Theodor Kerckring (1638 - 1693) werkte met een 'voortreffelijke microscoop' van Spinoza

Het voornaamste feit waarom Theodor Kerckring belangrijk is voor het Spinozisme is niet dat Spinoza zijn commentaar op de alchemie van Basilius Valentinus, Commentarium in Currum Triumphalem (1671) in bezit had en ook diens Spicilegium anatomicum (1670)(waarschijnlijk van de auteur gekregen?).

Het is ook niet het feit dat Kerckring op 27 februari 1671 met Clara Maria van den Enden trouwde, op wie volgens Colerus ook Spinoza jaren terug verliefd was geweest. Maar Kerckring ‘won’ haar, waarbij “een kostelijk Parelsnoer, zynde enige duizenden waardig, die hij (Kerckring) de jonge vrouw eerder geschonken had, niet weinig holp bij het winnen harer gonst." Kerckring ging er zelfs voor tot het katholieke geloof over. Over een mogelijke liefdescontest is veel gespeculeerd door toneelschrijvers en biografe Margaret Gullan-Whur; die zou zich dan omstreeks 1657 hebben moeten afspelen, toen Spinoza 25, Kerckring 19  en Clara Maria 13 jaar oud was; niet heel geloofwaardig. (Zie hier de aankondiging op 4 febr. 1671 van het voorgenomen huwelijk op de website over Franciscus van den Enden van Frank Mertens).

Nee, het belangrijkste feit is dat Kerckring een ‘voortreffelijke microscoop’ bezat, en die was, zo beschrijft hij in zijn Spicilegium Anatonicum, [1670; in: Observatio XCIII] “vervaardigd door de edele wiskundige en filosoof Benedictus Spinoza, waarmee ik de lymfe-vaatbundels kan zien.”

Theodor Kerckring of Dirk Kerckring (ook geschreven als Kerckeringh of Kerckerinck) was een Nederlands anatoom, farmacoloog en alchemist. Hij werd geboren in Hamburg en groeide op in Amsterdam als zoon van koopman en VOC-kapitein Dirck Kerckring en Margaretha Bas, dochter van voormalig burgemeester van Amsterdam, Dirck Bas. In de tweede helft van de 1650-iger jaren leerde hij Latijn op de school van Franciscus van den Enden aan het Singel. Dat was in dezelfde tijd waarop Benedictus de Spinoza aan die Latijnse School verbonden was. Daarna, in 1659, ging hij naar Leiden om aan de Universiteit bij o.a. de farmacoloog Franciscus Sylvius medicijnen te studeren. Voor hij zich in Amsterdam vestigde maakte hij vanaf 1675 een reis door Europa. Later, in 1678, vestigde hij zich met zijn vrouw in Hamburg. Daar hielp hij zijn vroegere vriend Niels Stensen, ooit een vooraanstaand anatoom, maar inmiddels katholiek priester in Florence geworden en bisschop van Münster die een nieuwe positie behoefde aan een functie in Hamburg. Op zijn beurt verzocht Stensen de Hertog van Toscane, Cosimo III de Medici om Kerckring aan een post te helpen.

Hij is vooral bekend vanwege zijn Spicilegium Anatomicum (1670), een anatomische atlas waarin hij tal van medische curiositeiten en klinische observaties beschrijft, waarvan hij vele ontdekte met een prima microscoop die door Benedictus de Spinoza gemaakt was. [Aan het eind van dit blog méér hierover]

       
Frontispiece van het boek van Theodor Kerckring Spicilegium anatomicum (1670). De anatomische wetenschap verschijnt erin als een vrouw die een o.a. aan de hand opgehangen lijk ontleed.

Kerckring wordt gecrediteerd voor het beschrijven van het beentje van Kerckring (manubrium squamae occipitalis; Kerckring ossicles), een klein beentje, dat verschijnt in de 16e week van de zwangerschap, dat de processus basilaris van het os occipitale wordt. Ook verstrekte hij een uitvoerige beschrijving van de vouwen van het slijmerige membraan van kleine darm ('Kerckring's valves', de vouwen van Kerckring, plicae circulares en valvulae conniventes.

Theodor Kerckring schreef de eerste monografie over het chemische element antimoon. Hij deed dat in de vorm van een commentaar op 'de triomfwagen van het antimoon' van Basilius Valentinus, die hij in het Latijn vertaalde en van commentaar voorzag:

Theodori Kerckringii doctoris medici Commentarius in Currum triumphalem Antimonii Basilii Valentini, à se latinitate donatum. apud Henricum Wetstenium, 11671, 1685 [als PDF bij books.google te downloaden].

De Engelse vertaling ervan is hier te vinden.

Dr. Cis van Heertum, conservator van Bibliotheca Philosophica Hermetica, schreef hierover een uitvoerig en interessant artikel: Championing Basilius Valentinus and expecting Elias Artista: Theodor Kerckring’s commentary on Currus triumphalis antimonii

Een uitvoerige bespreking van ditzelfde werk door Albert G. Nicholls In: ThE CANADiaN MEDICAL ASSOCIATION JOURNAL [May 1940] is in z'n geheel hier als PDF te lezen.

    Triumphwagen des Antimons

In 2004 bracht Humberg Buchverlag deze Duitse uitgave op de markt. 

Mit dem "Triumphwagen des Antimonii" des Benediktinermönchs Basilius Valentinus erscheint vor 400 Jahren ein alchemistisches Grundlagenwerk, das binnen kurzer Zeit größten Ruhm erlangt und in ganz Europa gelesen und studiert wird. Von der meist äußerst dunklen, symbolisch verschlüsselten alchemistischen Literatur setzt sich der Triumphwagen deutlich ab. Bis heute erfreut er sich daher großer Beliebtheit als Quellenwerk, sowohl für die wissenschaftliche Aufarbeitung der Alchemie- und Pharmaziegeschichte wie auch für diejenigen, die heute noch unmittelbar alchemistisch arbeiten und einen ursprünglichen Zugang suchen.Die hier beigefügten Kommentare von Theodor Kerckring und Anton Josef Kirchweger sind selbst zu Klassikern geworden, die den "Triumphwagen" erläutern und deuten. Zwei umfangreiche Studien beschäftigen sich mit Johann Thölde, der von 1599 bis 1604 als erster Schriften des Basilius Valentinus herausgegeben hat und im Verdacht steht, ihr wahrer Autor zu sein. Dazu gewährt ein handschriftliches "Proces Buch", das Thölde 1594 dem Landgrafen Moritz widmete, interessante Einblicke in die konkrete laborantische Praxis der Zeit.Diese Ausgabe stellt mit dem Text des "Triumphwagens" nach der Erstausgabe von 1604, mit den Kommentaren von Kerckring und Kirchweger und mit den historischen Studien verläßliches Quellenmaterial zur Verfügung. Die Originaltexte wurden eigens für diese Ausgabe sorgfältig aus der alten Fraktur in eine lesefreundliche Schrift übertragen und durch zahlreiche Querverweise untereinander verknüpft.
  
Aanvulling 17 juli 2010 -
Nogmaals Kerckrings getuigenis over Spinoza's microscoop.  

Wim Klever schreef (i.s.m. J. van Zuylen) Insignis opticus. Spinoza in de geschiedenis van de optica, waarin hij uitvoerig schrijft over Spinoza’s theoretische kennis en praktische toepassing van de optica. Het werd gepubliceerd in tijdschrift De zeventiende eeuw [6-2, 1990, p. 47 – 63] en op 5 november 2009 gescand en op benedictusdespinoza.nl geplaatst. Daarin heeft hij een uitgebreide voetnoot over wat Kerckring schreef over zijn bezit van een door Spinoza vervaardigde microscoop, waarover dit blog gaat.  

Hier die voetnoot - een scan van een scan... Klik op de afbeelding om 't iets te vergroten.  
Bronnen

Behalve de al genoemde verder nog

Wikipedia over Kerckring

Kerckring's boeken op Worldcat

Zie hier meer over antimoon

Reacties

Goed overzicht, Stan, en mooi geillustreerd. Een verwijzing naar mijn SPINOZA INSIGNIS OPTICUS had in dit verband niet misstaan. In mijn artikel verwijs ik naar Kerckringh kostbare bezit als een van de bewijzen voor Spinoza's voortreffelijke theoretische en praktische optica. Als ik het mij goed herinner (ik heb het artikel hier in Ermelo niet bij de hand) geef ik daarin ook de directe context van het citaat weer.

Wim, je hebt gelijk. Ik hád aan je artikel gedacht, maar kon de print even niet vinden en was vergeten dat ik het had gescand en op de website had geplaatst. Het is nog steeds het beste wat over dit onderwerp geschreven is. Ik raad ieder lezing ervan aan.
Vandaag heb ik in een aanvulling op het blog een link naar dat artikel geplaatst en de betreffende voetnoot een plaatsje in het blog gegeven, waardoor het flink is verrijkt.