Paul Tillich (1886 - 1965) had echt niets van een Spinozist

Buste van Paul Tillich door James Rosati in New Harmony, Indiana, Verenigde StatenIn een volgend blog zal ik duidelijk maken waarom ik me hier even met Paul Tillich bezig houd. Af en toe kom je getuigenissen tegen over de affiniteit die Paul Tillich met Spinoza zou hebben gehad. Heel ver ging Cornelis de Deugd in een toespraak, getiteld “Paul Tillich en Spinoza” die hij op 15 oktober 1988 hield voor de Vereniging Het Spinozahuis in Leusden. Hij bracht daarin allerlei passages die bij Tillich te vinden waren en die erg erop leken bij Spinoza opgedaan te zijn. Maar daarmee bracht De Deugd een zekere vervalsing aan, door helemaal niet in te gaan op zeer onspinozistische dingen die meeklonken. Zo lezen we dat bij Spinoza de substantie staat voor “the ultimate power of being.” Niks mis mee, dat verwijst helemaal naar EIp34, “Gods macht is zijn wezen,” waarnaar De Deugd overigens niet verwijst. Dan schrijft hij: “op een andere plaats lezen we dat “universal substance” bij Spinoza “is based on an immediate experience of something ultimate in value and being.” Maar geen woord over wat dat “value” daar moet. Ook heeft De Deugd geen enkele moeite met Tillichs uitspraak dat de mens “exists in the power of an ultimate concern.” Dat “ultimate concern”, die “uiterste zorg” ervaren van een als persoonlijk op te vatten God, is iets dat bij Tillich veel voorkomt, maar dat toch echt niets met Spinoza te maken heeft. Daarover hoor je De Deugd dus niet.

Kennelijk zijn er vele “Varieties of Spinozistic Experience…”

Mijn stelling is dat Tillich, waar het hem uitkwam, Spinoza gebruikte, maar dat hij er ook al snel een eigen draai aan gaf, die niets meer met Spinoza van doen had, hoewel hij soms beweerde dat wat hij zei, in overeenstemming met Spinoza was. Dat zal straks blijken.

Tillich was van geboorte een Duitser. Hij studeerde theologie in Berlijn, Tübingen en Halle, was legeraalmoezenier tijdens de Eerste Wereldoorlog. Gaf daarna les in Marburg, Dresden en Frankfurt am Main, maar toen de Nazi’s in 1933 aan de macht kwamen, emigreerde hij naar de VS. Met behulp van Reinhold Niebuhr kreeg hij een aanstelling aan het Union Theological Seminary in New York. Hij raakte bekend om zijn lucide preken en de uitgave van zijn Systematic Theology [3 vol. 1951 – 63]. In 1955 vertrok hij naar de Harvard University en in 1962 naar de University of Chicago. Zijn theologie was een enigszins ongebruikelijk amalgaam van bijbelse, existentialistische en metafysische elementen, waarmee hij tot een verstaan van God kwam dat niet afhankelijk was van openbaring, noch van wetenschap. Het bekendst bij een breder puibliek werd hij door zijn The Courage to Be (1952) en Dynamics of Faith (1957).

Van de vier meest invloedrijke protestantse theologische tijdgenoten - Rudolf Bultmann (Duitsland), Karl Barth (Zwitserland), Reinhold Niebuhr (Ver. Staten), was de vierde, Paul Tillich, misschien de minst bekende en invloedrijke, maar ook hij had aanhang met zijn "method of correlation": een benadering waarmee hij de symbolen van het Christendom als antwoorden bracht op de problemen van het menselijk bestaan, zoals opgeworpen door de existentialistische filosofische analyses.

Een aardige bron vormt Paul Tillich. Writings on religion1). Deze vijfde band van de verzamelde werken bevat zes werken:

·         Die religiöse Lage der Gegenwart (1926)
·         Das Dämonische: Ein Beitrag zur Sinndeutung der Geschichte (1926)
·         Nichtkirchliche Religionen (1929)
·         The Courage to Be (1952)
·         Dynamics of Faith (1957)
·         Christianity and the Encounter of the World Religions (1963)

Van deze zes is er alleen iets over Spinoza in The Courage to Be (1952) in een ‘eigen’ paragraaf tussen de Stoici en Nietzsche: Courage and Self-affirmation: Spinoza. In de paragraaf over Nietzsche wordt nog enkele malen aan Spinoza gerefereerd. Ik kom daar zodadelijk op. Tenslotte wordt aan het eind van het boek, in de paragraaf ‘Nonbeing Opening Up Being’ (p. 225) er nog eens aan gerefereerd dat spinoza's definitie van substantie zijn naam is voor 'the ultimate power of being'. Voor de rest wordt Spinoza in al die boeken nergens genoemd.

Kortom, het moge al duidelijk zijn dat we Tillichs Spinoza-belangstelling niet moeten overdrijven.

Dat wordt dan ook zeker niet gedaan in dit boek: Frederick J. Parrella (Ed.), Paul Tillich's theological legacy: spirit and community2). Daarin wordt slechts éénmaal en dan nog in het voorbijgaan, Spinoza vermeld.

Paul TillichTerug naar Tillich zelf – zijn boek Love, Power, and Justice3) heeft slechts éénmaal Spinoza! En wel deze passage:

“In spite of all the misuse to which the word love is subjected, in literature and daily life, it has not lost its emotional power. It elicits a feeling of warmth, of passion, of happiness, of fulfilment, whenever it is used. It brings to mind past or present or anticipated occasions of loving or being loved. Its roots meaning, therefore, seems to be an emotional state which must be described in its qualities and expressions and is not a matter of intention or demand but of happening of gift. If this where so, love could be discussed as one affection among others - as it was, for instance, by Spinoza. But it is significant that Spinoza, when he comes to his final statements about the nature of the divine substance and about the many ways in which man participates in it, speaks of man's intellectual love towards God as the love which God loves himself. In other words, he elevates love out of the emotional into the ontological realm. And it is well known that from Empedocles and Plato tot Augustine and Pico, to Hegel and Schelling, to Existentialism and depth psychology, love has played a central ontological role.”

En dat was dan alles over Spinoza in een boek met bijvoorbeeld een hoofdstuk VII The Unity of Love, Power, and Justice in the Ultimate Relation. En daarin een paragraaf: “God as the source of love, power, and justice” waarvan de eerste alinea luidt: “The basic assertion about the relation of God to love, power, and justice is made, if one says that God is being itself. For being itself, according to our ontological analysis, implies love as well as power and justice. God is the basic and universal symbol for what concerns us ultimately, As being-itself He is ultimate reality, the really real, the ground and abyss of everything that is real. As the God, with whom I have a person-to-person encounter, He is the subject of all the symbolic statement in which I express my ultimate concern. Everything we say about being-itself, the ground and abyss of being, must be symbolic. It is taken out of the material of our finite reality and applied to that which transcends the finite infinitely. Therefore it cannot be used in its literal sense. To say anything about God in the literal sense of the words used means to say something false about Him. The symbolic in relation to God is not less true than the literal, but it is the only true way of speaking about God.” (p. 109)

Een pagina eerder was "ultimate concern:" "the dimension of the holy." Het moge duidelijk zijn dat hij daar Spinoza niet bij kan gebruiken – dus horen we hem er niet over.

'Power of being'

Iemand die behoorlijk in is gegaan op Tillichs gebruik van Spinoza is de Nederlandse theoloog aan de VU Wessel Stoker en wel in: Can the God of the Philosophers and the God of Abraham be Reconciled? On the God Almighty 4). Hij citeert A. Tatcher5) die erop wijst dat bij Tillich vaak moeilijk is vast te stellen waar hij zijn bronnen vandaan haalt, maar dat hij ongebruikelijk specifiek is over zijn bronnen voor de 'power of being': dat zijn Spinoza en Nietzsche. Wessel Stoker stelt op grond van deze verwijzing vast dat bij Tillich de ‘power of being-itself’ consonant is met de manier waarop Spinoza en Nietzsche die begrijpen. (p 211) Maar al snel mag daar twijfel over bestaan. Tillich beweert dat “mét Spinoza” 'self-preservation' als karakteristiek voor het zijn is te zien. Naar Spinoza bestaat het wezen van een ding in self-preservation [EIIIp7]. En dat is weer deelhebben in de goddelijke self-preservation. [EIVp4] Alle dingen zijn immers modi van God. En passant neemt hij Nietzsches levensfilosofie op om Spinoza's substantie dynamischer te hebben. Kortom, het zijn-zelf is de macht van het zijn waarin macht betekent "the chance of carrying through one's own self-realization." Maar het toepassen van het concept van zelfbehoud op God, is meer een eigen uitvinding van Tillich, waarmee hij God tot een wezen tussen de andere, de eindige, wezens maakt. Hij neemt eindigheid en bijbehorende hartstochten als angsten, maar ook liefde mee naar het zijn-zelf. "God is more of the same," concludeert Wessel Stoker (p. 214). Die liefde ziet Tillich overigens niet als een emotie, maar - zoals we zojuist al zagen - als een ontologische kracht, als de essentie van het leven zelf, namelijk als de dynamische vereniging van wat gescheiden was. Maar dat is Plato, geen Spinoza.

Ik denk dat ik nog een blog eraan moet wijden om het idee de wereld uit te helpen dat Tillich zo dicht bij Spinoza zou hebben gestaan. [Ha, ha, alsof dat met zo'n blogje zou lukken...] 

Bronnen

1) Paul Tillich. Writings on religion, ed. by Robert P. Scharlemann, Bd 5 of Paul Tillich, Main Works. Ed. by Carl Heinz Ratschow, with coll. of John Clayton. De Gruyter, Berlin/New York, 1988 [books.google] 

2) Frederick J. Parrella (Ed.), Paul Tillich's theological legacy: spirit and community: International Paul Tillich Conference, New Harmony, 17-20 June 1993. Theologische Bibliothek Töpelmann Bd 73. Walter de Gruyter, 1995 [books.google]

3) Paul Tillich: Love, Power, and Justice: Ontological Analyses and Ethical Applications. Oxford University Press US, 1954, paperback 1960 [Given as firth lectures delivered at the Firth Foundation in Nottingham, Eng. And as James Sprunt lectures delivered at Union Theological Seminary in Virginia] [books.google]

4) Wessel Stoker: Can the God of the Philosophers and the God of Abraham be Reconciled? On the God Almighty; in: Gert Hummel, Doris Lax (Eds.): Being versus Word in Paul Tillich's theology? Proceedings of the VII. International-Paul-Tillich-Symposium, held in Frankfurt/Main, 1998. Theologische Bibliothek Töpelmann Bd 101. Walter de Gruyter, Berlin/New York, 1999 [books.google]

5) A. Tatcher, The Ontology of Paul Tillich. Oxford University Press, Ocford, 1978, p. 42 [geciteerd in Wessel Stoker]

6) Paul Tillich: Theism Rewritten for an Age of Science. Chapter 6 of God and Science by Charles P. Henderson, Jr. [Hier in z'n geheel te lezen]]

Reacties

"Ik denk dat ik nog een blog eraan moet wijden om het idee de wereld uit te helpen dat Tillich zo dicht bij Spinoza zou hebben gestaan"
Wie wordt daar eigenlijk wijzer van?

In ieder geval ikzelf. Ik ben aardig wat te weten gekomen.
Nee, dan 'eigenlijk wijzer' worden van zo'n zure opmerking...

Het klinkt zo als 'Spinoza-orthodoxie'. Daar word ik wat zuur (of sceptisch) van.

Stan,
1. Wellicht geeft de door jouw geciteerde uitspraak van Tillich zijn Godsbegrip weer:
'To say anything about God in the literal sense of the words used means to say something false about Him. The symbolic in relation to God is not less true than the literal, but it is the only true way of speaking about God.' (p. 109).
M.a.w.,God is voor Tillich blijkbaar een verborgen God, die niet kenbaar is voor de mens, dan in symbolische termen. Dit i.t.t. Spinoza, voor wie God een mathematisch helder en welonderscheiden begrip is
2. Dat de intellectuele liefde van-tot God een ontologische kwaliteit heeft, is voor mij wèl een verhelderende gedachte, ondanks het wellicht platonische gehalte. En waarom zou Spinoza niet ,evenals Plato, mogen winkelen bij dezelfde leverancier? Spinoza zegt zelf dat de pottenbakker uit hetzelfde materiaal zowel een verheven vat als een pispot maakt (TTP.Adn.34), c.q. de 2 pottenbakkers Spinoza en Plato, die elk een vat bakken.

Adrie, ik denk dat je het juist ziet. Tillich was erg gecharmeerd van Augustinus voor wie God ook onbekend en onkenbaar is voor het verstand (i.t.t. ervaarbaar via het gevoel - ook een kenorgaan). Mooie zin in de Confessiones: "...tu autem eras interior intimo meo et superior summo meo..." [Gij echter bent dieper dan mijn innerlijkst en hoger dan mijn hoogste... (dan wat het hoogste in mijzelf is)]
Over de mogelijkheid van amor Dei intellectualis als iets ontologisch... daar denken we eens nader over na. Dat moet haast wel als het samenvalt met de liefde waarin God zichzelf liefheeft.