Scientia intuitiva nader uitgelegd

De Oostenrijkse Spinozafan Hans Müller heeft de moeite genomen om op zijn weblog ClubSpinoza in december, verspreid over een 13-tal blogs onder de titel Der Gegenstand der 'scientia intuitiva’, een twintigtal bladzijden samen te vatten en te vertalen van het boek van Paolo Cristofolini, Chemins dans l'’Ethique’ [Presses Universitaires de France - PUF; 2e éd (1998). Oorspr. La Scienza Intuitiva di Spinoza. Napoli: Morano Editore, 1987 - 237 pp. - (Collana di Filosofia : Nuova Serie; 11)] *)

Over Paolo Cristofolini had ik eerder een blog, n.a.v. een open brief van Wim Klever aan Paolo Cristofolini.

Het goed begrijpen van de derde kennissoort, de scientia intuitiva, blijft niet eenvoudig, ook niet na een gedegen toelichting als die van Paolo Cristofolini, waarin Hans Müller ons meemeent, maar het brengt de zorgvuldige lezer het verstaan wel een flink stuk verder, denk ik. 

En degenen die - net als Coleridge over wie ik onlangs een blog had - niet kunnen begrijpen waarom een filosoof die de vrije wil ontkent in ’s hemelsnaam een Ethica kan schrijven, kunnen hier een antwoord vinden.

Ik ben Hans Müller zeer erkentelijk voor het werk dat hij hiermee heeft verricht en ik hoop dat hij ermee akkoord kan gaan dat ik zijn blogs voor het gemak van de lezers in één PDF bijeen heb gebracht.

Zie hier het blog waarin ik vorig jaar de website van Hans Müller ontdekte: Nieuwe website, neue Webseite: ClubSpinoza.

 

In mei 2009 signaleerde ik zijn vertaling van Lorenzo Vinciguerra’s Aesthetica sive Ethica. Note spinoziste sur l’essence de l’art. [Hier]

*) Correctie en aanvulling 16 jan. 2009

Chemins dans l'’Ethique’ is niet de vertaling van Scienza Intuitiva di Spinoza uit 1987, zoals ik meende, maar van Spinoza per tutti uit 1993 [Zie hier in Paolo Cristofolini's cv en een lijst van zijn boeken]

La scienza intuitiva di SpinozaInmiddels kwam er vorig jaar na ruim twintig jaar een nieuw boek van hem uit met dezelfde titel La scienza intuitiva di Spinoza. Dit daar hij er nieuwe inzichten over heeft gekregen, zo vernam ik.

Vele historici van de filosofie zien in de scientia intuitiva een vorm van mystieke gedachte  die van doen heeft met de antieke wijsheidsgedachte, meer dan met wetenschap in de moderne zin. Dit boek wil laten zien dat er een wetenschappelijke kennis mee bedoeld is die intuïtief zo volledig mogelijk is en die tegelijk verschilt van de normale wetenschap. De menselijke samenleving, de wereld van de passies en het maatschappelijk leven, getekend volgens een nieuwe wetenschap die niet (zoals Vico later zou zeggen) zich voedt met utopische dromen, maar in een onttoverd kijken a la Machiavelli, met een innerlijke spanning die in het centrum, van al het werk van de denker de ‘vrije Republiek’ zet.

 

Reacties

Hans Mueller's verwerking van Cristofolini's opvatting over de 'scientia intuitiva' vind ik wel erg amateuristisch en onbevredigend. Ik zou die zeker niet willen aanbevelen. Opvallend is dat hij daarin ook geen melding maakt van Spinoza's eigen verklaring in 5/11-14. Maar helaas deed ook Paolo Cristofolini dat niet! De lezer van je blog, Stan, kan beter grijpen naar mijn artikel HOE MEN WIJS WORDT, waarin dat haarfijn wordt uitgelegd. -
Ik moet hier ook even zout leggen op je inleiding. Je schrijft dat "degenen die niet kunnen begrijpen WAAROM EEEN FILOSOOF DIE DE VRIJE WIL ONTKENT IN 'S HEMELSNAAM EEN ETHICA KAN SCHRIJVEN hier een antwoord kunnen vinden". Het gaat mij om de kapitaal gedrukte zin, die lijkt te verraden, dat 'ethica' hier wordt verstaan als een NORMATIEVE discipline, waarin vedragsnormen worden ontwikkeld, waaraan wij ons BEHOREN te houden (en er dus impliciet ook zou worden gepredikt). Zulks veronderstelt dan, is de gedachtengang, een vrije wil. Maar m'n beste: Spinoza's ETHICA is helemaal geen normatieve wetenschap. Daarin worden geen gedragsnormen ontwikkeld. Spinoza's ETHICA is een BESCHRIJVENDE WETENSCHAP. Spinoza beschrijft het gedrag van mensen zoals hij ook het gedrag van salpeter beschreef in Brief 6! Hij leidt het stuk ove het menselijk gedrag (delen 2-5) niet voor niks in met een beknopte algemene fysica! Het zal wel niet veel helpen, maar ik wil je hier toch iets laten horen uit de VOORTREFFELIJKE parafrase van de Ethica, die David Hume ons geeft in zijn TREATISE OF HUMAN NATURE (1739-1740), namelijk in zijn puur Spinozistische sectie (2.3.1) OF LIBERTY AND NECESSITY: "To [Stan Verdult] I reply, that in judging of the actions of men we must proceed upon the same maxims, as when we reason concerning external objects". Dat is precies wat Spinoza doet in de Ethica: het menselijk gedrag beschrijven en verklaren met dezelfde principes die wij ook hanteren wanneer wij bv. de ontwikkeling van het klimaat beoordelen.
Overigens vond ik wel aardig van je, Stan, dat je nog eens verwees naar mijn brief aan Paolo Cristofolini op je website, waarin ik - nu ik hem zelf herlas zag ik het weer - ontzettend veel heb neergelegd van wat mij thans beweegt.

Beste Wim,
Fijn dat je weer terug bent met je commentaar. En we zitten meteen weer midden in de kwestie waarover we even niet meer on speaking terms raakten... We kunnen er dus weer onze gedachten over wisselen (hoop ik). Je stelt veel aan de orde.

[1] Je weet dat ik blij ben om het samenvattende vertaalwerk van Hans Mueller, daar ik het Frans niet beheers en ik van jou begrepen had dat Cristofolini meer dan de moeite waard is. Je deed me even schrikken dat Mueller zijn werk niet goed gedaan zou hebben, maar vervolgens maak je duidelijk dat je kritiek eigenlijk Cristofolini betreft die niet zoals jij wat deed met Ethica V/11-14. Dat gaf me weer vertrouwen dat Mueller het misschien toch wel goed gedaan had.

[2] Of Coleridge (over wie Christoph Bode schreef: although why a philosopher who denies free will should write an Ethics, Coleridge could never quite resolve) het wellicht normatief opvatte weet ik niet, maar mij kun je daar niet van verdenken. Ik heb meer dan eens duidelijk laten uitkomen te weten dat Spinoza niets voorschrijvends of deontologisch heeft. Waar zouden die verplichtende normen immers vandaan komen, anders dan dat wij mensen die voor onszelf kiezen of vanuit een door ons mede gedragen staat aangereikt krijgen? Spinoza verwijst naar het menselijk voorbeeld of ideaalbeeld dat we ons maken.
Voor mij is die kwestie van Coleridge (waar ik eerder ook mee zat) al een tijdlang geen vraag meer, sinds ik besefte dat Spinoza dit dan wel niet zo aangaf als Kant, maar praktisch gezien wel een onderscheid herkende tussen de rationele of speculatieve metafysica en de noodzaak van handelen waarbij we praktische rede inzetten. We kunnen wel rationeel weten dat alles veroorzaakt is, inzien dat alles veroorzaakt MOET zijn, maar daarmee kennen we die oorzaken nog niet. Als we handelen - en we moeten handelen - kunnen we niet a.h.w. (bijna met de handen over elkaar) een logische uitkomst volgen, maar moeten we dingen inschatten en uit opties kiezen. We kunnen daarbij trachten aan dat gekozen ideaalbeeld te voldoen. Spinoza geeft daar allerlei tips bij. Dat omschreef ik indertijd in een reactie met dat er a.h.w. enige 'teleologische ruimte' lijkt te zijn. Of eerder omarmde ik de aanduiding van Charlie Huenemann die het had over: Free will fictionalism. We weten dat we geen vrije wil hebben, maar moeten toch doen alsof we die wel hebben, want we moeten handelen.
Dus helemaal eens: de "ETHICA is helemaal geen normatieve wetenschap. Daarin worden geen gedragsnormen ontwikkeld. Spinoza's ETHICA is een BESCHRIJVENDE WETENSCHAP. [...] Wat Spinoza in de Ethica doet is: het menselijk gedrag beschrijven en verklaren met dezelfde principes die wij ook hanteren wanneer wij bv. de ontwikkeling van het klimaat beoordelen." Eens, hoewel ik het klimaat 'beoordelen' niet zo'n nuttige omschrijving vind.
Ik voeg daaraan toe: dit betreft een PRAKTISCHE wetenschap. Je vind in de Ethica allerlei beschrijvingen en verklaringen. En dan? Die kun je gebruiken voor je beoordeling (Hume in jouw citaat) of je kunt ze zien als tips en handvatten die je in je handelen KUNT aanwenden. Net zoals we met klimaatkennis iets proberen te doen.

Het enige waarin ik met jou van mening verschil is dat je a.h.w. met je armen over elkaar zou kunnen blijven zitten, want dat iedereen vanzelf wel wijs wordt. Mooi niet!

Bedankt voor je reactie die mij jouw positie beter doet begrijpen. Echter, n.a.v. je zin "We weten dat we geen vrije wil hebben, maar moeten toch doen alsof we die wel hebben..." zou ik willen opmerken: a)dat alleen de nadenkers onder ons zich expliciet bewust zijn geen vrije wil te bezitten, b) dat we niet 'moeten' doen alsof wij die wel hebben, maar dat wij gewoon actueel en metterdaad doen alsof wij die wel hebben en c) dat dit geldt zowel voor de filosofische slimmerikken als voor degenen die over zoiets niet nadenken. Verder lijk je me ergens in je stuk te suggereren, dat wij in principe adequate oorzakenkennis kunnen bereiken, hetgeen zowel volgens Spinoza als volgens zijn Engelse volgelingen (Locke, Mandeville en Hume) absoluut uitgesloten is. Het is alleen zo dat wij krachtens ervaring of gewoonte (2/17!) vaste en altijd specifieke verbanden van oorzaak en gevolg erkennen. Maaar dat is nooit wetenschappelijke kennis van het hoge niveau vande ratio.

Dat is inderdaad de grote angst van mensen: dat niets er meer toe doet, want het gaat toch zoals het gaat.
De andere kant -en dat geeft nogal wat ruimte- is dat als je daarover anders denkt het niets uitmaakt (immers dat is ook weer gedetermineerd). Als dus het idee van vrijheid voor mensen noodzakelijk is voor niet-passief te zijn kan het functioneel zijn, maar is daarmee nog niet adequaat. Voor mij helpt het (=ook functioneel) dat wat ik gedaan heb blijkbaar het krachtigste was wat ik kon doen, anders had ik wel anders gedaan. Dit geeft een soort van rust, gemoedsrust. Voor toekomstige situaties -en die te ingewikkeld en complex om zelf te begrijpen- betekent dat voor mij niet met de armen over elkaar zitten. Als ik immers niet meer doe, dan zorg ik niet goed voor mezelf, voel me er niet lekker onder en is dan in strijd met mijn eigen overlevingsdrang.

Omdat we dus niet alle variabelen weten/kennen veronderstellen we een vrije wil, we komen er dus ook niet vanaf (dat blijkt wel uit deze discussie en mijn ervaringen over dit onderwerp).

De column vandaag in Trouw van filosoof Ger Groot, geeft precies de denklijn die ik al vaker verdedigde, o.a. in een vorige reactie in dit blog, maar ook in andere. De titel luidt:

Waarom is de vrije wil zo onontkoombaar?
[..]
Laten we afscheid nemen van de gedachte dat ethiek en rechtspraak alleen zin hebben wanneer onomstotelijk zou vast staan dat de mens een vrije wil heeft .
Verleidelijk is het natuurlijk wel te denken dat belonen en straffen alleen maar zin hebben wanneer mensen toerekeningsvatbare wezens zijn. Hoe zou je iemand kunnen veroordelen wanneer hij zijn daden niet in vrijheid zou hebben begaan? Valt die laatste weg, dan hebben wet en moraal geen betekenis meer en zou iedereen simpelweg kunnen doen waar hij zin in had.
Die gedachtengang is even gangbaar als contradictoir, zoals uit de formulering ervan al blijkt. Want 'doen waar we zin in hebben' veronderstelt nu juist diezelfde vrije wil die we net hebben afgeschaft. Als mensen volstrekt gedetermineerde mechaniekjes waren zonder enige keuzevrijheid, dan zouden ze eenvoudigweg doen wat ze deden. En zou dat zoveel anders zijn dan wat ze we nu doen?
Illustratief is het belegen mopje over de misdadiger die tegenover de rechter verklaart niet schuldig te zijn omdat de vrije wil nu eenmaal een illusie is. 'Heel goed', antwoordt de rechter. 'U kon niets anders doen dan wat U gedaan hebt. Maar dan kan ook ik niets anders doen dan U te veroordelen tot een fikse gevangenisstraf.'
De gedachte dat de prijsgave van de vrije wil zou leiden tot een liederlijke samenleving waarin ieder zich overgeeft aan zijn eigen driften weerlegt zichzelf. Voordat we ons bekennen tot misdaad, wellust en sex moeten we immers eerst nog beslissen dat de verdwenen vrije wil ons die mogelijkheid geeft en dat we daaraan inderdaad die gevolgen willen geven. Maar wie 'mogelijkheid' en 'willen' zegt, zegt 'vrijheid'.
Wie denkt te kunnen beslissen veronderstelt vrijheid. Om die laatste komen we dus niet heen, hoe illusoir ze ook mag zijn. De filosoof Immanuel Kant heeft dat ooit op een elegante wijze beargumenteerd. Als we met een natuurwetenschappelijke blik naar onszelf kijken, zien we alleen maar gedetermineerde materie. Maar voor moraal en rechtspraak is het helemaal niet nodig te weten of we vrij zijn. Het is voldoende te DENKEN dat we vrij zijn - en in laatste instantie denken we dat altijd.
Want stel dat alles in de werkelijkheid volgens ijzeren wetten van oorzakelijkheid zou zijn bepaald. Zou dat ons werkelijk verlossen van de plicht voortdurend keuzen te maken? Alleen maar wanneer we daarenboven zouden weten HOE de werkelijkheid zich exact zal ontrollen.
Maar daarvoor is de realiteit veel te ingewikkeld. Zelfs al weten we DAT de toekomst vast ligt, onze kennis is te gering om te weten WAT ze ons precies brengen zal.
Dus kunnen we niet anders dan steeds weer opnieuw knopen doorhakken, op grond van een illusoire vrijheid die we in het gareel brengen met de al even illusoire richtlijnen van wet en moraal. Dat is de schimmenwereld waarin wij leven en waarin elke poging tot uitbraak ons steeds weer terugwerpt. We zijn, zoals Jean-Paul Sartre ooit schreef, nu eenmaal gedoemd tot vrijheid. Daar kunnen we ons maar het beste bij leren neerleggen.

Ger Groot leutert (altijd), Immanuel Kant deed dat vroeger ook. In voorgaande reacties heb ik de kwestie herhaaldelijk, en wel in geheel andere zin, afdoende (wat mij betreft) besproken.

Een "vrije" wil veronderstelt een ontsnappingsmogelijkheid uit het dictaat dat wordt opgelegd door de vaste natuurwetten. Spinoza verwept deze mogelijkheid.
Zijn theorie kan getoetst worden door een experimentele opzet waarin de tijsvertraging wordt gemeten tussen de eerste biologische respons (hersenactiviteit) op een externe prikkel en het eeste teken van een subjectieve ervaring van die prikkel. Overschrijdt de gemeten tijdsvertraging een zekere inherente traagheidsdremel, dan is dat een bevestiging voor Spinoza' s hypothese.

Zo kunnen we eeuwigdurend heerlijk langs elkaar heen blijven praten. Er bestaat uiteraard "geen ontsnappingsmogelijkheid uit het dictaat dat wordt opgelegd door de vaste natuurwetten".
De vraag die ik hier aan de orde stelde is alleen: wat HEBBEN we aan die zekerheid voor ons handelen? Handelen dat op de toekomst is gericht! Kunnen we met de armen over elkaar eenvoudig volgen wat de uitkomst van de natuurwetten is en zo te weten komen wat ons te doen staat? Nee dus – zo werkt het niet.
Hou illusoir de (wils)vrijheid in Spinozistische- of anderszins filosofische zin ook is, we kunnen er praktisch niet omheen in het handelen, waarbij we beslissingen hebben te nemen. We weten immers niet "HOE de werkelijkheid zich exact zal ontrollen", zoals Ger Groot het omschrijft. Dus moeten we leven met de illusie (van de vrije wil) – doen alsof. We kunnen nu eenmaal niet volstaan met ons eenvoudig te laten meestromen op de ijzeren golven van de oorzakelijkheid. We kunnen wel een beetje maar nooit volledige en geheel adequate oorzakenkennis bereiken (zoiets heb ik ook nooit gezegd – ik ken in redelijke mate mijn Spinoza… ). Dus doen we al handelend en kiezend 'alsof', willen we niet als de ezel van Buridanus wegkwijnen. We kunnen niet anders. Kortom, voor de dagelijkse praktijk maakt het helemaal niet uit of de wil bestaat, of ze vrij is of slechts een illusie. De filosoof kan mooi zeggen dat we - sub specie aeternitatis bezien - feitelijk meestromen op de ijzeren golven van de oorzakelijkheid. Voor de praktijk van ons leven (sub specie temporis) hebben we er alleen in onze nabeschouwingen iets aan.

Wat die geschetste zgn. ‘experimentele toetst betreft’. Dat is echt een toets van niks. Iets dat niet bestaat kan ook niet getoetst worden. En geen toets kan het niet-bestaan van iets aantonen. Een Spinozist zou zo'n experiment als van de Amerikaanse onderzoeker Benjamin Libet nooit kunnen bedenken. Dat is typisch iets voor cartesianen.
Uiteraard is er helemaal geen tijdsverschil tussen de lichamelijke situatie en het idee ervan (tussen lichaam en geest): het ene is de andere kant van het andere - samen zijn ze aspecten hetzelfde ding. Ga er maar eens aanstaan om daar een tijdsverschil tussen aan te tonen. Dat er een tijdsverschil is tussen de uiting/meting van het subjectieve beleven en enige lichamelijke toestand, zegt alleen maar iets over de traagheid van het bewustzijn of van het uiten ervan.

@ Stan Verdult:
Stel nu eens dat in de beschreven experimentele opzet, de subjectieve ervaring van een wilsbeschikking er eerder is dan de biologische respons, dan zou dat dodelijk zijn voor Spinoza's hypothese van een illusionaire "vrije" wil.
En daar ikzelf een uitgesproken aanhanger ben van zijn hypothese, verwacht ik derhave een geheel andere experimentele uitkomst. Meer precies: ik verwacht dat de biologische respons op een externe prikkel juist voorijlt op de bewuste rectie op diezelfde biologische prikkel. Snap je?

@ Stan Verdult:
Je kent toch wel het verschil tussen theologie en filosofie he? Bij het laatse wil men weten, en bij het eerste slechts geloven.