Spinoza en Pascal

Er lijkt me eigenlijk nauwelijks een goede reden om een blog met een vergelijking van Spinoza (1632-1677) met Pascal (1623 – 1662) te hebben. Zij waren wel tijdgenoten, maar hebben waarschijnlijk niet van elkaars bestaan geweten. Maar goed – ooit moet het er een keer van komen. Over de aanleiding waarom dan nu, zodadelijk.

Op deze poster die kunstenaresse Maureen Flynn-Burhoe maakte over Spinoza en tijdgenoten zitten Spinoza en Pascal met hun ruggen naar elkaar. Dat geeft een aardig beeld over de gigantische tegenstelling tussen hen beiden. Groter dan het verschil tussen de transcendente God van Pascal (die van Abraham, Isaak en Jakob) en de immanente God of de Natuur van Spinoza is niet denkbaar. Ze hebben ook een heel verschillende opvattingen over religie, een traditionele/gelovige en een meer moderne/rationele.

De aanleiding is een artikel vandaag in Trouw n.a.v. een recent uitgekomen boek van Rudi te Velde (red.): ‘Pascal als religieus denker’, Klement, 2011, met bijdragen van Bert Blans, Willem Jan Otten, Ad Peperzak, Arjan Plaisier en Rudi te Velde.

De krant geeft korte interviews met twee van de bijdragers, Willem Jan Otten en Arjan Plaisier, en de emeritushoogleraar wijsgerige antropologie Theo de Boer (1932), schrijver van onder meer ‘De God van de filosofen en de God van Pascal’ (1989)

Willem Jan Otten wijst erop dat het volgens Pascal geen enkele zin heeft om een godsbewijs te construeren “waar God uit rolt, want God is niet het sluitstuk van een menselijke redenering. Als God uit een wiskundige these voortvloeide, dan moesten we wel in God geloven, dan konden we daar niet omheen. Dan had God ons niet vrij gelaten om in hem te geloven.” Het is dus duidelijk dat hij een heel andere God op 't oog heeft en heeft gevonden, maar, zo zegt Otten, “hij blijft voortdurend de positie van de ongelovige stem geven.”

Dat vindt De Boer kennelijk ook. Hij wijst op de onder nr. 418* gegeven gedachte over de ‘gok van Pascal’ die volgens hem niet van Pascal zelf is. De tekst ervan (ik neem aan dat ieder ‘Pascals gok’ kent) staat tussen aanhalingstekens en daarom vermoedt De Boer dat Pascal het een keer gehoord heeft – hij denkt van discussiërende jezuïeten. Hij zegt: “Volgens mij is de pointe bij Pascal: zulke redeneringen kloppen misschien wel, maar ze slaan nergens op. Hij schrijft over godsbewijzen om te laten zien dat ze in feite irrelevant zijn. Hij illustreert dat met zijn ervaring dat hij die bewijzen, hoe knap ze ook bedacht zijn en hoe kloppend ze soms ook lijken te zijn, nooit kan onthouden.”

Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, heeft het over het in Pascals jas ingenaaide 'Mémorial’ dat een van de bekendste fragmenten van Pascal werd (over “God van Abraham, God van Isaak, God van Jakob. Niet de God van filosofen en geleerden. Zekerheid. Zekerheid. Gevoel. Vreugde. Vrede. God van 'Jezus Christus'”). Maar hij gaat dan wel ver met te vinden dat wat Pascal in gedachte 201 schrijft, ‘De eeuwige stilte van deze eindeloze ruimte vervult me met angst’, “dat hij niet persoonlijk deze angst had, maar zijn tijdgenoten wél, en hij nam die angst serieus.”

Toch Spinoza met Pascal vergeleken

In 2007 kwam Édition Amsterdam met een studie met vergelijkingen tussen Spinoza en Pascal: L. Bove, G. Bras, E. Méchoulan (dir.): Pascal et Spinoza - Pensées du contraste: de la géométrie du hasard à la nécessité de la liberté

Dat was voor het eerst, hetgeen wel een indicatie ervoor is dat het om werelden van verschil in denken gaat. Zozeer uiteenlopend, dat het lange tijd als zinloos werd beschouwd om het zelfs maar over de incompatibiliteit van deze twee denkwerelden te hebben. Wat mij betreft is dat nog steeds zo en kunnen we het gewoon de twee onvergelijkbare universa laten.

Léon Brunschvicg, die zich zowel veel met Spinoza als met Pascal heeft bezig gehouden (hij verzorgde o.a. de Œuvres complètes de Blaise Pascal (14 volumes), Paris, Hachette, 1904-1914), zou in Spinoza et ses contemporains [Paris, Alcan, 1924] hebben geschreven dat ‘de eenzame van Port Royal’ en de ‘jood van Voorburg’ beiden op hun bureau de Bijbel en de Discours de la méthode, hadden liggen en dat ze – zonder het van elkaar te weten – elkaar als het ware geantwoord zouden hebben.
Hetgeen mij eerlijk gezegd grote onzin lijkt.
Enfin, de schrijvers van dit boek, kenners van Spinoza en Pascal, leek het een uitdaging om – zeg maar – de vergelijking van die verschillen en dat antwoord van de een aan het ander na te gaan.

Er bestaat ook nog:
Richard Mason: Spinoza or Pascal? Two views on religion.Nr. 76 van de Mededelingen  vanwege het Spinozahuis. Eburon, 2000

* Nr 233 in de uitgave van Léon Brunschvicg, Pascal, Pensées et Opuscules, Paris, Hachette, 1897

____________________

Aanvulling 7 augustus 2015

Margaret D. Wilson, “Pascal and Spinoza on Salvation:  Two Views on the Thinking Reed.” In: the Harvard Graduate Society Newsletter (Fall 1992: 8-13). Zie daarover dit blog van 6 aug. 2015 op The Mod Squad.

Zie blog van 20 jan. 2012: De gok van Pascal en de gok van Balling 

Zie blog van 25 okt. 2014: Pascal (1623 - 1662) en Spinoza (1632 - 1677)  

Reacties

Stan,
1. Frank de Graaff, de vertaler van Pascal, merkt over Pascal's geloof het volgende op: "Een van onze uitgevers van christelijken huize vertrouwde mij toe dat Pascal, de grote apologeet, zijns inziens geen echte gelovige was. Deze uitspraak verbaasde mij, maar ik begon allengs te vermoeden waarop dit wantrouwen, van rechtzinnige zijde nog wel, gestoeld was. Bij het werken met Pascals frenetiek neergekrabbelde gedachten werd mij duidelijk dat hij hier niet 'zijn geloof uitdraagt', maar een onafgebroken strijd levert om te geloven. De libertijn tegen wie hij praat, leeft in hemzelf. Evenals Montaigne is hij jaloers op de simpele dorpeling, voor wie geloven een vanzelfsprekend 'inzicht van het hart' is." (uit: Vooraf bij Pascal, gedachten).
Ik denk dat De Graaff gelijk heeft en dat deze strijd tussen 'verstand' en 'hart' Pascals werk zo interessant maakt. De 'gok' van Pascal is dan te plaatsen als een poging om van de verstand-kant tot geloof te komen.
2. Otten gaat er, i.t.t Spinoza, blijkbaar van uit dat vrijheid en noodzakelijkheid twee strijdige zaken zijn, en dat 'verstand' in God en mens niet identiek zijn. Kennelijk doelt hij op fr.110 waarin Pascal stelt dat de eerste beginselen niet toegankelijk zijn voor het argumenterende verstand. we nemen ze 'stellig' aan en kunnen er niet aan twijfelen. Pascal noemt dit 'kennis van het hart en het instinct'. Als voorbeelden noemt hij de beginselen van ruimte, tijd, beweging en getallen. Daarna stelt hij dat degenen 'aan wie God de religie via het gevoel aan hun hart heeft gegeven zeer gelukkig en zeer terecht overtuigd' zijn. Pascal maakt blijkbaar geen onderscheid tussen instinct, gevoel en intuïtie, ze zijn allen zaken van het 'hart', en daar vallen zowel de eerste beginselen van de natuur onder als de religie (maar blijkbaar niet God zelf). Voor Spinoza is instinct een conatieve zaak, verwant aan begeerte, en, hoewel de religie er onder valt, leren we daarmee God niet kennen. Intuïtie een cognitieve zaak, 3e kennissoort, en hiermee kunnen we wel degelijk God kennen. M.a.w. Pascals 'kennis van het hart' = 'esprit de finesse' is een veel te vaag begrip waaronder alles valt wat niet verstand is, weinig 'finesse' dus.

Dat Pascal geen aartszeker geloof bezat maar vol twijfel (en dus ook angst) zat en dat zijn schrijven, hoe apologetisch ook, dus eerder aan zichzelf gericht is, een dialoog is in en met zichzelf tussen de geloof-hopende en de twijfelend-ongelovige, spreekt mij wel aan. Hij verklaart ook veel beter dat zgn. 'mémorial' - hij had dat nodig voor zichzelf.
En ja 'kennis van het hart' is inderdaad erg vaag, net als het nogal contradictoire geloofs'kennis'. Allemaal imaginatio en fluiten in 't donker.

Stan,
Dat Mémorial had hij bovendien in zijjn kleding genaaid zodat hij het altijd bij zich droeg, als een talisman, een bezwering tegen het Kwaad, verwant met de Marabouts in Mali, die - hoewel ze analfabeet zijn en de de taal niet kennen - koranteksten in arabisch schrift om de hals dragen als bezwering en bescherming. Het is een wonderlijke en gekwelde tekst met een literaire schoonheid die doet denken aan de vitalistische verzen van Marsman.

Adrie,
Gisteren kocht ik bij De Slegte een boekje uit 1991, door zijn vrienden samengesteld uit teksten van de franciscaan Theo Zweerman, “Om de eer van de mens.” Twee van die teksten gaan over Spinoza. En daarom kocht ik het; ooit wil ik zijn intrigerende boek over de inleiding op de TIE nog eens herlezen.

Er staat ook een hoofdstuk in over Pascals Mémorial.
Grappig is om te zien hoe Zweerman, die zich bij Spinoza’s God toch een beetje op vreemd terrein bevindt, bij Pascal zich weer dichter bevindt bij de God in wie ook hij geloofde.
Hij heeft het erover hoe Pascal voorafgaand aan die avond van de 23e november 1654 aan Gods afwezigheid leed en dat het hunkeren nu “op een overstelpende wijze vervuld wordt. Hoe? Nogmaals: dit is het geheim van Pascal, en van Degene, Die zich liet kennen.”
Zo schrijf je niet over de God van Spinoza; wel over de God van Pascal en Zweerman.

Nog een eigenaardigheidje bij mij over hoe ik haast alles in verband met Spinoza breng. Als ik lees dat aan het begin van het Mémorial staat: “Maandag 23 November, dag van de Hl. Clementius en martelaar en anderen in het Romeins martyrologium,” dan denk ik meteen: o, dan werd Spinoza de volgende dag, dus op een dinsdag, 22 jaar! Het slaat nergens op, maar ineens vind ik dat via die omweg een leuk weetje. We weten niet eens of verjaardag vieren wel iets voor de Amsterdamse joden en voor Spinoza was. Maar als wel... dan was het dat jaar op dinsdag!