Spinoza op de Summer School

De VHS houdt het elk jaar eenvoudig bij het organiseren van een Spinoza-Zomerweek. Maar veel universiteiten organiseren in de zomer een Summer School, meestal bedoeld voor "graduate students (master’s and PhD), post-docs and early-career researchers in philosophy."

Zo organiseert de Universiteit van Groningen van 24 - 28 augustus 2014 een Summer School Epistemology & Cognition, bestaande uit twee onderdelen: contemporary perspectives & historical perspectives, zo wordt aangekondigd op de website van de Nederlandse Onderzoeks-school Wijsbegeerte. In de kop van de website van de OZSW doet, naast Erasmus en Hugo de Groot, tegenwoordig Spinoza helemaal mee.

Niet om dát hier even vast te leggen en te laten zien, maak ik dit blogje, maar om te wijzen op de intrigerende titel, waarmee het college dat Andrea Sangiacomo in het deel historical perspectives gaat geven, wordt aangekondigd:

                 “Mind and Body: between union and identity”

Ja, alleen al om die fascinerende titel, zou je zo willen inschrijven op die Groningse Summer School. Maar misschien vloeit hier nog eens een artikel uit.

 

Nog een fraai voorbeeld van Spinoza op de Summer School [te mooi om hier niet te bewaren] is het programma van de Summer School die van 1-12 juli 2014 in Berlijn wordt gehouden over: ‘Emancipation as Navigation: From the Space of Reasons to the Space of Freedoms’ [cf. PDF]. Een van de bedenkers van het programma schrijft over een eerste sessie [mijn benadrukking in die tekst]:

"This first session aims to outline the connection between the concepts of freedom and reason. We will begin by tracing the dialectic of the concept of freedom, beginning with Spinoza and Leibniz’s attempts to make free will compatible with the principle of sufficient reason, and showing how this debate is refracted through Kant’s account of rational agency. We will see how this refraction splits the Kantian tradition into an authentic Spinozan form (Hegel, Marx, Foucault, and Sellars) and a vulgar Leibnizian form (Schelling, Sartre, Badiou, and Žižek). We will then outline Sellars’ authentic reconstruction of Kant’s account of individual agency, and use this to delineate two strands of post-Kantian thought about collective agency (Hegel-Marx and Heidegger-Foucault), before integrating them with Brandom’s Hegelian extension of Sellars’ Kantianism." [cf.]