Of ook Paul Juffermans’ uitvoerige derde boekdeel over Spinoza's 'onderzoek naar de openbaringsreligies' om heruitgave roept is twijfelachtig

Was het voor mij duidelijk om aan te bevelen en te hopen dat het eerste en tweede deel van het proefschrift van Paul Juffermans alsnog als apart boekje zouden worden uitgegeven, wat het derde deel aangaat heb ik nog even mijn twijfel of ik dat ook daarvoor aanbeveel.

Dit is mijn derde bespreking van een deel van P. C. Juffermans dissertatie: Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza. Een onderzoek naar de verschillende betekenissen van religie in het oeuvre van Spinoza. Damon, Budel, 2003, [Zie voor de eerdere delen de blogs van 26 november en 2 december 2011). Ik kom hierna nog met een slotrecensie.

In het derde deel (hoofdstukken 7 – 10) behandelt Juffermans Spinoza’s onderzoek in de TTP naar de openbaringsreligies, te weten het jodendom en het christendom. Ook dit is weer een fraai en systematisch uiteengezette studie, waarbij de lezer behoorlijk veel inzichten genuanceerd aangereikt krijgt. Allerlei aspecten waar je met een vlotte lezing overheen zou lezen of die in de loop van de Spinoza-studie diverse interpretaties opleverden, krijgt de lezer van deze driesterren chef-kok in de Spinozakeuken fraai toebereid en goed opgemaakt voorgezet. Met name op hoe Spinoza tegen het verschijnsel openbaring aankijkt heeft Juffermans mij de ogen geopend. Met name doordat de profeten, hoezeer ook vanuit hun verbeelding, een resultaat voorzetten dat ook met het natuurlijk licht van de rede te bereiken is, namelijk dat het voor een goed leven in een goede samenleving nodig is om te handcelen in gerechtigheid en naastenliefde. Daarom dus heeft Spinoza de bereidheid om de openbaring serieus te nemen, niet om de kennis of waarheid die ermee werd bereikt, maar om het nut en de werkzaamheid van het resultaat, te weten een universele morele boodschap.
Hoe dit resultaat bereikt kon worden, hoe openbaring in zijn werk gaat, begrijpt Spinoza niet, zo geeft hij toe, maar dat is voor hem geen reden om de openbaring, de profetie, te bespotten of weg te wuiven. Hij neemt het serieus. Juffermans noemt dit het ‘theologische dogma’ dat Spinoza erkent.

Anders ligt dat met de claim van wonderen, waarvan het voor Spinoza zonneklaar duidelijk is dat ze niet kunnen bestaan. De mensen zijn te makkelijk bereid mysterieuze wonderverklaringen te accepteren voor verschijnselen waarvan ze de natuurlijke oorzaken niet kennen, maar die er voor Spinoza altijd wel zijn. Tegen- of onnatuurlijkheid bestaat niet. Uitvoerig legt Juffermans Spinoza’s aanpak van zijn schrifthermeneutica uit: hoe wij dat wat de Schrift laat lezen, de ware betekenis ervan, geheel uit de Schrift zelf dienen te halen en er niets via rationele verklaringen van buitenaf aan mogen toevoegen. Hij laat zien hoe Spinoza in de TTP gebruik maakt van theologische taal, de antropomorfe manier van spreken over God die zich aanpast aan de taal en het begripsvermogen van de profeten etc., en vooral in het ‘credo-minimum’ van het 14e hoofdstuk zoals ook Juffermans het typeert . (Wat dat betreft laat ik het bij verwijzen naar mijn blogs van 12 oktober 2009: Is Spinoza's Credo (in TTP H XIV) minimaal of maximaal? En dat van 6 dec. 2010: Spinoza's Credo (in TTP XIV) is minimaal of maximaal - het is maar hoe je het bekijkt).

Eveneens zeer uitvoerig gaat Juffermans in op de betekenis van ‘morele zekerheid’. Hij maakt goed duidelijk wat het verschil is tussen profetie (van Mozes e.a.) en leraarschap (van Jezus en apostelen). Spinoza ziet in Christus als het ware zijn meerdere: de hoogste filosoof die de hoogste volmaaktheid toonde en een ‘méér (voortreffelijker en uitnemender) dan menselijke geest bezat. Het ‘theologische dogma’ en de ‘méér dan menselijke Christusfiguur’ ziet Juffermans als aspecten van Spinoza’s geloof.

Uitvoerig behandelt Juffermans uiteraard de scheidingsthese wat betreft filosofie en theologie, waar het in de eerste 15 hoofdstukken van de TTP om gaat, alsmede de relatie tussen godsdienst en staat (politiek) waar de laatste 5 hoofdstukken om draaien. In dat hoofdstuk levert Juffermans ook zijn kritiek op de in zijn ogen nogal rigide staatsopvatting, waarop hij in zijn laatste conclusiehoofdstuk nog eens terug komt (ook ik zal daarop in een laatste blog over dit boek terugkomen).

Als ik dit hele deel nog eens overzie blijft mijn aarzeling bestaan of ik ook hiervan een aparte boekuitgave zou zien zitten. Mijn twijfel blijft. Het is te uitvoerig en heeft teveel overlap. Ook al krijgt de lezer ook hier weer veel stukjes nuttige en interessante informatie aangereikt, het is alles bijeen wat teveel en te specifiek. De lezer die daar belang in stelt kan dan beter naar dit boek in z’n geheel verwezen worden.

                                                       * * *

De hele reeks van vier besprekingen op dit weblog van Paul (P.C.) Juffermans, Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza. Damon, Budel, 2003

26 nov. 2011 Paul Juffermans schreef goed boekdeel over Spinoza's 'theorie van het waangeloof' - een pleidooi voor heruitgave

2 dec. 2011 Ook Paul Juffermans’ voortreffelijk boekdeel over Spinoza's 'ethisch-religieuze weg naar geluk’ roept om heruitgave

15 dec. 2011 Of ook Paul Juffermans’ uitvoerige derde boekdeel over Spinoza's 'onderzoek naar de openbaringsreligies' om heruitgave roept is twijfelachtig

15 dec. 2011 Slot over Paul Juffermans' "Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza"