Spinoza’s denken over oordelen en willen

Martin Lin [cf. dit blog en ook ditblog], bracht zijn in 2004 gepubliceerde artikel “Descartes and Spinoza on Judgment” onlangs naar academia.edu. De locatie staat er niet in of bij vermeld, maar die is te vinden in zijn CV en dan blijkt het om een bijdrage te gaan aan: Antonella Del Prete (ed.), Il Seicento e Descartes: Dibattiti cartesiani. Florence: Le Monnier Universita, 2004, 269-291 [cf.]

Ik neem hier zijn samenvatting:
I argue that Spinoza’s theory of judgment is, despite important differences, more Cartesian than is sometimes supposed. In particular, Spinoza's theory of judgment agrees with Descartes in that they both ascribe an important role to the will in judgment. This emphasis on the will unites Descartes and Spinoza against the traditional conception of judgment according to which judgment concerns the logical form of thought and involves no psychological act. Despite this important similarity Spinoza adapts Descartes' theory of judgment in order to render it compatible with his naturalism and parallelism by identifying will with intellect. I conclude by considering a problem case for Spinoza’s theory of ideas: sense perception.

Vooral Spinoza’s (enigszins kort door de bocht gestelde) vereenzelviging van wil en intellect maakt Lin in dit artikel goed duidelijker. Een fundamenteel artikel waar veel van op te steken valt; goed dat het uit die toch wat ‘obscure’ vindplaats tevoorschijn werd gehaald. Voor mij was verrassend met de neus op ’t feit gedrukt te worden dat ook voor Spinoza oordelen om een wilsact vragen (bevestiging, ontkenning of opschorting), juist ook waar die volgens hem al in een idea zelf te vinden zijn. Spinoza's meest originele bijdrage aan de filosofie van de geest is immers het idee dat (ook) de geest gestuurd wordt door natuurwetten (cf. ook de automa spirituale in de TIE, II/32).

Reacties

“This emphasis on the will unites Descartes and Spinoza against the traditional conception of judgment according to which judgment concerns the logical form of thought and involves no psychological act. Despite this important similarity Spinoza adapts Descartes' theory of judgment in order to render it compatible with his naturalism and parallelism by identifying will with intellect.”

De psychologische act is een belangrijk onderwerp dat bij Spinoza enigszins verdwijnt. Hoe zie jij dat Stan, die “conception of judgment that involves no psychological act”?

Erich Fromm zal zeggen dat ‘de angst voor vrijheid’ een karaktertrek is die iemand reeds vroeg biologisch en mentaal gegeven is. Introvert of extravert zijn, de mogelijkheid om te willen veranderen en vernieuwen zijn reeds stevig vastgelegd en kies je niet zelf. Hoe je reageert op affectiones bepaal je dus zelf niet en daarom zegt Freud dat het ‘ik’ geen baas in eigen huis is. Nu kan je wel zeggen dat dat uitsluitend en alleen geldt voor het eerste weten.
Om het scherp te stellen, hoe komt een autistisch of Asperge geconditioneerd iemand uit zijn beklemming en vervolgens tot het bevrijdende tweede weten en haar intuïtie.

Misschien zou je Martin Lin's artikel eens kunnen lezen, Ed? De passage die je aanhaalt sloeg op "the traditional conception of judgment" [according to which judgment concerns the logical form of thought and involves no psychological act.] Bij Descartes komt daar de psychologische act van de (vrije) wil bij of overheen, die bij Spinoza inderdaad weer verdwijnt om een natuurlijk proces te worden, waaraan we onderhevig zijn. Ook voor Spinoza is het ‘ik’ geen baas in eigen huis [Freud had dat bij hem kunnen afkijken]. Ook het rationele ("tweede") weten en de intuïtie is niet iets dat iemand [een 'ik'] actief DOET, maar wat hem overkomt (maar waarvoor je je wel almaar meer kunt predisponeren of openstellen).

Naarmate mijn studie van (over) Spinoza vordert kom ik tot de conlcusie dat men voor dit soort zaken (wils-akt, vrije wil) beter Dennett kan gaan lezen. Hoewel die nergens verbinding met Spinoza legt (voor zover ik weet).

Victor,
Over ‘ je kan beter X kan gaan lezen’.

Het huis van de filosofie heeft verschillende kamers en sommige bewoners ervan komen zelfs niet meer met elkaar in gesprek. Angelsaksische taalfilosofen vinden vaak Continentale filosofie maar ‘gezwets’. Er zijn verschillende denkwijzen en de ene filosoof hoeft niet slimmer of dommer te zijn dan een andere, maar hij of zij bekijkt de dingen vanuit andere coördinaten. En pas in en door zijn of haar coördinaten kan er verschijnen wat er verschijnt.
Zizek verwijt Dennet te weinig oog te hebben voor het onbewuste, of het te snel af te zwakken. Dennet zal dan zeggen dat de Franse poststructuralisten het subject van het onbewuste te zeer centraal stellen. Zo las ik bvb op het rijk gevulde blog van Stan over Fichte en zijn verhouding met Spinoza. Als je alleen de verschillen benadrukt zie je iets anders dan als je de gelijkenissen benadrukt want dan kan zelfs Fichte’s ‘Ik =ik’ verbonden worden met substantie. Via Fichte, Schelling en sommige Franse denkers wordt substantie het onbewuste en heb je vervolgens een immanente seculiere Spinoza.

Je hebt gelijk om raad te geven bij lezing maar dat is pas interessant als je in dezelfde coördinaten kan meedenken als de aanbevolen schrijver.