Spinoza in De Fikser van Bernard Malamud

In Giles Deleuze’s Practical Philosophy (de vertaling van zijn Spinoza: Philosophy pratique uit 1970) had ik het motto uit Malamud The Fixer gelezen. Toen ik het citaat dit jaar in het Spinoza-boek van Miriam van Reijen weer tegenkwam, besloot ik De Fikser te gaan lezen. Dit dus in de veronderstelling dat Spinoza een belangrijk thema in dit werk zou zijn.

Bernard Malamud (1914 –1986), Amerikaans schrijver van romans en korte verhalen, was zoon van Joods-Russische emigranten. Zijn eerste roman was The Natural (1952). Voor de roman The Fixer (1966) ontving hij in 1967 de Amerikaanse National Book Award én de Pulitzer-prijs voor fictie. Het werk werd in 1968 verfilmd. Ik las tot heden alleen Dubin's Lives (1979), vertaald als De levens van Dubin (1981).

De Fikser is een indrukwekkend en intrigerend boek. Het deed mij erg aan boeken van Dostojewski denken. Het werd vertaald door  M. en L. Coutinho.

De fikser gaat over de belevenissen van een arme joodse sloeber, Jakov Bok, in een sjetl ergens omstreeks 1908 in Rusland. Hij wordt de fikser genoemd omdat hij - handig met zijn gereedschap - bereid is allerlei karweitjes op te knappen. Dikwijls wordt hij er niet eens voor betaald en volstaat men met wat te eten aan te bieden. Nadat zijn vrouw bij hem is weggelopen, besluit hij z’n heil elders te gaan zoeken en hij trekt naar Kiew. Daar krijgt hij een opzichtersbaantje en komt hij te wonen boven de steenfabriek in een omgeving waar het voor joden verboden is te wonen. Dan blijkt er een jongen dood gevonden te zijn in een grot; met vele messteken om het leven gebracht. Er wordt al snel aangenomen dat het om een rituele moord gaat die joden begingen om het bloed af te tappen en te gebruiken voor het bakken van matses. Jakov Bok wordt ervoor opgepakt. En dan begint zijn grote ellende. Knap beschrijft Malamud alles wat er gebeurt aan antisemitische verzinsels en achterklap. Voor veel mensen is iemand al veroordeeld die alleen nog maar verdacht is. Jarenlang wordt Bok in bewaring gehouden, ondervraagd, gekweld en gemarteld. Het is ontluisterend om al die dingen te lezen. Meer en meer blijkt hij een onderdeel geworden te zijn in een politieke geschiedenis, waarbij joden een functie als zondebokken vervullen.

Spinoza vormt een thema in De Fikser, maar wat minder dan ik had verwacht. Ik pluk er hier de belangrijkste stukjes uit.

Jakov die weinig opleiding heeft genoten en weinig bezit, is wel leergierig en heeft uit zichzelf wel wat geleerd. Zo bezit hij ook een boek met een tekstenverzameling van Spinoza. Hij vind het moeilijk, maar heeft er wel een en ander van opgestoken. Hij noemt zich een vrijdenker.

Uit het verhoor van onderzoeksrechter Bibikow nam Deleuze zijn citaat. Ik neem een stukje:

‘Zoudt u me willen uitleggen wat u denkt dat Spinoza bedoelt? Met andere woorden, als het een filosofie is, wat is de inhoud ervan?’
‘Dat is niet zo gemakkelijk te zeggen’, antwoordde Jakow verontschuldigend. ‘Om u de waarheid te zeggen – ik ben eigenlijk een half onwetend man. De andere helft is half ontwikkeld. D’r ontgaat me veel, zelfs als ik me enorm concentreer.’
‘Ik zal u zeggen waarom ik dit vraag. Ik vraag dit omdat Spinoza behoort tot mijn lievelings-filosofen en ik interesseer me voor de uitwerking die hij heeft op anderen.’
‘In dat geval’, zei de fikser enigszins opgelucht, ‘zal ik u zeggen dat het boek verschillende dingen betekent, al naar gelang het onderwerp van de hoofdstukken, al is er wel een onderling verband. Maar ik denk dat het betekent dat hij erop uit was om een vrij man van zichzelf te maken – voor zover een mens dat kan volgens zijn filosofie, als u begrijpt wat ik bedoel – door de dingen dóór te denken en verbanden te leggen, als u ’t daarmee eens kunt zijn, edelachtbare.’
‘Dat is geen slechte benadering’, zei Bibikow, ‘meer via de man dan via het werk. Maar kunt u de filosofie niet een beetje verklaren?’
‘Wie weet of ik dat kan’, zei de fikser. ‘Misschien is ’t zo dat God en de natuur één en hetzelfde zijn, en de mens hoort daar ook bij, zo ongeveer, of-ie nou arm of rijk is. Ik begrijp ’t zo dat de menselijke geest deel uitmaakt van God. In die zin ben je vrij, als je in de geest van God bent. Als je daar bent, weet je dat. Maar de moeilijkheid is dat je beperkt bent door de natuur, al geldt dat niet voor God die ook de natuur is. Er bestaat ook iets dat Noodzakelijkheid heet, en dat is er altijd, ook al heeft niemand er behoefte aan, je moet ertegen vechten. In het sjetl loopt God rond met de Wet in zijn beide handen, maar die andere God neemt wel meer ruimte in maar heeft toch minder te doen. Maar aan wie je uiteindelijk ook gelooft, als je geen werk hebt verandert er niet veel in de wereld. Nou, dat was de Noodzakelijkheid. Ik denk ook dat zijn filosofie betekent dat het leven nu eenmaal is zoals het is en dat het geen zin heeft, ’t in het graf te schoppen. Dat moet ’t wezen, en anders begrijp ik ’t niet zo goed als ’t gezegd is.’

‘Als een mens gebonden is aan de Noodzakelijkheid, hoe zit het dan met de vrijheid?’

‘Die zit in uw denken, edelachtbare, als uw denken in God is. Dat wil zeggen als u in dit soort God gelooft; dat wil zeggen als u het dóórdenkt. ’t Is net alsof een mens op de vleugels van de rede over zijn eigen hoofd vliegt, of zo. Je gaat op in het heelal en vergeet je zorgen.’
‘Denkt u dat men op die manier vrij kan zijn?
‘’Tot op zekere hoogte’, zucht Jakow. ‘Het klinkt mooi, maar ik heb nog niet zoveel meegemaakt.’[..]

‘Is dat wat u beschrijft de ware vrijheid, vindt u, of kan men niet vrij zijn zonder ook op politiek gebied vrij te zijn?’
Nou moet ik oppassen, dacht de fikser. Politiek is politiek. ’t Heeft geen zin, hete kolen aan te blazen als je er overheen moet lopen.
‘Dat zou ik niet zeker weten edelachtbare. ’t Is gedeeltelijk zus en gedeeltelijk zo.’

Bibikow komt dan met zíjn beschouwing, maar Jakow houdt zich op de vlakte en zegt dat als je arm bent je tijd in beslag genomen wordt door andere dingen waardoor je weinig tijd hebt om te denken. Daarom laat hij het aan de mensen die meer tijd hebben, hun hoofd te breken over de politiek.

Mijn verwachting dat er méér spinozisme in het boek verwerkt zou zijn, kwam niet helemaal uit, maar toch komt Spinoza op een aantal plaatsen terug. Ook daar waar zijn naam niet valt. Zoals in een passage in een volgende ondervraging door Bibikow:

‘Hoe is dat gebeurd? Ik bedoel het verlies van uw geloof?’

‘Vermoedelijk door meer dan één oorzaak, al weet ik ze niet allemaal meer. Ik heb over heel wat moeten nadenken in m´n leven, zoals dat is gelopen. En van de ene gedachte komt de andere. Als ik ´n idee in m´n hoofd heb, komt er binnen twee minuten een ander idee ´t eerste verjagen. Bovendien heb ik zo ´t een en ander gelezen, zoals ik al zei, edelachtbare, en ´n paar dingen opgestoken waar ik vroeger nooit van had gehoord. ´t Komt allemaal bij elkaar.’

De magistraat leunde achterover in zijn stoel. ‘U bent niet toevallig eens gedoopt? Dat zou de zaak misschien vergemakkelijken.’

Jarenlang wordt Jakow zonder dat de aanklacht wordt geformuleerd (men zegt nog steeds onderzoek te doen hetgeen een aanwijzing is dat er niets te vinden is behalve wilde geruchten) vastgehouden in de meest erbarmelijke omstandigheden.

Een lijn in het boek is de strijd tussen degenen die aan waarheidsvinding willen doen en degenen die vanuit een tunnelvisie de zaak willen rondmaken tegen de eerstaangewezen verdachte. De al genoemde onderzoeksrechter vindt aanwijzingen die Jakow zouden kunnen vrijpleiten (die wordt tenslotte zelf gevangen gezet en tot zelfmoord gedreven), de officier van justitie is van de aanvang af overtuigd van de schuld van Jakow en als hij de bewijzen niet rond krijgt laat hij de formulering van de aanklacht jaren voortslepen en blijft maar aandringen op een bekentenis, waardoor alles lichter zou uitpakken voor Jakow. Die blijft voldoende bij z´n positieven om daarop nooit in te gaan.  

Een keer overdenkt Jakow in zijn gevangeniscel wat hij weet van het leven van Spinoza, hoe de joden hem om zijn ideeën hadden vervloekt. Hij was jong gestorven, arm en vervolgd, en toch was hij een van de meest vrije mensen geweest. Hij was vrij in zijn gedachten, zijn begrijpen van de Noodzakelijkheid en in de opstelling van zijn filosofie. De gedachten van de fikser leverden geen bijdrage tot zijn vrijheid; die bestond niet. Hij zat gevangen in een cel en zelfs in zijn herinneringen, omdat hem zoveel was overkomen in een leven dat misschien soms vrij had geleken maar nu slechts geleid scheen te hebben naar zijn opsluiting. De Noodzakelijkheid had Spinoza bevrijd en Jakow in de gevangenis gebracht. Spinoza had zich het heelal binnengedacht. Maar Jakows armzalige gedachten waren opgesloten in een cel. (196)

Een keer krijgt hij een stuk Oude Testament te lezen, wat hem doet nadenken over de God die spreekt en over het doel van het verbond. En dan realiseert hij zich: “De God van Spinoza is anders, Hij is het eeuwige, oneindige idee van God zoals het zich openbaart in de hele natuur. Die God zegt niets; hij kan niet spreken of hij heeft er geen behoefte aan. Als je een idee bent, wat kun je dan zeggen? Men moet hem vinden in de werkingen van zijn eigen geest. Spinoza had het helemaal doorgedacht, maar Jakow Bok lukt dat niet. Hij is tenslotte geen filosoof. Zo lijdt hij zonder het intellectuele idee van God en zonder de God van het verbond.” (227)

Met zijn schoonvader Sjmoel, die het via omkoping van een bewaker lukt Jakow een keer in de gevangenis te bezoeken, spreekt hij ook over God. Sjmoel zegt: “Zonder God kunnen wij joden niet leven. Zonder het verbond zouden wij al uit de geschiedenis zijn verdwenen. Hij is alles wat we hebben, maar wie wil meer?” “Ik, zegt Jakow, “Ellende ben ik bereid te accepteren, maar niet altijd en eeuwig.” Na een heel gesprek over wat je van God kunt verwachten, zegt Jakow: “De natuur heeft zichzelf uitgevonden en ook de mens. Wat ‘r ook was, ’t was er om te beginnen. Dat heeft Spinoza gezegd. Het klinkt fantastisch, maar het moet waar zijn. Als ’t gaat om wezenlijke feiten, dan is God een uitvinding van ons en kan hij niks doen, of hij is een kracht in de natuur maar niet in de geschiedenis. Een kracht is geen vader. Hij is een koude wind en je moet proberen er warm bij te blijven. Om je de waarheid te zeggen, ik heb ‘m afgeschreven, beschouw ‘m als verloren.” En daarmee bedoelt hij de joodse God. Dit gesprek gaat zo nog een poosje door tot Jakow zegt: “’t Is niet gemakkelijk, vrijdenker zijn in deze afschuwelijke cel,” [..] “Ik zeg dit zonder trots of blijdschap. Maar toch, een mens moet bouwen op z’n redelijk verstand.” (244/5)

Na veel geleden te hebben vraagt hij zich af: “Waar is de billijkheid, waar de rechtvaardigheid? Wat zegt Spinoza – het doel van de staat is de bescherming van de rust en de veiligheid van de mens, zodat hij zijn dagelijks werk kan verrichten; de staat dient hem te helpen zijn luttele jaren op aarde te leven [..]. Maar de Russische Staat weigert Jakow Bok de meest elementaire rechtvaardigheid en toont  zijn vrees en verachting voor de mensheid door hem als een beest te ketenen aan de muur.”(258)

In één van zijn overpeinzingen, waarbij hij voor de tienduizendste keer zich over zijn lot afvroeg “Waarom ik?” bedenkt hij dat de geschiedenis iets is wat je overkomt; het begint in een web van gebeurtenissen buiten de persoonlijke sfeer; sommigen, vooral joden, hebben méér met geschiedenis te maken. “Waarom, dat zou hij nooit weten. Omdat hij Spinoza was gaan lezen? Een idee maakt je avontuurlijk? Misschien, wie weet.” Hij realiseert zich de reeksen van toevallige gebeurtenissen; als de omstandigheden rijp waren, wachtte datgene wat waarschijnlijk ging gebeuren tot je eraan kwam en dan gebeurde het.”(296/7)

Doordat ik deze 'Spinoza-krenten' uit de hele pap plukte, kan dat een verkeerde indruk van het boek geven, alsof het een soort ideeënroman is. Tussen alle ervaringen, overpeinzingen en gevoelens van de fikser zitten ook deze over wat hij las en begreep van Spinoza. Die ideeën konden hem niet gelukkig en vrij maken. Maar toch hebben ze hem waarschijnlijk een beetje geholpen om z'n vreemde lot enigszins te begrijpen. Hij bleef strijden en liet zich nooit in gelatenheid over aan zijn jammerlijke lot. Daarin was hij spinozist. 

                            uitgave 1967 Polak & Van Gennep  

Aanvulling 5 dec. 2010

Een heel mooie analyse geeft J. Thomas Cook in "A WHIRLWIND AT MY BACK..." SPINOZISTIC THEMES IN BERNARD MALAMUD'S THE FIXER (hier htm)

               the-fixer

Aanvulling 18 oktober 2015

Blogger Saverio Mariani: "Lo Spinoza di Bernard Malamud" - 11 oktober 2015 op 't Italiaanse Ritiri Filosofici