Spinoza's bewustzijnstheorie [3]

Daar ik moet toegeven dat het me niet gaat lukken om Sangiacomo's interpretatie van Spinoza's bewustzijnstheorie goed over het voetlicht te brengen, ga ik volstaan met een kort commentaar, waaruit hopelijk duidelijk wordt waarom mij dat niet lukt. Ik vind dat hij een punt heeft, maar ook dat hij dat overdrijft. [Voor het overige verwijs ik naar het artikel zelf, cf. eerste blog]

Terwijl hij wil betogen dat bewustzijn bij Spinoza samenhangt met, of eigenlijk hetzelfde is als, adequate ideeën hebben, kom je dus in zijn artikel (in vertaling van Karel D'huyvetters) passages tegen als: "als ik mentaal enkel de communis ordo naturae volg, is er geen mentaal bewustzijn." [insofar as (quatenus) my mind follows only the communis ordo naturae, it is not conscious of itself.] Ho, ho, denkt de lezer dan: ik ben mij toch bewust van de dingen die ik waarneem?

Iets verder lees je ook: "omdat [wanneer] het mentale in de mens zichzelf beperkt tot een experientia vaga, is er geen mogelijkheid om te komen tot een reëel mentaal bewustzijn van wat er werkelijk gebeurt met ons lichaam." [insofar as the human mind limits itself to an experentia vaga [sic], the human mind cannot reach a real consciousness of what really happens to its body.[Vet van mij]

Kortom, eigenlijk laat hij - zonder dat hij dat uitdrukkelijk bespreekt - Spinoza een onderscheid maken tussen: irreëel, imaginair, misschien 'vals' bewustzijn en reëel, waar bewustzijn.

Maar in het gewone, dagelijkse (imaginaire) bewustzijn zitten sporen of kernen van adequate ideeën; dat waarnemen met imaginatio is niet volledig inadequaat, alleen weten we niet welk aspect of deel ervan adequaat is.

De schrijver wil, met Spinoza, weg van het imaginaire en op weg naar het meer reële, ware bewustzijn. Dat benadrukt hij door een zekere overdrijving - door namelijk het ware of werkelijke bewustzijn tot het enige bewustzijn te benoemen en aldus gelijk te stellen aan adequate ideeën.

De inspanning is dus om tot groei van het aantal adequate ideeën te komen, ofwel tot een groter (reëel) bewustzijn.

Die overdrijving van de gelijkstelling van bewustzijn als het hebben van adequate ideeën, blijkt het meest en sterkst in de passage waarover Henk Keizer in reactie op het vorige blog viel. In de uitleg van E2/11c stapte hij te snel over van God, die louter adequate ideeën heeft, tot het uitroepen van de essentie van het mentale van de mens als het hebben van adequate ideeën. [Vet van mij, dat moet natuurlijk zijn: het zijn van een adequaat idee - cf eerdere blogs onder]

Ik vind het in zekere zin een 'ogen openend' en aan te bevelen artikel over Spinoza's bewustzijnstheorie, alleen zit er een weeffoutje in dat zó irritant is dat sommigen zich er fel tegen verzetten (zoals Henk Keizer en aanvankelijk en op bescheiden schaal nog ook ikzelf). Ik denk dat met het onderscheid dat ik in dit blog aanbreng tussen twee soorten bewustzijn, we dichter bij Spinoza blijven.

Het mentale in verhouding tot het lichamelijke.
Tot slot kom ik nog even terug op de relatie tussen het mentale en het lichamelijke. De geest, het mentale, is op een of andere manier een reflectie van het lichaam en kan niet alleen op zichzelf bestudeerd worden, maar alleen in nauwe samenhang met het lichaam. Daarbij moet uiteraard afgezien worden van elke causale interactie tussen beide. Ik vraag me zelfs af of het wel precies genoeg is om überhaupt nog over 'relatie' tussen beide te praten en b.v. de geest als reflectie van het lichaam te benoemen.

"Bewustzijn is de uitdrukking van lichamelijke complexiteit"  [consciousness is the expression of bodily complexity in terms of adequate knowledge], zoals Sangiacomo laat lezen, is geen zuivere Spinozistische manier van spreken: het lichaam brengt geen bewustzijn voort en drukt geen bewustzijn uit; dat zo stellen is een categorieverwarring. Dat geldt ook voor de wat vage uitdrukking: "bewustzijn is het resultaat van adequate kennis die ontstaat vanuit de epistemologische resources van een lichaam zo complex als dat van de mens." [consciousness turns out to be the result of an adequate knowledge emerging from the epistemological resources of a body as complex as the human one.] Wat zijn "epistemologische resources van een lichaam"? Maar vooral: hoezo emerging? Op p. 3: "lichamelijke complexiteit is de bron van zowel kennis van de gewone orde van de natuur en van het intellect." [Bodily complexity is the common source of both [the common order of nature and the order of intellect]. Maar wordt daar geen categoriefout gemaakt? Lichamelijke complexiteit is nooit een bron van kennis. Je kunt zegen, zoals Nadler in navolging van Curley doet, dat bewustzijn is 'grounded' of 'embedded' in de natuur van het menselijk lichaam, maar daarmee is die laatste niet gezien als 'bron'. Of zie "het lichaam als instrument van bewustzijn" ook al zo'n twijfelachtige uitdrukking [p. 11].

Die zgn. 'relatie' zou zorgvuldiger moeten worden verwoord.



Met dit thema verwante blogs

29-06-2010 Eén zwarte zwaan ontkracht de 'Wet van Gueroult' [over Latijnse Mens met hoofdletter]

03-02-2011 Lichamelijkheid is onze primaire toestand

02-05-2013 De misvatting over het 'denkende lichaam'

26-05-2013 Heeft de notie 'denkende materie' nog iets met Spinoza van doen?

2-12-2013 Geest is de idee van het lichaam

19-01-2014 De menselijke geest volgens Spinoza [1]

22-01-2014 De menselijke geest volgens Spinoza [2] Intermezzo: Deus quatenus

23-01-2014 De menselijke geest volgens Spinoza [3]

23-01-2014 De menselijke geest volgens Spinoza [4] Dit blog moest als "una inadeguata tazza di the" opnieuw geschonken

29-01-2014 De menselijke geest volgens Spinoza [5]

31-01-2014 De menselijke geest volgens Spinoza [6]

31-01-2014 De menselijke geest volgens Spinoza [7 en slot]



Reacties

Je hebt gelijk Stan, het lukt je niet om te overtuigen dat Sangiacomo een punt heeft...Misschien zelfs integendeel. Ik denk dat, in tegenstelling tot Spinoza zelf, Sangiacomo de waarde van de verbeelding niet inziet. Hij zou misschien " De doornen en de roos" van Herman De Dijn eens moeten lezen.