Spinoza zit in 'Denkbewegingen', maar zit daar niet echt lekker

Het boekje dat ik hier bespreek is speciaal geschreven voor het examenonderwerp filosofie voor de HAVO in 2011 t/m 2013 dat over de emoties zal gaan. Daarvoor is door de Begeleidingscommissie Filosofie in het Voortgezet Onderwijs dit boekje aanbevolen (zie 't vorige blog):

Mariëtte Willemsen, Denkbewegingen [uitgeverij Ambo/Anthos, Amsterdam, 2010; ISBN 9789026321962]

Dit is een best aardig en informatief boekje van 196 bladzijden over emoties, waarvan ca 90 bladzijden tekst van Mariëtte Willemsen, universitair docent moderne wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De andere helft van het boekje bestaat uit ‘primaire teksten’ waarvoor een keuze is gemaakt uit werk van Martha Nussbaum, William James, René Descartes, Spinoza, Quintilianus, Jean-Paul Sartre, Friedrich Nietzsche, David Hume, Aristoteles en Seneca.

In haar tekst geeft Willemsen een zowel enigszins historisch als actueel overzicht van het denken over emoties. Veel grijpt zij terug op Aristoteles, maar het accent ligt op het huidige filosofisch denken over en wetenschappelijk onderzoek naar emotie. Als een goede vondst beschouw ik het dat ze veel aandacht geeft aan de praktische inzet van emoties in de retorica - iets waar leerlingen iets aan kunnen hebben in hun spreekbeurten of debatten. Dat levert een zeer lezenswaardig hoofdstuk op. En ook een goede aanpak is dat ze een aantal basisemoties behandelt aan de hand van literatuur en film. Ook daarmee illustreert ze het nut van het kunnen beschikken over emotie-concepten bij het analyseren van cultuurproducten. Ze schrijft lekker vaardig en levert een prettig leesbaar boekje.

Als een groot voordeel van haar aanpak vind ik ook dat goed overkomt dat er verschillende benaderingen zijn en er op heel verschillende manieren naar emotieverschijnselen wordt gekeken en dat het geen materie is van ‘zo is het en niet anders’.

Op dit punt begin ik toch met mijn commentaar, zonder op de geuite waardering af te willen dingen. Een nadeel vindt ik namelijk dat ze in het eerste hoofdstuk – ‘Twee theorieën’ - nogal dualistisch begint met scherp - als ging het om ‘of-of’ - tegenover elkaar te zetten de cognitivistische en fysiologische emotietheorieën. Nu geeft Martha Nussbaum daar wel aanleiding voor: op soms bijna lachwekkende wijze wijst zij in haar werk namelijk elke fysiologische factor als kenmerkend voor emoties af. En ik krijg de indruk dat Willemsen ook zelf toch enigszins naar die kant neigt. Zie hoe ze haar boek de titel ‘Denkbewegingen’ geeft. Daarover zegt ze verder niets in haar tekst, ook niet dat er al eerder een boek met die titel uitkwam (onder die titel zijn de Dagboeken 1930-1932 & 1936-1937 van Ludwig Wittgenstein uitgegeven).

Spinoza niet goed begrepen
Nu is best wel te begrijpen dat filosofen vooral met de ratio, met de cognitieve kant van mensen bezig zijn en wetenschappers dikwijls wat meer met de fysiologische kant. Maar opmerkelijk is dat ze schrijft “Spinoza lijkt op een cognitivist: voor hem zijn emoties – hij noemt ze ‘hartstochten’ of ‘affecten’ – gedachten.” En daar klopt dus niets van: het zijn voor hem tegelijk zowel lichamelijke als geestelijke verschijnselen: ja, óók gedachten! Zij probeert Spinoza in een dualistisch schema in te passen, waar nu juist Spinoza de mens en zijn verschijnselen niet-dualistisch benadert. In de gekozen fragmenten uit het eind van het derde deel van de Ethica, ‘definities van de hartstochten’, spreekt Spinoza in die definities juist over ‘de mens’ en niet over ‘de geest van de mens’. Inderdaad zegt hij op het eind van de derde definitie (droefheid) dat hij de definities van opgewektheid , aangename prikkeling, zwaarmoedigheid en verdriet daar niet behandelt “omdat zij vooral tot het lichaam te herleiden zijn en louter soorten blijdschap of droefheid vormen”. Dat heeft te maken met zijn hele opzet (hij wil in de volgende delen toe naar een leven dat geleid wordt door de ratio), maar dat wil niet zeggen dat hij bij de wel behandelde hartstochten de lichamelijke aspecten zou verwaarlozen.

Op blz. 55 schrijft ze aan de hand van een uitspraak van Cicero over retorica (“tong en geest kunnen niet gescheiden worden”) dat we misschien ook een strenge scheiding tussen lichaam en geest moeten opgeven. "Dat dualisme wordt voorondersteld als we denken te moeten kiezen tussen een fysiologische theorie van emoties en een cognitivistische." Dat had ze eveneens heel goed aan de hand van Spinoza kunnen doen, die ze nu in een niet hem passend keurslijf had gestoken. Ook bij de in latere hoofdstukken behandelde emoties medelijden en trots is het jammer dat ze Spinoza er niet bij betrekt. Aan die dingen kun je zien dat zij zich toch onvoldoende met Spinoza’s filosofie heeft bezig gehouden.

En de liefde dan? En jaloezie en haat?
Maar de grootste misser van het boek vind ik dat het helemaal niets over de emotie liefde zegt. En ook de daarmee samenhangende emoties als jaloezie en haat komen niet aan bod. Het woordje liefde komt alleen voor in een paar korte opsommende passages over de behandeling van passies door Descartes. Gelukkig is er dan in de bijgevoegde teksten het fragment over de liefde van Spinoza.
Ik denk dat juist emoties als liefde, jaloezie en haat voor HAVO-jongelui heel relevante onderwerpen zijn die hun interesseren.

Ook als de auteur van mening zou zijn dat de liefde niet onder de emoties valt, daar ze meer met permanente begeerten en verlangens te maken heeft (‘tonische’ pseudo-emoties en minder met ‘fasische’ door plotselinge gebeurtenissen of ‘interrupties’ opgeroepen echte emoties, zoals Frijda ze benadert) had dat een behandeling verdient. Ze schrijft dat op hedendaagse lijstjes van basisemoties de hartstocht begeerte of verlangen die in de 17e eeuw onder de basisemoties werden gerekend, meestal ontbreekt. Daarom geen aandacht voor liefde? Je moet er maar naar raden. Ik ben het met die benadering niet eens; en van jaloezie en haat kan dat trouwens niet gezegd worden. Kom zeg, de hele literatuur is op liefde, jaloezie en haat gebouwd. Die hadden hier niet mogen ontbreken.

Enfin, een best aardig boekje had met een paar bladzijden erbij een heel wat beter boekje kunnen zijn.

Tot slot nog een kleine opmerking. Zoveel literatuur in het Nederlands bestaat er niet over de emotie. Het boek van Frans Jacobs, Een filosofie van emoties en verlangens (Nieuwezijds, 2008), staat niet in de literatuurlijst. Dat moet wel iets betekenen. En merkwaardig is dat alleen het hoofdstuk van Miriam van Reijen “Spinoza over de passies. Lijden of leiden?” vermeld wordt. Maar goed doordat dit staat in Miriam van Reijen (red.), Emoties. Van stoïcijnse apatheia tot heftige liefde, is ook dat boek wel genoemd.