Moses Hess (1812 - 1875) een bevlogen Spinoza-fan

“De huidige tijd is de Messiaanse, die begon te ontkiemen met de lering van Spinoza, en definitief tot zijn historisch bestaan kwam met de grote Franse Revolutie.”

Moses Hess wordt beschouwd als een filosofisch socialist, die mee aan de wieg van het communisme stond en voorloper was van het socialistisch Zionisme.

Hij werd geboren in Bonn dat toen door de Fransen bezet was. Hij werd opgevoed door zijn grootvader die hem een joodse religieuze opvoeding meegaf. Op z’n 14e keerde hij terug naar z’n ouders in Keulen. Hij ging studeren aan de Universiteit in Bonn maar behaalde er geen graad. Hij las zelf veel: Benjamin Constant en Victor Hugo, Rousseau en Helvetius, Fichte en Goethe, Chateaubriand en Schiller, de Middeleeuwse mysticus Jakob Böhme en de romanticus Jean Paul én… Spinoza, waarover zo dadelijk meer. Hij huwde in afwijking van zijn burgerlijke afkomst een katholiek meisje uit de werkende klasse. Als correspondent voor de radicale Rheinische Zeitung, waar hij collega van Karl Marx werd, leefde hij meestentijds in Parijs, vluchtte tussendoor naar België en Zwitserland. De revolutie van 1848 bracht hem weer naar Parijs waar hem ook de Frans-Pruisische oorlog overviel waardoor hij werd uitgewezen en weer naar België vluchtte.

Hij was door Hegel beïnvloed om de mens te zien als initiator van de geschiedenis in plaats van alleen maar als toeschouwer ervan. Hij was het ook die Karl Marx op het spoor van de sociale en economische problemen zette. Marx refereerde later aan hem als “mijn communistische rabbijn”.

            

Voor vele joden van zijn generatie was Spinoza hét voorbeeld van de eerste jood die de grenzen van zijn joods zijn achter zich liet zonder het christendom te omhelzen – een nieuwe optie die in 1837 door Hess’ vriend Berthold Auerbach in zijn historische novelle Spinoza werd gepubliceerd. Zo werd Spinoza de steunpilaar van Hess’ model voor een veranderde intellectuele wereld.

Hij schreef onder meer:

Ź Die heilige Geschichte der Menschheit (1837) dat hij zelf uitbracht, zich anoniem verhullend achter Von einem Jünger Spinozas „door een leerling van Spinoza“. Hij legde er z’n eerste filosofische oriëntaties in neer. Hij zag Jezus en Spinoza als de twee polen van een nieuwe wereldorde. Hij beschreef de vervreemding van het individu in een samenleving waar zijn werk werd uitgebuit en bepleitte een radicale omvorming van de maatschappij met méér sociale gelijkheid en gemeenschappelijke eigendom. Het was het eerste socialistische boek in Duitsland. Hij bepleitte goede educatie en vrije sociaal-economische organisaties. Hij was duidelijk schatplichtig aan Spinoza, Herder en Hegel. In een tijd waarin de radicale filosofen in Duitsland zichzelf overwegend als „Jong-Hegelianen“ zagen, illustreerde de verwijzing naar Spinoza een alternatieve intellectuele oorsprong. Door Spinoza - de eerste moderne Joodse filosoof - aan te halen gaf Hess zijn wellicht ook joodse lezers de subtiele boodschap dat ook hijzelf, dan wel in de joodse traditie z’n wortels had, maar die ook - zoals de Meester van Amsterdam - zou overstijgen.

In plaats van de joden in de marge bracht hij een filosofie van de geschiedenis waarin het draaide om de joden: Abraham, Moses, David, Ezra en… Spinoza waren de dragers van de geschiedenis in plaats van Pericles, Socrates, Caesar, en Constantijn. En dan draaide het verder rond die andere jood - Jesus – die de kloof overbrugde tussen het bijzondere joodse verbond en de universele mensheid, welke vooruitgang weer was aangekondigd door die andere universaliserende jood: Spinoza. Het is voorstelbaar hoe joodse en christelijke lezers verbijsterd werden om hun moverende redenen. Belangrijk voor latere tijden was dat hij de joden niet meer als een religieuze gemeenschap maar als een volk of natie zag.

                       

Ź Die europäische Triarchie (1841) waarin hij een pleidooi gaf voor de eenheid van de drie grootmachten, Frankrijk, Duitsland en Engeland tot een Europese staat. Het was minder esoterisch van toon en hij kreeg er de aandacht mee van een aantal Rijnlandse industriëlen die een redacteur voor hun Rheinische Zeitung zochten, hetgeen hij werd op 1 januari 1842.

Ź Rom und Jerusalem. Die letzte Nationalitätenfrage (1862), een fundering van het latere Zionisme. Hierin betuigde hij zijn terugkeer tot het Jodendom, nadat hij eerder als jong-Hegeliaan de volledige assimilatie van de joden voorgestaan had. Intussen had hij door de Italiaans-Oostenrijkse oorlog van 1859 het belang van nationaliteit ondervonden.  Menselijkheid kon alleen tot bevrijding komen via de ontwikkeling van de naties. Nationale strijd bereikte daarvoor meer dan klassenstrijd. Voor de joden betekende dit eveneens: wederopleving van hun natie, waarvoor de mogelijkheid tot eigen politiek in Palestina hem onvermijdelijk voorkwam. Hij was een van de eersten die de collectieve verwerving van land in Palestina bepleitten. En religie op zijn beurt garandeerde het behoud van de joodse identiteit. Het boek had bij uitkomen nog maar weinig succes, z’n socialistische vrienden vonden het maar een afwijking en de joden waren er nog niet zo mee bezig. Maar later werd het een klassieker van het Zionisme.

Hij brak later vanwege zijn meer humanistische benadering met de richting van Marx en Engels.

Na zijn dood op 6 april 1875 werd de dag erop In Parijs een niet-religieuze plechtigheid gehouden in tegenwoordigheid van Franse radicale democraten, Duitse socialisten en arbeiders, Poolse vluchtelingen en joodse activisten. Op 8 april werd hij overeenkomstig zijn laatste wil naast zijn ouders op de joodse begraafplaats in Deutz am Rhein, vlakbij Keulen begraven
Op 9 oktober 1961 werden de stoffelijke resten van Hess en zijn ouders van Duitsland naar Isreal overgebracht op initiatief van de Histadrut, de Israelische Federatie van de Arbeid en herbegraven op de begraafplaats van de eerste Kibboets in Kinnereth aan de kust van het meer van Galilea.


Zie hoe hij Spinoza inpaste in zijn utopie van de toekomstige samenleving

Hess’ future society, which will transcend private property, will develop along the following lines:

Abundance, created by socially controlled industry, will integrate overall social interests, and society will be based on altruism, solidarity and harmony, ‘because all interests are interwoven . . . Old contrasts between the low and the high, plebeians and patricians, the poor and the wealthy – this source of all collisions, disturbances, iniquities, and horrors – have all lost their poison’.

Peace will reign in society, both internally and externally.

The distinction between town and country will disappear, as ‘villages will adorn themselves with wonderful buildings and cities with inspiring gardens’.

Women will be equal to men, and be given the same education.

Free love will replace the shackles of matrimonial bonds which were always linked to property.

Public education will be freely available to all children.

Society will take care of the health and welfare of the sick and the elderly; with the disappearance of poverty, crime will disappear as well.

Formal law will disappear, with people obeying their internal law which will reflect Spinoza’s amor dei intellectualis.

The people’s sovereignty will be guaranteed by the political structure organized through freely associated communities, subordinated to the overall supervision of the states; the states, in their turn, will be associated in a universal league of nations. And finally, with industry guaranteeing abundance, human beings will be able to turn their activities to their highest calling – artistic creativity.

- van hier vetdruk van mij, SV-

 

Ook enige grepen uit: Moses Hess, Rome and Jerusalem: A Study in Jewish Nationalism, translated from the German with introduction and notes by Meyer Waxman, Ph. D. (Bloch Publishing Company, New York, 1918, 1949). And this love is the natural source whence springs the higher, intellectual love of God which, according to Spinoza, is the highest point to which the spirit can rise. Out of this inexhaustible fountain of family love have the redeemers of humanity drawn their inspiration. [p. 41]

Nay, I love life as well, only I love it in the sense the greatest thinker of the centuries, Spinoza, loved it. The more humanitarian, the holier, the more divine life is, the more does it appear that life and death are of equal value and equal worth. [p. 43]

Even the latest expression of the Jewish genius concerning life and death, namely, the teaching of Spinoza, has nothing in common with the sickly atomistic conception of immortality, a conception which dissolves the unity of life either in a spiritualistic way or in a materialistic manner, and whose highest religious and moral principle is the egoistic maxim, "everyone for himself." [p. 47]

In the teaching of Spinoza, as in the teaching of the Jewish saints, the individual is not treated as a separate entity, but as a part of a whole. According to Spinoza, eternity does not begin with our death, but always exists, is always present even as God himself. [p. 47/48]

Spinoza was the first to conceive the reign of the spirit as an existing thing, as a factor in the present life.

Spinoza conceived Judaism to be grounded in Nationalism, and held that the restoration of the Jewish kingdom depends entirely upon the will and courage of the Jewish people. [p. 57]

Christian dualism received its mortal blow from the teachings of Spinoza, so does the existence of the ancient Jewish people, with its model family life, act as an antidote against this disease of dualism in practical life. [p. 59]

Saadia and Maimonides, Spinoza and Mendelssohn did not become apostates, in spite of their progressive spirit, though there were many fanatics who wanted to exclude them from Judaism, or, as in the case of Spinoza, had him excluded. Our modern rationalists would excommunicate from the Synagogue Jews who declare themselves Spinozists, if they only had the power. [p. 88]

The Messianic era is the present age, which began to germinate with the teachings of Spinoza, and finally came into historical existence with the great French Revolution. [p. 122]

Spinoza was a descendant of the Spanish Jews, who fled to Holland in order to escape the "holy" Inquisition. [p. 165]

Inasmuch as Spinoza's Works have already been translated into Hebrew, the time has come when we must defend this great Jewish teacher against misrepresentation on the part of Jewish scholars. The objection raised by Luzzato against Spinoza proves only that this great Hebrew scholar has wandered into a field in which he is a total stranger. The teaching of Spinoza, which derives the entire spiritual-moral system of life from the single idea of God as the ground of Nature and Thought, and which assigns the Knowledge of God as the highest aim of life, reconciles the apparent contradiction between philosophy and experimental science on the one hand and between reason and feeling on the other. Luzzato, who charges the system of Spinoza, which is an immediate outflow of the Creative Spirit with a lack of emotion, calling it a system of dry reason, displays only his own ignorance of the true nature of these problems and of their masterly solution by Spinoza.

The basic idea of the system of Spinoza, namely, that God is the only substance, the ground and origin of all being, is the fundamental expression of the Jewish genius, which has ever manifested itself in divine revelations from the time of Moses and the Prophets, down to modern days. [p. 187]

The typical expression of the Jewish genius, the genetic view, is essentially one with all its representatives, with Moses and the Prophets as well as with Spinoza. The first do not contradict modern science, their views are only divergent and different in external form from that of science but not contradictory to it. Nor is Spinoza's teaching contradictory to Jewish Monotheism. What Jewish revelation emphasized most is the unity of the creative spirit, in opposition to the plurality of forces; and this idea has been expressed clearly also by Spinoza. The Bible, stripped of its anthropomorphic expressions, does not offer a single point which expressly contradicts the teachings of Spinoza. Moses himself says that the Knowledge of God is not found either in heaven or in the distances of space, but that the real revelation of God takes place within ourselves, in our spirit and heart. A similar expression occurs in the Talmud. "The Holy Presence never descended to earth, nor did Moses ascend to heaven." Must we consider the anthropomorphic expressions of the Bible as dogmas? If so, they will finally undermine the fundamental dogma of Jewish teaching which is so clearly enunciated in the Shema. Nor is the doctrine of the eternity of the spirit to be misunderstood. The eternity of the spirit does not begin after death, but is, like God, always present. [p. 189/190] An external God, who does not manifest himself to men as an immediate ever-present Creator, is not the God of the Jews, Christians and Mohammedans, and can become as little the religious ground of the regenerated nations as pagan Polytheism and Pantheism.

Aanvulling 28 juli 2010

Gedurende de Spinoza-zomercursus op de ISvW in Leusden, liet Miriam van Reijen mij een exemplaar zien van het Argentijnse tijdschrift Davar, Revistá Literaria, 95 (okt-dec. 1962) van de Sociedad Hebraica Argentina. Het betrof een special over Moisés  Hess. Daarin werden, naast diverse artikelen over Mozes Hess ook opgenomen de inleiding (Prefacio)  en de epiloog van zijn Rom und Jerusalem. Die letzte Nationalitätenfrage uit 1862.  Die epiloog droeg de titel "Cristo y Spinoza". In het slothoofdstuk maakte Hess dus een vergelijking tussen Christus en Spinoza.

Rathausturm Köln: Offenbach - Mevissen - Hess 

Bronnen

wikipedia, Duitse en Engelse en Answers

Moses Hess bij The Jewish Zionist Education

Moses Hess: The Holy History of Mankind and Other WritingsMoses Hess: The Holy History of Mankind and Other Writings. Cambridge University Press, 2004 /  Inleiding incl. levensloop in jaartallen.

Spinoza Citaten uit Moses Hess, Rome and Jerusalem

Moses Heß: Die Eine und ganze Freiheit! (1843)

Moses Heß: Socialismus und Communismus [Vom Verfasser der Europäischen Triarchie] (1843)

Moses Heß: Philosophie der That [Vom Verfasser der Europäischen Triarchie] (1843)
Die Basis der freien That ist die Ethik des Spinoza, und die vorliegende Philosophie der That soll eben nur eine weitere Entwickelung derselben sein.

Moses Hess e Baruch Spinoza, tra storia e filosofia - verslagje van een conferentie in Italië in 2007 over "Jodendom en moderniteit"

Reacties

Dat vind ik wel heel leuk, Stan, dat ik Shlomo Avineri nu tegenkom op jouw Spinoza-blog. Ik ken hem uit mijn voor-Spinozistische tijd, toen ik nog volop Hegel adoreerde en over hem publiceerde. Ik herinner mij nog levendig een discussie met hem in een restaurant in Moskou (nog in de communistische tijd) ter gelegenheid van een Hegel-congres. Het was in de zeventiger jaren; wij waren het zeer oneens over Hegel's staatsfilosofie. Daarna heb ik geen persoonlijk contact meer met hem gehad, ook niet toen ik veel later in Jerusalem op een Spinoza-congres was, maar zag hem wel regelmatig op de TV verschijnen als medewerker (staatssecretaris?) en adviseur van de Israelische regering IArbeiderspartij). Ik dacht dat hij in het jong-Hegelianisme en Marxistisch idealisme was blijven steken. Ben nu verbaasd en aangenaam verrast door zijn boek over MOSES HESS, een natuurlijke bondgenoot voor zijn socialistische strijd, waaruit wel heel veel sympathie voor en affiniteit met Spinoza spreekt, niet alleen van Hess zelf uiteraard, maar ook van Avineri. Na lezing van je referaat blijf ik mijn bezwaren tegen Avineri's utopisme houden. - Ik waardeer ook bijzonder je 'bloemlezing' uit Hess' ROME AND JERUSALEM, die heel verhelderend is voor de positie van Hess. Proficiat met deze blog.

Stan, uit jouw blog, en uit de reactie van Wim Klever, begrijp ik dat Moses Hess een belangrijk socialist en een groot zionist was, dat hij een grote synpathie voor Spinoza had, en wellicht zichzelf een spinozist noemde, maar dat je hem niet een groot Spinozakenner kunt noemen:
1. Als ik hem uit je citaten goed begrijp is er een collectief genie, een soort averroïstisch monopsychisme, dat hij 'het joodse genie' noemt, dat zijn individuele expressie vindt in voortreffelijke joden als Mozes, de profeten, en Spinoza. Wellicht zou hij, als hij later geleefd had, ook Einstein eronder gerekend hebben, evenals Leon Trotsky en Arthur Rubinstein.
2. Vervolgens zegt hij dat het collectief-joodse genie tot gevolg heeft, dat de opvattingen van de individuele genieën, die immers de expresssie daarvan zijn, niet strijdig met elkaar kunnen zijn. Er is daarom geen tegenstelling tussen de Wet van Mozes en de opvattingen van Spinoza, tussen de profeten en Spinoza, of tussen de profeten en de wetenschap. Dit lijkt mij een eigenzinnige interpretatie van de TTP, waarvan veel uitspraken blijkbaar esoterisch, metaforisch, of wellicht freudiaans, geïnterpreteerd dienen te worden.
3. Verder citeer je een aantal geéxalteerde utopische uitspraken: Spinoza was geen afvallige, hij gaf het christendom een genadeslag, evenals het oude joodse volk (blijkbaar niet de joodse godsdienst). En Hess' eigen tijd is een messianistische tijd.
Kortom, een grote utopische greep, dat een wonderlijk amalgaam is van wishful thinking, zionisme en socialisme, en een scheutje spinozisme.

Adrie, ik heb soms geen idee waarom jij zo streng bent, welk belang jij verdedigt, welke Spinozistische zuiverheid je tegen vervuiling wilt beschermen. Ik heb zelf soms misschien ook iets van dat puritanisme, kreeg onlangs nog een dergelijk verwijt bij een blog over Paul Tillich, waar werd geschreven: "het klinkt zo als 'Spinoza-orthodoxie'. Daar word ik wat zuur (of sceptisch) van." Dat laat ik dan rustig over mee heen gaan, begrijpend dat die persoon blijkbaar iets met Tillich heeft, over wie geen kritische opmerking gemaakt mag worden.

Als ik dan bij mijn naspeuringen ineens iemand als Moses Hess op het spoor kom en zie hoe hij enthousiast met Spinoza bezig was, zich zelfs als "leerling van Spinoza" presenteerde en in z'n werk allerlei dingen uit Spinoza haalde, vind ik dat in eerste instantie prachtig. Uiteraard zie ik het geëxalteerde en het vele niet-echt-kloppende. Door het vetdrukken van die passage in wat ik zijn utopische droom noemde, laat ik elke lezer zelf glimlachend constateren dat het programmapunt "Formal law will disappear, with people obeying their internal law which will reflect Spinoza’s amor dei intellectualis," uiteraard uiterst irrealistisch is en door Spinoza zo ook nooit is bedoeld. Als ik intussen lees dat hij een van de eersten was met een socialistische analyse op zijn wereld, die invloed had op Marx, die later invloed kreeg op het (socialistisch) zionisme etc. Zo'n pionierend iemand krijgt bij mij enig krediet. Hij dééd toch maar mooi iets met z'n Spinoza-studie. Dat hij, geïnspireerd door de manier waarop Herder Spinoza's substantie een ontwikkelingsgeschiedenis zag doormaken, op zijn manier ook een geschiedenis ontwikkelde waarin de joden eens centraal stonden i.p.v. gemarginaliseerd te blijven... van mij mag dat een effect van Spinoza op iemand zijn. Via de vertaling door Herder en vervolgens beïnvloed door Hegel zag hij de mens als initiator van de geschiedenis in plaats van alleen maar als toeschouwer ervan - een beschouwingswijze die NB effect had! Hij kréég enige invloed op de (joodse en sociale) geschiedenis.
Inderdaad, Adrie, "een wonderlijk amalgaam van wishful thinking, zionisme en socialisme, en een scheutje spinozisme" draaide Hess in elkaar... Ja, klopt, een prachtig schouwspel. Zo kun je het ook zien. Ik ben blij hiervan iets ontdekt te hebben voor dit blog, zoals ik al vele ontdekkingen deed. Ik wil dit soort dingen weten en erkennen. En natuurlijk was Spinoza geen afvallige! En ja, hij gáf het openbaringsgeloof een genadeslag (beluister Leo Strauss!).
Maar wat is waarheid in de geschiedenis? Waar is soms wat werkt.

Sorry Stan,
1. Ik bewonder je eruditie, intelligentie en onvermoeibare getigheid m.b.t. Spinoza en spinozisme. Bovendien bewonder ik de snelheid waarmee je je verdiept in de meest diverse spinozisten en would-be's, waar ik zelf al gauw een week mee bezig zou zijn, als ik überhaupt lust had me er zo grondig als jij in te verdiepen. Je bouwt er met je blog een schitterend tableau mee op.
2. Je moet echter bedenken dat ik niet commentaar geef op jouw vondst van bijvoorbeeld Moses Hess, die je, naar ik aanneem, fair presenteert, noch op jouw keuze, maar een analyse geef van de citaten die jij zelf aanlevert. Ik verdedig niet de spinozistische zuiverheid, want die bestaat alleen in de schrijfsels van Spinoza zelf, en niet in mijn persoon en denken. Maar ik probeer wel te analyseren, aan de hand van jouw exemplarische blog, welke de elementen zijn van het denken van de door jou besproken personen. Ik probeer daarin het meest kenmerkende op te sporen. Uit je reactie begrijp ik dat je het wel met mij eens bent, maar dat je liever niet hebt dat ik het zo verwoord.
3. Het is intrigerend om te ontdekken hoe weinig Spinoza er vaak in dat denken is. Meestal is iemands denken een bij elkaar geraapt geheel van toevallige invloeden. Die opvatting is overigens geheel in lijn met hedendaagse filosofische opvattingen over de menselijke geest. Blijkbaar worden wij, ook jij en ik, minder beroerd door het denken van een bepaalde filosoof dan we menen te moeten afficheren.
Kortom, onze geest is een gefragmenteerde potpourri van toege-eigende invloeden, met daarin o.a. een klein scherfje Spinoza. Het blijkt zowel uit jouw blog, als uit de door jou besproken personen.

Beste Adrie,
[1] dank voor je waardering voor dit blog en je typering met "een schitterend tableau." Incasseer ik met genoegen.
[2] Is duidelijk. Ik kan me erin vinden.
[3] In je derde punt geef je een fraai beeld van het denken als potpourri van invloeden die niet alleen overeenstemt met hedendaagse filosofische opvattingen over de menselijke geest, maar ook met die van Spinoza, die overigens zeer zijn best deed om daarin met zijn zgn geometrische methode zo goed mogelijk ordelijke aanschakeling in te brengen - waarmee hij ons nog altijd flink bezig houdt. Ik vind het leuk om van overal vandaan scherfjes Spinoza in dit blog te verzamelen. Het levert een amalgaam van beelden op.

Ik denk toch, Adrie, dat je het niveau van Hess' vertrouwdheid met Spinoza lichtelijk onderschat en dat zijn verwerking van diens erfenis (TTP en E) niet zo fragmentarisch of verbrokkeld is als je het voorstelt. Maar uiteraard hangt onze appretiatie van zijn verwerking af van welke Spinoza ons vergelijkingspunt is. Ik bedoel dit niet kwaadaardig.

Via deze reactie maak ik graag bekend dat ik zojuist aan dit blog een aanvulling heb toegevoegd (vlak boven de beelden aan het Rathaus in Keulen)