Spinoza’s achtbaan – fraai boek ligt vanaf vandaag in de winkel

Vandaag brengt de Wereldbibliotheek het al lang geleden [cf. blog en blog] aangekondigde boek van Erik Bindervoet (tekst) en Saskia Pfaeltzer (beeld): Spinoza’s achtbaan in de boekwinkels. Morgen kan Sinterklaas als hij in Gouda aan wal komt met zijn inkopen beginnen van dit “groot feestdagenboek”, zoals literairnederland.nl het aankondigt. Het eerste dat inderdaad opvalt is het forse A4-formaat en flinke gewicht door het charmoiskleurige zware papier waarop het gedrukt is – en uiteraard die opvallende tekening op de cover. Kortom, het is qua vormgeving een mooi boek - precies zoals ik een boek graag heb: stevig ingenaaid en gebonden en met stofomslag. Als je het ter hand neemt vallen de vele gekleurde en enkele zwartwit tekeningen op. Het gaat niet zomaar om een paar illustraties, nee, een rijke buit aan plaatjes valt je in de schoot. De vele tekeningen vormen samen al een boom bomvol verhalen. Ze nodigen in ieder geval uit ze goed te bekijken om een indruk op te doen van wat de kunstenares ermee bedoeld kan hebben.

Alles aan eerste indrukken bij elkaar genomen – en dan heb je nog niets gelezen – heeft het boek een aparte sfeer – aan de ene kant bevestigt het de indruk: is voor jongelui; maar tegelijk ook: kan dienen als bladerboek op de salontafel (als die nog bestaat).

Ik heb het boek al enige weken terug ontvangen om er mijn bespreking van te geven. Ik had aanvankelijk (daartoe wel uitgenodigd) niet zelf een bespreekexemplaar aangevraagd, daar ik vooraf niet zeker kon zijn dat het boek bestemd was voor de doelgroep waartoe ik behoor: de grote groep oudere mensen die intens met Spinoza bezig is. Moest ik een boek dat kennelijk voor jongeren bestemd is gaan beoordelen? Maar toen ik het uitdrukkelijk nog eens kreeg aangeboden, heb ik het toch maar laten komen, want tenslotte verzamel ik voor dit weblog alles wat met Spinoza te maken heeft. Ik heb er geen spijt van gehad en het schrijven van deze leeservaring is dan ook zeker geen corvee.

Bij eerste lezing had het me nog niet gewonnen, moet ik eerlijk bekennen, zeker niet door het eerste hoofdstuk (ik kom daar nog op). Het bleef een poos op afstand van me, maar toen ik verderop in het boek belandde, begon het me in te palmen en bij herlezing nam het boek me meer en meer voor zich in en raakte ik de bevooroordeelde afstandelijkheid (die in mij zat) kwijt. Wil je iets echt kunnen leren kennen, dan moet je je er voor open stellen en achter je beschermwallen vandaan komen – de ontmoeting aandurven. Ik heb me gewonnen gegeven aan een zekere liefde op het tweede gezicht. Ik zal zo vertellen, waarom ik het toch ook een boek voor mij (en “mijn soort mensen”) ging vinden.

De tekst van Erik Bindervoet bestaat uit vier hoofdstukken of delen, alle overvloedig geïllustreerd door kunstenares Saskia Pfaeltzer, met heel speelse en vaak zeer fraaie illustraties. Je zou ook kunnen zeggen dat al die tekeningen bij elkaar een eigen deel vormen, zodat het boek – net als de Ethica – uit vijf delen bestaat. Ik begrijp uit het gesprekje dat Radio Een Vandaag gisteren met Erik Bindervoet had, dat het idee voor het boek van Saskia Pfaeltzer uitgegaan was [cf radio1.nl].

De titels van de teksten, en ook dat is een aardige vondst, verwijzen naar de voortschrijdende kenleer van Spinoza, beginnend met kennis van horen zeggen en uit toevallige ervaringen, samen de verbeelding vormend, vervolgens in het beargumenteerd zien van patronen, via de rede, en uiteindelijk het intuïtief inzien van het wezen der dingen, van waar het echt om gaat – ondergebracht in het laatste hoofdstuk.

Zo gaat het eerste hoofdstuk, “Van horen zeggen”, over uitspraken en flarden vage ‘kennis’ bij mensen over Spinoza. Iedereen heeft wel eens iets gehoord. Het achterliggende idee is wel aardig: er zou opgetekend zijn wat mensen rondom het Spinoza-beeld bij de Stopera afweten van Spinoza. Er komt dan een ratjetoe aan merkwaardige uitspraken, maar er zitten er tussen die het tamelijk ongeloofwaardig maken dat dit alles echt uit de mond van zomaar die plek bezoekende mensen zou zijn opgetekend. En dan wordt het weer té bedacht. In ieder geval vond ik het wat te lang – teveel flarden onzin.

Het tweede hoofdstuk begint wat te worden. De auteur beschrijft wat er nog in Nederland te vinden is van Spinoza: de plekken waar hij verbleef, dingen in de omgeving die hij gezien kan hebben. Het doet enigszins denken aan Rudi Rotthier’s De naakte perenboom. En verdomd, heeft de zin op blz. 25, “Misschien staat er nog ergens een boom die hij heeft gezien”, niet veel weg van een aardige allusie op dat boek?

Een begrijpelijke vergissing is dat er in Nederland zes aan Spinoza gewijde standbeelden staan; het zijn er zeven, in Den Haag zijn er twee, maar inderdaad, de Spinozabuste van de Duitse beeldhouwer Alfred Heinrich Hüttenbach bevindt zich in de tuin achter het Haagse Spinozahuis dat nu eenmaal nog steeds niet toegankelijk is. Aardig is de serieuze en soms laconieke beschrijving van het Spinozahuis in Rijnsburg. De schrijver was er toen die 19e eeuwse wipslijpmolen er nog stond. Hij vond die wel wat hebben. Maar de daar getoonde brief aan Leibniz is niet het origineel, zoals de auteur beweert, maar een facsimile.

Leuk en wat mij betreft geslaagd is het grapje dat de tekst in hoofdstuk 20 van de TTP over dat het doel van de staat de vrijheid is, Finis ergo Reipublicae revera libertas est, een stiekeme knipoog naar de Ware Vrijeid (‘vera libertas’) van Johan de Witt zou zijn.
Fout is dan weer dat de Opera posthuma de Opera omnia geweest zou zijn, quod non uiteraard, want de PPC en de TTP zaten daar niet in.

In het derde en vierde hoofdstuk is de leraar wiskunde aan een middelbare school, met als hobby's Amerikaanse presidenten, 8banen en Spinoza, de spreekbuis van de schrijver. Deze wat aparte Janus Dullemondt probeert, zeer gedreven, zijn leerlingen duidelijk te maken wie Spinoza was, wat deze filosoof uit de 17e eeuw ons nog kan leren en dat wat hij te zeggen heeft voor ons belangrijk kan zijn.

Grappig gevonden is het genummerde lijstje met de “60 levensfeiten van Spinoza” die hij op blz. 52 e.v. brengt. Hier zullen die leerlingen niets van snappen, maar kenners van Spinoza begrijpen dat het verwijst naar bv. Spinoza - Lebensbeschreibungen und Dokumente (Hrsg Manfred Walter, 1998), of naar Hub Hubbeling’s “Overzicht van het leven van Spinoza volgens de verschillende bronnen” dat te vinden is in de Briefwisseling, waarin de feitjes genummerd zijn. Hij heeft kennelijk een andere bron gebruikt (misschien de eerste uitgave van Freudenthal zelf wel), want ik kreeg de reeks niet in overeenstemming met een van deze, maar de bedoeling was duidelijk.

Hij blijkt een goed geïnformeerde, meestal betrokken en soms laconieke, grappige verteller over het leven van Spinoza. Om geboeid te lezen en met een glimlach om de mond. Het is een nuchtere en ontnuchterende auteur die vaststelt: er zijn al heel wat verhalen over Spinoza naar het rijk der fabelen verwezen. “Een enorm rijk is dat.” (p. 96). Sabbatai Zevi was misschien maar een hulpmessias. (p. 93). Heel modern doet ook aan hoe hij pietas weergeeft met ‘respect’.

In het laatste hoofdstuk geeft Janus Dullemondt weer wat hij de kern van de Ethica vindt. Zo legt hij uit: “Want volgens hem [Spinoza] moet de echte wereld net zo in elkaar zitten als je ideeënwereld. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille.” En hij brengt aardig wat voor het voetlicht over Spinoza’s emotieleer in het 3e en 4e deel van de Ethica. Maar ja, er is ook die merkwaardige 8baan-hobby. “Wat had hij graag met Spinoza in de achtbaan gezeten, maakt niet uit welke! Tivoli, Rio de Janeiro, Legoland, De Efteling!” Tsja. En dan moet het ook nog een 8baan in de vorm van een ring van Moebius zijn, waarbij de wagentjes aan de onderkant én de bovenkant rijden. Maar de erbij geboden tekening klopt dan weer niet, want is geen ring van Moebius. Of daar een diepere betekenis achter schuilt kon ik niet achterhalen. Misschien wist de illustrator gewoon niet wat voor ring dat is.

Watermerk
Wel grappig is dat op 3 bladzijden de zegelringafdruk met ‘CAUTE’ als een groot watermerk is gedrukt. Alleen merkwaardig is dat de ‘S’ (van BDS) niet als een gespiegelde ‘S’ maar als een scherpe ‘2’ wordt gegeven.

Aan één tekening stoorde ik me enigszins. Op blz. 38 stapt Spinoza met zijn laarzen door de Bijbel. Maar zo ging hij niet met de Bijbel om. Het was voor hem geen heilig boek in de zin dat het vanuit en namens een transcendente God ingefluisterd zou zijn, maar hij nam het werk wél serieus en achtte het boek een uitgebreide studie waard, net zo serieus als je de natuur bestudeert. Je moet die tekening dan maar lezen als: zo was het beeld van zijn tegenstanders die meenden dat hij zo schofterig met hun heilige boek omging.

Ik bemoei me verder niet met de vraag of leerlingen in het voortgezet onderwijs hier iets over Spinoza uit kunnen leren. Het is niet aan mij om te beoordelen of het erin slaagt hen een interessant en leerzaam verhaal voor te zetten, waaruit ze voldoende over Spinoza’s leven en leer kunnen opsteken. Mij lijkt het moeilijk voor hen die nog niets van Spinoza afweten om goed uit te maken wat bij Spinoza hoort en wat van de schrijver is. Dat is minder een probleem bij degenen die al wel een en ander van en over Spinoza weten: die kunnen juist genieten van hier mee te maken wat de schrijver allemaal van Spinoza afweet. Door de vele interessante feitjes die Bindervoet in zijn tekst verwerkt, begon ik hem steeds meer als een serieuze mede-zoeker naar Spinoza te zien. Je merkt dat hij heel wat secundaire Spinoza-literatuur verwerkt heeft. Het fascinerende en tevens moeilijke van het worstelen met Spinoza’s teksten, die zowel aantrekken als afstoten door de moeilijkheidsgraad, dat is iets waarin Spinozisten en in Spinoza geïnteresseerden zich zullen herkennen. Graag zullen zij zich in het gezelschap van de schrijver tijdens zijn zoektocht naar Spinoza herkennen.

Goed dat de Wereldbibliotheek het aandurfde om een boek als dit op de markt te brengen. Of misschien was het voor hen geen kwestie van durven, maar hadden ze meteen al alle vertrouwen in de kwaliteit die auteur en illustrator zouden leveren

Wat het voor leerlingen van middelbaar onderwijs zal doen, nogmaals, dat weet ik niet. Voor mij is het vooral een boek waarop ware liefhebbers van Spinoza zich graag als een cadeau zullen willen (laten) trakteren – als eens iets heel wat anders.

        
               Spinoza's bijdrage aan de Zwarte-Pieten-discussie?

Reacties

Vandaag zie ik dat de HTF Hogeschool voor Toegepaste Filosofie deze bespreking op haar Facebook-pagina voor een deel heeft overgenomen en voor de rest naar hier doorverwijst.

https://www.facebook.com/photo.php?fbid=825832850773155