Proberen Amerika's keuze voor Trump te begrijpen [2] met behulp van Spinoza

Een belangrijke tekst die een hulp kan bieden aan dat begrijpen, waarvan ik de moeilijkheid in het vorige blog benadrukte, kan mogelijk worden gevonden in de Tractatus Theologico-politicus, Hoofdstuk 17, paragraaf 4 die ik hier opneem in de vertaling van Fokke Akkerman

[TTP, H17, §4] Dat het behoud van de staatsmacht vooral afhangt van de trouw der onderdanen en van hun deugd en hun standvastigheid in het uitvoeren van geboden, leren de rede en de ervaring in alle duidelijkheid. Hoe zij echter moeten worden geleid om hun trouw en deugd bestendig te bewaren, laat zich niet even gemakkelijk inzien. Want allen, zowel zij die regeren als zij die geregeerd worden, zijn mensen, dat wil zeggen meer geneigd tot lust dan tot inspanning. Ja, het is zelfs zo dat zij die slechts ervaring hebben met de veranderlijke aard van de massa, doorgaans aan haar wanhopen, daar de massa niet door de rede, doch slechts door de affecten wordt bestuurd, blindelings geneigd is tot alles, en zich zeer gemakkelijk door hebzucht of overdaad laat corrumperen. Ieder meent dat alleen hij alles weet, en wil alles naar zijn zin regelen; hij beschouwt iets als billijk of onbillijk, als geoorloofd of ongeoorloofd, in zoverre als hij oordeelt dat het tot zijn winst of verlies strekt; uit eigendunk veracht hij zijn gelijken en duldt niet dat hij door hen geleid wordt, uit afgunst op grotere eer of rijkdom, die nooit gelijk is, begeert hij het ongeluk van een ander en vindt daarin behagen. Het is niet nodig alles op te sommen; immers ieder weet wel tot welk een misdadigheid de mensen dikwijls worden aangezet door afkeer van het bestaande en begeerte naar revolutie, door blinde toorn en door armoede die geminacht wordt; hoezeer hun gemoed daardoor in beslag genomen en opgezweept wordt. Welnu, dit alles te voorkomen en de macht zo te vestigen dat er geen plaats meer is voor bedrog, ja alles zo in te richten, dat alle mensen, wat voor een aard zij ook hebben, het collectieve recht boven hun particuliere voordeel stellen, dat is het werk, dat is de inspanning. Wel heeft de nood ertoe gedwongen vele middelen uit te denken, maar toch heeft men nooit het punt bereikt dat de staatsmacht niet méér gevaar liep van de zijde van de burgers dan van de vijanden, en dat degenen die haar in handen hadden de eersten niet meer vreesden dan de laatsten.

In een volgend blog zal ik verwijzen naar een boeiende tekst die enigszins rond dit citaat is heen gebouwd en wellicht het gezochte begrip iets nader brengt.