Slot over Paul Juffermans' "Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza"

Al eens eerder, jaren geleden, schreef ik enige indrukken over dit boek van Paul Juffermans, maar die kan ik niet meer vinden – ze zijn kennelijk verloren gegaan, toen blogse.nl ineens een heleboel blogs kwijt speelde. De maand september 2008 laat helemaal geen blogs zien; het zal toen geweest zijn. Ik vind het jammer, want ik herinner me een discussie met Wim Klever die van Juffermans boek niets moest hebben. Enfin, dat alles is blijkbaar verloren gegaan. Inmiddels heb ik het boek herlezen en drie blogs gewijd aan de drie grote delen waaruit het boek bestaat.

[1] Spinoza’s filosofie als godsdienstkritiek, met name over de superstitie (92 bladzijden); [blog van 26 nov. 2011]
[2] Filosofische religie: filosofie als metafysisch gefundeerde ethiek-religieuze heilsweg (124 bladzijden); [blog van 2 dec. 2011]
[3] Filosofisch-wetenschappelijk onderzoek van de historische religieuze (westerse) tradities: de openbaringsreligies van jodendom en christendom (142 bladzijden); [blog van 15 dec. 2011

Zoals ik heb laten blijken ben ik zeer te spreken over het boek, vond ik er veel uit te leren, en zou ik zelfs graag zien dat zeker de eerste twee delen ervan als apart boek alsnog worden uitgegeven. Enfin, dat heb ik nu vaak genoeg gezegd.

Het motto van Emmanuel Levinas aan het begin van het boek komt op mij wat vreemd over: “Het leven van een talmoedist is niets anders dan de onophoudelijke vernieuwing van de letter van de tekst door de intelligentie.”
Misschien zou dit in een boek over Maimonides goed hebben gestaan, maar of Spinoza zich hierin zou herkennen, betwijfel ik. Levinas moest niets van Spinoza hebben, wellicht omgekeerd Spinoza ook niet van Levinas. In ieder geval niet van dit citaat, vermoed ik.

In dit laatste blog wil ik nog enige kritische opmerkingen plaatsen en dan heb ik op dit weblog wel genoeg aandacht aan deze studie gegeven. Het geeft me ook gelegenheid om tenslotte nog op de vier voortreffelijke inleidende hoofdstukken te wijzen: na een inleiding een hoofdstuk over Spinoza’s denken over religie in de context van de Westerse wijsbegeerte, een zeer verhelderend hoofdstuk over de verhouding tussen de ‘Ethica’ en de ‘Tractatus Theologico-Politicus’, en een algemene schets van het eerste en tweede perspectief. Aan het eind formuleert Juffermans zijn conclusies en komt hij met enige kritische kanttekeningen. Daarin kan ik de schrijver niet op alle punten volgen.

Wel kan ik meegaan met zijn kritiek dat Spinoza een te rigide legalistische staatsopvatting laat zien. Vanuit de ervaringen van de 20e eeuw en van tegenwoordig (waarin Time zelfs ‘de betoger’ als persoon van het jaar 2011 uitroept) hebben wij er moeite mee dat vroomheid als morele praxis altijd zou samenvallen met gehoorzaamheid aan de wetten van de staat, als deze wetten of de uitvoering ervan een onmenselijk karakter aannemen. Meer moeite heb ik met Juffermans kritiek dat Spinoza, doordat hij zijn filosofie als zelf een superieure religie presenteert een ‘grote machtsgreep’ op de religie pleegde. Hij zou de (geopenbaarde) religie teveel reduceren tot ofwel het filosofische waarheidsdiscours of als bijdrage tot een morele praxis, maar daarmee zou hij de religie “naar z’n eigenlijke betekenis” tekort doen. Maar Juffermans geeft geen enkele hint waaraan we dan moeten denken. Mij althans is niet duidelijk geworden aan welke betekenis Juffermans hier denkt.

Doelt hij wellicht op een kritiek zoals Leo Strauss die gaf, namelijk dat Spinoza zich teveel van buitenaf als criticaster van de religie opstelde? Had Juffermans meer met Bartuschat gedaan (wiens boek hij wel noemt, maar m.i. niet verwerkt – hij heeft zich meer door Franse auteurs en vooral Matheron laten inspireren), dan zou hij erop hebben gewezen dat Spinoza zich in zijn onderzoek op het alter(of hij-)perspectief en niet op het zelf(of ik-)perspectief van de gelovige plaatste. Misschien doelde Juffermans daarop wanneer hij Spinoza zijn twee reducties verweet?

Ik denk dat ik veel van Juffermans boek heb geleerd. Bijvoorbeeld het inzicht in het praktische van de TTP tegenover het meer theorethische/speculatieve van de Ethica. Allerlei meningen over Spinoza die ik uit eigen lezing meende te hebben opgedaan of vaker nog via anderen had aangenomen, heeft hij door zijn rustige en nauwkeurige analyses helpen corrigeren; bijvoorbeeld de mening dat Spinoza zoals latere Verlichtingsdenkers deden, de godsdienst zou hebben bestreden; nee, hij heeft hem willen uitzuiveren (van superstitie) en z’n plaats willen toewijzen (ondergeschikt aan de hoogste overheid en niet als apart gezag naast deze); bijvoorbeeld Spinoza’s houding tegenover het verschijnsel openbaring. Toch heb ik mijn twijfel of Juffermans Spinoza, zoals hij soms doet, terecht als theoloog typeert. Spinoza hanteert soms wel theologische taal, maar wordt hij daarmee theoloog?

Opvallend vond ik te constateren dat Juffermans over de conatus sprekend het (op één keer na) nooit alleen maar over zelfbehoud heeft: altijd over zelfbehoud en zelfontplooiing. De samenhang ervan heeft hij eenmaal in een voetnoot (16 op blz. 14) onder verwijzing naar De Dijn’s A Way to Wisdom, en vervolgens houdt  hij dat consequent en het hele boek door vol. Ik zeg niet dat daarmee iets mis is of dat ik het er niet mee eens zou zijn dat Spinoza het zo niet zou hebben gezien. Ik bedoel alleen maar te zeggen dat hij er a.h.w. een stille boodschap mee heeft willen uitdragen. In het eerste deel komt het begrippenpaar 6x in het 2e deel 22x en in het 3e deel 2x voor (1x voor de staat en 1x voor w.b. de leden van de staat).

Het valt verder op dat hij Spinoza’s filosofische godsleer niet behandelt, maar te begrijpen is dat weer wel, gezien de taak waarvoor hij zich had gesteld: Spinoza’s godsdienst-begrip(pen) uit zijn teksten opdelven. Maar veelbetekenend acht ik het dat de auteur altijd en uitsluitend over God spreekt, nooit over de natuur en ook niet over ‘God of de natuur’, zelfs niet waar hij op blz. 207 Spinoza’s gelijkstelling citeert. Ach, nou ja… Ik vond het de moeite waard om een poosje flink met dit boek bezig te zijn en er in totaal (afgezien van het verloren gegane blog) vier blogs over te schrijven.
Ik raad het boek, waarover bij de uitgever Damon niets meer te vinden is, maar dat hier en daar nog wel verkrijgbaar schijn te zijn, iedere Spinoza-belangstellende van harte ter lezing aan. Haal het uit uw kast, als het daar in staat, en neem er de tijd voor om het te lezen. Het zal u, hopelijk, vergaan als mij: het brengt licht in duistere tijden.

                                                    * * *

Zie ook: Paul Juffermans, "Godsdienstvrijheid, gewetensvrijheid en vrijheid van denken bij John Locke en Baruch Spinoza" [PDF]

 

De hele reeks van vier besprekingen op dit weblog van Paul (P.C.) Juffermans, Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza. Damon, Budel, 2003

26 nov. 2011 Paul Juffermans schreef goed boekdeel over Spinoza's 'theorie van het waangeloof' - een pleidooi voor heruitgave

2 dec. 2011 Ook Paul Juffermans’ voortreffelijk boekdeel over Spinoza's 'ethisch-religieuze weg naar geluk’ roept om heruitgave

15 dec. 2011 Of ook Paul Juffermans’ uitvoerige derde boekdeel over Spinoza's 'onderzoek naar de openbaringsreligies' om heruitgave roept is twijfelachtig

15 dec. 2011 Slot over Paul Juffermans' "Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza" 

Reacties

Mijn bezwaar tegen dit prachtige boek (inderdaad in veel opzichten) is dat veel te weinig uit de verf komt dat wij volgens de rede zo wel als het openbaringsgeloof God dienen DOOR EN ENKEL DOOR collectief, dat is langs politieke weg, naastenliefde en recht (die twee zijn UITWISSELBAAR !!!) te realiseren. Daarom gaf ik aan mijn eigen TTP-boek de titel mee:'DEFINITIE van het Christendom' en visualiseerde ik dat met een plaatje van het Haagse toerentje op de omslag. Ik zal daar nu en hier niet lang op ingaan, omdat ik dat eerder reeds enkele malen heb gedaan. Ik erger mij bv. aan zullke zinnen als "naastenliefde is een private en publieke zaak" (o.a. p. 396) alsof het hier om twee onderscheiden plichten zou kunnen gaan.Een tweede hoofdbezwaar is de tendens om universele naastenliefde ofwel naastenliefde op wereldschaal uit de bijbel c.q. uit de TTP te lezen. Geen van beide is het geval. Tenslotte wil ik geen woord meer verspillen aan sectie 8 op p. 468 (Punten van kritiek). Te gek voor woorden.
Juffermans'boek is typisch een CDA- product uit de Nijmeegse koker-universiteit, die een zeer bevooroordeelde kijk op Spinoza oplevert zoals ook bij De Dijn en Terpstra.

Een beschouwing over "naastenliefde op wereldschaal" ben ik in het boek niet tegengekomen. Wim, ik kan mij volstrekt niet vinden in jouw denigrerend omlaag halen van Juffermans' boek als zou het "typisch een CDA- product uit de Nijmeegse koker-universiteit" zijn. Vergeet die 'punten van kritiek' in het laatste hoofdstuk waar je je zo aan stoort. In het boek zelf vind je niets dat als een bevooroordeling vanuit die kritiek zou kunnen worden gelezen. Juffermans geeft voorbeeldige en onbevooroordeelde analyses van teksten van Spinoza die hij op elkaar betreft. Werkelijk heel voortreffelijk. Ga het eens lezen!

Doe eens normaal, man. Lees het zelf eens goed.'Universele naastenliefde' staat er dik in; ik ga de pagina's niet voor je opzoeken. Mijn equivalent 'op wereldschaal' weliswaar niet. Was vertaling van "a l'echelle di monde" (Matheron).

Voor de liefhebber, omdat dit boek in geen enkele boekenkast mag ontbreken: er is een exemplaar opgedoken bij antiquariaat Wever van Wijnen (www.wevervanwijnen.nl/)