Spinoza en de 'kabood JHWH' [4]

Nog niet was ik ingegaan op waar Warren Zev Harvey [cf. het vorige blog] op wees, namelijk zijn noot 26 bij zijn artikel "Spinoza's Metaphysical Hebraism,” waarin hij verwees naar "Wolfson, Spinoza, vol ii: 311-25, cites other pertinent texts." [cf.]

 

Daar had ik zelf eigenlijk ook bij  terecht moeten komen, want ik bezit Harry Austryn Wolfson’s The Philosophy of Spinoza [oorspr. 1934, herdruk 1958]. Ik had het me even voorgenomen nog te doen, maar had die op zich goede gedachte niet uitgevoerd. Daar was nu dus, via die tip uit Israël, alle reden voor.

En inderdaad, Wolfson geeft uitvoerige beschouwingen over wat Spinoza kan hebben voorgehad met het verwijzen naar gloria in de bijbel, waarvoor hij uitvoerig te rade gaat bij joods-middeleeuwse auteurs, zoals hij steeds doet in zijn ‘Spinoza-bijbel’. Ik citeer:

 

“To show that he was merely reaffirming an old traditional belief, Spinoza adds that “this love or blessedness is called Glory in the sacred writings, and not without reason.”
   Now, to what particulair passage in the Bible does Spinoza have reference here when he says that “glory  means this blessedness or lo ve or union or peace of mind?
   The verse “the whole erth is fulle of GHis glory” (Isaiah 6,3) is generaly taken tob e the reference. But there is nothing in the context of that verse to make it more applicable to Spinoza’s particular purpose here than any of the other one hundred and ninety-odd passages in the Old Testament in which the word kabod [note: ] occurs, or the one hundred and fifty-odd passages in the New Testament in which the word δοξα occurs.” [p. 311-12]

 

Hierna gaat Wolfson uitvoerig in op de vraag of Spinoza Leo Hebraeus’ “eterna gloria” in gedachte zou hebben gehad, hetgeen hij afwijst. Vervolgens gaat hij pagina’s lang in op Psalm-verzen 16, 8-11 die volgens hem Spinoza op ’t oog gehad zou hebben. Erg overtuigend is dit niet, terwijl de teksten met kabod van Jeremias die Spinoza in de TTP behandelt, waar Zev Harvey op wees, door Wolfson niet genoemd worden. Ik denk dan ook dat Zev Harvey’s suggestie overtuigender is.

Van meer belang acht ik wat Wolfson daarna behandelt vanaf midden p. 316: “One more question, however, still remains in connection with this statement of Spinoza. After having said that “this love or blessedness is called Glory in the sacred writings,” he continues to say “wheter this love be referred to God or to the mind, it may properly be called acquiescence of spirit, which (Defs. XXV and XXX of the Emotions) is in truth, not distinguished from glory.” What he wants to say is quite clear. He wants to say that whether we take “love” in the sense of God’s love for men or whether we take it in the sense of men’s love for God, that love, which is an aquiescence of spirit, is not distinguised from “glory,” by which name it is called in the sacred writings. But why should Spinoza want to say this? It would seem that unless there was some doubt as to which of these two kinds of love the term ‘glory’ in the Biblical passage in question applied to, there was no need for this statement of his.”

 

Waarna Wolfson uitvoerige informatie uit filosofie en kabbalistiek geeft om ook dit nader toe te lichten. Daar dit het doel dat ik had met deze blogs voorbij gaat, laat ik dat achterwege.

                                                 * * * 

Kom ik tot een afrondende conclusie. We deden bij de Spinoza Kring Limburg uit onszelf (zonder in ons midden iemand met kennis van het Hebreeuws te hebben) een ontdekking, namelijk dat Spinoza met de verwijzing bij 'gloria' in 5/36s naar de H. Schrift de "kabod" op het oog gehad moet hebben. Wij achtten deze aansluiting aan het einde van de Ethica bij oud joods gedachtegoed veelzeggend. Inmiddels is er genoeg evidentie dat dit thema behandeld is door kenners van Hebreeuws: Harry Austryn Wolfson in de jaren '30 en Warren Zev Harvey in de huidige tijd. Het is te zien als een onderstreping van het belang dat wij aan onze 'ontdekking' hechtten. Maar een 'wereld-ontdekking' deden we niet. Hoeft ook niet - we doen ontdekkingen in de Ethica voor onszelf. En via deze blogs mag u daarbij meekijken. 

                                                       * * *  

De blogs over Spinoza en de 'kabood JHWH'

17-07-2013: Spinoza en de 'kabood JHWH'

19-07-2013: Spinoza en de 'kabood JHWH' [2]

23-07-2013: Spinoza en de 'kabood JHWH' [3]

24-07-2013: Spinoza en de 'kabood JHWH' [4] 

Reacties

Dankjewel Stan voor je navorsende werk. Ik onderschrijf de laatste zinnen van deze blog over de kabood JHWH ten volle. Laat ons verder gaan op deze weg. Groet en tot ziens in Maastricht, ArisZ