Pieter Balling (? – ca 1669) was Spinoza’s vriend voor 100% Spinozist?

Al enige dagen ben ik bezig met Pieter Balling. De aanleiding daarvoor wil ik later aangeven (maar ligt al besloten in de vraag in de kop, waarop ik pas later inga). Eerst begin ik maar eens met een blog over deze vriend van Spinoza, wiens naam hier wel af en toe gevallen is, maar over wie ik nog geen apart blog had.

Over de biografie van Pieter Balling is weinig bekend. Hij zou ook, denk ik, als tamelijk onbekend (behalve dan bij enkele specialisten) in het grote anonieme vat van de geschiedenis zijn beland, als hij niet met Spinoza bevriend was geweest. Nu weten mensen die iets van Spinoza weten meestal wel dat Pieter Balling zich, samen met Simon Joosten de Vries en Jarig Jelles onder zijn vrienden mocht rekenen. Op 20 juli 1664 schreef Spinoza hem een aandoenlijke brief waarin hij hem troostte met de dood van een kind.

Balling was koopman, doopsgezind en collegiant. In zijn jeugd zou Balling Haarlemse en Amsterdamse kooplieden hebben vertegenwoordigd in Spanje. Hij moet Spaans hebben gesproken. De enige bron voor deze Spanje-connectie is het hierna te noemen tegen hem gerichte Goliadts swaart.  

Volgens Wiep van Bunge die in het Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme het lemma Pieter Balling schreef, wordt zijn echtgenote - datum en plaats van het huwelijk zijn niet bekend – in 1669 een weduwe genoemd. Hij zal dus in dat jaar of eerder overleden zijn.

Pieter Balling speelde een belangrijke rol in de Amsterdamse doopsgezinde gemeente. Tijdens de zgn. ‘Lammerenkrijg’ aldaar Voorkanttussen de aanhangers van Galenus Abrahamsz. en Samuel Apostool koos hij partij voor Galenus. Hij schreef een Verdediging van de Voorkantregering der Doopsgezinde Gemeente (1663) en een Nader verdediging van de regering der Doopsgezinde Gemeente (1664). Beide publicaties werden uitgegeven door Jan Rieuwertzs (bij wie in diezelfde tijd, 1663, ook Spinoza’s PPC uitkwam), anoniem, slechts ondertekend met de initialen P.B.

VoorkantUit het eveneens anonieme Goliadts swaart, of Pieter Ballings soo genaamde nader verdediging van de regering der Vlaemsche doops-gesinde gemeynte binnen Amsterdam. Uyt sijn eygen gronden wederlegt. [Arent van den Heuvel, 1664), dat dus tegen Ballings werk was geschreven, blijkt echter dat hij inderdaad de auteur was.

Van Bunge schrijft: ”B. was van oordeel dat ook in tijden van spanning de gemeente de noodzaak tot onderlinge verdraagzaamheid en haar eigen autonomie niet uit het oog mag verliezen. Hij legde er de nadruk op dat factievorming binnen de gemeente uit den boze is en dat zowel dienaren als bestuurders te allen tijde onder het gezag van de gemeente vallen. Hij legde een fundamenteel wantrouwen aan de dag ten opzichte van machtsvorming binnen de kerk.”

Het bekendste geschrift van Balling is Het licht op den kandelaar. *) Het verscheen in 1662 anoniem. In 1684, vijftien jaren na zijn dood, gaf Jan Rieuwertsz. het opnieuw uit, samen met Jarig Jelles' Belydenisse des algemeenen en christelyken Geloofs vervattet in een Brief aan N.N.; ditmaal wèl met Balling’s naam op de titelpagina.

De volledige titel luidde: Het licht op den Kandelaar, dienende tot opmerkinge van den voornaamste dingen in het boekje genaamt “De verborgentheden van het Rijke Ghodts, &c. tegens Galenus Abrahamsz, en zijn Toestemmers &c. verhandelt en beschreven door William Ames", Gedrukt voor den Autheur, 1662

De quaker William Ames had tegen Galenus een polemiek geschreven waarop dit Licht een antwoord is. C.B. Hylkema vermoedt dat een werkje Lucerna super candelabro, geschreven door Adam Boreel (1603 - 1666), in wiens Scripta posthuma (1683) het is opgenomen,  door Balling vertaald werd. Hij omschrijft het als “een warme verdediging en aanbeveling van de kwakersche leer van het inwendig licht, dat iederen mensch verlicht.” Ik kom op deze interpretatie in een volgend blog terug.

Het werkje van slechts enkele pagina’s draagt de karakteristieke kenmerken van de quakeriaanse spiritualistische traditie van het inwendig licht en tevens kenmerken van het Cartesiaans Spinozisme. Als The Light on the Candlestick verscheen het werkje een jaar later, vertaald door Benjamin Furly, in het Engels, waar het de status kreeg van een klassiek werkje van de Society of Friend (de quakers). Ook werd een Latijnse vertaling uitgegeven. 
Zoals hierboven blijkt werden de eerder genoemde werkjes vanuit de Universiteitsbibliotheek van Gent door Google op internet geplaatst. Jammer is het dat dat juist met dit werk (nog?) niet is gedaan.

Door Wim Klever is het werkje heruitgegeven, onder de titel “De Spinozistische prediking van Pieter Balling, Uitgave van 'Het licht op den kandelaar' met biografische inleiding en commentaar” [In: Doopsgezinde Bijdragen 14 (1988) 55 – 85]. Hij beschouwt, zoals al uit de titel blijkt, dat werkje dus als een volkomen spinozistisch traktaat, zoals ook blijkt uit zijn hoofdstuk over Pieter Balling in Mannen rond Spinoza, 1650-1700: presentatie van een emanciperende generatie [Uitgeverij Verloren, 1997].

Balling was in ieder geval een enthousiast aanhanger van de nieuwe filosofie van René Descartes en een vrijzinnig christen. Hij schrijft: "Wy nodigen u tot iets ’twelk een middel kan zijn om tot u zelfs heil en welstant te geraken". Aards geluk kan volgens Balling bereikt worden door gebruik te maken van het in de titel genoemde licht. Dat licht is het
“Licht der waarheit, het waarachtige Licht, 't welke verlicht een yder mensche komende in de werelt. Hier moet gy zyn niet buiten u. Hier zult gy vinden een beginzel dat zeker is en onfeilbaar en waar door gy toenemende en voortgaande eindelyk tot een gelukzaligen standt zult konnen geraken.”

Hij ziet “Het licht" in ons zowel als eerste beginsel van de godsdienst of als Christus én tevens als de bron van alle kennis.

"Het Licht (dan zeggen wy) is een klare en onderscheidene kennisse van waarheit, in het verstant van een ygelijk mensch, door welk hy zodanich overtuigt is, van het zijn, en hoedanich zijn der zaken, dat het voor hem onmogelijk is, daar aan te konnen twijffelen.”

Net als Spinoza meent ook Balling dat je door de rede het ware van het valse en het goede van het kwade kunt onderscheiden. Alleen door middel van de rede is het ware geluk te bereiken. Zonder de rede heb je slechts een "geluk zonder enige gewisheit." Het geluk van de rede bestaat volgens Balling uit een gerust geweten en uit "vereniginge met Ghodt; waar in alle heil, en gelukzaligheit gelegen is.” En dat is ook bereikbaar voor mensen die nog nooit van de bijbel gehoord hebben.

Van Bunge: “De in enkele gevallen zelfs woordelijke parallellen met Spinoza's Korte verhandeling zijn inderdaad treffend. Niettemin is Het licht zo beknopt dat het ruimte biedt aan een brede scala van cartesiaanse, spinozistische en zuiver spiritualistische interpretaties."

Pieter Balling vertaalde Spinoza's Renati Des Cartes principia philosophiae (1663) als Renatus Des Cartes Beginzelen der Wysbegeerte (1664)**, en volgens Fokke Akkerman zijn er aanwijzingen dat Glazemakers vertaling in De Nagelate schriften (1678) van de eerste twee boeken van Spinoza's Ethica teruggaat op een oudere vertaling van Balling.

** De volledige titel luidt: 
Renatus Des Cartes beginzelen der wijsbegeerte, I en II deel, na de meetkonstige wijze beweezen door Benedictus de Spinoza Amsterdammer, Mitsgaders des zelfs overnatuurkundige gedachten, in welke de zwaarste geschillen, die zoo in 't algemeen, als in 't byzonder deel der overnatuurkunde ontmoeten, kortelijk werden verklaart, gemaakt door Pieter Balling. By Jan Rieuwertsz. Amsterdam, 1664.

In een volgend blog ga ik verder in op de vraag die ik opwerp in de titel van dit blog.

*) Iedereen wist in de 17e eeuw uiteraard dat het beeldende gezegde "een licht zet men niet onder een korenmaat, maar op een kandelaar" toegeschreven wordt aan Jezus (Math 5:15; Markus 4:21; Lucas 8:16 en 11:33).

Bronnen

Lemma Pieter Balling door Wiep van Bunge. In: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme [Hier]

Wiep van Bunge: From Stevin to Spinoza: an essay on philosophy in the seventeenth-century Dutch Republic. Volume 103 van Brill's studies in intellectual history. BRILL, 2001

Peter Buijs: De eeuw van het geluk: Nederlandse opvattingen over geluk ten tijde van de Verlichting, 1658-1835. Uitgeverij Verloren, 2007, p. 137 [books.google] Travis L. Frampton: Spinoza and the rise of historical criticism of the Bible. Continuum International Publishing Group, 2006, p. 167 – 169 [books.google]

P. Hirsch, Spinoza, wijsgeer tussen regenten en doopsgezinde collegianten. Doopsgezinde Bijdrage 6 (1980), p 137-153 [niet gezien]

Graeme Hunter: Radical protestantism in Spinoza’s thought. Ashgate Publishing, Ltd., 2005 [books.google]

C.B. Hylkema: Reformateurs; geschiedkundige studiën over de godsdienstige bewegingen uit de nadagen onzer Gouden Eeuw, 2 dln. (Haarlem, 1900-1902; reprint: Groningen/Amsterdam, 1978), p. 94 (bij DBNL)

W.N.A. Klever, "De Spinozistische prediking van Pieter Balling: Uitgave van 'Het licht op den kandelaar' met biografische inleiding en commentaar." In: Doopsgezinde Bijdragen 14 (1988) 55 – 85 [nog niet achterhaald]

W.N.A. Klever: Mannen rond Spinoza, 1650-1700: presentatie van een emanciperende generatie. Uitgeverij Verloren, 1997. Hoofdstuk 1: Pieter Balling en de enige echte Verlichting.

K.O. Meinsma, Spinoza en zijn kring. Historisch-kritische studiën over Hollandsche vrijgeesten. Met inleiding van Dr. S.B.J. Zilverberg, HES publishers, Utrecht 1980 (oorspr. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage, 1896), vooral p. 115-118 met samenvatting van Het Licht.

Jesse Sadler: "The Collegiants: A Small Presence in the Dutch Republic, a large Metaphor for the Book.” In: Lynn Avery Hunt, Margaret C. Jacob, W. W. Mijnhardt (Eds): Bernard Picart and the first global vision of religion. Getty Publications, 2010, p 59 – 74 [books.google]

Piet Visser: Godtslasterlijck ende Pernicieus. De rol van boekdrukkers en boekverkopers in de verspreiding van dissidente religieuze en filosofische denkbeelden in Nederland in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Amsterdam, 1996. [bij DBNL]

S. Zijlstra: Om de ware gemeente en de oude gronden: geschiedenis van de dopersen in de Nederlanden, 1531-1675. Nummer 908 van Fryske Akademy. Uitgeverij Verloren, 2000 [books.google]