Samuel Moyn aangewezen als oppergier bij het knagen aan Jonathan Israel

Een week geleden verscheen op de World Socialist Web Site een zware tegenaanval van Ann Talbot & David North op de recensie die Samuel Moyn in The Nation van 13 mei onder de titel Mind the Enlightenment schreef naar aanleiding van het nieuwste boek van Jonathan Israel: A Revolution of the Mind. Ik signaleerde deze recensie in het blog op 18 mei 2010: "Jonathan Israel de maat genomen."

Ik beveel ieder deze uitvoerige verdediging van Israel en aanval op Moyn aan. Overigens krijgt Israel naast veel waardering ook commentaar uit deze marxistische hoek.

De auteurs waarderen Israel’s verdediging van de Verlichting tegen z'n postmoderne tegenstanders, waarbij hij de centrale rol van Spinoza in de ontwikkeling van het democratische en radicale denken documenteerde. Voor deze verdedigers wordt Spinoza uiteraard vooral als een materialistische filosoof gezien.

Zij waarderen de zienswijze van Israel die het postmodernisme als nageslacht van de reactionaire tegen-Verlichting ziet. Het artikel van Professor Samuel Moyn in De Natie bracht, zo zien zij het, de tegenaanval van de postmoderne tegen-Verlichters op Israels werk in de openbaarheid. Stelde Moyn dat de gieren „knagen aan het vlees van Israëls creatie.“ Voor hen is Moyn de oppergier (the vulture in chief). Ze nemen Moyn zijn cynische houding kwalijk t.o.v. Israel’s scholarship en tegenover de door hem weergegeven principes die in de Verlichting ontstonden. Israel zou van Spinoza’s leven, werk en invloed een evangelie i.p.v. een wetenschappelijk onderzoek maken: Israel “preaches the story of a renegade Jew—the philosopher Benedict Spinoza.”

Het is deze koppeling van de Verlichting aan de progressieve politieke en intellectuele stroming, waarmee Moyn moeite heeft en daarom simplificeert en kritiseert hij Israels werk.

Wel hebben zij zelf moeite met Israel’s dichotomie tussen een Radicale en Gematigde Verlichting, hetgeen op hen overkomt als een te gesimplificeerde schets van de ontwikkeling van het filosofisch denken. Het is niet altijd zo dat degenen die een zekere conservatieve en religieuze lijn in hun denken hebben niet een grote invloed konden hebben op de Franse materialisten. Zij noemen als voorbeeld John Locke.

Locke noch Spinoza voorzagen de politieke consequenties van hun eigen denken en zij vinden dat Israel deze paradox onvoldoende verdisconteert. Wat hier paradoxaal aan is, werd mij overigens niet duidelijk.

En vooral vinden zij dat Israel onvoldoende ruimte geeft aan (en wellicht onfamiliair is met) de Marxistische waarderende verwerking van het materialisme en de Verlichting. In zijn boeken zit geen enkele referentie naar Sowjet-Russische geleerden als G. V. Plekhanov, de ‘vader van het Russische marxisme’, Axelrod en Deborin, die juist ook veel studie van Spinoza maakten, zoals ook dit weblog eerder heeft laten zien.

Ze eindigen met: “Israel’s work will withstand Moyn’s criticisms. Israel inevitably draws his readers’ attention to issues which are of vital importance for today. Social equality, philosophical materialism and determinism were at the heart of Spinoza’s thought. They were dangerous ideas to the elites of Spinoza’s day and they are no less dangerous to the financial aristocracy of the twenty-first century. Israel deserves credit for bringing them into public debate.”

                                                    * * *

Het meest opmerkelijke aan hun stuk vond ik hun commentaar dat Israel weinig begrepen had van de dialectische relatie tussen socio-economische processen en hun intellectuele uitdrukking. Zij citeren uit A Revolution of the Mind: “the dogmas of Marxism, which insisted that only changes in basic social structure can produce major changes in ideas.” (49) Dit achten Ann Talbot & David North “a crude misjudgement that is unworthy of a man of Israel’s erudition.”

Israel legt ontzettend veel en zwaar accent op de invloed die ideeën in de geschiedenis hebben gehad en betoogt eigenlijk dat het de radicale ideeën waren die tot de Franse Revolutie hebben geleid (zodat dus eigenlijk Spinoza verantwoordelijk is voor die Revolutie…). Ik zou hebben gemeend dat, gezien de bovenbouw-onderbouw zienswijze in het dialectisch materialisme, daarop wel veel kritiek zou komen van marxistische zijde. Maar daar vergis ik me dus in. Ik heb kennelijk – net als Jonathan Israel – een verouderd zicht op die dialectiek.

                                                     * * *

Vandaag verschenen enige ingezonden brieven op dit artikel, waarbij één reactie weer wees naar Leo Strauss als dé filosoof van de neo-conservatieven en dus ook postmodernisten...

                                                      * * *

Vandaag leverde mijn boekhandelaar mij deze dikke turf, waarvan ik in dit blog meedeelde dat hij (eindelijk) uit is.

Ik heb direct het nawoord gelezen dat een goede achtergrond biedt bij de discussie die hier aan de orde is. Wie dit boek aanschaft raad ik aan: begin bij het nawoord!