Nahum Sokolow (1859–1936) hooggeplaatste zionist en Spinoza-kenner

Een fraai, nog altijd goed leesbaar hoofdstuk in Siegfried Hessing (Hrsg.), Spinoza - Dreihundert Jahre Ewigkeit. Spinoza-Festschrift 1632 - 1932 (1962) is "Der Jude Spinoza" van Nahum Sokolow. Alle thema's over de voortdurende worsteling (van afstoten tot omarmen) van Spinoza's betekenis voor het jodendom komen erin voor. Hij deelt mee een boek in het Hebreeuws over Spinoza geschreven te hebben waarin hij kritisch antwoord trachtte te vinden op de vraag waarom Spinoza brak met zijn joodse gemeenschap en waarom deze sefardisch-joodse gemeenschap brak met hem.

Om te kunnen duiden hoe Spinoza tot in zijn ogen voor de joden zo'n uiterst vijandige houding kon komen, namelijk dat ze kunstmatig aan de wetten van hun verloren staat vasthielden in plaats van op te gaan in de hun ontvangende naties, zoals andere volken doen ("Sie sollten verschwinden" was volgens Sokolow Spinoza's opvatting). [Dit lezend verbaas je je er met Michiel Wielema over dat de Nazi's daar geen gebruik van maakten - deze tekst verscheen in 1932, cf. blog - Grunsky heeft het boek van Hessing behandeld in Der Einbruch des Judentums in die Philosophie (1937), cf. blog en blog]

Om die houding van Spinoza te duiden maakt Sokolow een onderscheid tussen de scherpzinnige filosoof die hij als groot genie ziet, die hij echter als geschiedkundige en exegeet als onvoldoende onderlegd zag: daarvoor had Spinoza te weinig joods-rabbijns onderricht genoten. Alleen zo is z.i. te verklaren dat Spinoza "Sich eine so irrige Meinung von Judenthum und Juden zu bilden" kon (p. 184). De joodse gemeente had gezien de marranenachtergrond alle reden angstig te zijn. Trouwens vergeleken met de dodelijke ketter- en heksenvonnissen in die jaren, was de ban zo barbaars nog niet.

Spinoza kon dan uit de Amsterdamse gemeenschap verbannen zijn, niet uit het joodse volk. Gezien het volk waarin hij geboren was, gezien zijn opleiding, gezien zijn gebruik van joodse bronnen en zijn latere werk aan een Hebreeuwse grammatica, heeft Spinoza zich niet van het joodse volk afgescheiden. En hij had zich ook niet hoeven afscheiden van de Amsterdamse sefarden. Het jodendom kent immers, anders dan het christendom, geen alomvattende dogmatiek; het is vooral een praktische godsdienst. Volgens Sokolow bleef hij dus tot het jodendom behoren. "Als jüdische Philosoph verkörperte er jenen unbezähnbaren Optimismus im Menschen."

Het stuk is een fraai mengvorm van kritiek en bewondering.

Toen ik het hoofdstuk las wist ik nog niet wie die schrijver was. Wel had ik een gevoel dat ik die naam al eerder was tegengekomen, maar ik wist niet meer waar en daar ik interesse kreeg in wie zo kon schrijven, ging ik naar hem op zoek. En wat bleek: Nahum Sokolow, geboren in het Poolse Wyszogród, journalist en schrijver, werd een bobo binnen het politieke zionisme. Ik bleek eerder over hem gelezen te hebben (maar dat was vervaagd) in Daniel B. Schwartz's The First Modern Jew: Spinoza and the History of an Image.

Zionistisch actief
In 1906 werd Sokolow secretaris-generaal van het World Zionist Congress. In de daarop volgende jaren reisde hij door Europa en de VS om het zionisme te promoten. Tijdens WO I verbleef hij in Londen waar hij grote invloed uitoefende op de totstandkoming van de Balfour Declaration van 1917, waarin de Britse regering de joden een thuisland in Palestina garandeerde. In 1931 werd hij verkozen tot voorzitter van het World Zionist Congress wat hij tot 1935 bleef; in welke functie hij werd opgevolgd door Chaim Weizmann. Van 1931 tot 1933 was hij tevens voorzitter van de Jewish Agency for Palestine.

Zijn eerste bijdrage aan de Spinoza-receptie was een kritische recensie in 1885 over Rubin's voorwoord bij zijn vertaling van de Ethica in het Hebreeuws, waarin hij diens gelijkstelling van Spinozisme en jodendom verwierp. Maar hij ging Spinoza genuanceerder bekijken en schreef:

Baruḵ spinoza u-zemano: midraš be-filosofiya u-be-qorot ha-itim [= Baruch Spinoza and his time: a study in philosophy and history]. Paris, [s.e.], 1929. - 434 pp. [volgens David Wertheim London. Volgens Google: Impr. d'Art Voltaire, 1928]


             [toegevoegd 22-12-2015 - cover  hier aangetroffen]

en hij schreef het hierboven al besproken:

"Der Jude Spinoza." In: Spinoza-Festschrift: Zum 300. Geburtstage Benedict Spinozas (1632-1932), Herausgegeben von Siegfried Hessing. - Heidelberg, Winter, 1933: 204-217.

Toen Siegfried Hessing Sokolow een bijdrage vroeg was diens Spinoza-boek hem bekend en kon hij aannemen dat de auteur voldoende bij het publiek bekend was, zodat hij hem niet meer als voorzitter van het World Zionist Congress hoefde voor te stellen. Voor lezers in deze tijd ligt dat anders (maar nu is er internet).

 

Op deze foto in het midden Nahum Sokolow, voorzitter 13e zionistische congres in 1923 

  [Gevonden op deze overigens nogal fanatieke antijoodse foute site]

____________

Een uitvoerig lemma over Nahum Sokolow op YIVO - zie ook wikipedia