Spinoza over vreemdelingen

In Hfst 6, §32 van het Politiek traktaat lezen we:

"Indien een vreemdeling de dochter van een burger heeft gehuwd moeten zijn kinderen als burgers beschouwd worden en ingeschreven worden op de lijst van de Afdeeling waartoe de moeder behoort. Aan hen echter die hoezeer uit vreemde ouders toch in bet rijk zelf zijn geboren en opgevoed moet het recht gegeven worden voor een bepaalde som het burgerrecht te koopen van de Schouten 1) van een of andere Afdeeling om dan op de lijst van die Afdeeling te worden gebracht.

En al mochten ook de Schouten uit winzucht een of anderen vreemdeling beneden den vastgestelden prijs onder de burgers opnemen dan worden daardoor toch de belangen van bet Rijk niet geschaad;  integendeel; er moeten allerlei middelen worden bedacht om het getal der burgers te vermeerderen en een grooten toevloed van menschen te verkrijgen. Wie echter niet op de lijst der burgers voorkomt moet billijkerwijze althans in oorlogstijd zijn vrijstelling door werken of eenigerlei geldelijke opbrengst vergoeden.
[Vert. dr. Willem Meijer, vet van SV]

1) Daar ik de familie vergelijk met het Ambacht zoo heb ik hier het woord Chiliarch met Schout vertaald. Men ziet dat „familie” hier meer dan bloedverwantschap omvat.