Samuel Rappaport (1871–1943) proefschrift Schopenhauer und Spinoza

 

„Was Hätte aus Spinoza werden können,
wenn er Kant noch gekannt hätte,“

      zou Schopenhauer in 1815 geschreven hebben *)

 

portret van Arthur Schopenhauer in 1815 door Ludwig Sigismund geschilderdIn eerdere blogs (zie 16-9-2009 en van 3-12-2010) legde ik misschien wat meer nadruk op verschillen tussen Spinoza en Schopenhauer (stelde ik de optimist tegenover de pessimist), maar er zijn ook aardig wat overeenkomsten tussen beiden. Beiden leggen de nadruk op de eenheid van alles; beiden ontwikkelden een monistische filosofie die door dualistische concepten weer gedifferentieerd werd (bij Spinoza zowel door de natura naturans en natura naturata, alsook door de attributen van denken en uitgebreidheid; bij Schopenhauer door Wil en Voorstelling). Beiden erkennen geen persoonlijke God, geen schepping van de wereld door een wezen van buiten deze wereld, maar een immanent ontstaansprincipe. Beiden erkennen geen einddoelen of teleologie. Beiden stellen de alomvattende causale determinatie en verwerpen de vrije wil. Beiden kennen drie kennissoorten, waarvan de intuïtie de hoogste is. Beiden zien als het wezen van alle dingen (waaronder mensen) het zelfbehoud (Spinoza) resp. de werkzaamheid van een ‘domme’ levenswil (Schopenhauer). Beiden zien parallelle samenhang tussen geest en materie. Beiden tenslotte zien kennis gericht op ‘redding’ of ‘behoud’.  

In zijn hoofdwerk, Die Welt als Wille und Vorstellung, noemt Schopenhauer dikwijls Spinoza. Vaak in kritische zin. Toch is het geen wonder dat vaker de vraag is gesteld of Schopenhauer vele van zijn denkbeelden wellicht toch niet van Spinoza heeft of minstens door hem is geïnspireerd.

Samuel Rappaport is iemand die dit nagaat in zijn proefschrift uit 1899: Schopenhauer und Spinoza. Al vaker heb ik verwezen naar dit werk. Daarin trachtte Rappaport de invloed van Spinoza op Schopenhauer vast te stellen. En waar Schopenhauer kritiek op Spinoza uit (b.v. inzake Spinoza rechtsleer), laat hij zien dat Schopenhauer Spinoza niet goed begrepen heeft. Kortom hij verdedigt Spinoza tegen de aanvallen van Schopenhauer en stelt als het ware het Schopenhauerianisme als een ‘omgevormd Spinozisme’ voor. In ieder geval toont hij duidelijk aan dat Schopenhauer al tijdens zijn studietijd en de periode waarin hij zijn eerste eigen filosofie ontwikkelde, intensief kennis nam van Spinoza. Hij is hem zijn hele leven blijven lezen.

Rappaport’s Schopenhauer und Spinoza is nog altijd interessant en informatief om te lezen. Het is als OCR-uitgave op internet beschikbaar. Ik heb éénmaal een oud boek dat op een dergelijke manier geproduceerd was, aangeschaft, maar vond zo’n louter m.b.v. een computer en een robot geproduceerd boek geen succes (veel letters worden niet gepakt; voetnoten worden zomaar ergens in de tekst gedropt e.d.). Ik vond het boek van Rappaport het wel waard om het automatisch van scans naar lettertekens omgezette OCR-bestand dat bij archive.org te vinden is, op te schonen (wat nog best wel veel werk is).

Het resultaat stel ik graag de bezoekers van dit weblog (en wie het maar toevallig via Google of andere zoekmachines tegenkomen) ter beschikking. Zie hier de link naar benedictusdespinoza.nl

                                                    _ _ _

*) Gelezen in Ortrun Schulz. Wille und Intellekt bei Schopenhauer und Spinoza. Volume 405 van Europäische Hochschulschriften. Lang, 1993, p. 174

Reacties

Stan,
Ik denk dat de sterkste overeenkomst tussen Schopenhauer en Spinoza is dat de 'wil' van Schopenhauer identiek is met de 'substantie' van Spinoza. Zie Schopenhauer:
- [WWV Bk2, blz 222 NLvert] "Maar nogmaals deze veelheid [= modi] heeft alleen betrekking op de verschijning van de wil, niet op de wil zelf [= substantie]. Vandaar dat we ook zouden kunnen beweren dat indien, hetgeen onmogelijk is, één enkel wezen, al was het nog zo onbeduidend, geheel zou worden vernietigd, daarmee ook de hele wereld zou vergaan."
Vergelijk deze uitspraak met de volgende van Spinoza:
- [Br4.9] "De mensen worden niet geschapen maar slechts verwekt, en hun lichamen bestonden reeds tevoren, zij het ook in een andere vorm. Wel kan men de conclusie trekken, die ik inderdaad gaarne voor mijn rekening neem, dat als ook maar een deel van de materie [= substantie] vernietigd zou worden, meteen ook de gehele uitgebreidheid zou verdwijnen."
- [E1p15s] "Want water als water [= substantie] scheidt of verdeelt men niet.Water als zodanig [= modus] ontstaat en vergaat verder, maar als substantie ontstaat noch vergaat het".
- [PPCIIp3] "Het is ongerijmd dat er ledige ruimte bestaat, [d.w.z.] uitgebreidheid zonder lichamelijke substantie."
Conclusies:
1. Schopenhauer's wil = Spinoza's substantie.
2. Schopenhauer's voorstelling = Spinoza's modus
Zie ook Bennett par.24.2.
Schopenhauer illustreert die identiteit ten overvloede nog met een distichon van Angelus Silezius, dat evengoed op Spinoza van toepassing is, want in dit distichon kan men tot een identiteit concluderen van wil = God = substantie:
"Ich weiss dasz ohne mich Gott nicht ein Nu kann leben:
Werd' ich zunicht; er muss von Noth den Geist aufgeben".
NB: Veel gedichten van Angelus Silezius lijken mij overigens op Spinoza's God van toepassing. Het beroemdste wordt geciteerd door Robert de Niro in de film Cape Fear: "Ik ben zo groot als God / Hij is zo klein als ik, etc"

Adrie, je hebt toch niet de indruk dat je iets anders vertelt dan ik deed?
Schopenhauer zelf vergeleek natura naturans met zijn Wil en natura naturata met zijn Voorstelling; en, ja, de laatste zijn de modi.
Naar gedichten van Angelus Silesius (zo wil Projekt Gutenberg zijn naam geschreven zien) zal ik eens op zoek gaan.

Stan, je weet, ik geloof je op je woord, maar waar staat het en hoe? Je zegt dat de wil van Sch. overeenkomt met het attribuut denken van Sp., en de voorstelling met het attribuut uitgebreidheid van Sp. Begrijp ik je verkeerd? Of heb je slordig geformuleerd? Ik meende inderdaad iets toe te voegen met de correctie dat Sp's substantie (en niet het attribuut denken) het equivalent is van Sch's wil.

Adrie, ik begrijp nu je lezing. En zo gelezen, heb je inderdaad iets niet toegevoegd, maar gecorrigeerd.

Ik heb echter niet gezegd dat de wil van Sch. overeenkomt met het attribuut denken. Maar ik begrijp nu hoe het komt dat jij dat dacht. Ik heb teveel in kort bestek willen zeggen bij het maken van een korte opsomming van overeenkomsten tussen beide filosofen. Het eerste waarmee ik begon was: hun monisme (substantie/God bij Spinoza; Al-eenheid bij Sch.). Door twee vorige blogs over Herman Philipse (en de discussie over identiteit) wilde ik erop wijzen dat er bij beiden in hun monisme zekere 'dualistische tendensen' waarneembaar blijven. Dat zou op zich genoeg zijn voor een heel verhaal, maar ik volstond met tussen haakjes te zetten: bij Spinoza zowel door de natura naturans en natura naturata, alsook door de attributen van denken en uitgebreidheid; bij Schopenhauer door Wil en Voorstelling). Bij Spinoza noemde ik dus twee, bij Sch. één "dualiteit". De volgorde waarin ik de attributen noemde was toevallig; de puntkomma scheidde dit voorbeeld van het ene wat ik over Sch. noemde.
Het ging mij daar niet om een vergelijking tussen beiden, maar om eventjes te wijzen om iets duaals dat in beider filosofie geduid kan worden. Als ik daar de vergelijking tussen beiden had willen maken had ik de volgorde van denken en uitbreiding beter kunnen omdraaien. Want die vergelijk ís wel te maken.
Daartoe een tekst van Schopenhauer die je vind op blz 31 van de tekst van Rappaport (zie blog), die uitgebreid ingaat op de lezing van de Ethica door Sch. die Cogitatio vertaalde als Vorstelling en volgens Rappaport zo tot een zekere misvatting van Spinoza komt. Sch. schreef in 1815:
„Des Spinoza extensio (sive esse formale) ut attributum Dei ist der Wille und die cogitatio (sive esse objectivum) ut attributum Dei ist die Vorstellung: da aber diese nur die Objektität des Willens ist, d. h. der Wille selbst als Vorstellung, so sind extensio et cogitatio una eademque substantia quae iam sub hoc, iam sub illo attributo comprehenditur. Siehe Eth. Part. II, prop. 7 schol. — Auch ist die natura naturans der Wille und die natura naturata die Vorstellung".

Stan, in je eerste reactie wek je de indruk dat ik een me-too-achtige-kijk-mij-ook-eens-wat-weten reactie gaf, en in je 2e reactie stel je dat ik wel gecorrigeerd, maar niets toegevoegd heb aan je blog. Ik denk dat ik wel degelijk ook iets toegevoegd heb. Immers, je doet in je blog een aantal oncontroleerbare uitspraken, door mijn bronverwijzingen zijn ze ineens controleerbaar geworden.

Toch nog even Gomperts hier.
Kijk dat is wat ik bedoel, die substantie waar Spinoza het over heeft, daar snapt Bod de balle van. En dan denk ik: waar bemoeit die kerel zich mee.

@Stan Verdult.

Je kunt na lezen mijn reactie verwijderen. Ik wilde nog wat zeggen en ik heb er een hekel aan als ik monddood wordt gemaakt.