Pieter Balling (? – ca 1669) was Spinoza’s vriend voor 100% Spinozist? [3]

De vorige twee blogs over Spinoza’s vriend Pieter Balling en zijn Het licht op den kandelaar van 12 en 13 januari waren het resultaat ervan dat ik mij met hem ging bezig houden, naar aanleiding van hetgeen waarover ik in dit blog wil schrijven. In mijn blog van 31 december 2011 gaf ik een behoorlijk positieve bespreking over de colleges van Wiep van Bunge over 'Spinoza en zijn tijdgenoten'.

Van het college over de collegianten op de 2e CD bleef mij bij wat Van Bunge daar over Pieter Balling zei. Hij zag een verschil tussen Balling en Spinoza. Balling verwees voor het vinden van God naar het eigen innerlijk en voor Spinoza was God (ook) in de wereld te vinden. Van Bunge verwees daarvoor naar Ethica 5/24: “Hoe meer wij de bijzondere dingen kennen, hoe beter wij God begrijpen." [Vert. Wiep van Bunge]

Terwijl Pieter Balling schreef:

“Welaan dan, o Mensch, buiten u hebt gij geen middel te zoeken om God te leeren kennen; in u zelve moet gij blijven, u wenden tot het Licht dat in u is: daar zult gij ze vinden en nergens anders. God is in u, en een iegelijk mensch, in zichzelve aangemerkt, het allernaaste. Die buiten zich gaat, om door de schepselen God te leeren kennen, die wijkt van God af, en zooveel te verder, naarmate hij zich meer aan de schepselen komt te vergapen. Dit staat u dus te vermijden, het tegendeel te betrachten. Geeft acht op het Licht dat in u is, laat u daardoor leiden, weest daaraan met volharding getrouw.”
[Ik citeer de passage uit K.O. Meinsma, p. 218]

Als een soort ‘vergoelijking’ wijst Van Bunge er dan nog op dat Balling al gestorven was voor Spinoza zijn filosofie geheel ontwikkeld had (als Ballings sterfjaar noemt hij 1664) en dat Spinoza zelf deze uitbreiding van het kunnen leren kennen van God via de dingen in de wereld ook in de Korte Verhandeling nog niet had. Dit lijkt dus een sterk verschilpunt tussen Balling en Spinoza. Maar ik heb daar mijn twijfel bij. Hoeveel nadruk legt Spinoza nu helemaal op het vinden van God via doorgaand (rationeel) wetenschappelijk onderzoek van de dingen in de wereld?

Als ergens (en het is altijd aan de orde) dan is het hier nodig om te zien wat Spinoza zelf doet met een stelling. Om de betekenis van zijn leer, zeg zijn ‘boodschap’, dat zijn zijn stellingen, te begrijpen moet je enerzijds kijken hoe hij ze uit voorgaande axioma’s en eerdere bewezen stellingen bewijst, maar vooral ook, anderzijds, naar hoe hij die vervolgens in de rest van zijn betoog gebruikt. Pas dan krijg je zicht op hoe hij zijn beweringen bedoelt – wat hij er precies mee voor heeft.

Dat geldt in sterke mate voor stelling 5/24. Alles wat erop volgt gaat over het in de diepte (tot in de eindeloze eeuwigheid) volgen van dat ene ding in de wereld dat jezelf bent. Lees eens achter elkaar alle stellingen die volgen op 5/24: die gaan alle over het bewustzijn, over de intuïtieve kennis, over de geest voorzover hij eeuwig is, over de vreugde die samengaat met de idee van God, over de verstandelijke liefde tot God, over hoe God op die wijze (n.l. via die zó kennende mens) zichzelf liefheeft, hoe die liefde van die zó kennende geest een deel is van Gods oneindige liefde etc.

Kortom stelling 5/24 is een opmaat tot wat volgt en niet méér.
Wat immers is het bijzondere ding dat wij het meest/het diepst kunnen kennen, en waarlangs wij God beter begrijpen?  

Wat ik maar wil zeggen is, dat ook Spinoza in het vervolg nergens meer met kennis van de dingen in de wereld bezig is (bij de ontwikkeling van de wetenschap bijvoorbeeld), maar bij de hoogst bereikbare kennis van dat ene ding in de wereld wat jezelf bent; bij wat een mens kan bereiken aan inzicht en vreugde naar de mate waarin hij almaar meer doorheeft dat hij een deeltje is in dat grote eeuwige geheel; wanneer hij het wezen van dat particuliere ding dat hij zelf is, zijn positie in het grote eeuwige gebeuren – in God -  door en door doorziet en doorleeft.

Hoe groot is dan het verschil van Spinoza met Balling? Ja, Spinoza bouwt zijn filosofie systematischer en veel gedegener op. Maar inhoudelijk is er toch nauwelijks verschil. Over wat dat kan betekenen hoop ik in een later blog verder in te gaan.

Reacties

Stan, omdat je nog een vierde blog over Balling aankondigt, wacht ik nog met een reactie op je interessante reeks.

Wim, ik hoop dat je je nog even kunt inhouden. Ik heb behalve een vierde blog, waarin ik met mijn voorlopige conclusie kom, een laatste blog op 't oog nadat ik dan intussen jouw artikel in Doopsgezinde Bijdragen hoop ontvangen te hebben. Het is in bestelling.
Ik doe ook een klein 'experimentje': zien wat voor beeld van de relatie Balling-Spinoza ik krijg uit 'de' literatuur zonder nog jouw artikel met heruitgave van Het Licht gelezen te hebben. Ik denk dat ik van de inhoud van Het Licht al een redelijk beeld heb via citaten, samenvattingen en jouw hertaling in "Mannen rond Spinoza". Maar ik ben benieuwd wat die Doopsgezinde Bijdragen nog brengen. Ik hoop de kopieën snel in huis te hebben, maar vrees dat het nog wel even kan duren.