Leo Polak (1880-1941) vereenzelvigde zich met Spinoza?

Prof. Mr Dr Leo PolakAanleiding voor dit blog over de joodse strafrechtsfilosoof, hoogleraar in Groningen en indertijd bekende militante vrijdenker en atheïst, vormen enige opmerkingen op het vrijdenkersforum dat ik onlangs ontdekte (zie dit blog) met daarop een pagina van David Bakker, getiteld “Leo Polak over Spinoza: onbegrijpelijk”. Het maakte mij extra nieuwsgierig naar de besproken tekst van Leo Polak, over wie bij mij al lang een vaag plan sluimerde om ooit eens een blog over hem te maken. Die tekst betrof de lezing in december 1932 ter herdenking door de “Afdeeling-Nederland der Kant-Gesellschaft” van het feit dat Spinoza driehonderd jaar geleden geboren was. David Bakker was zo vriendelijk mij daarvan een pdf toe te sturen. Ik kom daar in het volgende blog op.

Leo Polak was van 1928 tot aan zijn dood hoogleraar in de geschiedenis van de wijsbegeerte, de logica en de metafysica aan de universiteit van Groningen. Zijn proefschrift ging over De zin van de vergelding (1921). Hij was beoogd opvolger van de psycholoog en filosoof Gerard Heymans, van wie hij een volgeling was – een opvolging die door verzet van de theologische faculteit die het militant atheïstische van Polak vreesde, enige voeten in de aarde had. Polak was al op 14-jarige leeftijd ongelovig geworden. Daar hij weigerde zijn op aanwijzingen van de bezetter gegeven ontslag als hoogleraar te accepteren, werd hij door de Sicherheitspolizei gearresteerd en eind 1941 in concentratiekamp Sachsenhausen vermoord. In zijn werk heeft hij veel bijgedragen aan de kentheorie, de rechtsfilosofie, de problematiek van oorlog en vrede en de ethiek.
[Zie In Memoriam Prof.Mr.Dr. Leo Polak, in: "De Vonk", Orgaan van de Internationaal-Socialistische Beweging. Tweede Jaargang No. 3., 20 januari 1942 - gestencild - PDF van KrantenArchief KB]

Polak hield zich ook met Spinoza bezig - en in de 20/30-iger jaren in niet geringe mate, zoals blijkt op een pagina over Spinoza van Lidie Koeneman op ‘Bijzondere collecties’ van de UvA met een dagboekaantekening van Leo Polak over zijn aanschaf van een zeldzame druk van de TTP met foutief jaartal 1672 en zijn correspondentie daarover met Carl Gebhardt. Die schrijft in onderstaande brief: “das Buch, das Sie gekauft haben, ist eines der seltesten Spinozana …” 


het origineel van deze brief van Carl Gebhardt is ingeplakt in Tractatus theologico-politicus Collectie UB, UvA, sign. O 60-3474:1 [url]
  

Polak's publicaties over Spinoza concentreerden zich op de herdenkingen in 1927 (van het 250e sterfjaar van Spinoza) en 1932 (Spinoza’s 300e geboortedag).

• In 1927 verscheen van hem “Spinoza”, in Mensch en maatschappij [III, 2, 1927]. Op 24 november dat jaar sprak hij in het Domus Spinozana in Den Haag over de verhouding Spinoza en Kant [zie dit blog]

• Hij hield op maandag 5 september 1932 als voorzitter van de Nederlandse Afdeling van het herdenkingscomité, de openingsrede van de Spinozaweek in de Rolzaal op het Binnenhof in Den Haag, waarin het Hof van Holland in 1674 het plakkaat tegen o.a. de TTP had uitgevaardigd;

• én een rede op de slotdag, zaterdag 10 september, over “Spinoza und Kant” [in: Septima Spinozana, 1933]

• Hij hield als voorzitter een toespraak op 29 december 1932 in de Amsterdamse Agnietenkapel bij de al vermelde Spinozaherdenking door de “Afdeeling-Nederland der Kant-Gesellschaft”, getiteld “Spinoza als ethicus" [Uitgegeven in Spinoza, Haarlem, De Erven Bohn, p. 12-30]

• “Spinoza 1632 – 1932”, in: De Socialistische Gids [nov. 1932, jg 17, p. 737-744]

• Tenslotte schreef hij het 4e hoofdstuk, "De betekenis der Joden voor de wijsbegeerte” [in: H. Brugmans en A. Frank (Red.), Geschiedenis der Joden in Nederland, Eerste deel (tot ca 1795), Amsterdam, Van Holkema en Warendorf, 1940, p. 680 – 713)

Met uitzondering van de openingstoespraak zijn al deze teksten opgenomen in Prof. Mr Dr Leo Polak, Verspreide Geschriften, Deel II [G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1947. Ik heb dat werk speciaal met het ook op mijn 'Polak-studie' voor dit blog, aangeschaft en de Spinoza-stukken inmiddels meermalen gelezen.

Waarom die openingstoespraak niet in Verspreide Geschriften werd opgenomen wordt wel duidelijk als men het verslagje in Het Vaderland van dinsdag 6 september 1932 leest:

“De schitterend verlichte zaal was met palmen versierd. Een geschilderd portret van Spinoza was, van groen omgeven, vooraan in de zaal geplaatst.
[Foto niet uit die krant, maar uit de Humanistische Canon]

             Prof. Leo Polak houdt openingstoespraak in de Rolzaal op het Binnenhof in Den Haag op maandag 5 september 1932 ter herdenking van de 300e geboortedag van Benedictus de Spiniza

Prof. Leo Polak, van Groningen, was de eerste spreker. In het Hollandsch bracht hij dank aan de Koningin, die een vertegenwoordiger had gezonden, en aan den minister van Onderwijs voor zijn aanwezigheid. In het Fransch vervolgende, stelde hij in het licht, dat van vele oorden der wereld vertegenwoordigers van universiteiten hier aanwezig waren om Spinoza’s geest te eeren, welke vertegenwoordigers spreker dankte. Weer in het Hollandsch sprekende, verwelkomde hij de vertegenwoordigers der Nederlandsche universiteiten. Spr. herinnerde aan de gouden eeuw van het kleine Nederland, waarin zoovele genieën hier gelijktijdig leefden. Heerlijk moet het voor Spinoza geweest zijn, in dien tijd te leven, maar heerlijker is het, te leven drie eeuwen later, in het licht der volle geestelijke verworvenheid, nu allerlei wetenschappen nooit vermoede sprongen vooruit en omhoog hebben gedaan, daartoe in staat gesteld door vrijheid en methode. De menschheid heeft die te danken aan geesten, waarvan Spinoza één der grootste is geweest en die de waarheid hebben bevrijd van den dwang, de menschheid van de inquisitie. Spr. herinnerde aan de veroordeeling van Spinoza's werk in deze zelfde zaal. Welk een tegenstelling, de Maledictus van eertijds en de Benedictus van dezen tijd! Een doode hond en een levende leeuw!
Spr. wijdde woorden van hooge bewondering aan den geest van Spinoza, waarin de menschen één kunnen zijn, en eindigde met de Spinozaherdenking, geopend te verklaren.
[de andere sprekers, pm] Prof. Polak sloot de plechtige herdenkingssamenkomst.” [cf pdf uit krantenarchief KB]

Voor ik dit eerste blog afsluit en naar meer inhoudelijke aspecten overga, wijs ik nog even op de titel van een vorig jaar uitgegeven boekje: Bert Gasenbeek (Red.), ‘Liever een dode leeuw dan een levende hond’. Over de betekenis van de vrijdenker en humanist Leo Polak (1880-1941) [Humanistisch Historisch Centrum, Papieren Tijger, 2011]

Ik heb dat boekje niet ingezien en weet dus niet hoe die titel uitgelegd wordt, maar ik zie er een zekere vereenzelviging met Spinoza in, die hij op die herdenkingsbijeenkomst (al dan niet impliciet verwijzend naar Lessings typering van Spinoza als in de 18e eeuw een 'toter Hund') omschreef als: "Een doode hond en een levende leeuw!” Die titel, nu toegepast op Polak zelf,  spreekt dus boekdelen.

Lidie Koeneman, vakreferent wijsbegeerte / klassieken van de Bibliotheek Universiteit van Amsterdam liet mij per e-mail weten:
"Wat betreft de uitspraak ‘Liever een dode leeuw dan een levende hond": dit noteerde Leo Polak in zijn dagboek, vlak na de inval van de Duitse troepen in mei 1940. Het boekje onder redactie van Bert Gasenbeek is heel aardig. Het gelijknamige symposium was georganiseerd n.a.v. het feit dat Polak 70 jaar geleden overleed in Sachsenhausen. Zijn dochter, mevrouw Samama-Polak, zeer op leeftijd, was bij het symposium aanwezig. Toch wel bijzonder!"

[Portret bovenaan van Leo Polak Scriptieprijs]

Reacties

Het boekje met de prachtige titel ‘Liever een dode leeuw dan een levende hond’ komt, niet al te positief, ter sprake in een artikel dat Fred Neerhoff en ik schreven. Zie

http://hoeiboei.blogspot.nl/2012/04/de-bedenkelijke-opvattingen-van-de.html

@David Bakker,
Die (niet-)bespreking van het boekje, maar commentaar op wat erin gemist werd, had ik al gelezen; aan die kwestie van zijn eugenetische opvattingen ga ik op dit blog voorbij.
Kun je iets zeggen over wat er in dat boekje over de herkomst van het titel-citaat geschreven wordt?

@ Stan Verdult

"Liever een dode leeuw dan een levende hond" noteerde Polak in zijn dagboek vlak na de inval van de Duitse troepen in mei 1940, zo wordt in het boekje vermeld. Of Polak daarbij Lessing in het achterhoofd had wordt niet gemeld maar het zou goed kunnen.

Lidie Koeneman schreef in het genoemde boekje de bibliografie over Leo Polak. Opmerkelijk genoeg maakt zij geen melding van:

'Academische Illusies, De Groningse Universiteit in een tijd van crisis, bezetting en herstel, 1930 - 1950 ' door Klaas van Berkel, in 2005 uitgegeven door Bert Bakker Amsterdam.

Daarin staan belangrijke aantekingen over Leo Polak. Zie Fred Neerhoff daarover: http://www.vrijdenkersforum.nl/forum/viewtopic.php?f=12&t=102&p=1805&hilit=lidie+koeneman#p1805