo Spinosa Mathematico & Philosopho nobili elaboratum, quo vasa lymphatica, dum glandulas suas intrant conglobatas, videntur in varia filamenta dispergi, [...]
Hoc quod instrumenti mei admirabilis ope clarè detexi, visum est admirabiliùs: intestina scilicet, hepar, ceteraque viscerum parenchymata infinitis scatere minutissimis animalculis […] (p. 178)-
Kerckring bekent hier dat hij in zijn anatomisch onderzoek veel profijt heeft van de 'zeer voortreffelijke microscoop', die de edele 'wiskundige en filosoof' Spinoza voor hem vervaardigd heeft, en dat hij met dit 'bewonderenswaardige instrument' eindeloos veel zeer kleine, wonderlijke 'diertjes' waarneemt in de lever. Wat we aldus in het kleine waarnemen, 'kan geen enkel verstand bevatten. [... ] Het ontsnapt niet alleen aan de scherpte van de ogen maar ook aan de macht van de verbeelding'. Hier past de Medicus ontzag en eerbied voor de Schepper. - Het is niet zozeer de naturalistische filosoof alswel de opticus Spinoza die vriend Kerckring, die zich tot het Katholicisme had bekeerd, van dienst is geweest."

Tot zover deze noot. Zie hier de betreffende bladzijde (ik heb de door Klever geciteerde passages gemarkeerd]

Op 13 april 2011 werd het boek op archive.org geplaatst; zie hier een link naar de betreffende pagina 178  

Maar al in 2005 blijkt het gedigitaliseerd op internet te zijn gezet door de Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel.

Zie hier de korte recensie over Spicilegium anatomicum in de Philosophical Transactions van 1670 van de Royal Society (misschien wel van de hand van Henry Oldenburg zelf]