Spinoza schrijft een wedstrijd uit

Maar er moet dan wel goed rekening worden gehouden met wat ik schreef in de TTP en de TP. Justin Steinberg, "Spinoza on being sui iuris and the republican conception of liberty," [In: History of European Ideas 34 (2008) heeft dat goed uitgelegd. Zie de blogs

Spinoza's (paradoxale?) gebruik van 'sui iuris' [1

Spinoza's (paradoxale?) gebruik van 'sui iuris' [2]

Spinoza's (paradoxale?) gebruik van 'sui iuris' [3

Hoofdprijs: fama aeterna Spinozana [een voetafdruk in de Spinozistische walk of fame]

Reacties

Misschien vraagt het meer onderzoek. Enkele gedachten:
Behalve het artikel van Steinberg is er ook (vandaag door mij gevonden) een artikel in het Portugees door André dos Santos Campos:
O significado de SUI IURIS na filosofia de Spinoza, gepubl. in Cadernos Espinosanos XXII (datum niet precies te achterhalen, 2005 ?), een uitgave vanuit de universiteit van São Paulo:
http://www.fflch.usp.br/df/espinosanos/ARTIGOS/numero%2022/andre.pdf.
Dat Spinoza het woord ius handhaaft, moet vanuit de taal een rechtvaardiging vinden. Niet alleen vanuit het begrip (van nu), of door de context.
Als ‚krachtig zijn’, in de zin van zoveel mogelijk rationeel zijn, een belangrijke connotatie is of zou zijn van het begrip sui iuris, welke instantie bepaalt dan deze oordeelsbekwaamheid? Is dat enkel en alleen het individu, dat zo ‚verlicht’ is dat hij / zij inziet dat rechten uit eigenbelang ingeleverd moeten worden om een hoger belang (de staat, sociale rust e.d.) te dienen? Welk criterium is er dan om dit te verbinden aan het burgerecht en stemrecht? Als het alleen filosofisch wordt uitgewerkt, lijkt het geen concrete waarde te hebben voor de praktijk. Daar gaat erom heel concreet een norm te hebben voor het burgerrecht.
‚Onafhankelijk’, zowel naar oordeelskracht en onderscheidingsvermogen als economisch, komt dichtbij wat bedoeld zou kunnen worden, daar dit woord zich impliciet afzet tegen ‚gezag, oftewel het recht van de ander’. In hoeverre ‚economisch zelfstandig’ in het werk van Franciscus van den Enden aan de bron staat van sui iuris, is op dit blog door niemand aangetoond. Mogelijk heeft Wim Klever dit elders wel gedaan, dan zou een verwijzing daarnaar prettig zijn. Dat het intern TP te bewijzen is (zoals Wim Klever in een van zijn reacties schreef), is mogelijk - het bewijs is nog niet getoond. En zonder meer zeggen dat sui iuris een directe vertaling is van economisch zelfstandig, is een aanname, ook al past die goed bij de begrippen burgerrecht en stemrecht.
‚Autonoom’ komt ook een eind in de richting. Soeverein? Dit laatste wekt vermoedelijk verkeerde associaties door het betrekkelijk nieuwe verschijnsel van de ‚soevereine burger’, die veeleer helemaal autarkisch is of wil zijn.
Elk woord met ‚zelf’ erin vertroebelt de betekenis. Is het een bijvoeglijk naamwoord, dan is het bijna altijd in de betekenis ‚door de persoon zelf’ (bedacht, besturend, denkend, voorzienend, verzorgend etc.). Is het een zelfstandig naamwoord dan beschrijft het een kwaliteit of hoedanigheid van de persoon. Dat een burger zichzelf het recht zou kunnen of mogen geven om toe te treden tot een algemene vergadering van stemgerechtigden, lijkt me praktisch niet haalbaar. Wie toetst? En hoe? Economische zelfstandigheid is een duidelijk criterium (maar misschien niet altijd rechtvaardig). Maar geeft de tekst van Spinoza onafwendbaar deze betekenis?

Kijk eens aan Rob, via het Portugese artikel van André dos Santos Campos dat je geeft, ontdek ik dat ik een jaar geleden een blog had over Andre Santos Campos: Spinoza's Revolutions in Natural Law [Palgrave Macmillan. 2012]. Books.google laat 27 hits op ius juris zien. Hij geeft ook, heel kort, kritiek op Steinberg. Volgens hem is de tegenstelling sui juris/alterius juris van moderne herkomst en stamt die niet uit de klassieke Romeinse tijd. Interessant om na te gaan wat er verder in te ontdekken is.

http://spinoza.blogse.nl/log/signalement-andre-santos-campos-spinozas-revolutions-in-natural-law.html

Uit het in de vorige reactie genoemde boek, neem ik hier een eindnoot over (nr. 8 op p. 192) over de vertaalmoeilijkheid die er uiteraard ook in het Engels is:

"Sui juris is commonly translated as 'being one's own master' (Duff, 1903; Harris, 1973; Spinoza 1994, 2002) — however, insofar as even the wisest of men is always subject to some passions and always an existent effect of other individuals' productivity, this self-mastery has nothing to do with a Stoic control of reason over passions or causality. Rather than to mastery or control, sui juris refers mostly to one's understanding of how causal heteronomy actually works — It is an "adequate power of oneself"."

Dit brengt wel het begrip iets verder, maar de vertaling blijft een probleem. [Booksgoogle laat niet de tekst zien waarop deze noot slaat]

Rob, hier is het bewijs.
Major: voorwaarde lidmaatschap volksraad is dat men economisch op eigen benen staat ofwel kort 'de kost wint' (reeds op titelpagina VPS).
Minor: de TP IS geënt op VPS, waarvan het 'n soort plagiaat is, zeker wat betreft zijn democratisch model.
Ergo: 'sui juris' moet wel weergave zijn van 'welbevoegt'.

Wim, ik wil je graag geloven en wat ik op dit blog in de reacties heb geschreven gaat ook die kant op. Toch waag ik het de zuivere logica van je syllogisme in twijfel te trekken. De Major is evident. De Minor lijkt evident, maar is met het stellen ervan niet onomstotelijk bewezen, met name geldt dit m.i. voor een 1 op 1 positie van wel bevoegt / sui iuris.
Wat je schrijft in je boek over de democratie klinkt voor mij echter wel aannemelijk. Het is misschien nuttig om hier expliciet te vermelden dat ook voor jóu sui iuris een DUBBELE lading heeft, zoals blijkt uit noot 101 (blz. 61 van Democratie): "In plaats van door ‘zelfstandige’ zou men ‘wel bevoegde’ ook kunnen vertalen met ‘capabele’ of ‘bekwame’. In ‘zelfstandige’ resoneert meer de economische betekenis van ‘in eigen levensonderhoud kunnen voorzien’, in ‘capabele’ meer de geestelijke volwassenheid of autonomie, die eveneens geïmpliceerd is. Beide betekenissen zijn ook vervat in Spinoza’s uitdrukking (in TP 11/3) ter karakterisering van dezelfde positie, namelijk ‘sui juris’ (eigen baas, autonoom). Voor de strekking van deze uitdrukking verwijs ik naar “Aporie della libertà” van P. Cristofolini in diens bundel Spinoza edonista (Pisa 2002) 41-54."
[Deze noot (101) hoort bij nr 45 van de Vrije politieke stellingen, waarvan de tekst als volgt luidt:
45. Kwalificatie van de leden der volksvergadering
Om een en ander beter te begrijpen zullen wij ons hier nu de vergadering voorstellen van de zelfstandige101 (wel bevoegde) mannen of burgers. {Het welzijn (welstant) van vrouwen, jongelui, kinderen, dienstpersoneel enz. hangt helemaal (volkomen) af van de positie van de zelfstandige (wel bevoegde) mannen waarmee het naar ieders oordeel totaal verbonden (voluit verknocht) is}.102 Die capabele burgers constitueren een ontzagwekkende (alderontsaghelijkste), vrije en enigst wettige volksvergadering, als mensen die zich bewust zijn van hun natuurlijke vrijheid en daaraan ten zeerste gehecht zijn (op ‘t hooghste lieven), die weinig of niet aan bijgeloof onderhevig zijn en vijandig staan tegenover alle vormen van sektarisme. Zij zijn in staat om buiten verachtelijke (vile) dienstbaarheid in hun eigen levensonderhoud te voorzien (hun eigen onderhout weten te bescharen)103 en voldoen daarenboven aan een bepaalde leeftijd (bequaemheit van jaren).104 Hun stem is de stem van het volk en als zodanig de stem Gods.]

Rob, dank voor de door jou genomen moeite om een en ander uit de bron toe te lichten. Ik had er het geduld niet voor.

De suggestie om sui juris niet met zelfstandig of onafhankelijk maar met capabel te vertalen, vind ik wel een mooi resultaat. Vooral daar capability niet alleen iets over mijn 'in staat zijn' zegt, maar tevens 'de ander' of 'de maatschappij' veronderstelt die mijn capability mogelijk maakt (zie daarover het volgende blog). Jammer is dan weer wel dat we in het Nederlands dat weer niet als zelfstandig naamwoord kennen.

http://spinoza.blogse.nl/log/spinozas-paradoxale-gebruik-van-sui-iuris-4.html

Misschien is ook het overwegen waard: bekwaam(heid), vgl. woorden als handelingsbekwaam, vakbekwaam? Of wellicht: competent(ie)? Pregnant: politiek bekwaam of competent.

Bij 'bekwaamheid' moet ik - juist i.vm. politiek - altijd aan Wim Kan's Oudejaarsconference van 1980 denken.
Zie op Youtube Wim Kan over hééél bekwame mensen.

https://www.youtube.com/watch?v=SAZw-mVv1Gw

Oké, Stan, als je maar als capabel mens kunt blijven lachen, juist ook in de volksvergadering. De kritiek van Wim Kan sloeg natuurlijk op de gebleken INcompetentie van een aantal 'wel bevoegden'.