Rabbijn Morteira’s dochter weende op het balkon

Tot nog toe had ik alleen van verhalen en toneelstukken gehoord waarin Spinoza verliefd geweest zou zijn op Clara, de dochter van zijn leraar Franciscus van den Enden. Nu trof ik een verhaal, waarin hem de dochter van Morteira als vrouw was bedacht.

In zijn boek Exile In Amsterdam: Saul Levi Morteira's Sermons to a Congregation of "New Jews" [Hebrew Union College Press, 2005] vat Marc Saperstein een verhaal samen over Morteira en Spinoza dat hij ontdekt had via Shmuel Feiner's Haskalah and History (Oxford, 2002). Het betreft een verhaal van een Haskala schrijver uit de jaren 1870.

Dat verhaal droeg de titel "Ha-Perud" ("De scheiding"). Het begint met een beschrijving van "R. Moses Morteira" in zijn studeerkamer. De karakterisering is bepaald niet onsympathiek: van de rabbijn wordt gezegd dat hij een godvrezende en vrome man is, zichzelf verloochenend op 't ascetische af; toegewijd aan de studie van de Kabbala en het traditionele geloof, maar ook aan zijn enige dochter, van wie de moeder in het kraambed stierf.
Dan kondigt zijn knecht de komst aan van Baruch, een knappe jonge man. De rabbijn confronteert hem met berichten dat hij het geloof in God verlaten zou hebben en openlijk de traditionele joodse viering van de sabbat en de spijswetten zou hebben verworpen.
Dit wordt uitgedrukt met aanzienlijke pijn, want de jonge man was de leerling, voor wie de rabbijn een diepe genegenheid had. Inderdaad, hij zag deze student als een waardige kandidaat om hem in het rabbinaat van Amsterdam op te volgen, alsook om zijn dochter te trouwen.
Baruch verdedigt zich, met nadruk te leggen op de innerlijke strijd die hij heeft doorgemaakt; hij zou niet in staat zijn z’n nieuwe opvatting over God te verlaten; hij legt uit hoe hij afstand van de traditionele sabbat en spijsvoorschriften heeft genomen, maar verkondigt tevens dat hij nooit zijn godsdienst zal verlaten. Morteira smeekt hem om zijn theologische standpunten voor zich te houden, maar als Baruch niet bereid is om een stap terug te doen, antwoordt de rabbijn in woede: "Ga dan op de manier waarvoor je gekozen hebt, dat zal je naar de eeuwige verdoemenis leiden."

De volgende dag, spreekt Morteira de "grote herem" uit in het bijzijn van de hele gemeente, met inbegrip van zijn dochter, die weent op het balkon. Aan het slot krijgen we te horen: "In zulke erbarmelijke omstandigheden verliet Baruch Spinoza, de wijsgeer die een nieuw filosofisch systeem bedacht, in 1660 zijn geboortestad."

 

Hierop heeft Saperstein in de tekst en in een voetnoot twee commentaren. Het gaat hem daarbij vooral om het image dat van Morteira wordt gegeven. Dit is zeker niet, zo stelt hij, de historische Saul Levi Morteira. Hoewel de rabbijn niet principieel afwijzend stond tegenover de Kabbalistische leer, hij kon op geen enkele wijze worden beschreven als een Kabbalist. Hoewel hij kritisch stond tegenover opzichtig vertoon en opvallende consumptie, was hij ook tegen elke ascetische versterving van het lichaam. Zijn vrouw (genaamd Esther) stierf niet in het kraambed. Hij had twee zonen en drie dochters, van wie de laatste trouwde in 1648, acht jaar voor Spinoza's excommunicatie. Toch ziet hij het verhaal als van belang voor het imago van de rabbijn dat het schetst. Men zou verwachten dat een Haskala-auteur de figuur van de rabbijn zou hebben gebagatelliseerd of zelfs gedemoniseerd als een stijve, tirannieke, bekrompen en harteloze vertegenwoordiger van een repressieve samenleving. Toch wordt zijn karakter met een zekere sympathie getekend, als iemand die bereid is te accepteren dat zijn discipel ketterse gedachten koestert als hij maar afziet van het openlijk uiten van zijn afwijkende mening. Ook het personage Baruch toont een oprecht respect voor zijn leraar, hoewel hij niet kan instemmen met het geloof  van de rabbijn. De relatie tussen Baruch en de dochter van de rabbijn voegt een element van pathos toe, maar het is duidelijk de relatie tussen meester en de eigenzinnige leerling die de kern van het verhaal uitmaakt.

Dat brengt hem tot het commentaar in een voetnoot over Feiner’s interpretatie van het verhaal, waar hij zegt verbijsterd over te zijn. Die schreef: "Het fundamentele probleem in dit fictieve verhaal is niet de beschuldiging van ketterij of van ideologische afwijking, maar de ontbinding van de liefdesbanden tussen Spinoza en de dochter van de rabbijn." Maar, aldus Saperstein, in het eigenlijke verhaal wordt geen woord gezegd over Spinoza's gevoelens voor de dochter, of over enige pijn die hij zou hebben geleden wegens het moeten afzien van een mogelijke toekomst met haar. In het verhaal is dit element marginaal gezien de relatie tussen beide mannen.

                                                          * * *

Mij valt in deze schets van het verhaal op dat het typisch een Haskala-verhaal is, waarin Spinoza niet als verlater van de joodse godsdienst wordt gezien, maar als iemand die ten diepste verbonden blijft niet met uiterlijke en ceremoniële zaken, maar met de oude kern van het joodse geloof. Daniel B. Schwartz heeft er diverse voorbeelden van gegeven in zijn The First Modern Jew: Spinoza and the History of an Image. Princeton University Press, 2012.