Spinoza-zomercursus te Barchem 2014

http://4.bp.blogspot.com/-GjT31DjGfRQ/U9j0epN6MoI/AAAAAAAATrg/vyRS9PMJQNM/s1600/Woudbrookers_2014-07-29_0.JPG

Het is even rustig op dit blog, daar ik mij deze week in Barchem bevind waar de 15e Spinoza zomercursus wordt gehouden. Het thema van deze cursus die van 28 juli t/m 1 augustus 2014 loopt is: Spinoza bij moderne en hedendaagse denkers. We zijn nu halverwege en genieten een middag- en avondpauze zodat ik dit blog kan maken, waarin ik mij niet tot doel stel een samenvatting te brengen, want dat zou teveel vragen, maar hooguit een indruk geef met enige foto's over wat we aan het doen zijn.

De hele maandag stond in het teken van Schopenhauer's en Nietzsche's verhouding met Spinoza. Het thema werd behandeld door Piet Steenbakkers die liever net gefotografeerd wordt, zodat ik van die dag geen foto's breng. Schopenhauer heeft Spinoza uitgebreid en intensief zelf bestudeerd. We kregen de hoofdlijnen van Schopenhauer's eigen filosofie over Die Welt als Wille und Vorstelling, via de twee manieren (van buitenaf en van vanbinnenuit) waarop we de werkelijkheid ervaren. Vervolgens lazen we de volgens Piet meest sprekende tekst over S's uiteindelijke denken over Spinoza, te vinden in het tweede deel van Die Welt als Wille und Vorstelling, hoofdstuk 50 over ”Epifilosofie”, waarin hij beweert dat zijn filosofie zich verhoudt tot het spinozisme als het Nieuwe tot het Oude Testament. En hij vindt het 16e hoofdtuk van de TTP “een regelrecht compenium van de immoraliteit van de spinozistische filosofie.” Uiteindelijk neem hij dus grote afstand van Spinoza.

Nietzsche heeft een ambigue verhouding tot Spinoza. Zag hem bij eerste ontdekking als een soort voorloper, maar nam vervolgens toch ook afstand van Spinoza. Van hem was moeilijker een systematische tekst inzake zijn visie op Spinoza te geven, hij geeft zijn opmerkingen nogal verspreid door zijn werken. Van hem is eigenlijk het interessants zijn gedicht “An Spinoza” dat ik al ele jaren geleden in een blog bracht, dat ik nu aan de hand van deze behandeling ga aanpassen.

              

http://4.bp.blogspot.com/-c_2N4GykCuM/U9j0gNFoyVI/AAAAAAAATrs/t66y_1jZbqE/s1600/Woudbrookers_2014-07-29_2.JPG

Dinsdag 29 juli gaf 's morgens Sjoerd van Tuinen een inleiding: De duizeling van de immanentie; Gilles Deleuze en de 'prins van de filosofie'. Volgens Van Tuinen, die promoveerde op Deleuze en Leibniz, zouden lange tijd de vakfilosofen Deleuze als een te frivole en dus nuwelijks serieus te nemen filosoof hebben beschouwd, maar dat kentert. Deleuze zag zichzelf niet als postmodernist, maar wilde juist een 'systeem van de natuur' ontwikkelen, mede aan de hand van Spinoza. Mede door Deleuze's behandeling is sinsdien sterker gezien dat Spinoza door en door anti-cartesiaan was en dat hij korte metten maakte met “de ontaarding van de subjectititeit”. Zo werd Spinoza ingezet tegen het existentialisme. Onze rationaliteit komt ons niet toe maar komt op ons toe – behoort tot de natuur, waarvan de oneindigheid de norm is, waarbinnen wij onze plaats moeten ontdekken. Spinozist zijn is volgens Deleuze: door Spinoza geraakt worden en met zijn verwijzing naar de eeuwigheid zien mee te gaan. Belangrijk is de benadrukking van de immanentie bij Spinoza en hoe hij de modi als uitdrukkingen van (de attributen van) de substantie ziet, die niet als (vast) zijn, maar als voortdurend worden, als dynamiek moet worden gezien. Immanentie is de taak van de filosofie: het laten zien hoe alles in beweging is – een duizeling van beweging, waarin niets vast staat, alles voortdurend wordt, alles steeds weer op losse schroeven wordt gezet. Natuur is niet iets buiten dat wordingsproces, maar ís dat proces – immanent. En rationeel: ook onze 'geest' is daarbinnen een gebeuren, een spirituele automaat; bewustzijn is een effect - niet zelf oozaak van iets. Als wij willen begijpen wat denken of leren is, kunnen we dat niet vanuit bewustzijn, maar vanuit het lichaam benaderen. Uiteraard kwam de mantra langs: “We weten nog helemaal niet wat het lichaam vermag” (E 3/2s). Verder kwam het rizoom (i.t.t. de boomstructuur) nog langs en hoe Spinoza de Bijbel niet interpreteert (want interpreteren zou iets voor theologen zijn: het terugbrengen van teksten naar hun transcedente oorsprong en van buitenaf vaststaande betekenis). En hoe de grote vraag van de Ethica is: hoe kunnen we actief worden (wat is als vrij worden). Volgens Deleuze een praktisch proces: iets van het lichaam, want dát is het wat handelt (niet het bewustzijn). Aan het eind toonde hij een video waarin Deleuze over spreekt over 'joy'.

              

              

http://3.bp.blogspot.com/-YvtmLWoDgEc/U9j0jD5KZ2I/AAAAAAAATsM/oxHleJQDDEc/s1600/Woudbrookers_2014-07-29_6.JPG

's Middags ging Rinse Reeling Brouwer in op de politieke theologie van Agamden en zijn gebruik van Spinoza. De spreker had daarvoor teksten genomen uit “La communita che vienne” [de komende gemeenschap, 1990, in 2001 aangevuld], waarin hij een nieuwe, evocatieve schrijfstijl ontwikkelt. Voorts uit “L'immanenza assoluta” [de absolute immanente] in Aut, aut [1996], waarin hij een § uit Spinoza's Compendium grammatices lingue hebraeae behandelt, naar aanleiding waarvan een interessante ontdekking is dat Spinoza met de zelfgevormde (niet bestaande) Latijnse uitdrukking acquiescentia in se ipso (tevredenheid met zichzelf) een begrip van gelukzaligheid vormde waarin elke verwijzing naar transcendentie verwijderd is. Ik kan niet meer doen dan dit hier noteren. Hierna uit “Quel che resta di Auschwitz. L'archiva e il testimone” [Wat rest van Auschwitz] uit Homo Sacer III [Heilige Man, 1998] en tenslotte uit “Il Regno e la Gloria” [Het Rijk en de heerlijkheid] uit Homo Sacer II [2007], waarin uitvoerig het begrip gloria [kabod] uit Ethica 5/36 aan bod kwam – een opvallend samengaan van potentia agendi mét onwerkzaamheid, van actie én rust. Moeilijke, maar zeer betekenisvolle teksten die in een blog als dit niet goed nabehandeld kunnen worden.

http://2.bp.blogspot.com/-bJyOUlhP7KA/U9j0kBnobEI/AAAAAAAATsU/84Y4StUBzKM/s1600/Woudbrookers_2014-07-29_7.JPG

Vanmorgen, woensdagmorgen 30 juli behandelde Etienne Balibar “The difference between Antiono Negri's lecture of the Tractatus politicus and my [Balibar's] lecture of the same work.” Ook hier geldt: zoveel kwam aan de orde dat het niet of nauwelijks samen te vatten is. De hoofdpunten betroffen uiteraard de begrippen potentia – potestas, het begrip multitudo en de betekenis die democratie voor Spinoza heeft. Alleen over dat laatste noteer ik hier dat volgens Balibar voor Spinoza de democratie een probleem zonder oplossing betrof; een dat uitloopt op een aporie. Spinoza zou uiteindelijk niet zozeer in democratie als vorm van bestuur geïnteresseerd geweest zijn, maar in het proces van voortdurende democratisering. Zijn vraagstuk zou vooral geweest zijn: hoe zou het volk, de multitudo, tegen de anti-democratische of olicharchische tendenzen, ook in een 'democratisch stelsel' in verweer kunnen komen. Democratisering, als nooit eindigend proces, van welk regime ook, dat zou vooral geweest zijn wat hem bezighield. Ook feitelijke democratieën zijn altijd imperfect, afgemeten naar hun eigen normen en idealen. Er zijn telkens weer tendenzen van de-democratisering. Democratie bij Spinoza is daarom niet zozeer een politiek regime, maar een altijd durend dynamisch proces. Een voortdurende crisis die aandacht vergt: altijd weer opkomende obstakels naast gelukkkig telkens weer blijkende potenties. Ook hier geldt: er was veel en veel meer, teveel om hier samen te brengen. Daarom volsta ik hiermee en met wat foto's.

http://2.bp.blogspot.com/-708YNQyt85s/U9j0hSA6wXI/AAAAAAAATr8/Q24Gan9LPFs/s1600/Woudbrookers_2014-07-29_4.JPG


Reacties

Dank je wel Stan: wij genieten een beetje met je mee!

Veel plezier daar (een tevredenheid met jezelf en de omgeving)

Gr

Rene

Die grote afstand die Schopenhauer van Spinoza neemt blijkt nog duidelijker uit het latere 'Parerga und Paralipomena' (1851) waarin hij bladzijden lang tegen Spinoza te keer gaat. Vaak op ronduit hilarische wijze. Het begrip Substantie, het afleiden van concrete voorstellingen uit de abstracte voorstelling, het verwoorden van stellingen en argumenten in de 'Spaanse laarzen' van proposities, bewijzen, scholiën en corolaria, het verheerlijken van blijheid, tot het zelfs volgens Schopenhauer typisch Joodse van de minachting voor dieren toe..Waarbij hij de beweerde mishandeling van spinnen door Spinoza, zoals zou zijn beschreven door Colerus, als voorbeeld noemt.

Bedankt voor de aanvulling, Sven Van Den Berghe. Vooral dat over die 'Spaanse laarzen', die ik me herinner.

Schopenhauer is zonder twijfel venijnig, maar ook leesbaar en leerzaam. In de Wereld als wil en voorstelling is hij bovendien bepaald niet negatief over Spinoza. In WWV 1, Boek 3 (over zijn kunstopavatingen), par. 34 behandelt hij de contemplatie, de aanschouwing van een 'toevallig aanwezig willekeurig object'. Het is een aanschouwing die sterk doet denken aan Sp's beschouwing van een brandende kaars in TIE 57. Een blz later haalt hij inderdaad instemmend Spinoza aan, en in de voetnoot zegt hij ten overvloede dat hij van Sp. kan 'aanbevelen wat hij in diezelfde Ethica( Liber !!, prop. 40, schol. 2, alsmede Liber V, prop 25-38) zegt over de kennis van de derde soort, oftewel intuïtieve kennis'.

Aanvulling: trouwens, als je voor Wil invult 'substantie' en voor Voorstelling 'modus', dan krijg je 'De Wereld als substantie en modus', alias De Wereld als Wil en Voorstelling, en dan lees je een tamelijk spinozistisch geschrift.

@ Dhr.Adrie Hoogendoorn: Is dit wel zo? Kan men de begrippen Wil en Substantie zomaar inwisselen?
Schopenhauer schreef toch dat Spinoza: "..uitging van substantie of causa sui (welke laatste een contradictio in adjecto uitspreekt: men zie zijn eerste definitie-tevens zijn eerste fout-aan het begin van de Ethica, en vervolgens prop.7 van het eerste boek.)
Het verschil tussen de grondbegrippen van Descartes en Spinoza bestaat bijna alleen in de manier van uitdrukken: aan het gebruik ervan als uitgangspunt, dus als iets gegevens, ligt zowel bij de één als de ander de misvatting ten grondslag dat men uit de abstracte voorstelling de aanschouwelijke kan laten voortvloeien, terwijl in werkelijkheid elke abstracte voorstelling uit de aanschouwelijke ontstaat. Hier is dus sprake van een verwisseling van oorzaak en gevolg...."
En verder schrijft hij over Spinoza: 'In het tweede boek beschrijft hij de twee bestaanswijzen van zijn enige en unieke substantie als uitgebreidheid en voorstelling (extensio et cogitatio), hetgeen duidelijk een verkeerde indeling is, omdat uitgebreidheid uitsluitend en alleen voor en in de voorstelling bestaat en er dus niet tegenover geplaatst, maar er ondergeschikt aan gemaakt moet worden.'

Ik denk dus dat de begrippen Wil en Substantie, evenals het begrip voorstelling, bij beide filosofen duidelijk iets anders zijn.
De 'Wil' van Schopenhauer haalt zijn mosterd eerder bij het begrip conatus van Spinoza denk ik.
(Al is mijn kennis van Spinoza vooralsnog zeer beperkt, zoals ik al eerder schreef.)

Sven,
Ik kan uiteraard niet weerleggen dat dat Sch. zich in de door jou geciteerde uitspraken negatief uitlaat over Sp. Ik toonde alleen aan dat daar positieve citaten tegenover staan.
Nu over substantie-wil en modus-voorstelling. Ik geeft toe dat op het eerste gezicht Sp.'s substantie een statisch begrip lijkt te zijn en dat Sch.'s wil dynamischer lijkt en meer lijkt overeen te komen met de conatus. Maar let op het volgende:
1a. Sch.'s wil is zijn benaming en interpretatie voor Kant's Ding an sich, één, ondeelbaar, op zichzelf bestaand, en kenbaar (i.t.t. Kant). Bovendien onvernietigbaar (WWV 1, blz 222).
1b. Sp.'s substantie is ook een Ding an sich, één, ondeelbaar, oorzaak van zichzelf, en kenbaar. Bovendien onvernietigbaar (Ep.4.9; E1p15s).
2a. Sch.'s voorstelling is de empirische wereld, mens, dier, ding.
2b. Sp's modus is de empirische wereld, mens, dier, ding.
3a. Sch's wil manifesteert zich in elke mens, dier, ding, en is kenbaar voor de mens door zijn eigen wil. De wereldwil manifesteert zich in de mens als zijn individuele wil.
3b. Sp's conatus manifesteert zich in elke mens, dier, ding en in de mens aan zijn eigen streven naar voortzetting van het zijn. De macht van God waardoor hij bestaat en handelt wordt in de dingen 'op een welbepaalde wijze' tot uitdrukking gebracht (E3p6d), evenals de wereldwil dat bij Sch. is.
Conclusie: de conatus is een modus van de macht van God.