Jonathan Israel de maat genomen

“De mensheid leefde in duisternis, totdat Hij kwam. In het begin gingen er slechts een paar voor zijn zaak. Die was te raadselachtig om veel steun bij de bevolking op te wekken, en de politieke oppositie dreef de kampioenen ondergronds. Maar een coterie van apostelen besloot om een vereenvoudigde versie van zijn goede nieuws te verspreiden tegen de hardnekkige vijanden, die op hun beurt van hen martelaren maakten. Dan gebeurde er iets opmerkelijks. Dankzij een verzameling van evangeliën over zijn moraal, de ijverige toewijding van volgelingen (the zealous devotion of followers), en natuurlijk de voor de hand liggende waarheid van zijn goede nieuws, breidde zijn oproep tot emancipatie zich tot ver buiten zijn geboorteland uit en zette uiteindelijk de wereld in brand.”  

Zo opent (in mijn vertaling) The Nation van 13 mei onder de titel Mind the Enlightenment een uitgebreide recensie door Samuel Moyn van het nieuwste boek van Jonathan Israel: A Revolution of the Mind. Het begint als een in enigszins laconieke bewoordingen opgemaakt ironisch verhaal ("Wist u dat Spinoza de Franse revolutie veroorzaakte?"). Maar dan wordt het meer en meer een felle bestrijding van de hand van geschiedenisprofessor aan de Columbia Universiteit (research interests: modern European intellectual history, with special interests in France and Germany, political and legal thought, historical and critical theory, and sometimes Jewish studies). Tegenover Israel brengt hij andere deskundigen in het geweer. Hij vindt:

“Israel's monomaniacal Spinoza worship is amusing and exasperating by turns. For a start, his insistence that Spinoza was the singular font of the Enlightenment leaves him without a story of the Enlightenment's intellectual or cultural origins. Every historian has to begin somewhere, but the fact that Israel begins with Spinoza, and then reduces most of what follows the philosopher to a footnote, leaves his account of the Enlightenment founded on something like immaculate conception.”

Hij acht Jonathan Israel een zelotisch gelovige die aan de hand van een “pakket van emancipatoire waarden” allerlei historische (denk-) figuren de maat neemt en telkens weer “z’n eigen gelijk bewijst”.

"Voor Israel", zo stelt Moyn, "hebben Spinoza’s erfgenamen overal vijanden, onder andere degenen die met hun lichtere versie van de Verlichting de principes ervan verraden, terwijl ze doen alsof ze die brengen. Men moet ten opzichte van de Verlichting en de moderniteit een fundamentele scheiding aanbrengen, zo benadrukt Israel telkenmale. Ofwel met kan het halfgerede huis kiezen, die de oude orde bewaart -  namelijk de romantische Amerikaanse vrijheid (die de slavernij van de zwarten accepteerde) of de Engelse vrijheden (die met sociaal en religieus conservatisme samenging). Of men omarmt de vrijheid van de Verlichting in z’n onvervalste vorm, ook wanneer dat betekent, de oude corrupte ordening omver te werpen en een nieuwe op te bouwen. De verplichting tegenover het ware evangelie van Spinoza laat geen andere keus, intellectueel noch politiek."

Als ik Samuel Moyn (let op zijn voornaam…) goed begrijp heb ik mij – zie mijn bespreking van 13 december 2009 van Jonathan Israels boek – teveel als een ‘zealous devotional follower’ laten meeslepen.

Het zal straks een grote klap geven als Jonathan Israel met het laatste deel van zijn trilogie komt waarin hij de Franse Verlichters zal behandelen (eh… de maat zal nemen…). Wat denkt ie wel!

Reacties

Op Israel is veel kritiek mogelijk. Zelf verwijt ik hem ook een en ander, met name zijn verkeerde positionering van zijn landgenoten Locke en Hume, wier Spinozisme hij niet heeft opgemerkt, hetgeen weer te maken heeft met de beperkingen van zijn kennis van Spinoza's werk. De recensie van Moyn is evenwel een aantijging die kant noch wal raakt en uit kinnesinne lijkt te zijn voortgekomen. Zijn betoog is uiterst verward, zijn stijl is barbaars, zijn argumenten (als je daarvan kunt spreken) worden nergens inhoudelijk verantwoord, althans anders dan via een beroep op tweederangs auteurs. Bovendien wijst alles op een levensgrote afstand tot de auteur waar alles om draait en die hij niet lijkt te kennen.

Wat het volgende betreft heeft Moyn wel enigszins gelijk in iets wat ik nu juist erg handig vond. Israel geeft een reeks van criteria aan de hand waarvan je kunt beoordelen of iemand tot de Radicale resp. de Gematigde Verlichting behoort. Dat maakt voor het brede publiek duidelijker waarover hij spreekt. Maar inderdaad heeft dat in dit boekje, waarin hij niet het geleidelijke historische ontstaan van dit 'corps' van criteria aangeeft, het effect dat het lijkt alsof hij een vooraf opgestelde checklist heeft aan de hand waarvan hij denkers in de geschiedenis 'de maat neemt'.
Maar onterecht is het verwijt dan weer wel, want daarmee wordt er geen acht op geslagen dat Israel hier a.h.w. een handzame samenvatting geeft en dat hij het grote werk, ja, in z'n drie grotere werken gedaan heeft (waarvan een nog op komst).
De recensie van Samuel Moyn is dus een beetje flauw.

Stan, vijf opmerkingen n.a.v. het artikel van Moyn:
1. Als ik het betoog van Moyn goed begrijp is zijn bezwaar dat Israel 'Whig history' prresenteert: de onvermijdbare mars naar steeds grotere vrijheid en vooruitgang begint deze keer niet in Athene, maar bij Spinoza. Het is makkelijker om te zeggen dat Israel overdrijft, dan om precies te zeggen waar hij overdrijft.
2. Spinoza's bliksemcarrière begint overigens niet bij Israel. De term 'radicale Verlichting' wordt in 1930 al door Leo Strauss gebruikt en in verband gebracht met Spinoza, in zijn boek: 'Spinoza's critique of religion', blz 35: 'The context to which it belongs {Spinoza's assumption that the Bible is a literary document] is the critique of Revelation as attempted by the radical Enlightenment' (vertaling van de Duitse uitgave van 1930).
3. In de Winkler Prins encyclopedie van 1983 schrijft de hoogleraar filosofie Van Dooren het lemma 'Verlichting'. Hij noemt daarin de atheïstische en pantheïstische tendensen in de Verlichting, zonder Spinoza te noemen. Over het aandeel aan de Verlichting van Nederland schrijft hij: 'Hoewel de Verlichting in geheel Europa van betekenis was, is het aandeel van de Nederlanden zeer gering (men kan denken aan Justus van Effen met zijn Hollandsche Spectator, aan Wolff en Deken, aan Van Alphen en aan K. Broeckaert). ... Toch hebben Nederlanders door hun humanistische traditie ( Erasmus, Hugo de Groot) wel bijgedragen tot de vorming van de Verlichting.
4. Peter Gay noemt in zijn grote werk over de Verlichting Spinoza een aantal malen, echter zonder hem te bespreken, zelfs niet als hij een paar bladzijden aan Bayle's Dictionnaire wijdt.
5. De vraaag blijft dan: als Spinoza zo'n belangrijke rol speelt in de Verlichting, hoe kan hij dan zo lang en door zo velen vergeten zijn? Wellicht komt het antwoord van Butterfield, de man die de term 'Whig history' introduceerde: 'It is part and parcel of the whig interpretation of history that it studies the past with reference to the present'.