Spinoza in Pier Paolo Pasoliniís Porcile

Porcile uit 1969 (aka Pigsty) is “one of Pasolini’s most enigmatic films. It extends his cinematic obsessions into the realms of cannibalism and bestiality with two interweaving stories of two young men who become sacrificial victims of their different societies. One of them is a soldier and cannibal (Clementi) in a medieval wasteland and the other a son (Léaud) of an ex-Nazi industrialist (Tognazzi) in modern-day Germany. The young German is more attracted to pigs than to his fiancée (Wiazemsky). This rather silly parable, very much a product of the late 1960s, in which the bourgeoisie is caricatured, is filmed with such calm beauty and underlying disgust that it seems to gain in significance. Theorem (1968) and Pigsty were the only films in which the Marxist Pasolini dealt directly with the hated middle classes; thereafter he left the 20th-century behind until his final film, Salo (1975), which looks at even more extreme human actions. [Cf. Worldcinema]

In het voorjaarsnummer 2015 van World Picture verscheen een uitvoerige bespreking van hoe Spinoza in Pasolini’s Porcile voorkomt. Nogal uitgebreid blijkbaar, want het is een lang stuk:

Manuele Gragnolati and Christoph F. E. Holzhey, “Active Passivity? Spinoza in Pasolini’s Porcile” in: World Picture 10 - Spring 2015 [Cf. - PDF]

 

Aan de film ging een toneelstuk vooraf, waarin in de 10e scene een van de hoofdpersonen, Julian in de varkensstal waarin hij tegenwoordig verblijft een verbeelde ontmoeting heeft met de filosoof. Deze scene is niet in de film terecht gekomen, maar zou er toch in doorwerken. Pasoline heeft over het filmscenario gezegd: "Spinoza is als eerste rationalistische filosoof in zekere zin verantwoordelijk voor het burgerlijk rationalisme dat hij afzweert." [Wie is die ‘hij’ die afzweert - Spinoza? Pasolini?]. In de titel van het stuk “Active Passivity” lijkt samengevat dat Pasolini een nieuwe Spinoza opvoert: een die afstand ervan neemt dat een verstandige actieve levenskeuze alleen op de rede gebaseerd kan zijn, en die begrip lijkt te opbrengen voor het nemen van afstand van de maatschappij en het maken van een actieve keuze van Julian voor passiviteit!

“This is not to say that Pasolini’s Spinoza simply negates or contradicts the Ethics. Rather, it is a very particular, non-conversional kind of abjuration that Pasolini proposes: like reason, the Ethics fulfills a task, but it must eventually be abandoned. Strangely enough, scientific, bourgeois reason helped Spinoza in the old problem of explaining God, “But once that, having explained God, Reason has completed its task, it must negate itself: just God must remain, nothing else but God. If I have lingered on some points, which are dear to the old Spinoza, it is in order to have you understand the extent to which the new one is right and within you loves the mere, pure presence of a non-consoling God” [...]

For Pasolini’s new Spinoza, the task is still God, but God is, of course, to be understood in a radically immanent sense – “sive Natura,” as Spinoza would famously say, or perhaps reality (la realtà) in Pasolini’s emphatic sense, which he seeks in an alterity that is not integrable – or consumable – in neocapitalism: the subproletariat, the archaic past, Africa, etc.”

                                                      * * *

Het toneelstuk Varkensstal werd in 1969 in Antwerpen opgevoerd door Theatergroep Hollandia en DeSingel. Uit de Volkskrant één passage: “Varkensstal is in wezen één lange monoloog van Pasolini zelf, in stukjes gehakt en in de monden gelegd van archetypen: conservatieve ouders, lamlendige zoon, wulps meisje, dé oorlogsmisdadiger, dé arbeider en tenslotte verschijnt de wijsgeer Spinoza nog ten tonele om Julian te adviseren: zich aanpassen aan het systeem of zich door de varkens laten opvreten. Dat dit laatste gebeurt, laat de toeschouwer volledig onverschillig. Varkensstal is een theoretisch dictaat over het failliet van de moderne welvaartsstaat (anno 1967), de vorm die Hollandia koos is die van de groteske stilering.” {Cf. Vk)

                                                 * * *


Met dank aan Kurt De Tollenaere die mij op dit artikel in World Picture wees.  [Afbeeldingen van hier geleend]