Teksten vriendenuitgave voor De Dijn op internet

Bij gelegenheid van het afscheidscolloquium bij het emeriteren van Herman de Dijn werd een speciaal themanummer van Ethische Perspectieven, Zin en betekenis, ethiek en religie, aan hem opgedragen ter gelegenheid dus van zijn emeritaat.

Intussen zijn alle hieronder genoemde bijdragen als PDF-bestand op de website van Ethics.be te downloaden.

Opmerkelijk is dat op de website van De Dijn wel zijn emeritaatslezing te vinden is, maar geen link naar de pagina bij Ethics.be met deze bijdragen te vinden is.
U vindt ze dus via dit weblog.

Ethics.be omschrijft deze special aldus (echt kritische bijdragen mag men in zo'n Festschrift niet verwachten):

De bijdragen die Kardinaal Godfried Danneels en tal van vrienden en collega's hebben geschreven, gelden als de symbolische uitdrukking van dank en erkenning. In deze bijdragen belichten zij de betekenis van de inbreng van Herman De Dijn in de discussie over ethiek en religie in de Lage Landen en bespreken ze thema's die hem na aan het hart liggen.

Deze bundel biedt perspectief op een erfenis en impliceert meteen ook een opdracht. De redeneringen die Herman De Dijn en zijn collega's tot kritische standpunten hebben geleid, veronderstellen de bereidheid om over complexe vraagstukken na te denken.

In een wereld waarin over vraagstukken wordt gedacht als ging het om technische problemen die men zondermeer kan uitbesteden aan experten, is dat niet evident. Er is meer nodig dan technische vaardigheid om wat Herman De Dijn 'common sense' noemt te beschermen tegen onzorgvuldige reflectie en ondoordachte retoriek.

  • Katholieke intellectuelen (Kardinaal Godfried Danneels)
  • Herman De Dijn en het precaire statuut van reactieve attitudes (Guido Vanheeswijck)
  • Nussbaum over religieuze diversiteit en de wet (Herman De Dijn)
  • Natuur en symbool (Arnold Burms)
  • De consequenties van de openingszet: Opvattingen over betekenis en hun gevolgen (Bart Pattyn)
  • Geloof vraagt naar inzicht: Over beeldverering en de godsdienstfilosofie van De Dijn (Paul Moyaert)
  • Bekering heen en terug: Over geloofsverlies (Walter Van Herck)
  • 'Ethiek is een soort trouw': De Dijn als filosoof en moralist (Willem Lemmens)
  • Absolutisme, consequentialisme en gepastheidsethiek: Fragmenten uit mijn innerlijke dialoog met Herman De Dijn (Antoon Vandevelde)
  • De bio-ethiek als probleem of als uitdaging tot dialoog? (Paul Schotsmans)
  • De stad als publieke ruimte (Rudi Visker)
  • Schaamte (Paul van Tongeren)
  • Reus is boos: Over emoties en sentimenten (Roland Breeur)

Aanvulling 29 januari 2009
Floris Solleveld, filosoof en illustrator voor het blad Cimedart, schrijft op zijn weblog: In het kader van het Spinozajaar 2007 waren er maar liefst 3 Spinozologen uitgenodigd om de Spinoza-leerstoel te delen, en twee daarvan werden geïnterviewd voor Cimedart. Het portret van Herman de Dijn zorgde voor de nodige discussie op de burelen, omdat de interviewer er bezwaar tegen maakte dat zijn interviewee met een barokke schedel op het bureau werd afgebeeld. Een gekuiste versie verscheen uiteindelijk in Cimedart 37#2.

Hier de gekuiste en daarna de oorspronkelijke karikatuur

 

Reacties

Verwonderlijk afscheid.
Met zijn afscheidsverhaal bevestigt De Dijn dat hij na al die jaren nog steeds niets van Spinoza begrijpt, of dat hij afscheid van Spinoza heeft genomen.
Hier is een door en door katholiek burgermannetje aan het woord, die terug verlangt naar de regelmaat, de rituelen en naar de verwondering.
Hij gebruikt zijn kritiek op de moderne cultuur om zijn toehoorders terug in de kerk, of iets vergelijkbaars, te praten.

Spinoza over verwondering E 3;
Stelling 52
We zullen korter aandacht besteden aan een object dat we vroeger al eens gelijktijdig met veel andere soortgelijke dingen gezien hebben, omdat het volgens ons lijkt op veel andere dingen.

Als we ons dit object indenken, herinneren wij ons ook de andere dingen en zo worden we van de ene gedachte op de andere gebracht.

Hetzelfde geldt bij een object, dat naar ons idee alleen eigenschappen heeft die veel op andere lijken. Daardoor nemen we aan dat we er niets in zien dat we vroeger ook niet samen met andere dingen gezien hebben.

Als we iets nieuws zien dan wordt het verstand hierdoor volledig in beslag genomen.

Deze emotie wordt verwondering of bewondering (Latijn: Admiratio), genoemd.

Als dat wordt veroorzaakt door iets waar we bang voor zijn, dan noemen we het verbijstering.

We zijn verbijsterd omdat de verbazing over een kwaad ons zo in beslag neemt, dat we over niets anders kunnen nadenken. We kunnen dan dus ook niet aan iets denken, waardoor we dit kwaad zouden kunnen vermijden.

OVER DE EMOTIES
(Krop blz. 317)
4 De emotie verwondering is een idee van iets, waardoor het verstand geboeid blijft, omdat dit speciale idee geen andere ideeën (voorstellingen, beelden) oproept.
Dat komt omdat het verstand normaal gesproken door het zien van iets meteen aan iets anders denkt. De reden daarvan is dat in ons hoofd de beelden van die dingen zo geordend zijn, dat ze elkaar opvolgen.

Bij het idee van iets nieuws is het anders, als het idee van iets nieuws is wordt het verstand daardoor volledig in beslag genomen, totdat het weer aan iets anders moet denken. Het idee van iets nieuws is dus van de zelfde soort als andere ideeën en daarom is verwondering ook geen primaire emotie.

Dat het verstand ergens door in beslag wordt genomen komt niet door een positieve oorzaak, maar alleen doordat er een oorzaak ontbreekt die het verstand kan dwingen om aan iets anders te denken.

Jean Meslier over bewondering;
âIn het onderwerp religie zijn mensen alleen maar grote kinderen. Hoe absurder een religie is en hoe voller met wonderen, hoe meer macht het uitoefent. De devote denkt dat hij verplicht is om geen limieten te stellen aan zijn goedgelovigheid. Hoe onbegrijpelijker dingen zijn, hoe goddelijker ze voor hem lijken. Hoe ongelooflijker ze zijn, hoe meer verdienste hij zichzelf toekent voor het daarin geloven.

Bewondering is altijd de dochter van onwetendheid.
Mensen bewonderen en vereren alleen wat ze niet begrijpen.â

Als ware spinozisten nemen wij dus zonder emoties van verdriet afscheid van De Dijn, die blijkbaar zelf ook zelf al afscheid heeft genomen van Spinoza.

Ik citeer de woorden die kardinaal Danneels aan het eind van zijn tekst in de afscheidsbundel voor De Dijn schreef:
"Al sinds eeuwen zijn christelijke denkers onvermoeibaar bezig met de dubbele blik op de ene werkelijkheid: die van de rede en die van het geloof. Beide zijn trouwens door God aan de mensen gegeven. Beide mogen en moeten door mensen worden gehonoreerd. Professor De Dijn heeft zijn hele leven in die context geschreven. Want hij wist dat alleen die dubbele blik op de werkelijkheid de totaliteit van de waarheid kan proberen te vatten. Beide benaderingen van de werkelijkheid hebben hun autonomie. Maar alleen beide samen laten de menselijke geest toe de hele breedte te vatten van wat er te kennen is."

Het lijkt zo alsof de waarheid die via geloof zou worden bereikt bij die van de rede kan worden opgeteld, zodat rede en geloof samen groter inzicht in de ene werkelijkheid doen bereiken. Hoe zet dit denken de arme ongelovigen met alleen maar hun verstand op achterstand.

Wie moet, als hij deze woorden van kardinaal Daneels leest, niet denken aan de correspondentie die Spinoza voerde met Willem van Bleijenburg, die zich eerst afficheerde als rationeel zoeker naar de waarheid, maar die - als het er op aankwam - niet de rede, maar zijn geloof liet prevaleren. En hoe duidelijk blijkt uit deze afscheidswoorden dat Spinoza's TTP niet aan deze gelovigen is besteed.

Ieder mens is een gelovige, in meer dan een enkel opzicht. Waar het voor een anthropoloog a la Spinoza op aan komt, is: het geloof van zijn kinderjaren en dat van anderen te verklaren; dat wil zeggen te (ontdekken en) laten zien hoe dat noodzakelijkerwijs in mensen wordt geproduceerd. En tot welke effecten het leidt wanneer het onbegrepen blijft (zoals bij fanatieke en fundamentalistische gelovigen). Verdwijnen doet het evenwel niet zodra de mens tot rede komt, althans niet wat zijn positieve kern betreft: "Nihil quod idea falsa positivum habet, tollitur praesentia veri, quatenus verum" (4/1). "De dwaling verdwijnt, niet de voorstelling" (4/1s). En die voorstelling, die hersencodering. draagt per saldo zelfs bij tot het ontstaan van onze eeuwiggheidsperceptie naarmate zij (automatisch) aan meer en meer 'imagines' wordt gekoppeld. Zie daarover 5/11-14 en Klever, "Hoe men wijs wordt". Geloof en rede gaan dus niet hand in hand, staan niet naast elkaar, vormen geen dubbele blik. Er is uiteindelijk slechts EEN blik, de aanschouwing van de al-omvattende goddelijke Natuur. "Ik zal God zien vanuit dit lijf" (Job 19.26).