Spinoza en het humanisme

Sinds Karel D’huyvetters op 10 nov 2012 een blog schreef "Spinoza’s humanisme" en op 13 nov. 2012 nog eens een veel emotioneler blog "Spinoza's humanisme nogmaals", waarbij ik (door mijn kritische recensie van zijn recensie van het boek van Tinneke Beeckman) een aandeel in de aanleiding tot zijn grote verontwaardiging bleek te hebben, was ik van plan om ook een duit in het zakje te doen en ooit eens te bloggen over Spinoza’s humanisme. Ik ga overigens niet direct in op Karels zeer verontwaardigd emotioneel geschreven stukken d’un humaniste 'indigné'.  

Om de vraag te beantwoorden of Spinoza humanist was, is het uiteraard nodig te weten wat onder humanisme te verstaan.

                   

Humanisme als ‘humanitas’
Als het gaat om de vraag of Spinoza een humaan mens was en menselijkheid voorstond, hoeven we niet te twijfelen. Ik wijs op de voorbeeldige, rustige manier waarop hij volgens Colerus de vrouw van zijn huisbaas bejegende toen zij hem vroeg “of zy, na zyn oordeel in haare Religie wel konde Zalig worden, gaf hy ten antwoord: uw Religie is wel, gy behoeft geen andere te zoeken om Zalig te werden, als gy u maar tot een stil en Godzalig leven appliceert.” En zie wat hij schreef in 4/50s: “iemand die noch door de rede noch door medelijden, wordt aangezet om anderen te helpen, noemt men met recht een onmens, want hij lijkt in niets op een mens (volgens 3/27).” De Nagelate Schriften voegen daaraan nog toe: [lijkt] “alle menschelijkheit uitgetrokken te hebben.”

En in 3/Aff.Def. 43 staat: “Humanitas, seu Modestia est Cupiditas ea faciendi, quae hominibus placent, et omittendi, quae displicent.” “Vriendelijkheid [Gorter: humaniteit; Van Suchtelen: menschenmin) of bescheidenheid in de begeerte te doen wat mensen bevalt en te vermijden wat hun mishaagt.” [vert. Krop]. Dit is uiteraard wel een passie, waarvan je in de greep kunt raken en dan gaat het mis. Een people pleaser die hier te ver in gaat, wordt niet werkelijk gelukkig; daar zou Spinoza van onmatige begeerte hebben gesproken (immodica/immoderata Cupiditas).

Kortom, uit vele voorbeelden blijkt, dat Spinoza op het punt van de menselijke omgang een praktisch humanisme voorstond.

Het Humanisme van de Renaissance
In het rijtje Erasmus, Da Vinci, Pico della Mirandola, Ficino, Bruno hoort Spinoza niet thuis. Maar dat wil niet zeggen dat hij geen vergelijkbare interesses en verdiensten had. Ook hij had grote belangstelling voor filologisch onderzoek van de ‘bronnen’. Alleen ging het in zijn geval niet om de klassieke, Griekse en Romeinse literatuur, maar om de Bijbel. Hij schreef aan een Hebreeuwse Grammatica om anderen bij hun studie van het Hebreeuws te helpen. Maar van interesse in de ‘geheime’ Egyptische hermetische wijsheid en in het magische en kabbalistische als bij Ficino, Campanella en Bruno maakte hij zich los. Hij werd een van de grote ontnuchteraars van het verlangen naar het wonderbaarlijke, dat zelfs vele 17e eeuwse wetenschappers nog wel hadden.

Tegen humanisme als ideologie
Waar Spinoza zich hevig tegen verzette was de aloude (vooral christelijke) neiging van mensen om zichzelf op een voetstuk te plaatsen. De mens moet zich niet in z’n gedachten afzonderen als een imperium in imperio (3/Praef, TP 2) een “staat in een staat”, zich als boven de natuur verheven, of als centrum van alles zien. Spinoza was een zeer eloquent onderuithaler van elk antropocentrisme, van ingebeelde eigenwaan. Met vermogens als zogenaamde ‘vrije wil’ en exclusieve rationaliteit, plaatste de mens zich op een voetstuk. Spinoza stoot hem daarvan af en noemt dat illusies, ‘verziering’.

Naast dat hij vond dat de mens zich niet op zo’n voetstuk moet plaatsen, maar zich als onderdeel van de gehele natuur diende te blijven zien, vond hij ook dat het onjuist is om, zoals Descartes deed, het filosoferen, het denken over de werkelijkheid, bij jezelf te beginnen. Nee, je moet bij het geheel, bij God, beginnen en vandaaruit zicht zien te krijgen hoe de mens en jijzelf als singulier mens daarin past.

Spinoza dan anti-humanist?
Met deze benadering van Spinoza begon het grote misverstaan. Ten tijde van - wat nu heet – de klassieke Duitse filosofie (van Kant tot Hegel) ontstond het idee dat Spinoza door zo de ene substantie ofwel God te benadrukken, alleen oog zou hebben voor de totaliteit en alleen die als werkelijk bestaand zag. Hij zou i.t.t. atheïst akosmist zijn (Maimon, Hegel): alleen God als bestaand erkennen en geen eigen zijn aan de wereld en de mens toekennen.
Dat was uiteraard eenzijdige onzin. Dat de modi zijnsvormen van de totaliteit, van de werkelijkheid in z’n geheel (dat zij ‘in God zijn’), ontkent niet dat zij ontologisch echt bestaan. Spinoza zegt het met zoveel woorden.  

Een tweede eenzijdige golf ontstond toen – in Frankrijk vooral – kritiek opkwam op het existentialisme en op de grote benadrukking op het subject en van elk subjectivisme i.h.a. Door het structuralisme werd het subject zelfs ontkend en tegelijk kwam sterk de interesse in Spinoza naar boven, die immers niet van het subject uitgaat, maar het systeemkarakter, het netwerkachtige van alles in de werkelijkheid benadrukte. Marxistisch georiënteerde auteurs uit de 60-70-iger jaren hebben de verdienste Spinoza weer op de kaart te hebben gezet, maar daarmee hebben ze Spinoza wel tot een anti-humanist vervalst (want, L'existentialisme est un humanisme, nietwaar Sartre). Dit heeft, naast die andere eenzijdigheid van het benadrukken van het deterministisch-mechanische naturalisme bij Spinoza, veel schade aangericht. Steeds is van die benadrukte benaderingen íets waar, maar het is niet de hele waarheid. In die eenzijdige overdrijvingen is Spinoza, bij wie er altijd ook een andere kant is, niet begrepen.

Ja, Spinoza is een anti-humanist als het om een humanisme gaat dat de mens aanmatigend als maat van alles op een voetstuk plaatst. Maar het gaat Spinoza uiteindelijk wel om de mens – om diens bevrijding en welstand. Waarom zou hij anders een Ethica schrijven? Spinoza is niet alleen maar of vooral een criticus van illusies. Zijn filosofie is een positieve poging ware kennis te bieden over de ware plaats van de mens in het geheel. De illusies en inadequate denkbeelden toont hij aan vanuit positieve/adequate kennis - waarheid van waaruit het onware blijkt.
Zo’n waarheid die Spinoza benadrukt is: “Homine igitur nihil homine utilius,” voor de mens is dus niets nuttiger dan een mens (4/18s)

Ja, Spinoza is een naturalistisch determinist, vooral tegenover diegenen die de mens met vrije wil uitgerust zien en zo buiten of boven de natuur plaatsen. Hen laat hij zien hoe weinig ze met hun zogenaamde vrije wil vermogen. Maar het gaat hem daarbij wel om het versterken van hun werkelijke vermogen om te handelen (potentia agendi). Overdreven is dus te menen dat volgens Spinoza helemaal niets zou lukken van pogingen om iets uit eigen kracht te bereiken, namelijk werkelijk inzicht. Alleen bereikt men dat niet via een makkelijke weg, maar langs een ‘via perardua’, een zeer steile weg.

Spinoza is dé moderne humanist
Wie blijft staan bij het alleen zien van het anti-humanistische (wat vooral een anti-antropocentrisme is) bij Spinoza, ziet niet dat juist Spinoza dé werkelijke humanist is, omdat het hem om de werkelijke, dat is de ware mens gaat. Alleen via een fundamentele kritiek op het illusoire antropocentrisme, kan een loutering van het ware menselijke bestaan en diens Libertas Mentis bereikt worden (deel V van de Ethica).

Als reactie op de nuttige, maar enigszins eenzijdige lezingen van Spinoza als deterministisch naturalist en als anti-humanist, komen er de laatste jaren steeds meer eenzijdigheid corrigerende andere lezingen – speurtochten naar andere kanten zoals ze bij Spinoza ook te ontwaren zijn.
Waarom zijn die zoektochten zo moeilijk? Waarom liggen die andere kanten niet meer voor het oprapen? Ook dat betreft een via perardua, want het is nu eenmaal uiterst moeilijk om in taal (woorden zijn van de verbeelding = eerste kenvorm) de ware dingen van de rede (= tweede kenvorm) te verwoorden. Vandaar ontstaan zo makkelijk misverstanden.

Ik noem enige voorbeelden
Wolfgang Bartuschat, Spinozas Theorie des Menschen (1992)

Lia Levy, L'Automate spirituel. La subjectivé moderne d'après l'Ethique de Spinoza (2000) [neem ik op via een recensie van dit proefschrift, want het boek zelf ken ik niet)

Ursula Renz’s Die Erklärbarkeit von Erfahrung. Realismus und Subjektivität in Spinozas Theorie des menschlichen Geistes [2010]

Martin Lenz’s studieproject naar de immanente natuurlijke teleologie van de conatus [zie blog]

Julie Henry is o.l.v. P.-Fr. Moreau bezig aan een dissertatie over het onderwerp: "Penser le devenir éthique dans la philosophie spinoziste: la place singulière de l’homme dans la nature".

 

Bronnen

Op 2 nov. 2008 had ik al eens een blog: Spinoza's humanisme - geen mens kan kwetsbaarheid ontlopen.

Vele soorten humanisme... op wikipedia

Theo H. Zweerman, Spinoza en de hedendaagse kritiek op het humanisme als ideologie. Mededelingen vanwege het Spinozahuis nr 34. Brill, Leiden, 1975 [23 pagina's - books.google]

Fokke Akkerman, “Spinoza en de humanistische traditie”. In: Alex C. Klugkist en Jacob van Sluis (red.), m. Uitgeverij Spinozahuis, 2010 [cf blog]

 

Spinoza in de Humanistische Canon
Veel hedendaagse humanisten die lid zijn van het na WO II ontstane Humanistisch Verbond omarmen Spinoza. Maar is dat wederzijds? Spinoza is opgenomen in de Humanistische Canon, maar zou hij hen opnemen in zijn Spinozistische Canon, gesteld dat hij ooit zoiets zou samenstellen? Ik waag me niet aan een antwoord namens hem. Wel lees ik in een aankondiging voor een Basisopleiding humanistische filosofie bij de ISVW: "Het humanisme is stevig geworteld in de westerse filosofie. In de loop der tijd hebben diverse denkers (zoals Erasmus) zich humanist genoemd en tegenwoordig laten humanisten zich door klassieke en moderne filosofen (als Spinoza) inspireren. Zowel het humanisme als de filosofie dragen bouwstenen aan voor een authentieke levenshouding die past bij onze tijd."

Douglas J. Den Uyl, God, Man, & Well-Being: Spinoza's Modern Humanism. Peter Lang, 2008  [books.google] “In fact, for all the talk to this point of Spinoza's humanism, the metaphysics just enumerated seems profoundly anti-humanistic. Humanism would suggest the idea of there being something special or unique about human beings that should be explored and celebrated. We should be able to carve out the human realm and see it as somehow distinctive and special, if we are to have a real humanism. To see human beings as simply one object among an infinite number of others, all of which have exactly the same status as being but manifestations of nature in action, seems to accord human beings individually or collectively no more importance to the whole than a gnat or a rock. At least with pre-modern conceptions of humanity we were the highest order of nature, or God's special creation, or the beings with free will or reason that other beings didn't possess, or some such separating set of attributes that distinguished us from other things in nature. In Spinoza's framework the vantage point of the whole seems to imply that we are next to nothing. It would thus seem that the humanistic approach we have taken throughout is not just misleading, but profoundly mistaken. [p. 103]

Reacties

Heel mooi overzicht Stan. Het verwondert me dat je onder anti-humanisme het artikel van Y. Melamed niet vermeldt (http://ptw.uchicago.edu/Melamed08.pdf - Spinoza's Anti-Humanism: an outline), of andere auteurs die stellen dat Spinoza's amoralisme onverenigbaar zou zijn met humanisme.

Mark, prima dat je naar Melamad's artikel verwijst, maar een min of meer volledig literatuuroverzicht was niet mijn opzet. Ik dacht dat het noemen van de twee blogs van Karel D'huyvetters met links erheen kon volstaan. In die artikelen heeft hij zijn grote morele verontwaardiging over Melamad's positie met lange citaten en zijn commentaar weergegeven. Ik ben op dat alles slechts zeer indirect ingegaan.