Spinoza over hilaritas…

… opgewektheid (vertaalt Krop) - vrolijkheid (aldus Vermeulen).

Het is een nogal apart affect. Aan de ene kant noemt Spinoza het in 3/11s naast aangename prikkeling (titilatio - 'kitteling' vertaalt de NS) een blijdschap die zowel op het lichaam als de geest betrekking heeft, maar in de Definities van de affecten aan het eind van Deel III, schrijft hij in de uitleg bij de Aff.Def. 2 (blijdschap) en 3 (droefheid) dat hij de titilatio, hilaritas, melancholia et dolor niet verder behandelt, daar ze vooral op het lichaam betrekking hebben en louter soorten blijdschap of droefheid vormen. En in Deel IV, waarin hij allerlei affecten nader beoordeelt, lezen we in stelling 42 dat we opgewektheid niet in bovenmatige vorm (hilaritas excessum) kunnen hebben, daar zij steeds een goed is. In het bewijs lezen we dat dat komt daar het in geval van hilaritas gaat om blijdschap die gelijke aandoening van alle delen van het lichaam betreft, zodat het vermogen van het lichaam om te handelen daardoor vergroot of ondersteund wordt. In de volgende stelling lezen we dat dit in tegenstelling staat tot titilatio (aangename prikkeling) die een kwaad is, daar die slechts op een of meer delen betrekking heeft en daarom kan maken dat het lichaam niet in staat is op veel andere manieren aangedaan te worden.

Enfin, er is alle aanleiding om eens een diepgaand onderzoek te doen naar wat Spinoza hiermee zoal bedoelt. En zie, zo’n nadere studie is opgepakt door

Minna Koivuniemi, Towards Hilaritas. A Study of the Mind-Body Union, the Passions and the Mastery of the Passions in Descartes en Spinoza. Uppsala: Filosofiska institutionen [Doktorsavhandling], 2008 - 263 pp [cf.]

Zo lijkt het misschien een dissertatie aan de universiteit van Uppsala, en dat was het ook (zij verdedigde op 24 mei 2008 in Uppsala haar thesis en de dissertatie is daar gedrukt en als PDF op internet gezet), maar het was in feite een dubbeldissertatie: de bulk van de studie deed de promovenda in Frankrijk waar het werd: een thèse dirigée par le professeur Pierre-François Moreau et le professeur Lilli Alanen. [Cf.] Zo blijkt ook duidelijk uit haar dankwoord, waarin ze ook nog uitgebreid Edwin Curley voor zijn hulp bedankt. Minna Koivuniemi is voor deze Spinozastudie dus aardig door de wereld getrokken – een bijzondere prestatie.

Abstract: The study aims to explain the role of external causes in René Descartes’s (1594–1650) and Benedictus de Spinoza’s (1632–1677) accounts of the mastery of the passions. It consists in three parts: the mind-body union, the passions and their classification, and the mastery of the passions. In the first part I argue that Descartes’s conception of the mind-body union consists in two elements: mind-body interaction and the experience of being one with the body. Spinoza rejects the first element because there cannot be psychophysical laws. He accepts the second element, but goes beyond Descartes, arguing that the mind and body are identical.In the second part I discuss the classifications of the passions in the Passions of the Soul and the Ethics and compare them with the one Spinoza presents in the Short Treatise. I explain that hilaritas is an affect that expresses bodily equilibrium and makes it possible for the mind to be able think in a great many ways. Furthermore, I consider the principles of imagination that along with imitation and the striving to persevere provide a causal explanation for the necessary occurrence of the passions. In the last part I argue that in Descartes the external conditions do not have a significant role in the mastery of the passions. For Spinoza, however, they are necessary. Commentators like Jonathan Bennett fail to see this. Hilaritas requires a diversity of sensual pleasures to occur. As Medea’s case shows, reason is not detached from Nature. Spinoza attempts to form a stronger human nature and to enable as many people as possible to think adequately. His recognition of the need for appropriate external conditions and a society in which ideas can be expressed freely allows him to present an ethics with a practical application, instead of another utopia or fiction.

Lars Tonder schrijft er in Tolerance: A Sensorial Orientation to Politics [OUP USA, 2013 – books.google] over: "The most extensive treatment of Spinoza's concept of hilaritas is Minna Koivuniemi, Towards Hilaritas.

Ik verwijs er hier graag naar, met dank aan Jasper Geurink die mij de tip naar deze dissertatie doorgaf.      

                                                            * * *                     

Ik voeg hier een link aan toe naar het artikel van Tad M. Schmaltz, "Spinoza and Descartes" dat gaat verschijnen in Michael Della Rocca (Ed.), The Oxford Handbook of Spinoza, en dat al op internet te lezen staat (het enige opengestelde artikel tussen de andere die reeds - achter slot en grendel - op internet zijn gezet. [Cf. 

Voorts bewaar ik hier een appendix over Descartes, Spinoza & Leibniz over akrasia in

Risto Saarinen, Weakness of Will in Renaissance and Reformation Thought. OUP Oxford, 2011 – books.google

Reacties

Hilaritas = joie de vivre?