Spinozistische eedbekrachtigingsformule: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig"

In het verlengde van het vorige blog [Spinozisme is: omgekeerde apperceptie] heb ik even nagedacht over de vraag voor welke formule ik zou kiezen als ik minister of kamerlid zou worden (waarvoor de kans vrijwel nihil is) of als ik onder ede zou moeten getuigen: doe ik dan de eed “ik zweer...” met de bekrachtigingsformule zoals bij wet geregeld in 1911: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig” of doe ik de belofte “dat beloof ik”?

Spinoza zou niet zoveel meerwaarde hechten aan het “ík” dat belooft [en dat zich al gauw te veel kan verbeelden]. Hij zou er denk ik geen moeite mee hebben naar God-of-natuur te verwijzen. Uiteraard is die God geen bestraffende rechter, indien ik mij niet aan de belofte van de eed zou houden. Maar God of de natuur is wel alle macht. Hoe die macht in mij werkzaam is, wat die mij geleerd heeft hoe ik reageer op omstandigheden, hoe die mij gemaakt heeft en verder nog zal doen ontwikkelen, bepaalt hoe ik mij in de toekomst zal gedragen.

Ik heb meen ik in mijn leven slechts eenmaal de eed afgelegd: als dienstplichtig officier ergens in 1966 of 1967. Ik was toen nog niet helemaal ongelovig en zal over de formule van de eed toen geen twijfel hebben gehad. Nu zou ik die twijfel ook niet meer hebben, maar de uitkomst nu zou niet automatisch het “dat beloof ik” zijn. Ik zou met rustig gemoed de aloude eedformule kunnen afleggen, maar de inhoud ervan heeft voor mij wel een andere betekenis gekregen. Dat anderen die woorden anders uitleggen doet een volger van Spinoza uiteraard niets.

Het maakt tenslotte niet uit of je de eed of de belofte doet. Zowel de eed als de belofte zijn “maar woorden.” Maar wie zich er niet aan houdt, noch vanuit geloof, noch vanuit rationaliteit en redelijkheid, is volgens Spinoza nauwelijks nog een mens.

Reacties

Stan, je beseft toch wel dat Spinoza's god niet de god is van het establishment tegenover wie je de eed aflegt? En omdat je in je eed niet expliciet verwijst naar Spinoza's Ethica, houd je de gevestigde orde dus heel bewust voor het lapje?

Maar Fred, jij weet (wat het establishment niet weet of beseft) dat ook het establishment mij met z'n verbeelde godsbeeld a.h.w. "voor het lapje houdt". Spinoza geeft in TTP 14 aan hoe met die godsdienst om te gaan. Alzo deed ik in dit blog: voor de goede vrede meedoen met de massa of het establishment. [Maar wel zo weinig mogelijk eerbewijzen e.d. aannemen.]

Als ik je goed begrijp Stan dan bedriegen jullie niet alleen elkaar - jij en degenen voor wie jij een eed aflegt - maar bevestig jij, anders dan Spinoza, geheel nodeloos het verbeelde godsbeeld van het establishment. Hoe kan je dit alles rijmen met het afleggen van een eed?

Eed en belofte zijn louter juridische formules. Als je als atheïst de eed aflegt en je pleegt daarna meineed, dan zal je toch veroordeeld worden en kan je je niet beroepen op ongeldigheid vanwege je atheïsme. Rechters, notarissen, artsen en advocaten die de eed aflegden omdat ze gelovig waren, hoeven niet de gelofte af te leggen als ze na die eed na verloop van tijd ongelovig geworden zijn

Het mij nog steeds onduidelijk waarom Stan vrijwillig kiest voor een, op zijn zacht gezegd, misleidende formule terwijl hij kan ook kiezen voor een andere, ondubbelzinnige formule, te weten de belofte.

Het is om het even. Het maakt niet uit of je de eed of de belofte doet. Zowel de eed als de belofte zijn “maar woorden.” "Zo waarlijk helpe mij God almachtig" - wat is daar op tegen? Ik heb het in het blog mijns inziens voldoende uitgelegd.
De kwestie 'gelovig of niet' of 'atheïst of niet' is niet van belang voor wie - met Spinoza - de hoogste werkelijkheid, de oorzaak van alles, als God ziet.

Ofschoon het "maar woorden" zijn is er zoals iedereen weet een duidelijk verschil in betekenis tussen de woorden ja en nee.

Stan en Frad,
1. Eed of gelofte zijn niet alleen woorden. Ze zijn te vergelijken met de mondelinge toezegging tot koop of verkoop van een zaak.Je dient dan echter getuigen te hebben om je argument kracht bij te zetten. De eed of gelofte leg je af tegenover de magistraat. Die is de eiser en tegelijk getuige van de eed of belofte. God of humaniteit doen voor hem niet ter zake, en of je ze in geloof of niet aflegt ook niet.
2. Filosofisch is de eed of gelofte een performatieve taalhandeling (Austin), een begrip uit de analytische filosofie. Voorbeelden: lint doorknippen en zeggen: 'ik ver­klaar hiermee de winkel voor geopend', of: fles champagne tegen het schip slingeren en zeggen: 'ik doop u Queen Mary', of: de rechter in toga en pruik zegt tegen de verdachte: 'ik ontsla u van rechtsvervolging'. Volgens die op­vatting verandert er dan wel degelijk iets in de werkelijkheid.

Anders dan Spinoza, bevestigt Stan geheel nodeloos het verbeelde godsbeeld van het establishment. Hij zou ook kunnen kiezen voor de belofte, maar doet alsof het lood om oud ijzer is.

Ik ben hier klaar mee.

Het maakt inderdaad niets uit, want zowel het zweren als het beloven bevestigen positief de betekenis van de eed. De eed is dan inhoudelijk begrepen maar kan ontkent worden met ik beloof niet of en dat zweer ik niet, hoewel dat onzinnig is, want dan kom je niet in de kamer. Dat negativisme kan de bedoeling niet zijn.
Het persoonlijk positief beamen geeft in beide gevallen aan dat je je verplichtingen t.a.v. het staatslichaam in acht neemt door kamerlid te worden. Je hebt dan dezelfde plichten en rechten als elk ander kamerlid m.b.t. het ambt van het kamerlid zijn. Dat is dus ter zake want daarna doet het er toe hoe je je als de kamerlid gedraagt. Je verkiezing via partijlijsten is daarmee dan als politieke vertegenwoordiger ook in de kamer bevestigd. Wie zich daarna niet houdt aan de regels van het kamerlidmaatschap blijft wel een mens, maar is volgens Spinoza ook een ezel.
De opmerkingen van Stan over het "ik" en establishment gaan over het vertrouwen wat hij stelt in politieke vertegenwoordigers, dus over zijn persoonlijke voorstelling van zaken, die zijn m.b.t. tot de betekenis van de eed op zich niet ter zake. Dat mensen ook ezels zijn blijkt achteraf, maar misschien kun je dat ook met je stem gedrag helpen voorkomen en daar heb je als kiezer God niet maar wel een beetje politiek verstand bij nodig.

Naar mijn mening zijn mijn expliciete tegenwerpingen tegen Stan's eed niet weersproken. Overigens ben ik hier ook helemaal klaar mee.

Aanvulling op 15.8:
Overigens zijn niet alleen eed en gelofte performatieve taalhandelingen, maar de ceremonieën die Sp. beschrijft in TTP hoofdstuk 5 zijn dat ook. Een eed of gelofte verschilt in feite niet van de sacramenten in de godsdienst als doop, heilig avondmaal, mis, enz. Een eed of gelofte is een geseculariseerd sacrament. Politieke theologie in optima forma.