Nogmaals Spinoza als economist

Voor de betekenis van Spinoza’s filosofie, niet alleen voor de psychologie (+psychotherapie),  de mind-body-filosofie en de neurowetenschappen, maar ook voor de economie, heb ik in dit weblog al enige malen aandacht gevraagd.

Het laatst n.a.v. van het boek van Wim Klever uit 1990: Zuivere economische wetenschap. Een ontwerp op basis van spinozistische beginselen (Boom, Meppel/Amsterdam, 1990).  

Eerder had ik de volgende verwante blogs:

Bonus-advies namens De la Court en Spinoza, 21 sept. 2009 Voor Spinozistische economie moet je naar Frankrijk, 14 augustus 2009 “Met de Hollandse Verlichting kijken naar de economische crisis” van 22 december 2008

Tot mijn verrassing ontdek ik vandaag een tweetal artikelen uit 2003 uit het tijdschrift Real-world economics review [“Formerly the post-autistic economics review, an emailed pdf economics journal with 11,156 subscribers from over 150 countries”] van Jorge Buzaglo (University of Gothenburg, Sweden), waarin hij de capabilities-benadering van Nobelprijswinnaar (1998) Amartya Sen voor de economische kant van de menselijke ontwikkeling, met de filosofie van Spinoza onderbouwt.

Daarmee vraagt hij aandacht voor wat hij vervolgens gaat noemen de Spinoza-Sen-benadering.

In die artikelen geeft hij een uitgebreide samenvatting van hoe Spinoza de ontwikkeling van de menselijke vermogens ziet. Vervolgens laat hij zien hoe de conventionele of mainstreem-economische theorie uitgaat van een onvoldoende gereflecteerde (en vanuit Descartes’ dualisme en vanuit een vrije wil vermeende interactie tussen geest en lichaam opgebouwde) preferentie-model van economisch gedrag. Hij laat in deze artikelen zien hoe vanuit Spinoza een veel realistischer zicht op de onderlinge economische beïnvloedingen kan worden verkregen.

Ik kende deze ‘capability approach’ of ‘vermogensbenadering’ als een theoretisch en praktisch concept ter benadering van fundamentele rechtvaardigheid, via boeken van Martha Nussbaum.  In de tachtiger jaren was ze bijna tien jaar (tot 1995) onderzoeksadviseur bij het World Institute of Development Economics Research (Wider) in Helsinki. Ze werkte er samen met econoom Amartya Sen aan het meten van het welzijn in derdewereldlanden. Ze ontwikkelden daarbij de Capabilities-benadering. Zij beschouwden beiden ‘capabilities’ of ‘vermogens’ (in de zin van mogelijkheden) als essentieel voor een menswaardig bestaan. Vooral Nussbaum, werkte aan een inventarisatielijst van materiële en non-materiële basisbehoeften. Deze lijst fungeert inmiddels als een soort toetssteen van sociale rechtvaardigheid en mensenrechten. Nussbaum richtte zich tot de filosofie en de politiek in haar schets van een theorie van sociale rechtvaardigheid in de voetsporen van Kant en Rawls [in meerdere boeken, o.a. Grensgebieden van het recht, Ambo/Anthos, 2006].  

Amartya Sen pastte deze benadering van de menselijke vermogens toe op de economie.  

Interessant is nu dat Jorge Buzaglo laat zien dat Spinoza eigenlijk de treffendste onderbouwing aanreikt van deze benadering van de economie.

Zie hier deze artikelen onder de verzamelnaam Capabilities: From Spinoza to Sen and Beyond

Part I : Spinoza’s Theory of Capabilities  

Part II: A Spinoza-Sen Economics Research Program

The Idea Of Justice, Amartya Sen, 1846141478Amartya Sen heeft zich jammer genoeg door deze artikelen niet laten inspireren. In zijn filosofische werk The Idea Of Justice dat midden dit jaar verscheen, en waarin het ook uitvoerig over Happiness gaat, komt de naam van Spinoza niet voor.

Volgens z'n uitgever is dit "the most ambitious and wide-ranging book Amartya Sen has yet written."

Het is de vraag of Amartya Sen zich ooit met Spinoza heeft bezig gehouden. In de weergave van een conversatie die prof. Haider Ali Khan in oktober 1992 met hem had, kwam Sen's studie van Adam Smith ter sprake en hoe hij, Sen, pas daarna Aristoteles ontdekte. Tussen beide zag hij - hoewel Smith Aristoteles niet citeert - een zelfde lijn. Dan volgt:

 

HK: Quite so. And not only Aristotle, but this approach to moral theory by way of human capacities and potential continued through to Spinoza in particular.

AS: You are quite right. Smith, of course, was influenced by the Stoic philosophers in his early life. It may be that these influences hide the Aristotelian features of his approach. Certainly he was emphasizing the Stoic stance of being an outsider - even to your own affairs. These were also the hey days of rationalism. Smith's contemporaries like Condorcet were also cultivating rational approaches to human affairs.

Sen zei wel “You are quite right”, maar ging direct over op Smith en zei helemaal niets over Spinoza. Mijn hypothese is dus dat Sen zich waarschijnlijk niet echt met Spinoza heeft bezig gehouden.