Martin Saar over "The Immanence of Power"

We hebben die titel, waar de auteur kennelijk dol op is, nu in het Duits én in het Engels. Van de week ontvingen de leden van de VHS de Mededelingen nr. 106 met de lezing die hij op 1 december 2012 in Katwijk hield. Zijn boek moest toen nog verschijnen. Ik woonde die bijeenkomst niet bij en begon extra nieuwsgierig met lezen in de hoop dat hij hier - in tegenstelling tot in zijn boek - misschien wél een nadere toelichting gaf op zijn titel.

In mijn bespreking van zijn boek, Die Immanenz der Macht – Politische Theorie nach Spinoza, in augustus vorig jaar (zie ook dit blog over de auteur), waarin ik mij zeer enthousiast uitte (het is echt een bijzonder goed boek!), was ik over één ding teleurgesteld: n.l. dat hij over dat zgn. immanente karakter van de macht verder nauwelijks iets te melden had. Hij besteedt uitgebreide paragrafen aan diverse kenmerken van macht, maar geen over de vlag die de lading dekt. Wel uitte hij kritiek op de wijze waarop Deleuze immanentie in zijn filosofie gebruikte, maar zijn eigen benadering zette hij niet duidelijk en systematisch uiteen - hij volstond met hier en daar een hint, die de lezer dan maar bij elkaar moet grabbelen om de "immanentie-theorie" van de auteur, resp. van Spinoza, zoals hij die hem toedicht, te achterhalen. Nogmaals, ik vind dat onder de maat, als juist die term op de titelpagina wordt geplaatst.

Ik vind ook deze lezing een buitengewoon interessante tekst, waarbij Saar duidelijk laat zien, hoe Spinoza de onderbouwende diepere ontologische leer kan bieden aan veel hedendaagse politiek-theoretische studies en met name die over 'radicale democratie'. Dat is a.h.w. zijn missie: laten zien dat Spinoza goed bruikbaar is (beter dan zoals Negri doet) voor het hedendaagse denken over politiek.

Maar waarom dit onder de vlag van 'immanentie' moet, wat dit aan de lading toevoegt, maakt hij mij wederom niet duidelijk. We lezen:

"As indicated in my titel, I also think one can use the term "immanence", a key concept of Spinoza's metaphysics, to characerize the core of his political thought: When political order emerges from and remains dependent on its basis in the ambiguous, productive as well as dangerous "power of the multitude", there cannot be any transcendent ground or reference point for politics (neither divine or natural rights nor the rational will of the sovereign), politics will remain radically precarious, instable and only to be reformed from within."

En dat is het dan. Ook hier heeft hij er niet meer over te zeggen. Ik begrijp dus niet waarom hij deze uit de theologie voortkomende term als nog altijd zo belangrijk blijft gebruiken. Als het zo'n centraal kenmerk van het verschijnsel macht is, ook in deze door en door seculiere tijd, dat het aan het hedendaagse politieke denken als betekenisvol kan worden voorgehouden, dan moet niet worden volstaan met in de paragraaf over "Spinoza on Power", alleen de kenmerken te benoemen en uit te werken: constitution, relationality en accumulation. Dan moet er echt meer gezegd worden over waarom dat alles verpakt wordt onder het label "immanentie" - een term die z'n herkomst heeft uit de theologie. Wie is in de politieke wetenschappen nog op zoek naar "transcendent ground or reference point"? Dit is zó voorbij!

Een auteur die telkens deze vlag ophoudt ("uiterst belangrijk kenmerk") zonder daarover inhoudelijk meer te zeggen dan hij doet, doet aan gewichtigdoenerij. En dat is jammer voor een politiek denken dat verder uiterst deskundig, erudiet en to the point is.

Ik hoop dat Martin Saar ooit in een publicatie met méér komt, of dat hij het lef heeft alsnog dit nietszeggende label te laten vallen. In mijn bespreking van zijn boek, was ik nog wel onder de indruk van de titel en meende ik dat hij die "alleen nog maar" wat uitgebreider had moeten toelichten. Inmiddels ga ik er aan twijfelen. Net als met termen als "secularisatie" / "secularisme" of "atheïsme" wat moeten we nog met "immanentie"? (Als dat niet duidelijk wordt gemaakt?)

Maar nogmaals: verder hartstikke goed.

___________

Toevoegingen:

Sinds 1 april 2014 is hij Professor Politische Theorie aan het Leipziger Institut für Politikwissenschaft [cf.]

Wel mooi om hier te verwijzen naar een uitgebreid curriculum van een cursus over Spinoza en politiek die hij in 2006 gaf aan de GRADUATE FACULTY, NEW SCHOOL FOR SOCIAL RESEARCH [PDF] (hopelijk laten ze dat fraaie voorbeeld voor anderen daar staan)

Reacties

Stan,
Ik denk dat het citaat van Saar dat je geeft duidelijk het begrip 'immanentie' weergeeft. Politieke macht berust op de macht van de menigte (multitudo). Niet een meute, maar een 'vrije menigte' (blz 3), d.w.z. een menigte van vrije individuen. Elk individu heeft een macht (potentia) die bepaald wordt door zijn conatus (blz 8). En nu komt het: de macht van de menigte (potentia multintudinis) is niet een collectieve supermacht die transcendent is aan de macht van de individuen. Het is een macht die ontstaat tussen (vrije) subjecten. Als deze menigte 'als door één geest geleid wordt' (blz 9) ontstaat een institutie. Die institutie - i.c. de staat - is geen transcendente macht, maar staat of valt met de macht van de menigte. De macht van de staat is altijd tijdelijk en precair. Dit leidt tot het 'axioma van de ambivalemtie van de macht' (blz 10): Macht kan vernietigen/scheppen, confronteren/accumuleren, maar blijft afhankelijk van de macht van de menigte. De macht van de menigte is geen 'volonté génerale' (Rousseau) die een zelfstandig leven kan gaan leiden (blz 16), maar is en blijft een 'volonté de tous'. Kortom alle instellingen van de staat - en de staat zelf - zijn afhankelijk van de macht van de menigte, die uiteindelijk de samengeklonterde macht van individuen is. Radicale democratie dus, de ontologische basisvorm van elke samenleving.

Adrie, jij legt het prachtig uit en misschien bedoelt Martin Saar het zo, maar waarom legt hij zelf het belang/nut van het gebruik van dát begrip niet beter uit? Uiteraard heeft de staat niets 'transcendents' - maar het is ook helemaal niet normaal dat we in die termen over instituties als de staat etc. spreken. Hij had vanwege dat altijd precaire, zijn boek ook "Die Ambivalenz der Macht" kunnen noemen, zoals ik in mijn eerdere bespreking al suggereerde. Dan was dat allemaal vanuit de titel meteen helder en blijven hangen. Jij gaat, Adrie, aan de historische herkomst van de termen transcendent/immanent voorbij en gaat min of meer vanzelf mee in de terminologie van Saar waar ik tegen blijf steigeren tot hij er grotere duidelijkheid aan geeft.

Stan, dat instituties, inclusief de staat, 'uiteraard' niets transcendents hebben, zoals je schrijft is niet vanzelfsprekend. De volkswil bij Rousseau, staatsraison bij Hegel, de klasse bij Marx zijn even zoveel transcendente entiteiten die de uit individuen bestaande menigte ondergeschikt maken aan staat en partij. Top-down dus, i.t.t. tot bottom-up bij Spinoza. De Poetin-staat en de Kim-staat, de Assad-staat en de Egyptische putsch-staat zijn de extreme hedendaagse voorbeelden van de transcendentie van de macht. De macht van de menigte op Tahrir-plein en op Maidan zijn evenzoveel voorbeelden van het axioma van de ambivalentie van de macht van de mensigte.
Overigens vind ik Saar's Mededeling een fraaie samenvatting van het boek. Zijn Engels is even helder als zijn Duits

Adrie, alles wat je zegt onderstreept de noodzaak dat Saar uitgebreid uitlegt wat hij in zijn politieke theorie verstaat onder transcendentie en immanentie. Zoals jij de termen gebruikt (en kennelijk als vanzelfsprekend ervaart) herken ik ze absoluut niet. Als je nagaat hoe verschillende filosofen die temen op heel verschillende manier gebruiken, is er echt alle aanleiding om niet aan te nemen dat de betekenis wel uit het gebruik van die termen blijkt. Zonder toelichting op het eigen gebruik loop je het risico dat ieder het zijne denkt bij de termen die je gebruikt - zoals jij met je uitleggingen hier ook aan het doen bent. Ik waardeer je poging, maar de verwarring wordt groter. Het moet geen vraag zijn of Martin Saar het allemaal bedoelt zoals jij hier uitlegt: hij moet zelf en wel zo scherp mogelijk zijn woordgebruik definiëren en toelichten en dan in zijn analyses laten zien hoe heuristisch of anderszins nuttig die terminologie is. Ja, "ambivalentie van de macht van de menigte" = duidelijk; daar hoeft niet ook nog eens immanentie op geplakt te worden.

O ja, ik ben het geheel met je eens dat Saar's Mededeling een fraaie samenvatting van zijn boek is. Ik eindigde mijn blog met: verder hartstikke goed.

Nog informatie aan het eind van het blog toegevoegd.