Ruim 300 jaar Spinoza-receptie [1]

Eindelijk dan, drie maanden nadat ik het boek in handen kreeg, kom ik met mijn bespreking - de weergave van mijn leeservaring zoals ik het meestal noem - van Henri Krop's boek, Spinoza. Een paradoxale icoon van Nederland [Prometheus Bert Bakker, 2014 - 824 bladzijden. Omslag Tessa van der Waals - € 49,95 - ISBN 9789035138711]

Maar voor ik daaraan toekom, moet ik voor mijn gevoel eerst toelichten waarom ik daar nu pas mee kom. Het is immers mijn gewoonte om tamelijk vlot te bloggen over een Spinoza gelieerd boek - vaak zelfs als eerste - met mijn bespreking te komen.

Waarom nu dan niet? Waarom zo laat, waar het in dit geval toch erg makkelijk geweest zou zijn om snel met mijn indrukken te komen, daar ik het boek in feite al vóór verschijnen gelezen had. Ik had immers als meelezer van het typoscript opmerkingen over de tekst kunnen maken. Maar die vorm van lezen en het lezen van een boek dat gedrukt en af is, is toch iets heel anders. Ik wilde het boek daarom eerst nog eens in z'n geheel lezen en dan pas laten weten wat voor boek het is en wat ik er van vind.

Toen het het boek in handen had [cf.] - en dat was twee weken na de presentatie op 14 maart [cf.] - begon ik het zoals je met een nieuw boek doet, eerst eens door te bladeren, de illustratie bekijken en ervan genieten (daar kom ik later apart op terug), hier en daar te lezen: het voorwoord, de inleiding, het slothoofdstuk en nog zo hier en daar wat. En ik genoot van wat ik las. Vervolgens besloot ik het boek niet vanaf het begin te lezen - want ik was met de inhoud globaal gezien immers al redelijk bekend - maar om te beginnen met dat gedeelte dat me het meest intrigeerde. Ik twijfelde tussen wat Krop omschrijft als de 'Gouden eeuw' van het spinozisme (1845-1885) of de 'Zilveren tijd' van het spinozisme (1900-1940). Ik koos voor het laatste. En daar ging het fout...

... en wel toen ik, na de beschrijving van de 'institutionele' vernieuwingen van het spinozisme (de verenigingen, de behouden Spinoza-huizen, de tijdschriften, de congressen) aanbeland was bij de vier 'propagandisten': Willem Meijer, J.D. Bierens de Haan, Henri Polak en Johan Herman Carp. En daarbij raakte ik in een soort crisis, kan ik wel zeggen: mijn Spinoza-crisis!

Ik raakte zo in de war van al die verschillende Spinoza-interpretaties, de ontwikkelingen en wijzigingen van hun eigen lezing van Spinoza, dat het me ging duizelen en ik me vertwijfeld ging afvragen of het me ooit wel zou lukken Spinoza's opzet geheel te doorgronden en of het ooit wel mogelijk zou zijn om Spinoza's filosofie 'definitief' te pakken te krijgen. Het was de verkeerde vraag, dat weet ik ook wel - elke tijd, ja elke persoon, zal z'n eigen Spinoza-beeld blijven ontwikkelen, dat is eigen aan zo'n intrigerend geconstrueerd wijsgerig systeem dat door z'n ingewikkeldheid altijd polyinterpretabel zal blijven (het lijkt Kafka wel, daar raakt de wereld ook nooit over uitgepraat). Maar mijn crisisgevoel en het mij afvragen waarmee ik in 's hemelsnaam bezig was, deed me mij zelfs tijdens de 2e bijeenkomst in de VHS-voorjaarscursus hardop afvragen of ik wel door kon gaan met mijn blog [cf. blog].

Ik heb het boek toen weggelegd om 'het' te laten rusten tot ik beter in staat zou zijn om een zo objectief mogelijke recensie te schrijven. Ik bleek intussen weer min of meer op de oude voet door te gaan met dit bloggen, waarbij ik het boek enige malen heb benut. En onlangs heb ik het boek eindelijk weer opgepakt om het te lezen en begon ik het vanaf het begin aaneensluitend te lezen. Inmiddels ben ik ver voorbij dat tiende hoofdstuk met die paragraaf over Bierens de Haan die mij zo in de war had gebracht.
Ook dit alles hoort bij het verslag van mijn leeservaring.

Het was dus vooral die paragraaf over Bierens de Haan geweest die mij onderuit haalde. Toen ik dat Henri Krop vertelde bij de presentatie van Een Licht dat schijnt in duistere plaatsen van Adriaan Koerbagh [cf. blog], vertelde hij mij dat juist het schrijven van die paragraaf hem de meeste moeite had gekost. Dan weet u dat ook. Ik denk niet dat hij er bezwaar tegen zal hebben dat ik dat hier doorgeef.

Enfin, wat een boek met je kan doen, is ook iets dat bij een verslag over de receptie ervan mee verteld mag worden.

Stan Verdult

wordt vervolgd, zoveel moge duidelijk zijn.