Spinoza en pornografie (in komkommertijd)

Hoe is het toch mogelijk: "Le chaste philosophe sans besoin", zoals Antonin Artaud dichtte, "de kuise filosoof zonder behoefte", in verband gebracht met pornografie! [zie dit blog]

Vorig jaar stond op het programma van de VHS zomerweek in Barchem o.a.: Inger Leemans: Spinozisme en/in erotische lectuur in de 17e eeuw.

Toen maakte ik, in tegenstelling tot dit jaar, nog een heel verslag van die week en noteerde in het blog van 31 juli 2012:

“’s Avonds vermaakte Inger Leemans ons met de erotische, zeg maar pornografische lectuur in de 17e eeuw. We leerden dat de vader der pornografie Pietro Aretino (1492 – 1556) is, wiens naam model stond voor het Aretijnse genre. Het meeste werk dat langs kwam was vooral grappig en satirisch van opzet. En ja, gezag, zowel wereldlijk maar vooral kerkelijk gezag, werd zwaar op de hak genomen, zodat pornografie wel als een vehikel voor politieke kritiek werd. De opkomst van dit genre is ook precies de tijd van de radicale Verlichting. “Livres philosophiques” is ook wel een andere term voor pornografie. We lazen tenslotte enige delen uit Thérèse philosophe (1747) waarschijnlijk van Jean-Baptiste Boyer d'Argens, dat passages heeft waarin een zekere Spinozistische invloed te onderkennen is. Maar al met al is er weinig relatie tussen Spinoza’s filosofie en de vrijzinnigheid van de pornografie te ontwaren.”

Gisteren stond in Trouw een artikel van Sebastien Valkenberg: “De filosofie achter porno”. Ik had wel gezien dat Leemans geciteerd werd en dat de naam van Spinoza viel, maar zag er aanvankelijk niets in voor een blog. Nu ik echter zie dat de tekst ook op de website is gezet, verwijs ik ernaar en citeer daar de volgende passage uit:

“Volgens Leemans gebruiken de zeventiende-eeuwse auteurs vaak 'onomwonden woorden voor de daad en de geslachtsdelen' en bedekken zij niets met 'de mantel der zedigheid'. Maar behalve schaamteloos vonden de autoriteiten van weleer dit proza ook opruiend. Leemans toont aan waarom: in de pornografische romans klinkt het gedachtengoed door van Baruch de Spinoza. Net als de vaandeldrager van de radicale Verlichting gingen de porno-auteurs uit van een universum waarin het bovennatuurlijke ontbrak. Slechts de natuur (in hun optiek: het libido) resteert als aanjager van onze handelingen. De gezagdragers ervoeren de 'vuijle ende obscene boekies' als een frontale aanval op de christelijke mores. In 1669 verscheen een lijst met titels die in beslag genomen moesten worden.”