Nelly Sachs (1891-1970) en haar Spinoza-gedicht

Nelly SachsZij werd als Leonie Sachs in Berlijn geboren uit welgestelde joodse ouders die woonden in de betere buurt Tiergarten. Van huis uit kreeg ze liefde voor literatuur mee en ze ontving privéonderwijs in muziek en dans. In 1921 verscheen haar eerste verhalenbundel Legenden und Erzaehlungen. De opkomst van Hitler deed haar bewust worden van haar joodse achtergrond en ze maakte studie van de mystieke ideeën in de Zohar die later in haar werk terugkwamen. Door de Nazi’s kreeg ze in de dertiger jaren een publicatieverbod opgelegd. In 1940 vluchtte ze naar Zweden. Selma Lagerlöf met wie ze als meisje al contact had gezocht, wist op haar doodsbed nog een visum voor haar en haar moeder te regelen, hoewel joden officieel het land niet mochten verlaten. Nelly Sachs leerde er snel de Zweedse taal en voorzag in haar levensonderhoud door vertalen van literatuur en van beroemde Zweedse dichters. Al jong begon ze gedichten en verhalen te schrijven.

Uit gedichten over ballingschap en de Holocaust die ze tussen 1940 en 1944 schreef ontstond de bundel In den Wohnungen des Todes (1947). Sachs bleef in Zweden wonen en werd in 1952 tot Zeedse genaturaliseerd.

Het trauma van ballingschap en dood, alsmede de thema's van (angst voor) vervolging, het joodse lot en Vergangenheitsbewältigung stonden centraal en werden meer en meer met religieuze thematiek verbonden. Ze verbond een moderne stijl met de meer gedragen stijl van de Bijbel. Ze ontving meerdere prijzen, o.a. "Friedenspreis des deutschen Buchhandels" (1965) en in 1966, samen met de Israëlische schrijver Shmuel Yosef Agnon, de Nobelprijs voor de literatuur. Ze overleed in 1970 op 78-jarige leeftijd.

Ze schreef het volgende Spinoza-gedicht, althans dit gedicht over een Spinozageleerde:

Der Spinozaforscher

H.H.

Du last und hieltest eine Muschel in der Hand.
Der Abend kam mit zarter Abschiedsrose.
Dein Zimmer wurde mit der Ewigkeit bekannt
Und die Muzik begann in einer alten Dose.

Der Leuchter brannte in dem Abendschein;
Du branntest von der fernen Segnung.
Die Eiche seuftzte aus dem Ahnenschrein
Und das Vergangene feierte Begegnung.

 

Een tedere ode aan zowel een Spinozageleerde als aan Spinoza zelf. In een door eeuwigheid aangeraakte kamer brandt licht en haardvuur, maar brandt ook de lezende geleerde door de ontvangen zegening van de verre Benedictus.

Te vinden in Wim Klevers artikel 'Spinoza in Poetry' [in Studio Spinozana Vol. 5 1989]  

 

Na dit warme gedicht een kritische noot.  Feministen kunnen soms zéér kritisch zijn. Hoewel Nelly Sachs in 1966 de eerste joodse vrouw werd die een Nobelprijs won, liet The Feminist Encyclopedia of German Literature het volgende lezen: 

"In West Germany [..] her reception as the “poetess of the Holocaust” set in during the 1950s and 1960s, when she was awarded an impressive series of prizes and public recognition, culminating in the Nobel Prize. Even though Sachs’ oeuvre is extraordinarily varied, consisting of poetry, dramas, and short stories, her critical reception in the Federal Republic of German (FRG) remains one-dimensional. A manipulative cultural industry exploited her work politically by creating a Nelly Sachs cult. Author and work were reduced to symbols of German-Jewish reconciliation, a problematic assessment especially in light of the blatant disregard for her work since the 1970s." (Margarete Lamb-Faffelberger in The Feminist Encyclopedia of German Literature, lemma: “Nobel Prize Recipients”. 30 September 2004)

Informatie van hier en hier en hier en hier en hier

[Hersteld blog na het wissen door blogse.nl]

Aanvulling 25 juli 2009

Zie op books.google.com Kathrin M. Bower: Ethics and remembrance in the poetry of Nelly Sachs and Rose Ausländer. Boydell & Brewer, 2000, 280 pagina's