Nieuwe duit in vrije-wil-discussiezakje

Herman Kolk, over wiens eerder boek Bewustzijn. Van filosofie naar hersenwetenschap, [Boom, 2008] ik een uitvoerig blog had, doet een nieuwe duit in het zakje waarmee hij tegenwicht wil bieden tegen de zware lobby der neurosofen Dick Swaab en Victor Lamme tegen het bestaan van de vrije wil.  

Herman Kolk: Vrije wil is geen illusie. Hoe de hersenen ons vrijheid verschaffen. Bert Bakker, 2012 - ISBN: 9789035137929 [hier]

Jammer vind ik wel dat in de uitgeverspresentatie te lezen is: "In Vrije wil is geen illusie laat emeritus hoogleraar neuropsychologie Herman Kolk ons zien dat de menselijke hersenen wel degelijk tot vrije keuzen in staat zijn. Onze hersenen leren in de loop van het leven wat voor ons belangrijk is en zorgen ervoor dat ons gedrag hierop wordt afgestemd. Hierbij speelt het bewustzijn een veel grotere rol dan door Swaab en Lamme wordt aangenomen."

Oké, maar zeggen "dat de menselijke hersenen wel degelijk tot vrije keuzen in staat zijn," haalt de taal van het lichamelijke en dat van het denken door elkaar. Kennis van (een modus van) het ene attribuut moet niet verwead worden met de kennis van (een modus van) het andere attribuut. Dat is heel scherp van Spinoza te leren. Van hem leren we ook, behalve dat hersenen niet 'beslissen', wijzelf 'beslissen' en daarbij denken dat wij zelf vrij beslissen, maar dat heeft ermee te maken dat we niet alle oorzaken van ons gedrag kennen. Maar goed, wij moeten beslissingen nemen, en dat doen we als mens (die denkt).

Aanvulling

SANDER BECKER, "De vrije wil bestaat weer. Of toch niet? 'De bewijsvoering voor de stelling dat de vrije wil wél bestaat, klinkt ingenieus, maar overtuigt niet' "
Bespreking in Trouw van 21 april 2010 van boek van Herman Kolk: Vrije wil is geen illusie. Hoe de hersenen ons vrijheid verschaffen. Bert Bakker, Amsterdam; 192 blz. € 18,95

Reacties

Naar mijn mening haal ik niet de taal van het lichamelijke en van het denken door elkaar, maar probeer voor een proces dat wij denken noemen het bijbehorende hersenproces te vinden. Dat zal dus altijd neerkomen op het 'vertalen' van het ene in het andere domein. Als je hier tegen bent, veroordeel je al het hersenonderzoek. Je mag dan dus bijvoorbeeld ook niet zoeken naar het hersenproces dat met de ervaring van emotie correspondeert.

Ik denk dat je wel moet vertalen als je wilt begrijpen waar de hersenen voor dienen, als je het maar op een verdedigbare manier doet. Wanneer je aan mensen vraagt wat de kleur is van een banaan, dan wordt het kleurgebied in de hersenen actief. Wat is er op tegen aan te nemen dat de activiteit van dit hersengebied overeenkomt met de betekenis van het woord 'geel'? Zo vormt het hersenproces dat te maken heeft met gedraggsverandering de 'betekenis' van woorden als 'willen'.

Herman Kolk

Vertalen van het domein van het lichamelijke in het mentale (het denken) en omgekeerd, is voor een Spinozist voor wie die relaties niet causaal zijn, altijd riskant. Het een is vanuit het andere voor Spinoza niet intelligibel. Het ene kan niet verstaan worden door, en zeker niet gereduceerd worden tot het andere. Het gaat om één proces, dat nu eens zus (lichamedlijk) en dan weer zo (geestelijk) beschouwd kan worden.
Het gaat om parallelle, met elkaar corresponderende processen, die ieder een eigen taal hebben of vergen.
Ik vraag mij dan ook af of "het hersenproces dat te maken heeft met gedragsverandering de 'betekenis' van woorden als 'willen'" vormt. Termen als 'betekenis' en 'willen' horen in het taalgebied van het mentale, 'vuren'en 'oplichten' etc. horen tot het domein van het lichamelijke (de hersenen). We maken een categoriefout (verwarren attributen, zegt Spinoza) als we taal uit het ene domein gaan hanteren in het andere domein.