Spinoza als de 'goddelijke verwekker' van Locke

Over het in eigen beheer uitgegeven boek van Wim Klever, JOHN LOCKE (1632-1704) VERMOMDE EN MISKENDE SPINOZIST - EEN VERGELIJKENDE STUDIE, Vrijstaat, 2008 [zie hier meer over dit boek op dit weblog waar ook is te lezen hoe het boek besteld kan worden]

Nadat de lezer Wim Klevers gedegen tekst heeft gelezen, waarin deze de inhoudelijke overeenkomst niet alleen van vele denkbeelden van Locke met die van Spinoza, maar ook zeker tussen de 40 à 50 zgn ‘crypto-Spinoza-citaten’ in Locke’s hoofdwerken heeft aangetoond, is het een waar genoegen om zijn - enigszins ingehouden, maar toch - verbitterde nawoord te lezen.

Daarin rapport hij over zijn praktisch vergeefse poging om het massale bolwerk van Locke-scholars te bestormen. Invloed van Spinoza op Locke is nooit bestudeerd en wordt, nu Klever met zijn vergelijkende studie komt, door de bobo’s onder de geleerden fel afgewezen. In dat nawoord maakt Klever de vergelijking “dat men zijn (Locke’s) teksten koestert als heilige klassiekers, alsof zij uit het maagdelijke brein van Athene waren voortgekomen zonder dat er een goddelijke verwekker voor nodig was.” Het beeld is duidelijk. Vandaar de titel van dit blog.

Godenhemelbestormer Klever wordt dus het liefst streng door de verdedigers van de Locke-Olympus terugverwezen. Slechts enkelen, waaronder Jonathan Israel, erkenden na lezing van een samenvatting, het belang van deze studie die tot een andere visie op Locke aanleiding zou dienen te geven.

Uiteraard alleen iemand die het werk van Spinoza door en door kent (zoals Klever) is in staat om bij het lezen en bestuderen van teksten van Locke openlijke en verborgen invloeden van Spinoza te ontdekken. En de erudiete Klever is duidelijk een uiterst bevoegd lezer van ook de teksten van John Locke. Bij nogal wat passages van Locke gaat bij Klever een belletje rinkelen: zoiets heeft hij ergens of daar-en-daar bij Spinoza gelezen en hij concludeert dan dat Locke het daar eveneens gelezen heeft.

Het is indrukwekkend om te lezen wat Wim Klever allemaal ontdekte; het is buitengewoon frappant om te lezen op welke overeenkomst in ideeën niet alleen, maar ook in woordgebruik en woordvolgorde Klever kan wijzen: de ene substantieleer, de fysica, de kenleer, de taal-theorie, de opvattingen over geloof en openbaring, over de rede als interpreet van de Schrift, over de worteling van elke regeringsvorm in de instemming van de onderdanen, over de democratie, over tolerantie enzomeer. Teveel om daarop allemaal in dit blog in te gaan.

Hij maakt geloofwaardig dat de jonge Locke als assistent van Boyle al kennis moet hebben genomen van de brieven die Spinoza met Oldenburg wisselde. Hij zal getuige zijn geweest van discussie erover. Locke was er telkens als de kippen bij om als een der eersten uitgaven van Spinoza te pakken te krijgen: Spinoza’s Principia Philosophiae Cartesianae in 1663 waarover Locke in Oxford aantekeningen maakte, de Tractatus Theologico-Politicus al vroeg in 1670, waarover Locke aantekeningen en waarnaar hij precieze verwijzingen maakte op inlegvellen in zijn James-bijbel; en meteen de Opera Posthuma in 1677.

Klever typeert hoe Locke uit alles zeer in de ban van Spinoza blijkt te zijn; dan weer typeert hij: Locke volgt Spinoza op de voet; bij sommige passages spreekt hij zelfs van plagiaat en van het recyclen van Spinoza’s werk. Locke was zo’n goede kenner en uitlegger van Spinoza’s werk dat Klever op die verdienste wijzend, zelfs opmerkt dat hedendaagse Spinoza-bestudeerders nog een en ander kunnen opsteken van de toepassing door Locke van Spinoza’s wetenschappelijke ideeën.

Zoals Klever Franciscus van den Enden altijd als Spinoza’s meester aanduidt, zo typeert hij Spinoza als Locke’s leermeester.

De tekst bestaat uit 53 paragrafen die tezamen een doorlopend argumentatief betoog en een aaneenschakeling van verwijsplaatsen bieden.

Wat mij betreft heeft Klever overtuigend aangetoond dat Locke een ijverig bestudeerder (leerling), een stilzwijgende bewonderaar, een navolger en sublieme uitlegger van Spinoza’s leer was, die uit angst voor vervolging – gezien de reputatie van spinozisten - uiteraard zeer z’n best deed om dat niet te laten merken. Daarom verwijst hij nergens expliciet en noemt hij nergens de naam van Spinoza, doet hij z’n best om bij gelijk blijven van de naturalistische ideeën andere termen te gebruiken (wat niet altijd lukt), of hij draait de volgorde om, zoals in zijn kenleer (wat bij Spinoza de eerste kenvorm is, is bij Locke de derde).En zo is er heel veel op te merken.

Eén citaat, waarin Klever een noodzakelijk gevolg van zijn studie aangeeft. Nadat hij erop heeft gewezen dat als dé coryfeeën van de Verlichting worden gezien: Locke, Hume, Diderot, Montesquieu en Kant, waarbij Locke meestal voorop staat en door velen als de initiator en soms als de belangrijkste wordt gezien, schrijft Klever:

Sinds de magistrale werken van Jonathan Israel kan men er echter niet meer onder uit een verandering aan te brengen in de hiërarchie van grote verlichters en moet men de naam Spinoza niet alleen opnemen in de heldengalerij, maar hem ook vooraan zetten. De Verlichting als geheel heeft alles te danken aan het radicale naturalisme van Spinoza, die de impact van de opkomende natuurwetenschap en de bijdrage van Descartes daaraan kritisch in zijn werk integreerde.

Is daarmee enkel het aantal vaders van de Verlichting uitgebreid? De auteur dezes hoopt te hebben aangetoond, dat de betekenis van Locke een andere is dan die hem zowel in de traditionele geschiedschrijving als in die van Jonathan Israel wordt toegekend. Zijn werk is geen tegenpool van dat van Spinoza, zoals door Clapp wordt beweerd noch een gematigde variant van de Verlichting, die wel het empirisme omarmt maar anderzijds vasthoudt aan de christelijke orthodoxie, zoals door Israel wordt gesteld. Locke’s filosofie is van uitzonderlijk belang als een meesterlijke verwerking van de totale systematiek van Spinoza’s oeuvre. Niet alleen heeft hij als geen ander van zijn tijdgenoten begrepen wat de hoofdzaken zijn van de PPC, TIE, TTP, Ethica en de Brieven, het empirisme daarbij inbegrepen, ook helpt hij ons, lezers en studenten van de eenentwintigste eeuw, als geen ander om de diepten ervan te doorgronden en kunnen wij daar niet weinig baat bij hebben. Zo men ooit kan spreken van een authentieke en indringende receptie, dan is zoiets hier aan de orde.

Gegeven dit feit vervalt ook meteen de reden om hem met de aankomst van Spinoza op het podium van zijn erepositie te beroven. Locke kan daar gevoeglijk blijven staan en moet daar ook blijven staan. Het is immers onontkenbaar dat hij een stuwende en vernieuwende kracht van geweldige importantie is geweest voor de ontwikkeling van de Europese filosofie zonder dat men iets wist omtrent de herkomst van zijn filosofie. Spinoza werkte ondergronds, Locke bovengronds, vooral in de academische wereld, waar Spinoza nauwelijks toegang had. De relatie tussen de twee bleef onbekend, juist ook omdat Spinoza’s teksten niet werden bestudeerd. Met onvoorstelbare vakkundigheid was Locke zelf er in geslaagd zijn ware inspiratiebron te verhullen en zijn lezers te doen geloven dat de door hem bewerkstelligde revolutie in de kennistheorie uit zijn eigen koker afkomstig was.”

Een opmerking: Het epitheton ‘miskende’ in de titel acht ik minder goed gekozen: ‘ongekende’ zou daar beter hebben gestaan. Bij ‘miskende’ is het net alsof Locke zelf als een groot spinozist gekend had willen zijn, maar daarin werd miskend. De omschrijving ‘ongekende spinozist’ kan op twee manieren worden gelezen: letterlijk als niet-gekend, maar ook als bewonderende uiting: ‘buitengewoon, ongekend groot spinozist’.

En dat was Locke, zo blijkt overduidelijk uit deze studie.

Ik heb het boek met grote interesse gelezen en raad het alle serieus geïnteresseerden in zowel Spinoza als Locke van harte ter lezing aan. 

Tot slot. Eric Schliesser die veel conferenties over vroeg-moderne filosofen (w.o. veel over Spinoza) organiseert (zie hier op dit weblog), zei in een interview (hier):  “Ik hoop stiekem ook dat de wat gesloten wereldjes van het Leibniz, Newton, en Spinoza onderzoek naar elkaar toe kunnen groeien." Daar mag dus het Locke-onderzoek aan worden toegevoegd.

Reacties

Ik ben er nog mee bezig. Het is wel indrukwekkend, gedegen ook, de eruditie spat er vanaf! Het boekje heb ik nog niet helemaal uit. Atheisme definieert hij -zoals Spinoza- meer als een niet deugdzame levenswandel.

Maar - en dat wordt dan mijn volgende vraag, waarom zou Locke dit zou hebben gedaan. Wat zijn zijn motieven geweest (en ws van die van Hume ook). Hij zou erg ijdel zijn. Of te gevaarlijk? Want een atheistische godsleer kon niet worden gedebiteerd in die tijd, en nu ook nog niet in grote delen van de wereld.

Het boek verdient het wel om wat meer serieus behandeld te worden door grote kenners van het werk van Locke. Het moet wat tegenspraak krijgen, zodat ik ook beter de argumenten van kenners kan beoordelen. Maar sommige willen anuwelijks reageren. Grote dingen beginnen altijd in het klein, de teerling is wat mij betreft geworpen

Vooralsnog overtuigt Klever me wel (hoewel ik pas op de helft ben).

Gr,

Rene

Het negatieve beeld t.a.v. Spinoza, wiens leer als uiterst gevaarlijk, als besmettelijk gevaarlijk werd gezien, groeide almaar meer uit tot een schrikbeeld - al tijdens zijn leven, maar vooral de eerste tientallen jaren na z'n dood. Daarom wilde (durfde) Locke, net als Leibniz en vele anderen, absoluut niet van enige kennis van, laat staan van sympathie met spinozisme laten blijken. Anders werd je een maatschappelijke paria, ´n outcast, of je werd lijfelijk vervolgd. Of Locke ijdel was en wilde doen of hij zelf alles had bedacht, weet ik niet. Z´n filosofische nazaten willen hem wel zien en eren als een ´onbevlekt ontvangen´ unieke filosofische eenling, begrijp ik uit het boek van Klever.

Het is vanzelfsprekend dat Locke's inspiratie van Spinoza afkomstig is. Als waarheid zegger is Spinoza de beste en de enige.
Als je grootouders uit Portugal worden gezet en je ouders uit Frankrijk vanwege door de bijbel veroorzaakte deceptie is het geen wonder verandering te willen veroorzaken. Een God zoals omschreven bij Spinoza is oprecht en natuurlijk.

Wat een mooi geluid! Terechte lof en eer voor Wim Klever, denk ik.
Welke wegen zou je moeten bewandelen om een Engelstalige uitgave van het boek op de markt te krijgen? Want zolang dat niet het geval is, zal niet gemakkelijk de discussie op gang komen waar Rene op doelt. Het lijkt me gezien het belang van het boek een must. De Nederlandse Spinozawereld zou zich verplicht mogen voelen zich hiervoor in te spannen.

@ Henk,
Met het blog van 30-01-2009 verscheen een
abridged English version: Locke’s disguised Spinozism / Wim Klever. – Available online at

http://www.benedictusdespinoza.nl/lit/Locke's_Disguised_Spinozism.pdf

Akkoord, maar zou die ingekorte (eventueel aangepaste) Engelse versie niet geplaatst kunnen worden in een tijdschrift dat er toe doet? Het betreft toch een belangwekkend, nieuw gezichtspunt dat uitvoerig wordt onderbouwd. Dat moet toch gepubliceerd kunnen worden? (ik neem aan dat Wim al wel pogingen in die richting heeft ondernomen. Zijn de mogelijkheden uitgeput?). Anders zou de verkorte Engelse versie misschien kunnen worden opgenomen in de Mededelingenreeks van de Vereniging. Die wordt toch ook internationaal gesignaleerd. En wie weet, misschien kan iemand zich geroepen voelen om rond dit thema een conferentie te organiseren. Maar het mooiste zou toch zijn als het boek vertaald werd (aanschaf door bibliotheken, bespreking in tijdschriften). Alleen al door de titel kan het boek niet zo maar genegeerd worden. Goed Stan dat je er nog weer eens aandacht aan besteed hebt.