Over de ware requies aeterna [eeuwige rust of Acquiescentia in se ipso]

Bij het vorige blog over de eeuwigheid van onze geest past een Spinozistische hymne op Ethica, PARS IV, propositio 67. Ik heb het – daar het plaatsvervangend bedoeld is – naar ik meen passend getoonzet op het gregoriaanse Requiem.

Het “Requiem aeternam dona eis Domine, et lux perpetua luceat eis” [geef hun eeuwige rust, O Heer, en dat het eeuwige licht hen mag verlichten] is de openings- of intredezang bij de Rooms Katholieke Missa Pro Defunctis (Mis voor de overledenen]. Daarin komt ook de zinsnede voor: In memoria aeterna erit justus [de rechtvaardige zal voor eeuwig in herinnering blijven].

Spinoza’s stelregel, “Homo liber de nulla re minus quam de morte cogitat et ejus sapientia non mortis sed vitae meditatio est,” [De vrije mens denkt aan niets minder dan aan de dood, en zijn wijsheid bestaat niet uit mediteren over de dood, maar over het leven], kreeg hier zijn hymne.

 

Voor wie het oorspronkelijke Requiem uit het zgn Liber Usualis (1961) voorgezongen wil hebben, hier zoals het gezongen wordt door de Schola Cantorum van de Weense Hofburgkapelle.